Aanhef
Provinciale Staten van Noord-Holland,
Besluiten vast te stellen:
Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten en Statencommissies van Noord-Holland 2015
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Provinciale Staten
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
a.voorzitter: de voorzitter van Provinciale Staten of diens vervanger;
b.amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpbeslissing, door de voorzitter naar de vorm geschikt bevonden om daarin direct te worden opgenomen;
c.subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, door de voorzitter naar de vorm geschikt bevonden om direct daarin te worden opgenomen;
d.motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;
e.voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;
f.initiatiefvoorstel: een voorstel voor Provinciale Staten, gedaan door een lid van Provinciale Staten;
g.interpellatie: het stellen van vragen in de vergadering van Provinciale Staten als bedoeld in artikel 151, tweede lid, van de Provinciewet;
h.interruptie: een korte opmerking of vraag zonder inleiding;
i.fractiedebat: een debat tussen fracties of Statenleden onderling;
j.actualiteit: een onderwerp, geagendeerd op verzoek van één of meerdere leden, met een spoedeisend karakter;
k.nota van wijziging: een voorstel tot wijziging van een voor een vergadering van Provinciale Staten geagendeerde voordracht en ontwerpbesluit.
Artikel 2 Elektronisch aanbieden/ publicatie
Waar in dit reglement sprake is van het verzenden dan wel ter kennis brengen van stukken aan de leden van Provinciale Staten of aan de leden van een Statencommissie, kan worden volstaan met elektronisch aanbieden van bedoelde stukken, tenzij het geheime karakter van de stukken zich daartegen verzet.
Artikel 3 De voorzitter
1De voorzitter is belast met:
a.het leiden van de vergadering;
b.het handhaven van de orde;
c.het doen naleven van het reglement van orde;
d.hetgeen de Provinciewet of dit reglement hem verder opdraagt.
2Provinciale Staten benoemen bij de aanvang van de zittingsperiode één of meer vicevoorzitters en stellen de volgorde voor waarnemen vast.
3De functie van vicevoorzitter is niet verenigbaar met die van commissievoorzitter.
Artikel 4 De griffier
1De griffier is in elke vergadering van Provinciale Staten aanwezig.
2Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door Provinciale Staten daartoe aangewezen Staten- en commissie-adviseur.
3De griffier kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, bij de vergaderingen van Provinciale Staten aan de beraadslagingen deelnemen.
Artikel 5 De secretaris
Provinciale Staten kunnen Gedeputeerde Staten verzoeken de secretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen, als bedoeld in dit reglement.
Artikel 6 Het Presidium
1Er is een presidium dat belast is met de in dit reglement of anderszins door Provinciale Staten opgedragen werkzaamheden.
2Het presidium heeft in ieder geval de volgende taken:
a.het voorbereiden van de Statenagenda;
b.het uitoefenen van het bestuur van Provinciale Staten;
c.het opstellen van de raming voor de uitgaven van Provinciale Staten;
d.het beheren van de geldelijke middelen van Provinciale Staten;
e.het adviseren aan Provinciale Staten over de inschakeling van een of meer externe deskundigen;
f.het doen van voorstellen tot wijziging van het reglement van orde, de griffiers-instructie, provinciale verordeningen en overige procedurele en organisatorische aangelegenheden;
g.het toewijzen van kamers aan de fracties.
3Het presidium bestaat uit de voorzitter van Provinciale Staten, de vicevoorzitter van Provinciale Staten en de fractievoorzitters die zich bij een fractie met twee of meer leden kunnen laten vervangen door een fractievertegenwoordiger.
4De voorzitter van Provinciale Staten is voorzitter en de vicevoorzitter van Provinciale Staten is vicevoorzitter van het presidium.
5De voorzitter roept het presidium bijeen.
6Het presidium komt tevens bijeen indien tenminste drie leden van het presidium daartoe een verzoek bij de voorzitter hebben ingediend.
7Beraadslaging vindt alleen plaats als tenminste de helft van het aantal zetels in Provinciale Staten vertegenwoordigd is en in aanwezigheid van de voorzitter dan wel de vicevoorzitter.
8Tussen het presidium en de agendacommissie als bedoeld in artikel 9 heeft afhankelijk van de behoefte periodiek overleg plaats. Beide gremia sturen elkaar hun besluitenlijsten toe.
9De vergaderingen van het presidium zijn openbaar, tenzij:
a.artikel 5.1 van de Wet open overheid van toepassing is, of;
b.het presidium al dan niet op voorstel van de voorzitter anders beslist bij meerderheid van stemmen.
10Het presidium wordt ambtelijk ondersteund door een Staten- en commissieadviseur.
11De griffier is in elke vergadering van het presidium aanwezig en dient het presidium van advies.
12De vergaderingen van het presidium worden voorbereid door de voorzitter en de vicevoorzitter van Provinciale Staten en de commissie- en Statenadviseur die belast is met de ambtelijke ondersteuning van het presidium en de griffier.
Artikel 7 De stemming in het presidium
1Een besluit in het presidium wordt genomen bij meerderheid van stemmen.
2Elke fractie heft in het presidium zoveel stemmen als de fractie zetels heeft in Provinciale Staten.
3Bij het staken van stemmen beslist de voorzitter dan wel de vicevoorzitter.
4Per reguliere Statenvergadering brengt het presidium een lijst met ingekomen stukken en de wijze van afdoening ter kennis van Provinciale Staten.
Artikel 8 Aanwezigheid gedeputeerden
1Het presidium kan gedeputeerden uitnodigen om deel te nemen aan de beraadslagingen.
2Gedeputeerden die willen deelnemen aan beraadslagingen richten zich met een verzoek daartoe tot de voorzitter.
3De voorzitter stelt het presidium in kennis van zijn beslissing op het verzoek.
Artikel 9 De agendacommissie
1Er is een agendacommissie die zorgdraagt voor een efficiënte en onderling uniforme werkwijze van de Statencommissies.
2De agendacommissie kan voorstellen doen over:
a.de vergaderorde;
b.spreektijden;
c.de agendering van onderwerpen;
d.insprekers;
e.werkbezoeken;
f.trainingen van commissievoorzitters;
g.het aanwijzen van een leidende commissie als onderwerpen meer Statencommissies aangaan;
h.het opstellen van kwaliteitscriteria voor stukken die bestemd zijn voor de Statencommissies;
i.het terugsturen van voorstellen die niet voldoen aan de kwaliteitscriteria bedoeld onder h;
j.wijzigingen van dit reglement.
3De agendacommissie bestaat uit de vicevoorzitters van Provinciale Staten en de voorzitters van de Statencommissies.
4De vicevoorzitter van Provinciale Staten treedt op als voorzitter.
5De voorzitter van een Statencommissie kan zich bij verhindering laten vervangen door de vicevoorzitter van de Statencommissie.
6Een besluit wordt genomen bij meerderheid van stemmen.
7Bij het staken van stemmen beslist de voorzitter van de agendacommissie.
8De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar, tenzij:
a.artikel 5.1 van de Wet open overheid van toepassing is, of;
b.de agendacommissie al dan niet op voorstel van de voorzitter dan wel de vicevoorzitter anders beslist bij meerderheid van stemmen.
9De agendacommissie wordt ambtelijk ondersteund door een Staten- en commissieadviseur.
10De griffier en de Staten- en commissieadviseurs zijn bij de vergaderingen van de agendacommissie aanwezig als adviseur.
Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden en fracties
Artikel 10 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging
1Voor de toelating van nieuwe leden stelt de voorzitter een commissie in, waarin hij drie leden van Provinciale Staten benoemt, die de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de te benoemen leden en de processen-verbaal van de stembureaus onderzoekt.
2De commissie brengt na haar onderzoek verslag uit aan Provinciale Staten en doet daarbij een voorstel. Een minderheidsstandpunt wordt gemeld in de notulen.
3Na de periodieke verkiezing van de Statenleden roept de voorzitter de toegelaten leden op om in de eerste vergadering van Provinciale Staten in nieuwe samenstelling, als bedoeld in artikel 18 van de Provinciewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
4In geval van een tussentijdse vacaturevervulling legt het aspirant Statenlid in de vergadering van Provinciale Staten waarin over diens toelating wordt, beslist de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af.
Artikel 11 Fracties
1De leden van Provinciale Staten, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.
2Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in Provinciale Staten deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van Provinciale Staten in nieuwe samenstelling aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in Provinciale Staten wil voeren.
3De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.
4De fractie doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de voorzitter van:
a.een voorgenomen optreden van één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie;
b.een voorgenomen optreden van twee of meer fracties als één fractie;
c.de voorgenomen aansluiting van één of meer leden van een fractie bij een andere fractie.
5Met ingang van de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten ná de schriftelijke mededeling wordt uitgegaan van de gewijzigde situatie.
Hoofdstuk 3 Vergaderingen Provinciale Staten
Paragraaf 1 Algemeen
Artikel 12 Vergaderfrequentie
1Provinciale Staten stellen jaarlijks, doch uiterlijk in juli, op voorstel van het presidium hun vergaderschema vast.
2De voorzitter kan een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. De voorzitter voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium.
Artikel 13 Oproep en verspreiding vergaderstukken
1De voorzitter zendt de leden van Provinciale Staten tenminste twee weekenden voor de vergadering een oproep toe onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering, tenzij deze termijn wegens spoedeisendheid niet gehaald kan worden.
2Met de oproep ontvangen de leden de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken. De agenda vermeldt de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering.
3Stukken als bedoeld in artikel 85 Provinciewet, worden verzonden in een gesloten envelop, voorzien van het predicaat ‘geheim’. Deze gesloten envelop wordt in een envelop gestoken die voorzien is van de naam van de geadresseerde.
4Indien op stukken geheimhouding rust op grond van artikel 85 Provinciewet èn Gedeputeerde Staten daarom expliciet en gemotiveerd hebben verzocht, blijven de stukken in afwijking van het tweede lid onder de griffier die desgevraagd uitsluitend inzage verleent aan de leden van Provinciale Staten.
5Met uitzondering van de stukken bedoeld in het derde en vierde lid, worden stukken op het provinciehuis ter inzage gelegd en op de provinciale website gepubliceerd.
6Een gewijzigde voorlopige agenda dan wel aanvullende documenten en voorstellen worden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee werkdagen voor aanvang van de vergadering aan de leden van Provinciale Staten gezonden, op de provinciale website gepubliceerd en op het provinciehuis ter inzage gelegd. De reden van die nazending wordt daarbij aangegeven.
Artikel 14 Agenda
1Voordat de oproep wordt verzonden, stelt het presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast.
2Bij aanvang van de vergadering stellen Provinciale Staten de agenda vast, waarbij onderwerpen aan de agenda kunnen worden toegevoegd of afgevoerd en de volgorde van de agendapunten kan wijzigen.
3Na het vaststellen van de agenda worden actualiteiten behandeld en de volgorde na behandeling van de reguliere onderwerpen is als volgt: vragenuur, interpellaties, fractiedebatten en de behandeling van moties over niet op de agenda opgenomen onderwerpen.
4Provinciale Staten kunnen een onderwerp dat zij nog niet geschikt achten voor openbare beraadslaging neerleggen bij een Statencommissie ter verdere voorbereiding.
5Provinciale Staten kunnen nadere inlichtingen of advies aan Gedeputeerde Staten vragen over een onderwerp dat zij nog niet geschikt achten voor openbare beraadslaging.
Paragraaf 2 Orde der vergadering
Artikel 15 Presentielijst
Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van Provinciale Staten onmiddellijk de presentielijst.
Artikel 16 Zitplaatsen
1De voorzitter, de leden van Provinciale Staten en de griffier hebben een vaste zitplaats.
2Het presidium kan de indeling van de zitplaatsen herzien.
3De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de gedeputeerden, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.
Artikel 17 Opening vergadering; quorum
Wanneer een kwartier na het vastgestelde aanvangstijdstip niet het door de wet vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Provinciewet.
Artikel 18 Primus bij hoofdelijke stemming
Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mede bij welk lid van Provinciale Staten de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen.
Artikel 19 Notulen
1de notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier.
2De notulen houden in:
a.de namen van de voorzitter, de griffier en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben;
b.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
c.een zo getrouw mogelijke weergave van het ter vergadering gesprokene met vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voerden;
d.een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Provinciewet van stemming hebben onthouden;
e.de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties en (sub)amendementen;
f.bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 27 door Provinciale Staten is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
3De concept-notulen van de voorgaande vergadering worden aan de leden van Provinciale Staten toegezonden, zo mogelijk gelijktijdig met de oproep. De concept-notulen worden gelijktijdig toegezonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd.
4Bij het begin van de vergadering worden de notulen van de vorige vergadering zo mogelijk vastgesteld.
5De leden, de voorzitter en, naar aanleiding van en met betrekking tot hun deelname aan de beraadslaging, leden van het college van Gedeputeerde Staten, de griffier en de secretaris kunnen een voorstel tot wijziging aan Provinciale Staten doen, indien de notulen onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is.
6De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 20 Spreekregels
1De leden van Provinciale Staten en overige aanwezigen spreken vanaf de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.
2De voorzitter kan toestaan dat de leden van Provinciale Staten en overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.
Artikel 21 Volgorde sprekers
1De leden, die het voornemen hebben over punten vermeld op de agenda het woord te voeren, doen daarvan zo enigszins mogelijk voorafgaande aan de vergadering mededeling aan de griffier.
2Een lid voert slechts het woord na verzoek daartoe aan de voorzitter.
3De leden voeren het woord in de door de voorzitter te bepalen volgorde.
4De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van Provinciale Staten daartoe een verzoek indient.
Artikel 22 Spreektermijnen
1De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij Provinciale Staten anders beslissen.
2Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
3Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp.
4Het derde lid geldt niet voor:
a.de rapporteur van een commissie;
b.het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend over het desbetreffende onderwerp;
c.het lid dat een voorstel van orde indient.
5De indiener van een initiatiefvoorstel of discussienota krijgt de gelegenheid dit voorstel ter vergadering toe te lichten buiten de normale spreektijd.
Artikel 23 Spreektijd
Provinciale Staten stellen een spreektijdregeling vast.
Artikel 24 Handhaving orde en schorsing
1Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:
a.de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;
b.het gaat om interrupties.
2De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
3Indien een spreker zich beledigend of onbetamelijk uitlaat, afwijkt van het aanhangige onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, kan hij door de voorzitter tot de orde worden geroepen. Indien de spreker zijn gedrag voortzet, kan de voorzitter hem gedurende de beraadslaging over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
4De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.
Artikel 25 Beraadslaging
Provinciale Staten kunnen op voorstel van de voorzitter of een lid van Provinciale Staten besluiten om over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.
Artikel 26 Schorsing
Op verzoek van een lid van Provinciale Staten of op voorstel van de voorzitter kunnen Provinciale Staten besluiten de beraadslaging voor een door de voorzitter te bepalen tijd te schorsen teneinde Gedeputeerde Staten of de leden van Provinciale Staten de gelegenheid te geven tot onderling beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is en de voorzitter dit heeft aangegeven.
Artikel 27 Deelname aan de beraadslaging door anderen
1Provinciale Staten kunnen bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van Provinciale Staten, zoals een lid van Gedeputeerde Staten, de griffier of de secretaris deelnemen aan de beraadslaging.
2Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid van Provinciale Staten genomen alvorens met de beraadslaging over het aan de orde zijnde agendapunt wordt begonnen.
Artikel 28 Stemverklaring
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat Provinciale Staten tot stemming overgaan, heeft ieder lid gedurende maximaal één minuut het recht zijn uit te brengen stem te motiveren door het afleggen van een stemverklaring.
Artikel 29 Beslissing
1Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging en vindt stemming plaats, tenzij Provinciale Staten anders beslissen.
2Over de bij het betreffende onderwerp horende moties en amendementen wordt eveneens op dat tijdstip gestemd, tenzij Provinciale Staten anders beslissen.
3Voordat de stemming over het onderwerp in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.
Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen
Artikel 30 Geen stemming
Indien geen stemming wordt verlangd stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.
Artikel 31 Stemmen bij hand opsteken of elektronisch
1Tenzij de voorzitter of een lid hoofdelijke stemming verlangt, wordt gestemd bij hand opsteken of elektronisch.
2De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
3Aanwezige leden kunnen hun stem of hun onthouding van stem laten optekenen in de notulen.
4Een vergissing kan worden rechtgezet totdat de voorzitter de uitslag van de stemming heeft medegedeeld. Een lid kan om aantekening van zijn vergissing vragen.
Artikel 32 Hoofdelijke stemming
1Ingeval de voorzitter dan wel een lid hoofdelijke stemming verlangt, roept de voorzitter of de griffier de leden van Provinciale Staten bij naam op om hun stem uit te brengen, te beginnen bij het lid dat daartoe is aangewezen overeenkomstig artikel 18. Vervolgens geschiedt de stemming naar volgorde van de presentielijst.
2Ieder aanwezig lid brengt vanaf zijn plaats zijn stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken zonder verdere toevoeging.
3Een vergissing bij hoofdelijke stemming kan worden rechtgezet totdat het volgende lid zijn stem heeft uitgebracht. Vanaf dat moment kan de uitgebrachte stem niet meer gewijzigd worden. Een lid kan om aantekening van zijn vergissing vragen.
4Aanwezige leden kunnen hun stem laten optekenen in de notulen.
5De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede en doet daarbij mededeling van het genomen besluit. Hij vermeldt het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen.
Artikel 33 Stemming over amendementen en moties
1Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.
2Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.
3Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.
4Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over de motie gestemd en vervolgens over het voorstel.
5Indien aangaande een aanhangig voorstel een amendement en een motie zijn ingediend, wordt eerst over het amendement en dan over de motie gestemd.
Artikel 34 Stemming over personen
1Wanneer een stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen moet plaatshebben, benoemt de voorzitter vier leden tot stemopnemers.
2Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. Provinciale Staten kunnen op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje dan wel gebundeld worden aangeboden.
3Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Provinciewet van stemming moet onthouden levert een stembriefje in vanaf zijn plaats. De stembriefjes zijn identiek.
4De stemming is nietig:
a.indien het getal van de in de bus gevonden stembriefjes groter is dan dat van de leden die de presentielijst hebben getekend en dit verschil van invloed heeft kunnen zijn op de uitslag;
b.indien het getal van de behoorlijk ingevulde stembriefjes minder bedraagt dan het voor de opening van de vergadering vereiste aantal leden.
5Indien het getal van de ingeleverde stembriefjes na telling door de stemopnemers minder bedraagt dan het voor de opening van de vergadering vereiste aantal leden bepaalt de voorzitter datum en tijdstip waarop opnieuw gestemd wordt.
6De inhoud van elk stembriefje wordt, indien een of meer van de leden dit verlangt, door een van de stemopnemers voorgelezen, door een ander nagezien en door beide overige stemopnemers opgetekend.
7Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Provinciewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:
a.een blanco ingevuld stembriefje;
b.een ondertekend stembriefje;
c.een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;
d.een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.
8In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslissen Provinciale Staten, op voorstel van de voorzitter
9Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Artikel 35 Herstemming over personen
1Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.
2Wanneer ook bij deze tweede stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
3Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
Artikel 36 Beslissing door het lot
1Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke briefjes geschreven.
2Deze briefjes worden, nadat zij door de stemopnemers zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.
3Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.
Hoofdstuk 4 Rechten van Statenleden
Artikel 37 Amendementen
1Ieder lid van Provinciale Staten kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen bij de voorzitter. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen die ingediend zijn door leden van Provinciale Staten die de presentielijst hebben getekend.
2Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een subamendement voor te stellen.
3Het Statenlid dat het amendement heeft ingediend, geeft de strekking van het amendement weer.
4Elk amendement wordt schriftelijk bij de voorzitter ingediend, zo spoedig mogelijk vermenigvuldigd en aan de leden uitgereikt. De voorzitter kan, met het oog op het eenvoudige karakter, besluiten dat met voorlezing van het amendement wordt volstaan.
5Als het amendement naar aanleiding van de behandeling wordt aangepast, dan leest het Statenlid dat het amendement heeft ingediend, het dictum van het gewijzigde amendement voor.
6Een indiener van het amendement kan het amendement intrekken of wijzigen totdat de besluitvorming door Provinciale Staten heeft plaatsgevonden.
Artikel 38 Ontoelaatbare amendementen
1Provinciale Staten kunnen een amendement ontoelaatbaar verklaren indien het een strekking heeft, tegengesteld aan die van het voorstel waarop het betrekking heeft, of indien er tussen de materie van het amendement en die van het voorstel geen rechtstreeks verband bestaat.
2Een daartoe strekkend voorstel kan, zo nodig met onderbreking van de orde, worden gedaan door de voorzitter of door een van de leden.
Artikel 39 Overgenomen amendement
Vanaf het moment dat een amendement wordt overgenomen door Provinciale Staten maakt het onderdeel uit van het voorstel dat in stemming wordt gebracht.
Artikel 40 Moties
1Ieder lid van Provinciale Staten kan ter vergadering een motie indienen.
2Een motie wordt schriftelijk bij de voorzitter ingediend.
3Het Statenlid dat de motie heeft ingediend, leest het dictum van de motie voor.
4De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.
5Als de motie naar aanleiding van de behandeling wordt aangepast, dan leest het Statenlid dat de motie heeft ingediend, de gewijzigde motie voor.
6Een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp wordt ingediend bij de vaststelling van de agenda. De indiener van de motie krijgt van de voorzitter op dat moment de gelegenheid de motie toe te lichten.
7De spreektijdenregeling van Provinciale Staten is niet van toepassing op een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp.
Artikel 41 Interpellatie
1Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, uiterlijk op de vrijdag voorafgaand aan de Statenvergadering om 12.00 uur schriftelijk ingediend bij de voorzitter. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.
2De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van Provinciale Staten en de gedeputeerden.
3Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. Om een interpellatie te kunnen houden is de instemming nodig van een vijfde deel van de leden van Provinciale Staten.
4Een interpellatie kan maximaal één uur duren.
5De voorzitter bepaalt de spreektijd voor de deelnemers aan de interpellatie.
6De voorzitter verleent aan de interpellant het woord om één of meer vragen aan Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning te stellen en een toelichting daarop te geven.
7Na de beantwoording door Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning krijgt de
interpellant desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
8Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van Provinciale Staten het woord verlenen om hetzij aan de interpellant, hetzij aan Gedeputeerde Staten, hetzij aan de commissaris van de Koning vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
9Indien de interpellatie de commissaris van de Koning betreft, wordt het voorzitterschap van de vergadering voor de duur van die interpellatie waargenomen door de vicevoorzitter.
Artikel 42 Initiatiefvoorstellen
1Een initiatiefvoorstel wordt schriftelijk en ondertekend ingediend bij de voorzitter met het verzoek het initiatiefvoorstel in behandeling te brengen.
2Voor het opstellen van het initiatiefvoorstel wordt zo mogelijk gebruik gemaakt van een daartoe bestemd sjabloon.
3De griffier brengt het initiatiefvoorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van Provinciale Staten en van Gedeputeerde Staten en neemt daarbij een tijdschema op met de beoogde behandeldata in de desbetreffende Statencommissie en in Provinciale Staten.
4Gedeputeerde Staten worden in de gelegenheid gesteld, binnen 6 weken na het indienen van een initiatiefvoorstel hun wensen en bedenkingen over het voorstel kenbaar te maken. Pas hierna kunnen Provinciale Staten een besluit nemen over het betreffende initiatiefvoorstel.
5Indien de reactie niet binnen de termijn van zes weken kan worden gegeven, stellen Gedeputeerde Staten de indiener hiervan gemotiveerd in kennis, conform de procedure die geldt voor het niet tijdig beantwoorden van schriftelijke vragen.
6Het initiatiefvoorstel wordt zo spoedig mogelijk nadat daarover door de desbetreffende Statencommissie advies is uitgebracht door Provinciale Staten behandeld.
Artikel 43 Collegevoorstel
1Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten, dat vermeld staat op de agenda van de Statenvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van Provinciale Staten.
2Als Provinciale Staten van oordeel zijn dat nader advies van Gedeputeerde Staten over een voorstel als bedoeld in het eerste lid nodig is, bepaalt het presidium in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Artikel 43a Nota van wijziging
Gedeputeerde Staten kunnen een nota van wijziging indienen.
Artikel 44 Voorstellen van orde
1Zowel de voorzitter als de leden kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.
2Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.
3Over een voorstel van orde beslissen Provinciale Staten terstond.
Artikel 45 Schriftelijke vragen
1Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.
2De vragen worden bij de voorzitter van Provinciale Staten ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van Provinciale Staten, het college van Gedeputeerde Staten en de commissaris van de Koning worden gebracht.
3Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stellen Gedeputeerde Staten de vragensteller hiervan gemotiveerd schriftelijk in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Op dit bericht is het bepaalde in het vierde lid van overeenkomstige toepassing.
4De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten en bij mondelinge beantwoording in dezelfde vergadering van Provinciale Staten, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning gegeven antwoord, tenzij Provinciale Staten anders beslissen.
Artikel 46 Vragenuur
1Tijdens de Statenvergadering is er gelegenheid tot het stellen van vragen vreemd aan de orde van de dag.
2Het lid van Provinciale Staten dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp tezamen met de te stellen vragen uiterlijk één werkdag voor aanvang van de vergadering, vóór 12.00 uur, bij de voorzitter.
3De voorzitter nodigt het lid van Gedeputeerde Staten uit op wiens portefeuille de vragen betrekking heeft en zendt hem van te voren de vragen toe.
4Het lid van Gedeputeerde Staten op wiens portefeuille de vragen betrekking heeft houdt zich beschikbaar voor de beantwoording van de vragen.
5De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.
6De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de gedeputeerden, voor de commissaris van de Koning en voor de overige leden van Provinciale Staten.
7Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning te stellen en een toelichting daarop te geven.
8Na de beantwoording door Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
9Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van Provinciale Staten het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan Gedeputeerde Staten, hetzij aan de commissaris van de Koning vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
10Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.
Artikel 47 Fractiedebat
1Het verzoek tot het houden van een fractiedebat wordt de vrijdag voorafgaand aan de vergadering, vóór 12.00 uur schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover een debat wordt verlangd alsmede de te stellen vragen.
2De voorzitter brengt het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van Provinciale Staten.
3Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering wordt het voorstel in stemming gebracht. Om een fractiedebat te kunnen houden is instemming nodig van een vijfde deel van de leden van Provinciale Staten.
4De voorzitter bepaalt de spreektijd voor de deelnemers aan het debat.
5De voorzitter verleent aan de aanvrager van het debat het woord om één of meer vragen te stellen aan een fractie of een Statenlid en een toelichting daarop te geven.
6Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 48 Actualiteit
1Het verzoek tot het houden van een actualiteit wordt uiterlijk op de vrijdag voorafgaand aan de Statenvergadering om 12.00 uur schriftelijk ingediend bij de voorzitter. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp en de reden van spoed.
2De voorzitter brengt het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van Provinciale Staten en de gedeputeerden.
3Het presidium toetst de actualiteit op spoedeisendheid en geeft hieromtrent een advies aan Provinciale Staten. Er is sprake van spoedeisendheid wanneer beraadslaging of besluitvorming in een volgende Statenvergadering overbodig of niet meer aan de orde zou zijn, bijvoorbeeld door besluitvorming van derden.
4Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering wordt het voorstel in stemming gebracht. Om een actualiteit te kunnen houden, is instemming nodig van een vijfde deel van de leden van Provinciale Staten.
5Een actualiteit beslaat in de regel maximaal één pagina tekst, waarbij gebruik wordt gemaakt van het door de griffie verstrekte sjabloon.
6Een actualiteit kan gericht zijn op het verkrijgen van een uitspraak van Provinciale Staten door middel van het indienen van een motie.
7Een actualiteit wordt afgehandeld in dezelfde vergadering als die waarvoor de desbetreffende actualiteit is ingediend.
8De voorzitter bepaalt de spreektijd voor de deelnemers aan de actualiteit.
9Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 49 Verslag en verantwoording
1Een lid van Provinciale Staten, een gedeputeerde, de commissaris van de Koning of de griffier, die door Provinciale Staten is aangewezen als lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen over zaken die in bedoeld algemeen bestuur aan de orde zijn. Een door Provinciale Staten gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter doorverwijzen naar de desbetreffende commissie.
2Het verslag, genoemd in het eerste lid, wordt gedaan in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de vergadering.
3Ieder lid van Provinciale Staten kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen met inachtneming van artikel 45.
4Het ter verantwoording roepen van een persoon als bedoeld in het eerste lid over zijn wijze van functioneren behoeft de toestemming van Provinciale Staten. Artikel 48 is van overeenkomstige toepassing.
5Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het verslag en de verantwoording met betrekking tot de vertegenwoordiging van de provincie in andere organisaties of instituties.
Hoofdstuk 5 Besloten vergadering
Artikel 50 Algemeen
Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 51 Bijwonen besloten vergadering
1Het duocommissielid dat namens zijn fractie in een commissievergadering bij een onderwerp als woordvoerder is opgetreden, kan met toestemming van de Statengriffier het besloten deel van een vergadering van Provinciale Staten over dat onderwerp bijwonen.
2Het duocommissielid dient de woensdag voorafgaand aan die vergadering daartoe een schriftelijk verzoek in bij de Statengriffier.
3Indien de Statengriffier zich ervan heeft vergewist dat het duocommissielid in een commissievergadering over het onderwerp als woordvoerder is opgetreden, wordt het verzoek ingewilligd.
Artikel 52 Notulen
1De notulen van een besloten vergadering worden overeenkomstig artikel 13, derde lid, van dit reglement verzonden.
2Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering nemen Provinciale Staten een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
3Nadat Provinciale Staten de geheimhouding hebben opgeheven, nemen zij een besluit over het openbaar maken van de notulen van de besloten vergadering die op het desbetreffende onderwerp betrekking hebben. Als het gaat om geheimhouding die is opgelegd door GS, kunnen GS om advies worden gevraagd.
Artikel 53 Geheimhouding
[vervallen]
Hoofdstuk 6 Algemeen
Artikel 54 Toehoorders en pers
De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.
Artikel 55 Verstoring orde vergadering
De voorzitter kan personen laten verwijderen ingeval zij de orde van de openbare vergadering verstoren.
Artikel 56 Digitale middelen
Het in de vergadering tonen van beeld- en videomateriaal is niet toegestaan.
Artikel 57 Geluid- en beeldregistraties
Degenen die in de vergaderzaal tijdens een vergadering van Provinciale Staten geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.
Hoofdstuk 7 Statencommissies
Artikel 58 Begripsomschrijvingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a.Statencommissie: een commissie ingesteld door Provinciale Staten op grond van artikel 80 van de Provinciewet;
b.lid: lid van een commissie;
c.voorzitter: voorzitter van een commissie of diens vervanger;
d.griffier: griffier van Provinciale Staten of diens vervanger;
e.Staten- en commissieadviseur: de secretaris van een Statencommissie of diens vervanger.
f.vergadering: vergadering van een commissie.
g.duocommissielid: een lid van een fractie, niet zijnde lid van Provinciale Staten, die de eed (verklaring en belofte) als bedoeld in artikel 61, vierde lid, heeft afgelegd en die voor de toepassing van dit hoofdstuk geacht wordt deel uit te maken van de fractie.
Artikel 59 Instelling Statencommissies
1Provinciale Staten kunnen Statencommissies instellen en daaraan portefeuilles toedelen voor overleg en advisering op voorstel van het presidium. De instelling geldt voor de duur van de zittingsperiode van Provinciale Staten.
2Indien een onderwerp meerdere Statencommissies aangaat, beslist het presidium na advies of op voorstel van de betreffende commissievoorzitters welke commissie het onderwerp het meest aangaat. Deze Statencommissie behandelt het betreffende onderwerp en kan daarbij andere Statencommissies uitnodigen.
Artikel 60 Taken
1Een Statencommissie brengt gevraagd en ongevraagd advies uit aan Provinciale Staten.
2Ten behoeve van haar werkzaamheden kan een Statencommissie overleg voeren met Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning, werkbezoeken afleggen, hoorzittingen houden en externe deskundigen inschakelen.
Artikel 61 Samenstelling
1Iedere Statenfractie is vertegenwoordigd in een Statencommissie volgens de volgende verdeelsleutel:
-een fractie met maximaal 7 leden mag twee leden afvaardigen per commissie;
-een fractie met 8 of meer leden tot maximaal 11 leden mag drie leden afvaardigen per commissie;
-een fractie met 12 of meer leden mag 4 leden afvaardigen per commissie;
-elke fractie vaardigt voor iedere Statencommissie tenminste 1 plaatsvervangend lid af, dat deelneemt aan de vergaderingen bij ontstentenis van een lid.
2De (plaatsvervangende) leden van een Statencommissie worden door de voorzitter van Provinciale Staten op voordracht van de fractievoorzitters benoemd.
3Iedere fractievoorzitter kan voor een Statencommissie twee personen als duocommissielid voordragen die bij de vorige Statenverkiezingen wel verkiesbaar waren voor diezelfde fractie, maar niet in Provinciale Staten zijn gekozen. Voor het overige bestaan commissies uit Statenleden.
4Een duocommissielid legt, alvorens zijn functie als lid uit te oefenen, in handen van de voorzitter de volgende eed (verklaring en belofte) af:
‘ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van een commissie van Provinciale Staten benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van een commissie van Provinciale Staten naar eer en geweten zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig’.
(Dat verklaar en beloof ik.’)
5Van het afleggen van de eed (verklaring en belofte) wordt een proces-verbaal opgemaakt.
6Op een duocommissielid zijn de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 62 De commissievoorzitter
1De commissievoorzitter en zijn plaatsvervanger worden op voorstel van het presidium door Provinciale Staten uit hun midden benoemd.
2De commissievoorzitter telt niet mee bij de verdeelsleutel van de vertegenwoordiging van de Statenfracties in de commissie.
3De commissievoorzitter is belast met:
a.het leiden van de vergadering;
b.het handhaven van de orde;
c.het opstellen van de concept-agenda voor de commissievergadering;
d.het (doen) naleven van dit reglement.
Artikel 63 Zittingsduur en vacatures
1De zittingsperiode van een lid, de commissievoorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van Provinciale Staten.
2De voorzitter van Provinciale Staten kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd.
3Provinciale Staten kunnen op voorstel van het presidium de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.
4Een commissielid kan te allen tijde ontslag nemen. De fractievoorzitter doet daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter van Provinciale Staten.
5De commissievoorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag nemen. Daarvan wordt schriftelijk mededeling gedaan de voorzitter van Provinciale Staten. Het ontslag gaat in zodra een opvolger is benoemd.
6Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de voorzitter van Provinciale Staten zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 61 en 62.
Artikel 64 Griffier en Staten- en commissieadviseur
1De griffier wijst ter ondersteuning van iedere commissie een Staten- en commissieadviseur van de Statengriffie aan.
2De Staten- en commissieadviseur is in iedere vergadering aanwezig.
3Bij verhindering of afwezigheid van de Staten- en commissieadviseur wordt deze vervangen door een daartoe door de griffier aangewezen medewerker.
4De griffier en de Staten- en commissieadviseur kunnen de commissie gevraagd en ongevraagd van advies dienen.
Artikel 65 Auditcommissie
1Ingeval Provinciale Staten een auditcommissie instellen, is elke fractie met vier of meer leden in Provinciale Staten vertegenwoordigd in de auditcommissie.
2Fracties met minder dan vier leden in Provinciale Staten kunnen gezamenlijk één lid afvaardigen voor de auditcommissie.
Artikel 66 Aanwezigheid commissaris van de Koning en Gedeputeerde Staten bij commissievergaderingen
1De commissievoorzitter kan de commissaris van de Koning dan wel één of meer gedeputeerden uitnodigen om in de vergadering aan de beraadslagingen deel te nemen.
2Indien de commissaris van de Koning dan wel een gedeputeerde niet is uitgenodigd voor een vergadering van de Statencommissie en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe een verzoek aan de commissievoorzitter, die zo spoedig mogelijk daarop beslist.
3Bij aanvang van de vergadering kan de Statencommissie alsnog anders besluiten.
Artikel 67 Vergaderfrequentie
1De vergaderingen van een Statencommissie vinden plaats op basis van een door Provinciale Staten vastgesteld vergaderschema.
2Een Statencommissie vergadert voorts indien de commissievoorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.
3De commissievoorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de Staten- en commissieadviseur.
Artikel 68 Oproep en verspreiding vergaderstukken
1De commissievoorzitter zendt de leden van de Statencommissie tenminste twee weekenden voor een vergadering een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering, tenzij deze termijn wegens spoedeisendheid niet gehaald kan worden.
2Met de oproep ontvangen de leden de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken. De agenda vermeldt de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering.
3Stukken als bedoeld in artikel 85 Provinciewet, worden verzonden in een gesloten envelop, voorzien van het predicaat ‘geheim’. Deze gesloten envelop wordt in een envelop gestoken die voorzien is van de naam van de geadresseerde.
4Indien op stukken geheimhouding rust op grond van artikel 85 Provinciewet èn Gedeputeerde Staten daarom expliciet en gemotiveerd hebben verzocht, blijven de stukken in afwijking van het derde lid onder de griffier die desgevraagd uitsluitend inzage verleend aan de leden van Provinciale Staten.
5Met uitzondering van de stukken bedoeld in het derde en vierde lid, worden stukken op het provinciehuis ter inzage gelegd. Daarbij worden burgers gewezen op de mogelijkheid om gebruik te maken van hun spreekrecht als bedoeld in artikel 75 Provinciewet.
6Aanvullende documenten en voorstellen worden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee werkdagen voor aanvang van de vergadering aan de leden van de Statencommissie gezonden en op de provinciale website gepubliceerd met uitzondering van de stukken bedoeld in het derde en vierde lid.
Artikel 68a Onderwerpen op commissieagenda
Een onderwerp wordt op in de commissie geagendeerd, indien:
a.Gedeputeerde Staten of het Presidium een voorstel ter bespreking indienen;
b.Gedeputeerde Staten of Presidium een voorstel ter vaststelling door PS indienen;
c.Een commissielid een discussienota indient, of
d.Een commissielid een ter kennisneming aangeboden stuk wenst te bespreken.
Artikel 69 De commissieagenda
1In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van de oproep en de voorlopige agenda tot uiterlijk twee werkdagen voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.
2Bij aanvang van de vergadering stelt de Statencommissie de agenda vast, waarbij onderwerpen aan de agenda kunnen worden toegevoegd of afgevoerd en de volgorde van de agendapunten kan wijzigen. Als bij het vaststellen van de agenda blijkt, dat stukken die bij een agendapunt horen, minder dan twee weekeinden tevoren bij de leden van de commissie zijn gearriveerd en niet digitaal beschikbaar waren, dan kunnen deze door de Statencommissie van de agenda worden afgehaald.
3Wanneer een Statencommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan Gedeputeerde Staten of aan de commissaris van de Koning nadere inlichtingen of advies vragen. De Statencommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Artikel 70 Presentielijst
Tijdens de vergadering tekent ieder lid de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening vastgesteld.
Artikel 71 Quorum
1Een Statencommissie kan alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.
2Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de commissievoorzitter dag en uur van de volgende vergadering.
3Voor de vergadering bedoeld in het tweede lid, geldt geen quorum tenzij nieuwe stukken of voorstellen geagendeerd staan.
Artikel 72 Spreekrecht burgers
1Na de opening van de vergadering kunnen derden, tezamen gedurende maximaal dertig minuten, het woord voeren over onderwerpen, waarover de Statencommissie een inhoudelijke bespreking voert.
2Het woord kan niet gevoerd worden over:
a.een besluit van het provinciebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;
b.benoemingen van personen;
c.een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
3Zodra de besluitvormende fase van een project aan de orde is, wordt niet langer ingesproken over eerdere fasen van het project.
4Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste één werkdag voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. Bovendien geeft hij aan of hij namens een groepering spreekt of op eigen titel.
5Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De commissievoorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De commissievoorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
6De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.
7Indien een agendapunt bij meerdere Statencommissies geagendeerd staat, kan een inspreker slechts in één commissie het woord voeren over het betreffende onderwerp.
Artikel 72a Inspreekhalfuur
1Als vast agendapunt staat het inspreekhalfuur aan het begin van de vergadering opgenomen. Tijdens dit agendapunt kunnen derden het woord voeren over onderwerpen die niet op de agenda van de commissie staan. Wel moet het onderwerp betrekking hebben op het beleidsveld van de commissie.
2Degene, die van het inspreekhalfuur gebruik wil maken, meldt dit ten minste één werkdag voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, mailadres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. Bovendien geeft hij aan of hij namens een groepering spreekt of op eigen titel.
3Elke spreker krijgt maximaal drie minuten het woord. De commissievoorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers. De commissievoorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
4De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter geeft na inbreng van de spreker de leden van de commissie de gelegenheid voor een beknopte, verduidelijkende vraag.*
5Een spreker kan in niet meer dan één commissie inspreken over hetzelfde onderwerp.
Artikel 72b Rondvraag
1Tijdens de commissievergadering is er bij de rondvraag de gelegenheid tot het stellen van vragen.
2De vragen zijn beknopt en politiek van aard en worden (zoveel mogelijk drie werkdagen) van tevoren aangemeld bij de commissieadviseur. De voorzitter kan de vragensteller verzoeken om vragen die hier niet aan voldoen op een andere wijze in te dienen middels de daarvoor beschikbare instrumenten.
3Naar aanleiding van een rondvraag kan geen debat plaatsvinden.
Artikel 73 Notulen
1De notulen worden opgesteld onder de zorg van de Staten- en commissieadviseur.
2De notulen houden in:
a.de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de Staten- en commissieadviseur, de commissaris van de Koning en de gedeputeerden, de provinciesecretaris en de leden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben. Afzonderlijk wordt vermeld welke leden afwezig waren;
b.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
c.een zakelijke samenvatting van het besprokene met vermelding van de namen der aanwezigen die het woord voerden;
d.een samenvatting van het advies aan Provinciale Staten;
e.bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 80 door de Statencommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
3Schriftelijke bijdragen van fracties die niet bij de vergadering vertegenwoordigd zijn worden niet aan het verslag van de vergadering toegevoegd.
4De concept-notulen van de voorgaande vergadering worden, zo mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de oproep voor de eerstvolgende vergadering. De concept-notulen worden op hetzelfde moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden.
5Bij het begin van de vergadering worden, zo mogelijk, de notulen van de vorige vergadering vastgesteld.
6De leden, de commissievoorzitter en, naar aanleiding van en met betrekking tot hun deelname aan de beraadslaging, de leden van het college van Gedeputeerde Staten, de griffier en de provinciesecretaris, kunnen een voorstel tot wijziging aan de Statencommissie doen, indien de concept-notulen onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot wijziging wordt vóór het vaststellen van de notulen bij de Staten- en commissieadviseur ingediend.
7De vastgestelde notulen worden door de commissievoorzitter en de Staten- en commissieadviseur ondertekend.
Artikel 74 Spreekregels
De voorzitter verleent het woord en de spreker richt zich tot de voorzitter.
Artikel 75 Spreektermijnen
1De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de commissievoorzitter anders beslist.
2Elke spreektermijn wordt afgesloten door de commissievoorzitter.
3Een lid per fractie mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel, waarbij het spreken over een voorstel van orde niet wordt meegerekend
Artikel 76 Spreektijd
Indien de commissievoorzitter van een spreektijdenregeling gebruik wil maken, maakt hij gebruik van de spreektijdenregeling voor Statencommissies die door Provinciale Staten is vastgesteld.
Artikel 77 Voorstellen van orde
1Zowel de voorzitter als de leden kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.
2Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.
3Over een voorstel van orde beslist de Statencommissie terstond.
Artikel 78 Handhaving orde en schorsing
1Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord tenzij;
a.de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;
b.het gaat om interrupties.
2De commissievoorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
3Indien een spreker zich beledigend of onbetamelijk uitlaat, afwijkt van het aanhangige onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, kan hij door de commissievoorzitter tot de orde worden geroepen. Indien de spreker zijn gedrag voortzet, kan de commissievoorzitter hem gedurende de beraadslaging over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
4De commissievoorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.
5De Statencommissie kan op voorstel van de commissievoorzitter een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering ontzeggen, waarna het lid de vergadering onmiddellijk dient te verlaten.
6Bij herhaling van gedrag als bedoeld in het derde lid kan een lid voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd door de commissie.
Artikel 79 Beraadslaging
1De Statencommissie kan op voorstel van de commissievoorzitter of een lid besluiten om over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.
2Op voorstel van de commissievoorzitter of van een lid kan de Statencommissie besluiten de beraadslaging voor een door de commissievoorzitter te bepalen tijd te schorsen teneinde Gedeputeerde Staten of de leden de gelegenheid te geven tot onderling beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.
Artikel 80 Deelname aan de beraadslaging door anderen
1De Statencommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
2Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de commissievoorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging over het desbetreffende agendapunt wordt begonnen.
Artikel 81 Advies
1In een advies van de Statencommissie worden de standpunten van alle aanwezige fracties opgenomen.
2De Statencommissie kan aan Provinciale Staten adviseren om een besluit te nemen over een onderwerp of voorstel zonder beraadslaging.
Artikel 82 Instelling werkgroep
1De Statencommissie kan besluiten een werkgroep in te stellen, bestaande uit commissieleden, die de Statencommissie adviseert over een onderwerp.
2Een werkgroep heeft de status van een informeel overleg tussen commissieleden. Op het moment dat het wenselijk is formeel regels te stellen over de openbaarheid van vergaderingen en geheimhouding van stukken, wordt aan PS voorgesteld een commissie in te stellen als bedoeld in artikel 82 van de Provinciewet.
3Een werkgroep wordt ingesteld voor de periode van maximaal één jaar. De Statencommissie kan bepalen deze periode te verlengen.
4De Statencommissie stelt het presidium op de hoogte van de besluiten als bedoeld onder lid
5Dit reglement is van overeenkomstige toepassing op de werkgroep voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn met het informele karakter van de werkgroep.
Artikel 83 Besloten vergaderingen
Hoofdstuk 5, met uitzondering van artikel 51, is van overeenkomstige toepassing op besloten vergaderingen van Statencommissies.
Artikel 84 Algemene bepalingen
De artikelen 54 (Toehoorders en pers), 55 (Verstoring orde vergadering) en 57 (Geluid- en beeldregistraties) zijn van overeenkomstige toepassing op vergaderingen van Statencommissies.
Artikel 85 Buitenlandse dienstreis
1Een buitenlandse dienstreis is alleen toegestaan indien de Statencommissie nut en noodzaak daarvan in een voorstel aan het presidium heeft aangetoond en het presidium het voorstel heeft goedgekeurd.
2Dienstreizen vinden in beginsel alleen binnen Europa plaats.
3Bezoeken aan Europese instellingen worden niet als buitenlandse dienstreis aangemerkt.
4De dienstreis dient twee maanden voordat deze plaatsvindt bij de Statengriffier aangemeld te worden.
5Voorstellen voor buitenlandse dienstreizen dienen, voorzien van een begroting, doel en tijdstip van de dienstreis, alsmede het aantal deelnemers, aan het presidium te worden voorgelegd, alvorens verplichtingen worden aangegaan.
6Indien tentoonstellingen of festiviteiten plaatsvinden in de te bezoeken regio’s, waardoor de verblijfkosten onevenredig toenemen, dient de dienstreis in een andere periode plaats te vinden, tenzij een bepaalde tentoonstelling of festiviteit het doel van de dienstreis is.
7Benodigde tickets en accommodaties worden door de Statengriffie geregeld en geadministreerd.
8Alleen vaste leden van de Statencommissie, het lid van het college van Gedeputeerde Staten en medewerkers van de Statengriffie kunnen aan een buitenlandse dienstreis deelnemen. Plaatsvervangende leden kunnen slechts deelnemen bij verhindering of ontstentenis van een vast lid.
9Door de deelnemers aan een buitenlandse dienstreis wordt deelgenomen aan een integraal gepubliceerd programma, tenzij zich omstandigheden voordoen die onder de annuleringsverzekering vallen.
10Het verlengen van de buitenlandse dienstreis is toegestaan, mits voorafgaand aan de buitenlandse dienstreis toestemming is verleend door de voorzitter van Provinciale Staten na overleg met de vice-voorzitter van Provinciale Staten. De extra kosten komen volledig voor rekening van het lid van de commissie.
11De Statengriffie meldt de deelnemers aan voor dekking onder de doorlopende reis- en annuleringsverzekering van de provincie. De verzekering is van kracht voor alle personen die in opdracht of op uitnodiging van de provincie reizen naar het buitenland en in het binnenland maken. De definitie van een reis is hier dat er zowel in het binnen- als het buitenland sprake is van een overnachting. Er moeten daarvan boekingsbewijzen zijn.
12De voorzitter van de commissie legt verantwoording af over de collectieve uitgaven tijdens de reis.
13De deelnemende commissieleden stellen een verslag van de buitenlandse dienstreis op.. Dit verslag wordt in ieder geval gezonden aan het presidium.
14Individuele Statenleden kunnen op grond van een besluit van Provinciale Staten, namens een Statencommissie afgevaardigd worden naar een congres of seminar in het buitenland. De kosten van deze dienstreis worden aan het individuele Statenlid vergoed overeenkomstig de Verordening rechtspositie gedeputeerden, Staten- en commissieleden. Het aanvraagformulier moet worden ondertekend door de voorzitter van de commissie. Van de dienstreis wordt een verslag opgesteld. Dit verslag wordt in ieder geval ter kennisname toegezonden aan het presidium en aan de desbetreffende commissie uit Provinciale Staten.
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen
Artikel 86 Uitleg reglement
In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van dit reglement, beslissen Provinciale Staten of de Statencommissie op voorstel van de voorzitter of de commissievoorzitter. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter of de commissievoorzitter beslissen.
Artikel 87 Intrekking
Het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten van Noord-Holland 2007 en het Reglement van orde voor Provinciale Statencommissies in Noord-Holland 2007 worden ingetrokken.
Artikel 88 Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking na de dag van publicatie in het provinciaal blad.
Artikel 89 Citeertitel
Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten en Statencommissies van Noord-Holland 2015.