Aanhef
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;
overwegende,
dat per 1 juni 1995 het beheer en onderhoud van het Noordhollandsch Kanaal is over gegaan van het Rijk naar de provincie;
dat hun college (gedeputeerde staten) met ingang van genoemde datum van rechtswege het bevoegd gezag in de zin van de Scheep vaartverkeerswet (nautisch beheerder) van het Noordhollandsch Kanaal is;
dat het in het belang van:
a het verzekeren van een veilig en vlot verloop van het scheepvaartverkeer,
b het in stand houden van de scheepvaart weg en
c het voorkomen of beperken van schade door de scheepvaart aan de oevers en waterkeringen en het voorkomen van schade aan landschappelijke en natuur wetenschappelijke waarden wenselijk dan wel noodzakelijk is om het innemen van ligplaats (ankeren of meren) op het Noordhollandsch Kanaal te verbieden;
dat hun college ingevolge het Besluit administratieve bepalingen scheepvaart verkeer bevoegd is een daartoe strekkend verkeersbesluit te nemen;
dat het aanbeveling verdient om ter aan duiding van het verbod gebruik te maken van verkeerstekens A 5 van bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement;
dat van het ligplaatsverbod in beginsel een door hun college te verlenen ontheffing mogelijk is;
dat het voorts in het belang van de scheep vaart wenselijk/noodzakelijk is het ligplaats nemen op een aantal locaties langs de oevers van het Noordhollandsch Kanaal expliciet toe te staan;
dat de locaties die voor het innemen van ligplaats in aanmerking komen ten tijde van het beheer van het Noordhollandsch Kanaal door het Rijk reeds als zodanig zijn aan geduid (aanwijzingstekens categorie E.5 en E.7 van bijlage 7 van het Binnenvaartpolitie reglement);
dat er geen aanleiding bestaat om in het door het Rijk tot 1 juni gevoerde ligplaatsbeleid ten principale verandering te brengen;
gelet op de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement en het Besluit administratieve bepalingen scheepvaart verkeer;
besluiten:
Tekst
I door plaatsing van verbodstekens A.5 van bijlage 7 van het Binnenvaartpolitie reglement het ligplaats nemen (ankeren en meren) op het Noordhollandsch Kanaal te verbieden;
II [vervallen]
III. te bepalen dat waar nodig ter aanvulling of verduidelijking van de tekens bedoeld onder I en II bijkomende tekens (hoofd stuk F van bijlage 7 van het Binnenvaart politiereglement) kunnen worden geplaatst.