Aanhef
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;
Overwegende dat gelet op het besluit van de Regioraad van de Stadsregio Amsterdam van 13 december 2016 om uit de Gemeenschappelijke Regeling Adviescommissie Detailhandel Noord-Holland Zuid te treden in verband met het gewijzigde takenpakket van de Stadsregio het Reglement adviescommissie detailhandel Noord-Holland Zuid daarop dient te worden aangepast;
Gelet op artikel 82 van de Provinciewet en artikel 5 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening;
Besluiten vast te stellen:
Reglement regionale adviescommissie detailhandel Noord-Holland Zuid
Artikel 1 Adviescommissie
1Er is een regionale adviescommissie detailhandel Noord-Holland Zuid
2De Adviescommissie Detailhandel Noord-Holland Zuid brengt advies uit over ruimtelijke plannen, zoals omschreven in artikel 2, in de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Beverwijk, Blaricum, Bloemendaal, Diemen, Edam-Volendam, Gooise Meren, Haarlem, Haarlemmerliede Spaarnwoude, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Hilversum, Huizen, Landsmeer, Laren, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Velsen, Waterland, Weesp, Wijdemeren, Wormerland, Zaanstad en Zandvoort.
Artikel 2 Bevoegdheden
1De adviescommissie is bevoegd gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland over ruimtelijke plannen en beleid op het gebied van detailhandel.
2De adviescommissie wordt ter verplichte advisering voorgelegd:
a.bestemmingsplannen in voorbereiding met een detailhandelscomponent groter dan de ondergrens van 1500 m2 winkelvloeroppervlak met uitzondering van plannen in bestaande winkelcentra groter dan 25.000 m2 waarbij de ondergrens 3000 m2 winkelvloeroppervlak is;
b.detailhandelsvisies van de gemeente Amsterdam en de regio’s Amstelland-Meerlanden, Gooi en Vechtstreek, IJmond, Zaanstreek-Waterland en Zuid-Kennemerland;
c.provinciaal detailhandelsbeleid;
d.plannen van gemeenten voor brancheverruiming vallend binnen de definitie voor verplichte behandeling.
3Voor niet-verplichte advisering kunnen overheidsinstanties (de volgende plannen en visies aan de adviescommissie voorleggen:
a.gemeentelijke detailhandelsvisies;
b.ruimtelijke plannen met een detailhandelscomponent in een stadium van voorbereiding, nog niet rijp voor bestemmingsplannen;
c.ruimtelijke plannen met detailhandel component die niet voldoen aan de definitie voor verplichte behandeling;
d.ruimtelijke plannen met detailhandel component voor sanering en krimp van winkelgebieden.
4De adviescommissie stuurt met het advies aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland een afschrift van het advies naar de betreffende gemeente.
5Ingeval van een niet-verplicht advies stuurt de adviescommissie het advies aan de betreffende gemeente en een afschrift naar Gedeputeerde Staten van Noord-Holland.
6De adviescommissie fungeert tevens als kennisplatform, waar informatie wordt uitgewisseld over bijvoorbeeld:
a.de voortgang van plannen waarover de adviescommissie heeft geadviseerd;
b.nieuwe relevante onderzoeksgegevens;
c.nieuwe ontwikkelingen direct over de grenzen van de regio;
d.nieuws en signalen uit de regio’s over nieuwe plannen en detailhandelsontwikkelingen.
7De adviescommissie bewaakt de eigen onafhankelijkheid en onpartijdigheid; brengt uitsluitend advies uit, neemt geen standpunten in en dient niet zelfstandig zienswijzen in ten behoeve van ruimtelijke procedures.
Artikel 3 Samenstelling adviescommissie
1De adviescommissie is als volgt samengesteld:
a.één onafhankelijke voorzitter;
b.één onafhankelijke secretaris;
c.zeven leden als vertegenwoordigers uit de verschillende regio’s of gebieden;
d.twee leden als vertegenwoordigers vanuit de branches en sectoren;
e.drie onafhankelijke deskundigen.
2Gedeputeerde Staten benoemen de leden. Bij deze benoeming wordt door Gedeputeerde Staten gelet op een evenwichtige verdeling tussen expertise op het economisch en het ruimtelijk terrein. De benoeming van de leden geschiedt als volgt:
a.één lid voor te dragen door de regio Zuid-Kennemerland, door de volgende gemeenten: Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede Spaarnwoude, Heemstede en Zandvoort;
b.één lid voor te dragen door de regio IJmond, door de volgende gemeenten: Beverwijk, Heemskerk, en Velsen;
c.één lid voor te dragen door de regio Zaanstreek-Waterland, door de volgende gemeenten: Purmerend, Beemster, Zaanstad, Oostzaan, Landsmeer, Waterland, Edam-Volendam en Wormerland;
d.één lid aan te wijzen voor de regio Amstelland-Meerlanden, door de volgende gemeenten: Haarlemmermeer, Amstelveen, Aalsmeer, Uithoorn, Ouder-Amstel en Diemen;
e.twee leden aan te wijzen voor de gemeente Amsterdam, door de gemeente Amsterdam;
f.één lid voor te dragen door de regio Gooi en Vechtstreek, door de volgende gemeenten: Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren;
g.één lid aan te wijzen door Detailhandel Nederland en In Retail;
h.één lid aan te wijzen door MKB Noord-Holland.
3De drie onafhankelijke deskundigen worden door Gedeputeerde Staten benoemd op voordracht van de adviescommissie. Zij mogen niet verbonden zijn aan commerciële (advies-)bureaus en moeten beschikken over kennis op tenminste twee van de volgende kennisvelden:
a.detailhandelsbeleid;
b.ruimtelijke ordening in stedelijke omgeving;
c.retailtrends en consumentengedrag;
d.ontwikkelen van vastgoed;
e.beleggen in vastgoed;
f.planexploitaties met winkelcentra als onderdeel;
g.effecten van demografie en krimp op ruimtelijke ordening.
4Voor elk lid kunnen op gelijke wijze plaatsvervangende leden worden benoemd.
5Ieder lid van de adviescommissie voldoet aan de volgende kenmerken:
a.ieder lid moet ruimschoots kennis van zaken en relevante werkervaring hebben gedurende minimaal drie jaar op het gebied van detailhandel of de gebouwde omgeving in bredere zin, en
b.ieder lid is niet tevens:
1elid van de gemeenteraad;
2eburgemeester;
3ewethouder;
4elid van Provinciale Staten;
5egedeputeerde;
6ecommissaris van de Koning;
7elid van het dagelijks bestuur van een bestuurscommissie;
8elid of voorzitter van een bestuurscommissie.
6Een lid van de adviescommissie neemt geen deel aan de vergadering indien het lid niet onafhankelijk is van één of meerdere van de bij het aan de orde zijnde ruimtelijke plan of detailhandelsplan betrokken partijen.
7De leden van de adviescommissie worden benoemd voor een periode van vier jaar en kunnen eenmaal voor een periode van vier jaar worden herbenoemd.
8Een lid van de adviescommissie kan te allen tijde ontslag nemen.
9Indien door overlijden, ontslag of het verstrijken van de benoemingsperiode een vacature ontstaat, wordt een nieuw lid benoemd met inachtneming van hetgeen is bepaald in dit artikel.
Artikel 4 Voorzitter
1De onafhankelijk voorzitter wordt voor een periode van vier jaar benoemd door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en kan eenmaal voor een periode van vier jaar worden herbenoemd.
2De voorzitter neemt geen standpunten in.
3De voorzitter moet voldoen aan de volgende kenmerken:
a.de voorzitter beschikt over aantoonbare leidinggevende ervaring, kennis over ruimtelijke ordening en economie, heeft brede belangstelling voor en affiniteit met detailhandelsbeleid, en beschikt over een zakelijke manier van vergaderen, en
b.artikel 3, vijfde lid, onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter.
4De plaatsvervangend voorzitter wordt uit het midden van de adviescommissie benoemd.
Artikel 5 Secretariaat en jaarverslag
1Gedeputeerde Staten van Noord-Holland wijzen een secretaris aan.
2De secretaris is het dagelijks aanspreekpunt van de adviescommissie en neemt geen standpunten in en heeft geen stemrecht in de adviescommissie.
3De secretaris zorgt voor de ontvangst en doorgeleiding van de plannen waarover advies wordt gevraagd, checkt op ontvankelijkheid van de adviescommissie en of consultatie van overige betrokkenen heeft plaatsgevonden.
4De adviescommissie wordt ter vergadering gefaciliteerd door het secretariaat.
5De kosten verbonden aan het voeren van het secretariaat worden opgenomen in de begroting.
6De adviescommissie stelt één maal per jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor zij dient, een begroting op en legt deze begroting ter goedkeuring voor aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland.
7De adviescommissie legt aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland over elk begrotingsjaar binnen 3 maanden na afloop van dat jaar verantwoording af, onder overlegging van een jaarverslag met daarin opgenomen een financiële en inhoudelijke verantwoording en een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit reglement in de praktijk.
Artikel 6 Toehoorders
1Er zijn twee toehoorders in de commissie:
a.een vertegenwoordiger van de provincie Noord-Holland;
b.een vertegenwoordiger van de gemeente Almere.
2De toehoorders kunnen inhoudelijke en procedurele informatie verstrekken.
Artikel 7 Agendacommissie
1Er is een agendacommissie ten behoeve van de voorbereiding van de agendering en advisering van de adviescommissie.
2De agendacommissie bestaat uit:
a.de voorzitter;
b.de secretaris;
c.een roulerend commissielid aangewezen door de regiovertegenwoordigers;
d.een roulerend commissielid aangewezen door de branches, sectoren en onafhankelijke deskundigen.
3De roulerende leden van de agendacommissie wisselen ieder kalenderjaar. Indien er geen vervanger beschikbaar is op het moment van rouleren, dan kan het zittende lid worden herkozen door de adviescommissie.
4De agendacommissie bereidt de advisering van de adviescommissie voor en geeft ten behoeve van ieder advies een concept-oordeel over de effecten op de detailhandelsstructuur, kwalitatieve aspecten van het plan, de geschiktheid van de locatie voor de detailhandelsfunctie en de randvoorwaarden.
5De agendacommissie kan besluiten om deskundigen met specifieke kennis van een deelregio, of met een bepaald specialisme te raadplegen.
6De werkwijze, zoals neergelegd in artikel 10, is van overeenkomstige toepassing op de agendacommissie.
Artikel 8 Toetsings- en beoordelingscriteria bij verplicht en niet-verplicht advies
1De ruimtelijke plannen worden ten minste getoetst aan:
a.Het detailhandelsbeleid van de provincie Noord-Holland, de Structuurvisie Noord-Holland 2040 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening;
b.Het regionale beleid voor detailhandel.
2Indien er geen regionaal beleid als bedoeld in het eerste lid beschikbaar is, dan is het provinciale beleid als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, leidend.
3Indien het regionaal beleid als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, in strijd is met het provinciale beleid als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dan is het provinciale beleid leidend. In het advies wordt toegelicht waarom volgens de adviescommissie sprake is van tegenstrijdig beleid.
Artikel 9 Advisering
1De adviescommissie brengt binnen maximaal acht weken na indiening een advies uit.
2Het advies wordt uitgebracht voordat het ontwerp bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd.
3Indien advisering niet haalbaar is voorafgaande aan terinzagelegging van een plan als ontwerp bestemmingsplan, dan dient het advies in ieder geval beschikbaar te zijn drie weken voordat de termijn is verstreken waarin de provincie een zienswijze kan indienen.
4De adviescommissie geeft bij elk advies aan hoelang dit advies geldig blijft.
Artikel 10 Werkwijze
1Het adviesverzoek wordt ingediend bij het secretariaat als bedoeld in artikel 5.
2Het secretariaat zendt het advies door naar de agendacommissie.
3De adviescommissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit noodzakelijk acht.
4De vergaderingen van de adviescommissie zijn niet openbaar.
5De adviescommissie kan personen die over inhoudelijke deskundigheid beschikken, uitnodigen om voor een periode, voor één vergadering of voor één concreet ruimtelijk plan als adviseur bij de vergadering aanwezig te zijn.
6In een advies van de adviescommissie wordt zoveel mogelijk recht gedaan aan de standpunten en belangen van de leden waarbij wordt gestreefd naar een unaniem gedragen advies.
7Indien geen unaniem advies kan worden uitgebracht, worden de verschillende standpunten in het advies opgenomen.
8Het advies is goed onderbouwd en kent één van de volgende uitspraken:
a.negatief: dit advies wordt gegeven als het grootste deel van het plan of de kern van het plan wordt ontraden;
b.aanpassing of uitwerking vereist: dit advies wordt gegeven als het grootste gedeelte of het plan in beginsel positief wordt bevonden, maar als het plan op onderdelen wordt ontraden. De Adviescommissie geeft aan wat er moet gebeuren om in principe een positief advies te krijgen;
c.positief: dit advies wordt gegeven als het plan goed past binnen de beoordelingscriteria, eventueel aangevuld met tips en suggesties voor verbetering van de plannen.
9In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter.
10De adviescommissie kan zijn werkwijze nader uitwerken in een huishoudelijk reglement, met inachtneming van de gemeenschappelijke regeling en dit reglement. Een afschrift van het huishoudelijk reglement wordt gezonden aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland.
Artikel 11 Kosten en vergoedingen
1De kosten die voor het functioneren van de adviescommissie noodzakelijk zijn, komen ten laste van de provincie Noord-Holland.
2Voor het bijwonen van de vergaderingen van de adviescommissie ontvangen de voorzitter en de onafhankelijke leden een vergoeding.
3De voorzitter en de onafhankelijke leden ontvangen hun vergoeding conform het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
Artikel 12 Intrekking
Het Reglement Adviescommissie Detailhandel Noord-Holland Zuid van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en het dagelijks bestuur van de Stadsregio Amsterdam van 1 juli 2015 wordt ingetrokken.
Artikel 13 Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2017.
Artikel 14 Citeertitel
Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement Adviescommissie Detailhandel Noord-Holland Zuid.
Haarlem, 24 januari 2017. .
Uitgegeven op 1 februari 2017
Namens Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,
R.M. Bergkamp, provinciesecretaris