Provinciale wetgeving

Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 20 mei 2025, nr. 2407865/2407867, tot vaststelling van het Beleggingsstatuut Fonds nazorg gesloten stortplaatsen Noord-Holland 2025

Provincie Noord-Holland · geldt sinds 18 juni 2025

Aanhef

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, optredende als bestuur van het Fonds nazorg gesloten stortplaatsen Noord-Holland;

Overwegende dat het gewenst is het Beleggingsstatuut Fonds nazorg gesloten stortplaatsen provincie Noord-Holland 2019 te actualiseren;

Gelet op artikel 4, vierde lid, van het Reglement Fonds nazorg gesloten stortplaatsen Noord-Holland 2019;

Besluiten:

4 Beheermodel

4.2 Processen

4.2.1 Vermogensbeheer

Er is sprake van intern en extern vermogensbeheer.

Het intern vermogensbeheer houdt in dat de organisatie van het Nazorgfonds verantwoordelijk is voor het strategische beleggingsbeleid en voert het beheer over spaarrekeningen en rekeningcourant uit. Het extern vermogensbeheer heeft betrekking op de gehele portefeuille exclusief de spaarrekeningen / rekening courant. Het extern vermogensbeheer wordt belegd bij een externe vermogensbeheerder. De externe vermogensbeheerder voert het beheer over de portefeuille uit op basis van het verleende mandaat en heeft binnen de mandaatgrenzen de discretionaire bevoegdheid te handelen namens (“voor rekening en risico van”) het nazorgfonds. De externe vermogensbeheerder is verantwoordelijk voor het uitvoeren van transacties en settlement, voor het day-to-day risicomanagement, voor het aanleveren van maandelijkse rapportages.

4.2.2 Beleggingsadministratie

De administratie inzake de beleggingen van het Nazorgfonds wordt uitgevoerd door de werkgroep Nazorgfonds bestaande uit medewerkers van de provincie. De administratie omvat:

•De boekhouding van de beleggingen.

•De oplevering van rapportages inzake beleggingsposities, positiemutaties en beleggingsperformance.

Ten aanzien van de beleggingsperformance geldt dat deze minimaal op kwartaalbasis zal worden gemonitord en binnen één maand na kwartaaleinde zal worden gerapporteerd aan de Beleggingscommissie. De administratie wordt uitgevoerd op stortplaatsniveau. Overig beleid

hoofdstuk

5.1 Risicomanagement beleid

5.1.1 Risico beleggingsinstrumenten

Om het risico op beleggingsinstrument niveau te beperken, worden de volgende limieten gehanteerd ten aanzien van beleggingsinstrumenten:

•Er wordt enkel belegd in beleggingsfondsen en individuele schuldtitels die zijn genoteerd in euro’s. Valutarisico’s binnen een beleggingsfonds zijn wel toegestaan, waarbij de volgende limieten gelden:

○ Van de totale portefeuille mag maximaal 35% van de onderliggende waarden in vreemde valuta zijn genoteerd.

○ In totaal mag maximaal 25% van de onderliggende waarden in USdollars zijn genoteerd.

○ Voor overige vreemde valuta geldt een limiet van 10% van de totale portefeuille per valuta.

•Met het oog op de verhandelbaarheid is het in het standaard en midden risicoprofiel enkel toegestaan om te beleggen in individuele schuldtitels die zijn genoteerd aan een officieel erkende effectenbeurs. De aan- en verkoop van deze obligaties mag zowel via de beurs als OTC geschieden.

•Enkel individuele schuldtitels die worden gekwalificeerd als senior schuld zijn toegestaan. Individuele schuldtitels met een achterstelling zijn niet toegestaan.

•Er wordt voor individuele schuldtitels geen gebruik gemaakt van securities lending, dat wil zeggen dat het niet is toegestaan om de individuele schuldtitels uit de portefeuille op enige wijze te verpanden of te belenen.

•Het beleggen met geleend geld (leverage) is niet toegestaan.

5.1.2 Kredietrisico

Op stortplaatsniveau dient de beleggingsportefeuille te voldoen aan wet Fido en de Ruddo. Ten aanzien van individuele beleggingen in vastrentende waarden geldt dat alle tegenpartijen en/of de door hen uitgegeven waardepapieren binnen één van de categorieën als uiteengezet in Tabel 2 van paragraaf 5.1.3 dienen te vallen.

5.1.3 Concentratierisico

Ter beperking van het concentratierisico dient voldoende spreiding aangebracht te worden in de beleggingsportefeuille. Enerzijds wordt dit bewerkstelligd door het beleggen in verschillende beleggingscategorieën als bepaald in de risicoprofielen. Anderzijds zijn limieten ingesteld op basis van tegenpartij en looptijden. Naast de (rating)vereisten als beschreven in paragraaf 5.1.2 gelden voor individuele beleggingen in vastrentende waarden de in onderstaande tabel uiteengezette limieten per tegenpartij en op looptijd.

Tabel 2: tegenpartij en looptijd limitering

Tegenpartij

Limiet per tegenpartij

9Het bedrag dat maximaal bij een tegenpartij mag worden ondergebracht als % van het totale Nazorgfondsvermogen.

Maximale looptijd

1EER (de)centrale overheden met een AAA of AAA-minus rating

10Ratingvereisten gelden bij aanschaf van de positie, overeenkomstig wet Fido / Ruddo.

.

Maximaal 20%

30jaar

2EER (de)centrale overheden met een AA-plus of AA-rating of AA-minus rating.

Maximaal 10%

20jaar

3Financiële ondernemingen, of de door hen uitgegeven vastrentende waarden, met een AAA-rating die zijn gevestigd in een EER-lidstaat die ten minste beschikt over een AA-minus rating.

Maximaal 10%

15jaar

4Financiële ondernemingen, of de door hen uitgegeven vastrentende waarden, met een AA of AA-minus rating die zijn gevestigd in een EER-lidstaat die ten minste beschikt over een AA-minus rating.

Maximaal 5%

10jaar

5Financiële ondernemingen, of de door hen uitgegeven vastrentende waarden, met een A-rating die zijn gevestigd in een EER-lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating (alleen indien het direct opvraagbare spaargelden en uitzettingen betreffen voor een periode < 3 maanden).

Maximaal 10%

3maanden

Met betrekking tot tegenpartij-limieten geldt tevens het volgende:

•De rating dient door minimaal twee van de volgende ratingbureaus te worden afgegeven: Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch.

•Voor eurozone landen wordt de local long term currency rating gehanteerd. Voor niet-eurozone landen dient de foreign long term currency rating te worden gehanteerd.

•Bij een downgrading van een obligatie, financiële onderneming, of een land beneden de limieten zoals vastgelegd in dit statuut treedt de Werkgroep Nazorgfonds in overleg met de Beleggingscommissie, die via de treasurer de directeur Middelen zal adviseren over het al dan niet verkopen van de betreffende beleggingen. De directeur rapporteert hierover aan het dagelijks bestuur.

Voor fondsbeleggingen gelden geen verdere limieten met betrekking tot het concentratierisico en looptijden.

5.2 Selectiebeleid

5.2.1 Selectiebeleid beleggingsfondsen

Bij het selecteren van beleggingsfondsen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

•Middels een selectieprocedure worden fondsen geselecteerd.

•In een separate handreiking is de selectieprocedure van beleggingsfondsen uitgewerkt.

•De lijst met geselecteerde beleggingsfondsen wordt ter goedkeuring aangeboden aan het Dagelijks Bestuur.

•De beleggingsfondsen in de beleggingsportefeuille worden regelmatig, maar minimaal eens per 5 jaar, geanalyseerd. Wanneer de analyse daar aanleiding toe biedt worden nieuwe fondsen geselecteerd.

•De initiële deelname in één beleggingsfonds mag niet meer dan 5% zijn van de AuM in het fonds. Indien de deelname op een gegeven moment groter is dan 7,5% dient te worden afgebouwd naar de norm van 5%.

•Bij grove nalatigheid en bij mogelijke reputatieschade voor de provincie Noord-Holland zal uit het betreffende beleggingsfonds worden gestapt en zal de relatie met de beleggingsfondsbeheerder worden opgezegd.

5.2.2 Selectiebeleid individuele beleggingen in vastrentende waarden

Ten aanzien van de individuele beleggingen in vastrentende waarden geldt het volgende:

•In het standaard en het midden risicoprofiel worden middels een selectieprocedure individuele beleggingen in vastrentende waarden geselecteerd.

•In een separate handreiking is de selectieprocedure van individuele beleggingen in vastrentende waarden uitgewerkt.

•De lijst met geselecteerde individuele beleggingen in vastrentende waarden wordt ter goedkeuring aangeboden aan het Dagelijks Bestuur.

•Bij het lage risicoprofiel zullen de beleggingen in vastrentende waarden en of deposito’s worden geselecteerd in overleg met de stortplaatsexploitant. Het Dagelijks Bestuur dient vervolgens goedkeuring te geven.

5.3 Duurzaamheidsbeleid

Artikel II

Het Beleggingsstatuut van het Fonds Nazorg gesloten stortplaatsen provincie Noord-Holland 2019 wordt ingetrokken.

Artikel III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin deze is geplaatst.

Bijlage A: Definities

Item

Beschrijving

Aandeel

Een deelneming in het kapitaal van een onderneming. Het betreft hier een financieel instrument dat op een officiële effectenbeurs genoteerd en verhandelbaar is. De beloning voor de kapitaalverschaffer kan bestaan uit een periodieke dividenduitkering (wanneer de onderneming een winstuitkering doet) en een waardestijging (welke afhankelijk is van de vraag naar en aanbod van het betreffende effect op de effectenbeurs).

Actief fondsmanagement

Fondsbeheer waarbij de fondsmanager zelf een portefeuille samenstelt, gebruikmakend van een variëteit aan beleggingsstijlen, -benaderingen en –technieken met als doel om de benchmarkindex te verslaan.

Asset Liability management(ALM)

Het managen van de mismatch tussen activa en passiva. Dit gebeurt doorgaans door gebruik te maken van (markt)risicomanagementtechnieken.

Beleggingsbeleid

Manier van handelen die van tevoren wordt vastgesteld. Hierbij wordt gekeken welk risico de belegger wil lopen bij het nastreven van zijn doel.

Beleggingsfonds

Een beleggingsfonds is een door een beleggingsinstelling beheerd vermogen, bestaand uit een hoeveelheid of een mix van aandelen, obligaties, onroerend goed objecten, derivaten of liquide middelen. De (koers en krediet) risico’s worden gespreid doordat het fonds uit meerdere beleggingen bestaat.

Beleggingsfondsbeheerder

Partij die het geld in een beleggingsfonds beheert. Voor zijn diensten wordt een management fee betaald.

Beleggingsinstelling

Beleggingsmaatschappij of beleggingsfonds (zie artikel 1:1 Wft).

Beleggingsonderneming

Degene die een beleggingsdienst verleent of een beleggingsactiviteit verricht’ (zie artikel 1:1 Wft).

Beleggingsstrategie

De beleggingsstrategie geeft aan welke beleggingsproducten dienen te worden aangeschaft en/ of verkocht, waarbij rekening wordt gehouden met de rendementen en risico’s en de liquiditeitsplanning van het Nazorgfonds.

Benchmarkindex

Een objectieve maatstaf voor zowel de samenstelling als de performance van het belegde vermogen. Een benchmark-index is een mandje van – bijvoorbeeld – een aantal aandelen. In beginsel bepaalt de totale waarde van alle uitstaande aandelen de waarde van een index; fluctuaties in de waarde van de index worden dus veroorzaakt door koersfluctuaties van de in de index opgenomen aandelen.

Beleggingsmix

De verdeling van beleggingen over de verschillende beleggingscategorieën, zoals zakelijke waarden en vastrentende waarden.

Bewaarbedrijf

Bedrijf dat beursgenoteerde effecten bewaard en zorg draagt voor de financiële afhandeling van deze effecten.

Buy and hold strategie

Een beleggingsstrategie waarbij eenmaal aangekochte beleggingen voor de langere termijn worden aangekocht. Ergo niet tussentijds op basis van marktvisie worden verhandeld.

Cash

Liquiditeiten die worden aangehouden op rekening-courant.

Commodities

Een commodity is een beleggingsklasse en heeft betrekking op grondstoffen en bulkgoederen. De commodity's worden voornamelijk verhandeld via termijncontracten op de beurs. Deze wordt meegenomen in de beleggingsklasse ‘overige’.

Credit rating

Engelse term voor een oordeel over de kredietwaardigheid van een organisatie of land, Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch zijn de bekendste rating agencies.

Deposito’s

Een deposito is een (onderhandse) uitzetting van een som geld bij een financiële instelling voor een van tevoren afgesproken vaste termijn, waarbij de hoofdsom en de opgelopen rente aan het einde van de looptijd worden uitgekeerd. De hoofdsom is tussentijds meestal niet opvraagbaar.

Derivaten

Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.

Doelvermogen

Netto contante waarde benodigd op het moment van start nazorg ter financiering van de reguliere nazorgactiviteiten inclusief het risicobedrag. Het doelvermogen wordt berekend door het kapitaliseren van alle nazorgkosten.

Duration

Duration is een maatstaf voor de rentegevoeligheid van een obligatie of een portefeuille obligaties. Dit wordt veel gebruikt bij het beheer van obligaties binnen een beleggingsportefeuille, maar kan evengoed gebruikt worden voor ieder vaste inkomstenzekerstelling.

Duration matching

Situatie waarbij de rentegevoeligheid (duration) van de beleggingen gelijk is aan de rentegevoeligheid (duration) van de verplichtingen. Er wordt geen renterisico gelopen.

Gematchte belegging

Beleggingsstrategie waarbij de ontvangsten vanuit de belegging exact worden afgestemd op de uitgaven.

Hedgen

Door het innemen van een tegengestelde positie immuniseren van het risico.

Nazorgfonds

Het fonds als bedoeld in artikel 15.47 van de Wet Milieubeheer bedoeld voor de nazorg, die aanvangt na sluiting van een stortplaats (artikel 8.47, derde lid, van de Wet milieubeheer).

Nazorgheffing

Termijnen ter financiering van het doelvermogen.

Nazorgkosten

Kosten voor instandhouding, controlemetingen, inspecties en onderhoud.

Obligatie

Een schuldvordering uitgegeven door een onderneming of een overheid (lang vreemd vermogen). De hoofdsom wordt aan het einde van de looptijd uitgekeerd. De beloning voor de houder bestaat uit een uitkering in de vorm van (coupon) rente, welke periodiek wordt uitgekeerd. De waarde van het effect kan gedurende de looptijd fluctueren onder andere als gevolg van vraag en aanbod , de rentestand en de kredietwaardigheid van de onderneming.

Passief beheerd beleggingsfonds

Beleggingsfonds dat als doel heeft om een bepaalde index te volgen.

RINAS model

Rekenmodel IPO Nazorg Stortplaatsen. Het RINAS model berekent het doelvermogen van stortplaatsen en baggerdepots.

Securities Lending

Het uitlenen van effecten voor een bepaalde periode tegen liquiditeit of andere effecten. Het doel is extra rendement te halen.

Solvabiliteitsratio

De mate waarin een organisatie op lange termijn aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. De ratio is een verhouding in procenten tussen het aansprakelijk vermogen en de naar risicograad gewogen activa, die geldt voor de balans van financiële instellingen en de overheid. Het aansprakelijk vermogen bestaat uit aandelenkapitaal, reserves, voorzieningen en achtergestelde lange leningen. De solvabiliteitsratio wordt voorgeschreven door de bancaire toezichthoudende autoriteit in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (bijvoorbeeld ‘De Nederlandsche Bank’). Een solvabiliteitsweging van 0% (‘solvabiliteitsvrije status’) wordt toegekend aan het schuldpapier van een financiële instelling wanneer deze hiervoor geen reserves (0%) behoeft aan te houden (bijvoorbeeld schatkistpapier uitgegeven door de (centrale) overheden).

Streefportefeuille

De beoogde strategische beleggingsmix (waar naar gestreefd wordt) zoals vastgelegd in de risicoprofielen.

Underperformance

Een negatief verschil tussen het behaalde beleggingsrendement en het rendement van de benchmark.

Vastrentende waarden

Verhandelbare of niet verhandelbare leningen, waarbij aan het eind van de looptijd de hoofdsom vermeerderd met een rentevergoeding – die van te voren is afgesproken – wordt uitgekeerd. Voorbeelden van vastrentende waarden zijn: deposito’s en obligaties uitgegeven door financiële instellingen.

Zakelijke waarden

Verzamelnaam voor diverse beleggingsmogelijkheden die niet de zekerheid bieden dat de nominale waarde niet wordt aangetast. Voorbeelden van zakelijke waarden zijn aandelen, onroerend goed, grondstoffen, afgeleide producten en edele metalen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.