Aanhef
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland
overwegen dat bij het beschikken op aanvragen om omgevingsvergunning of bij het opstellen van maatwerkvoorschriften en vergunningvoorschriften, zij het aanvaardbaar hinderniveau voor geur dienen vast te stellen, rekening dienen te houden met de regels in het omgevingsplan en rekening dienen te houden met artikel 4.81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 4.5 Omgevingswet, hoofdstuk 5 van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving;
overwegen dat het noodzakelijk en wenselijk is om met het oog op het verminderen van geurhinder beleidsregels te stellen over de beoordeling van geurhinder bij milieubelastende activiteiten;
Besluiten: vast te stellen:
Beleidsregel beoordeling geurhinder milieubelastende activiteiten in provincie Noord-Holland 2024
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a.aanvaardbaar hinderniveau: door gedeputeerde staten vastgestelde mate van hinder die nog aanvaardbaar is;
b.advies met instemming: een advies met instemming als bedoeld in artikel 16.15 en 16.16 van de Omgevingswet.
c.bestaande activiteit: activiteit waarvoor reeds een vergunning is verleend;
d.bestaande geurbelasting: hedonisch gewogen geurbelasting als gevolg van de bestaande activiteiten;
e.European odour unit (of Europese geureenheid)( OUE ): eenheid voor geur als bedoeld in de Handleiding geur en de NTA 9065 (NTA = Nederlandse Technische Afspraak) https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/lucht/geur/handleiding-geur/
f.e-neus: elektronische neus als beschreven in de NTA 9055.
g.geurbelasting: uurgemiddelde geurconcentratie op leefniveau bij een bepaalde percentielwaarde, berekend aan de hand van een verspreidingsmodel;
h.geurbron: bron die stoffen naar de lucht emitteert die geurhinder kunnen veroorzaken;
i.geuremissie van een bron: representatieve uitstoot van een geurbron uitgedrukt in European odour units per kubieke meter (OUE /m3 );
j.geurimmissie: geurconcentratie in de omgeving ten gevolge van de geuremissie van een of meerdere bronnen, uitgedrukt in een percentielwaarde;
k.grenswaarde: norm voor de hedonisch gewogen geurbelasting die in acht genomen wordt bij de beoordeling van aanvragen om vergunning;
l.hedonische waarde: maat voor de (on)aangenaamheid van een geur, uitgedrukt op een schaal van H = -4 (uiterst onaangenaam) tot H = +4 (uiterst aangenaam);
m.hedonisch gecorrigeerde geuremissie: geuremissie van een bron gedeeld door de hedonische weegfactor F;
n.hedonisch gewogen geurconcentratie: geurconcentratie op basis van hedonisch gecorrigeerde geuremissie van alle betrokken geurbronnen (OUE (H)/m3 );
o.hedonisch gewogen geurbelasting: geurbelasting op basis van hedonisch gecorrigeerde geuremissies van alle betrokken geurbronnen;
p.hedonische weegfactor F: verhouding tussen de geurconcentratie die behoort bij de hedonische waarde van –1 van een geurbron en de normwaarde van 1 OUE /m3 ;
q.nieuwe activiteit: activiteit waarvoor voor de eerste keer een vergunning wordt aangevraagd, dan wel een uitbreiding van een bestaande activiteit;
r.overschrijdingssituatie: situatie waarbij als gevolg van de bestaande activiteiten de daarvoor geldende richtwaarden worden overschreden;
s.percentiel: percentage van de tijd waarin een door het verspreidingsmodel berekende geurconcentratiewaarde, uitgedrukt in een gemiddelde waarde per uur, niet wordt overschreden;
t.richtwaarde: norm voor de hedonisch gewogen geurbelasting waarmee rekening gehouden wordt bij de beoordeling van aanvragen om vergunning;
u.saneringssituatie: situatie waarbij als gevolg van de bestaande activiteiten de daarvoor geldende grenswaarden worden overschreden;
v.vergunning: omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder b, van de Omgevingswet;
Artikel 2 Definities
Bij de toepassing van deze beleidsregel worden de volgende definities gehanteerd:
a.tot geurgevoelige objecten worden gerekend: aaneengesloten woonbebouwing, ziekenhuizen en sanatoria, bejaarden- en verpleeghuizen, woonwagenterreinen, asielzoekerscentra, (kinder-)dagverblijven, scholen, penitentiaire milieu belastende activiteiten alsmede objecten die met bovengenoemde geurgevoelige objecten gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de functie van het object, de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daar aanwezig is en de omgeving van het object;
b.tot minder geurgevoelige objecten worden gerekend: bedrijfswoningen, woningen in het landelijk gebied, verspreid liggende woningen, recreatiegebieden voor dagrecreatie, accommodaties voor verblijfsrecreatie, zelfstandige kantoren, winkels alsmede objecten die met bovengenoemde minder geurgevoelige objecten gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de functie van het object, de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daar aanwezig is en de omgeving van het object;
c.tot overige geurgevoelige objecten worden gerekend: één van de onder b genoemde objecten indien het zich op een bedrijventerrein bevindt dat is bestemd voor milieubelastende en volgens het Besluit activiteiten leefomgeving vergunningplichtige activiteit conform de betreffende bestemmingsplannen.
Artikel 3 Algemeen
1Gedeputeerde staten nemen bij het beschikken op een aanvraag om omgevingsvergunning, dan wel bij het naar aanleiding van een aanvraag om advies met instemming, dan wel het opnemen van maatwerkvoorschriften, de in de NTA9065 beschreven methodiek voor het bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau als uitgangspunt.
2Gedeputeerde staten beoordelen een aanvraag om omgevingsvergunning, advies met instemming of maatwerkvoorschrift aan de hand van het toetsingskader zoals neergelegd in deze beleidsregel, tenzij in het Besluit activiteiten leefomgeving voor de desbetreffende activiteit ter bepaling van het aanvaardbaar hinderniveau nadere geuremissie/ -immissie-eisen zijn opgenomen.
3Gedeputeerde staten gaan bij de beoordeling van de geurbelasting uit van de hedonisch gewogen geurbelasting.
4Gedeputeerde staten stellen bij het beoordelen van een aanvraag om vergunning, advies met instemming of maatwerkvoorschrift als bedoeld in het tweede lid, de hedonisch gewogen geurbelasting vast overeenkomstig de artikelen 3a tot en met 8.
5Deze beleidsregel is niet van toepassing op aanvragen om een vergunning voor veehouderijen, als bedoeld in paragraaf 3.6.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 3a Eisen aan de berekening van de hedonisch gewogen geurbelasting
1Gedeputeerde Staten hanteren bij het bepalen van de hedonische weegfactor F de lijst met hedonische waarden H = –1 opgenomen in bijlage 1 bij deze beleidsregel.
2Indien een activiteit of materiaal niet is opgenomen in bijlage 1 bij deze beleidsregel, hanteren Gedeputeerde Staten een waarde die naar haar oordeel met de waarde H = -1 van een andere activiteit of materiaal, opgenomen in bijlage 1 bij deze beleidsregel gelijkgesteld kan worden.
3Niet eerder dan dat Gedeputeerde Staten tot het oordeel komen dat op basis van het eerste en tweede lid geen hedonische weegfactor F kan worden gehanteerd, kunnen Gedeputeerde Staten gebruik maken van andere documenten of meetonderzoeken.
4Indien de hedonische weegfactor F wordt bepaald op basis van documenten of meetonderzoeken als bedoeld in het derde lid, houden Gedeputeerde Staten rekening met de samenhang tussen die waarde en de waarden opgenomen in bijlage 1 bij deze beleidsregel.
5Indien voor een emissie aan de hand van het eerste tot en met het vierde lid geen hedonische weegfactor F kan worden bepaald, wordt de hedonisch gecorrigeerde geuremissie berekend met de fictieve waarde F = 0,5.
6Bij het bepalen van de hedonische weegfactor F wordt geen rekening gehouden met luchtemissie beperkende technieken of enige andere voorzieningen in de luchtstroom.
Artikel 4 Richt- en grenswaarden
1Gedeputeerde Staten hanteren bij de beoordeling van de hedonisch gewogen geurbelasting bij geurgevoelige objecten in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor bestaande activiteiten de navolgende richt- en grenswaarden:
2Gedeputeerde staten hanteren bij de beoordeling van de hedonisch gewogen geurbelasting bij geurgevoelige objecten in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor nieuwe activiteiten de navolgende grenswaarden:
3Gedeputeerde staten hanteren bij de beoordeling van de hedonisch gewogen geurbelasting bij geurgevoelige objecten in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor de bestaande en nieuwe activiteiten gezamenlijk, de richt- en grenswaarden, genoemd in het eerste lid.
4Gedeputeerde staten kunnen in situaties als bedoeld in artikel 10 besluiten de normering, genoemd in artikel 4, niet toe te passen.
Artikel 5 Vaststelling aanvaardbaar geurhinderniveau bestaande activiteiten
1Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, uitsluitend betrekking heeft op bestaande activiteiten, stellen gedeputeerde staten de hedonisch gewogen geurbelasting in de vergunningsvoorschriften of de verklaring vast op ten hoogste de grenswaarde of, indien de bestaande geurbelasting lager is, de bestaande geurbelasting.
2In geval van een saneringssituatie nemen gedeputeerde staten in de vergunningsvoorschriften of de verklaring op dat de aanvrager binnen een aangegeven termijn van maximaal 10 jaar, met inachtneming van hetgeen is opgenomen in een geuronderzoek dat bij de aanvraag is overgelegd, moet voldoen aan de grenswaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
3In geval van een overschrijdingssituatie nemen gedeputeerde staten in de vergunningsvoorschriften of de verklaring op dat de aanvrager verplicht is iedere 4 jaar, maar binnen een aangegeven termijn van maximaal 10 jaar, te onderzoeken of voldaan kan worden aan de richtwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, en dat de resultaten van deze onderzoeken dienen te worden gerapporteerd aan Gedeputeerde Staten.
Artikel 6 Vaststelling aanvaardbaar geurhinderniveau nieuwe activiteiten
In geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor nieuwe activiteiten, stellen gedeputeerde staten de hedonisch gewogen geurbelasting in de vergunningsvoorschriften of de verklaring vast op ten hoogste de grenswaarden, bedoeld in artikel 4, tweede lid.
Artikel 7 Vaststelling aanvaardbaar geurhinderniveau bestaande en nieuwe activiteiten gezamenlijk
1In geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor zowel bestaande als nieuwe activiteiten, stellen gedeputeerde staten de hedonisch gewogen geurbelasting in de vergunningsvoorschriften of de verklaring als gevolg van de bestaande en nieuwe activiteiten gezamenlijk vast op ten hoogste grenswaarde of, indien de bestaande geurbelasting lager is, de bestaande geurbelasting.
2In geval de bestaande geurbelasting lager is dan de richtwaarden bedoeld in artikel 4, eerste lid, kunnen gedeputeerde staten in afwijking van artikel 4, derde lid, de hedonisch gewogen geurbelasting in de vergunningsvoorschriften of de verklaring als gevolg van de bestaande en nieuwe activiteiten gezamenlijk vaststellen op ten hoogste de bestaande geurbelasting.
3In geval van een saneringssituatie nemen gedeputeerde staten in de vergunningsvoorschriften of het advies van instemming op dat de aanvrager binnen een aangegeven termijn van 10 jaar, met inachtneming van hetgeen is opgenomen in een saneringsplan dat bij de aanvraag is overgelegd, moet voldoen aan de grenswaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
4In geval van een overschrijdingssituatie nemen gedeputeerde staten in de vergunningsvoorschriften of het advies van instemming op dat de aanvrager verplicht is iedere 4 jaar, maar binnen een aangegeven termijn van maximaal 10 jaar, te onderzoeken of voldaan kan worden aan de richtwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, en dat de resultaten van deze onderzoeken dienen te worden gerapporteerd aan gedeputeerde staten.
Artikel 8 Hindersignalen
Bij het vaststellen van het aanvaardbaar hinderniveau betrekken gedeputeerde staten ontvangen hindersignalen over de milieubelastende activiteit.
Artikel 9 Monitoring
Gedeputeerde Staten kunnen in geval van aantoonbaar gebleken geurhinder de milieubelastende activiteit voorschrijven dat het hinderniveau op de milieubelastende activiteitsgrens continu wordt gemonitord met behulp van een of meerdere e-neuzen dan wel een vergelijkbaar geurmonitoringssysteem.
Artikel 10 Cumulatie
Gedeputeerde Staten kunnen in geval van de aanwezigheid van meerdere geurbronnen binnen één milieubelastende activiteit dan wel in elkaars nabijheid gelegen verschillende geurbronnen dan wel één geurbron met verschillende geuren, specifieke eisen stellen aan het geurrapport voor de beoordeling of voldaan kan worden aan artikel 4 indien het verschillende typen geuren betreft, en zo nodig afwijkende grens- en richtwaarden vaststellen.
Artikel 11 Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking tegelijkertijd met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en daags na publicatie in het provinciaal blad
Artikel 12 Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel beoordeling geurhinder milieubelastende activiteiten in provincie Noord-Holland 2024
Artikel 13 Intrekking
De beleidsregel beoordeling geurhinder inrichtingen Noord-Holland wordt ingetrokken.
Bijlage 1 behorende bij artikel 3a
Activiteit/ Materiaal
H = -1 [OUE/m3]
Bron
Diervoeders
1,4
Externe link:https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/lucht/activiteiten/diervoederindustrie/
Bakkerijen
8,0
Voormalige bijzondere regeling B3 Grote Bakkerijen
Beschuit- en banketbakkerijen
5,0
Voormalige bijzondere regeling B3 Beschuit- en banketbakkerijen
Vleesverwerking
1,1
Voormalige bijzondere regeling B5 Vleesindustrie
Vet van dieren
1,1
Voormalige bijzondere regeling B5 Vleesindustrie
Vleeswaren bereiding (snacks)
1,9
Voormalige bijzondere regeling B5 Vleesindustrie
Koffiebranden
3,5
Voormalige bijzondere regeling B7 Koffiebranderijen
Geur- en smaakstoffen
7,0
Voormalige bijzondere regeling B9 Geur en smaakstoffenindustrie
Bierbrouwen
2,0
Voormalige bijzondere regeling B10 Bierbrouwerijen
Asfaltproductie zonder bitumen
2,0
Voormalige bijzondere regeling C5 Asfaltmenginstallaties
Asfaltproductie met bitumen
1,2
“Geuronderzoek en ventilatievoud bij APN” BL2011.5494.01-V01 d.d. 15 juni 2011
Groencompostering
3,0
Voormalige bijzondere regeling G2 Compostering van groenafval
Water zuiveringsinstallatie
1,0
Voormalige bijzondere regeling G3 Rioolwaterzuiveringsinstallaties
Groente-, fruit- en tuinafval (GFT)
1,5
Voormalige bijzondere regeling G4 GFT-compostering
Brijvoer, productie bij veehouderij
1,6
"Geurmetingen brijvoerinstallatie", AH405-1/schj16/001d.d. 8 november 2004 iov provincie Gelderland,
Maisdrogen
1,7
"Geuronderzoek Loon- en mestdistributiebedrijf W. Arts bv" ARTS03A2 d.d. juli 2003
Groenvoerdrogen, geen mais
1,4
Artikel "Hoeveel geureenheden kun je ruiken in het veld?" Keesjan Valk en René Jansen, tijdschrift Lucht nummer 2, juni 2000
Afval, agrarisch
1,1
"Geuronderzoek VAL te Haarsteeg t.b.v. revisievergunning" WEMA10E2 d.d. juli 2010
Percolaat
1,3
"Inspectie van de emissie naar lucht bij Reiling te Sterksel" 2009-0245-L-T d.d. 24 november 2009
Snoeihout
3,0
"Van Doorn Recycling Soest b.v. Aanvullend geuronderzoek ten behoeve van de aanvraag milieuvergunning" SOS17-5/dijc/007 d.d. 5 november 2003
Gras
1,8
"Van Doorn Recycling Soest b.v. Aanvullend geuronderzoek ten behoeve van de aanvraag milieuvergunning" SOS17-5/dijc/007 d.d. 5 november 2003
Bermmaaisel
1,8
"Van Doorn Recycling Soest b.v. Aanvullend geuronderzoek ten behoeve van de aanvraag milieuvergunning" SOS17-5/dijc/007 d.d. 5 november 2003
Houtsnippers
2,9
"Geuremissiemetingen bij OOC T2 te Oss" OOCT18A3 d.d. maart 2018
Afval, huishoudelijk
1,4
"Geuronderzoek Baetsen Recycling BV" MILO17A1 d.d. juni 2017
Mest, varkens
2,2
"Onderzoek naar de geuremissie bij (gebruik van) vergiste mest en onvergiste mest" 2021-02-22-03-004 d.d. september 2003
Mest, melkvee
2,2
"Onderzoek naar de geuremissie bij (gebruik van) vergiste mest en onvergiste mest" 2021-02-22-03-004 d.d. september 2003
Chemische lucht
1,3
Atlas Geurhinder Beta, persoonlijk werkdocument Theo Buijs d.d. 12 april 2005
IJzergieterij
1,2
"Geuronderzoek Rademakers Gieterij BV te Klazienaveen" RADE08A4 d.d. oktober 2009
Metaallakkerij
1,1
"Geuronderzoek Rademakers Gieterij BV te Klazienaveen" RADE08A4 d.d. oktober 2009
Mest, kippen
1,9
Brief Olfasense met kenmerk 20200717SCMR d.d. 17 juli 2020
Visrokerij
1,6
"Geuronderzoek visrokerij DilVis Akersloot De Skulper BNVB15A4 d.d. november 2015
Slib
1,4
"Stankoverlast en -bestrijding bij de verlading van ontwaterd slib" ISBN 90-5773-242-22 (Stowa 2004-09) d.d. 2004
Houtverbranding
2,6
"Inspectie van de geuremissie bij Meubitrend te Oss" 2009-0047-L-V d.d. 20 mei 2009
Mestvergisting
1,4
"Geur- en luchtkwaliteitonderzoek Clean Minerals Bio Energy B.V. te Esbeek" CMBE09A3 d.d. maart 2010
Kadavers
0,9
"Geuronderzoek Rendac Son, voorjaar 2008" RENS08A2 d.d. juni 2008
Vet uit putten, niet van dieren
1,8
Brief Witteveen+Bos met referentie Dnt120.1 d.d. 15 mei 2000
Gist
1,5
"Geurmeting aan het sproeidrogen van een gistproduct" SCBO16B1 d.d. mei 2016
Kip, verse slachtresten
2,6
"Geuronderzoek bij Keizersberg Elsendorp & Milheeze" BL2013.6846.01-V03 d.d. 30 januari 2014
Vis, verse slachtresten
2,6
"Geuronderzoek bij Keizersberg Elsendorp & Milheeze" BL2013.6846.01-V03 d.d. 30 januari 2014
Ui
1,9
"Geuronderzoek TOP Onions BV te 's-Gravenpolder" TOPG10A5 d.d. maart 2011
Drukkerij
1,0
Atlas Geurhinder Beta, persoonlijk werkdocument Theo Buijs d.d. 12 april 2005
Chemische fabriek
1,3
Artikel "Hoeveel geureenheden kun je ruiken in het veld?" Keesjan Valk en René Jansen, tijdschrift Lucht nummer 2, juni 2000
Bagger
1,4
Atlas Geurhinder Beta, persoonlijk werkdocument Theo Buijs d.d. 12 april 2005
Olie/stookolie
2,0
"Geuremissiemetingen bij OOC T2 te Oss" OOCT18A3 d.d. maart 2018
Tabak
1,2
“Geuronderzoek British American Tobacco Niemeyer te Groningen" BATN14A1 d.d. december 2015