Aanhef
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland
Gelet op
-Artikel 13.5 Omgevingsbesluit.
Overwegende dat
-De Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) namens de provincie Noord-Holland vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken op het thema Bodem uitvoert.
-Het wettelijk verplicht is om voor het uitvoeren van deze taken een beleidskader vast te stellen.
-Door het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst IJmond op 8 maart 2023 is besloten het VTH beleidskader milieu 2023-2026 naar alle deelnemers te sturen voor vaststelling.
Besluiten:
Tot het vaststellen van het Beleidskader VTH Milieu 2023-2026 van de Omgevingsdienst IJmond
4 Thema’s
4.1 Leefbaarheid
4.1.1 Gezondheid
De leefomgeving waarin mensen wonen, werken en recreëren heeft invloed op hun gezondheid. Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die wij ervaren als prettig, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op onze gezondheid zo laag mogelijk is. Het thema gezondheid heeft een centrale plek gekregen binnen de Omgevingswet en geldt daarmee als speerpunt voor gemeenten in Nederland. Ook binnen ons werkgebied krijgt gezondheid alle aandacht. Deze noodzaak is zichtbaar door de zware industrie nabij woningbouw. Maar ook doordat ruimte schaars is en woningbouw en bedrijvigheid steeds dichter bij elkaar worden gerealiseerd. De schaarste ruimte noodzaakt gemeenten en de provincie tot scherpe keuzes. Keuzes waarbij steeds vaker naast milieunormen ook naar gezondheidsnormen van alle emissies wordt gekeken.
4.1.2 Veiligheid
Een appartementencomplex met uitzicht op het Noordzeekanaal, een kantoor naast een rangeerterrein, wonen nabij een pompstation. Kan het eigenlijk wel? Wij zien dat wonen, werken en recreëren binnen ons werkgebied steeds dichter naar elkaar toe kruipen. Gemeenten en de provincie worden uitgedaagd om, bijvoorbeeld waar het gaat om woningbouw, steeds creatiever te worden in de uitvoering van deze opgave. Dit zorgt er voor dat wij in een dichtbevolkt industrieel gebied scherp moeten adviseren over risico’s op het gebied van omgevingsveiligheid en leefbaarheid. Deze ontwikkeling maakt toezicht en handhaving onverminderd belangrijker. Momenteel speelt ondermijning hierbinnen een belangrijke rol. Het is voor deelnemers noodzakelijk om zicht en grip te houden op de bedrijven binnen de gemeentegrenzen. En kennis te hebben van de activiteiten die binnen bedrijven afspelen, om grip te kunnen houden op de omgevingsveiligheid. Vergunningverlening, toezicht en handhaving staat binnen dit onderwerp centraal. Tegelijkertijd zijn bedrijven gebaat bij heldere, transparante en begrijpelijke regels.
4.1.3 Duurzaamheid
Binnen Europa maakten wij afspraken om klimaatverandering tegen te gaan. De ambitie is om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Een ambitie die een impact heeft op overheden, bedrijfsleven en inwoners.
Deze maatschappelijke opgave vraagt om een samenwerking tussen overheden, het bedrijfsleven en inwoners. In de praktijk zien wij succesvolle samenwerkingen ontstaan tussen overheden en bedrijven waarbij de ambitie steeds meer verschuift naar een circulaire economie. Tegelijkertijd zien wij dat duurzaamheidsinitiatieven een impact hebben op energie-infrastructuur. Gesloten Bodemenergiesystemen, netwerkcongesties. Nieuwe grootschalige ontwikkelingen en initiatieven, zoals een waterstoffabriek of windmolenparken, maar ook kleinere ontwikkelingen, zoals warmtepompen bij woningen hebben een positieve impact op de leefomgeving. Dit alles kan ook zorgen voor overlast door geur- geluid- en lichthinder. In de samenwerking tussen deze drie doelgroepen vraagt dit om aandacht voor bescherming van de leefbaarheid van de leefomgeving.
4.2 Risico’s
4.2.1 Bestuurlijke risico’s
Van gemeenten en provincie Noord-Holland wordt verlangd dat zij open en transparant werken. Keuzes die gemeenten en de provincie maken moeten kunnen rekenen op voldoende draagvlak van inwoners en het bedrijfsleven. Tegelijkertijd moeten inwoners en ondernemers erop kunnen rekenen dat zij voldoende worden beschermd door de gemeenten en de provincie. Vergunningverlening, toezicht en handhaving spelen hierbij een rol. Dit vergt van ons dat wij gemeenten en de provincie nauw betrekken bij ons toezicht en onze handhaving en de daaruit volgende trajecten. Ons bestuur moet op basis van onze advisering een heldere en afgewogen keuze kunnen maken, die op draagvlak kan rekenen vanuit de maatschappij. Keuzes die helder, transparant en juridisch toetsbaar zijn en bijdragen aan de ambities van gemeenten en de provincie waar het gaat om een gezonde, leefbare en een veilige leefomgeving.
4.2.2 Financiële risico’s
Bedrijfsmatige activiteiten kunnen een effect hebben op het milieu. Wet- en regelgeving schept hieraan kaders. Doordat bedrijven zich houden aan deze regelgeving, dragen zij bij aan het in stand houden en beschermen van een schone en veilige leefomgeving. Via onze toezicht en handhaving informeren wij bedrijven over de regelgeving en zien wij erop toe dat deze regels een plek krijgen in vergunningen en in de uitvoering. In onze regio ligt het naleefgedrag van bedrijven hoog. Toch voorkomt dit niet dat sporadisch calamiteiten ontstaan die een impact kunnen hebben op onze leefomgeving. Ons werk is erop gericht om deze calamiteiten te minimaliseren. Onder meer door zicht en grip te hebben en houden op de bedrijven en de activiteiten van deze bedrijven. Het tegengaan van ondermijning geldt hierbinnen als speerpunt. Maar ook een kwalitatieve registratie van de bedrijfsactiviteiten in onze toezicht- en handhavingssystemen en de samenwerking tussen handhavingspartner in de gehele keten.
Onze inzet moet voorkomen dat gemeenten en de provincie onnodig met financiële risico’s worden geconfronteerd. Risico’s die ontstaan door incidenten bij bedrijven of illegale activiteiten.
5 Prioriteiten
5.2 Opbouw prioriteiten
5.2.1 Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
ZZS vormen een aparte groep van gevaarlijke stoffen. Op grond van specifieke criteria is te bepalen of een gevaarlijke stof wordt beschouwd als zeer zorgwekkend.
In artikel 57 van de REACH Verordening (EG) 1907/2006 zijn de criteria vastgelegd om een ZZS te identificeren. Als een stof één of meer van de volgende eigenschappen bezit voldoet die aan deze criteria:
•Kankerverwekkend
•Mutageen
•Giftig voor de voorplanting
•Persistent (zeer langzaam afgebroken), bio- accumulerend (ophoping) en giftig
•Zeer persistent en zeer bioaccumulerend
•Soortgelijke zorg (zoals hormoonverstorende stoffen) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu omdat ze bijvoorbeeld de voortplanting belemmeren, kankerverwekkend zijn of zich in de voedselketen ophopen.
Bedrijven zijn verplicht hun lozingen en uitstoot van ZZS naar lucht en water te vermijden. Als dat niet haalbaar is, moeten de emissies zoveel mogelijk beperkt worden (minimalisatieverplichting).
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
Thema’s
Gezondheid | Veiligheid | Financiële risico’s | Bestuurlijke risico’s.
Regio en gebied
Deze prioriteit vraagt geen lokale focus en geldt voor ons gehele werkgebied. Wel zal de inzet meer gericht zijn op gemeenten met zwaardere bedrijvigheid zoals aanwezig op industrieterreinen.
Scope
ZZS komen vaker voor bij industriële bedrijven dan in het MKB. Er kan worden gedacht aan verfmakers, bedrijven die kunststofartikelen ontwikkelen, spuiterijen, grondbanken of –depots (PFAS), metaalbewerkers, afvalverwerkers, drukkerijen, kunststofverwerkers en farmaceuten. Deze bedrijven zijn vaker op een industrieterrein gelegen dan in de bebouwde omgeving.
Doel
Via dit beleidskader zetten wij ons in om:
•De bedrijven waar ZZS een rol spelenvolledig in kaart te brengen.
•Emissies van ZZS naar lucht en water te verminderen.
•Het aantal ZZSgerelateerde overtredingen jaarlijkse te verminderen.
•Wanneer nodig de vergunning van een bedrijfaan te passenof maatwerk op te leggen.
•Bij advisering op het ruimtelijk domein de invloedvan ZZS mee te nemen.
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
Aanpak per hoofdproces
Vergunningverlening
Wij passen vergunningen van bedrijven aan of stellen maatwerkvoorschriften op, wanneer dat met betrekking tot lozingen of emissies naar de lucht van ZZS nodig is.
Toezicht & handhaving
Wij houden toezicht op de naleving van de wet en regelgeving op het gebied van ZZS en treden handhavend op, wanneer bedrijven zich niet houden aan deze wet- en regelgeving.
Advisering
Bij het adviseren op het ruimtelijk domein zijn wij ons bewust van de invloed van ZZS en houden daar waar nodig rekening mee.
KPI’s
•De branches, soort en type bedrijf waar wij verwachten ZZS aan te treffen hebben wij geïnventariseerd en staan op de kaart.
•Aantal controles bij bedrijven waar ZZS een aspect van de controle zijn.
•Aantal overtredingen met betrekking tot ZZS.
•Aantal aangepaste vergunningen of aantal maatwerkbesluiten waar ZZS onderdeel van is.
Binding andere prioriteiten
Deze prioriteit heeft raakvlakken met de prioriteiten afvalstoffen | afvalwater | luchtkwaliteit | klachten | calamiteiten en incidenten.
5.2.2 Ondermijning
De aanpak van ondermijnende criminaliteit staat hoog op de agenda. Zowel landelijk als bij onze deelnemende gemeenten. In de afgelopen jaren zien wij dat bedrijven steeds vaker een dekmantel zijn voor criminele activiteiten. Daarnaast is van een groot aantal bedrijfspanden, stallen en loodsen het feitelijke gebruik onbekend. Afvalstromen (asbest, grond, e-waste, gevaarlijk afval) vormen een risico op crimineel gedrag. Bedrijven krijgen vaak betaald voor het innemen van afval zonder dat de verwerking is geregeld. Dit levert grote milieu- en gezondheidsrisico’s op omdat de bedrijven het afval onjuist verwerken of dumpen. Het aanpakken van deze milieucriminaliteit is arbeidsintensief en vraagt een regio-overstijgende ketenaanpak.
Ondermijning
Thema’s
Veiligheid | Financiële risico’s | Bestuurlijke risico’s.
Regio en gebied
Deze prioriteit vraagt geen lokale focus. Wij constateren dat ondermijnende activiteiten binnen alle gemeenten in ons werkgebied (kunnen) voorkomen. Wel zal onze inzet meer gericht zijn op gemeenten met industriegebieden en bedrijventerreinen.
Scope
Uit evaluaties en analyses blijkt dat ondermijnende activiteiten meer dan gemiddeld voorkomen bij opslaglocaties, waaronder bedrijven waar opslagboxen worden verhuurd, garagebedrijven en detailhandel. Ook doen deze activiteiten zich voor in de ketens zoals afval, asbest en bodem.
Hoewel onze inzet om ondermijnende activiteiten te voorkomen zichin eerste instantie focust op industriegebieden en bedrijventerreinen, zien wij een trend dat ondermijning ook steeds vaker plaatsvindt in het landelijk en stedelijk gebied. Afhankelijk van lokale ontwikkelingen en bestuurlijke wensen passen wij onze focus hierop aan.
Doel
Via dit beleidskader zetten wij ons in om:
•Ondermijningzoveel als mogelijk te voorkomen door het opleggen van barrières.
•In samenwerking met andere overheidspartners ondermijnende activiteiten aan het licht brengen en aan te pakken.
Ondermijning
Aanpak per hoofdproces
Toezicht & handhaving
Wij leveren een proactieve bijdrage aan het signaleren van mogelijke ondermijning en aan gezamenlijke acties met andere overheidspartners in het kader van ondermijning. Zo nemen wij deel aan gezamenlijke inspecties met ketenpartners en delen onze informatie.
Collega’s zijn opgeleid om signalen van ondermijning te herkennen.
Werken wij met een ketenaanpak op het gebiedvan afval, asbesten bodem.
KPI’s
•Aantal keren dat ondermijning effectief bestreden is, in samenwerking met overheidspartners of door ons individueel.
•Aantal keren dat tijdens zogenoemde ondermijningsacties ook milieu gerelateerde zaken aan het daglicht komen.
•Aantal keren dat wij strafrechtelijk optreden tegen ondermijnende criminaliteit.
Binding andere prioriteiten
Deze prioriteit heeftraakvlakken met de prioriteiten afvalstoffen | asbest | (verontreinigde) bodemlocaties.
5.2.3 Afvalstoffen
Bedrijven zijn verplicht bedrijfsafval zoveel als mogelijk te voorkomen, gescheiden in te zamelen en af te geven aan een afvalinzamelingsbedrijf. Wij besteden hier, zowel vanuit vergunningverlening als vanuit toezicht en handhaving, aandacht aan. Afvalstoffen die vrijkomen via de lucht of het water, zogenaamde emissies, dienen ook zoveel mogelijk voorkomen te worden. In de omgevingsvergunning die op een bedrijf van toepassing is, worden regels opgenomen die het verplichten om doelmatig om te gaan met afvalstoffen.
Ook brengen we, samen met de werkgroep Green- Biz circulair, in kaart welke afvalstromen geschikt zijn als grondstof op basis van het Europese project Upcycle Your Waste van het programma GreenBiz IJmond. Dit sluit aan bij circulaire economie waar afval de nieuwe grondstof is.
Bij afvalstoffen wordt, net als bij asbest en bodem, gewerkt volgens de ketenaanpak. Door afgestemd toezicht van één of meer toezichthouders en toezichthoudende organisaties krijgen wij zicht en grip op de gehele keten. Belangrijk uitgangspunt bij ketentoezicht is een analyse van de keten. Voor afvalstoffen maken wij hiervoor onder andere gebruik van het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA).
Afvalstoffen
Thema’s
Gezondheid | Financiële risico’s.
Regio en gebied
Deze prioriteit vraagt geen gemeente specifieke focus. Afvalstoffen komen wij overal in ons werkgebied tegen.
Waar het gaat om activiteiten binnen GreenBiz IJmond beperkt de scope zich tot de bedrijventerreinen die hierbij zijn aangesloten.
Scope
Bij alle bedrijven in ons hele werkgebied is afval een aspect waar wij aandacht aan besteden.
Doel
Onjuist omgaan met afvalstoffen, zowel bij de opslag, afgifte en verwerking daarvan, kan grote milieu en gezondheidsrisico’s opleveren. Het kan op die manier in de leefomgeving of de voedselketens terecht komen. Ook is het risico op ondermijnende activiteiten hoog, omdat het verdienmodel op het gebied van afval uitnodigt tot crimineel gedrag.
Via dit beleidskader streven wij ernaar om risico’s als gevolg van onjuist omgaan met afvalstoffen zo laag mogelijk te houden.
Afvalstoffen
Aanpak per hoofdproces
Vergunningverlening
We nemen voorschriften op in de vergunning om ervoor te zorgen dat bedrijven zo doelmatig mogelijk omgaan met afvalstoffen.
Toezicht & handhaving
Wij houden toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van afvalstoffen en treden handhavend op wanneer bedrijven zich niet aan deze wet en regelgeving houden.
Dit doen wij door tijdens onze aangekondigde, maar ook onaangekondigde controles te kijken welke afvalstromen er vrijkomen vanuit een bedrijf, hoe dit bedrijf haar afval in- en verzameld en aan wie het afval wordt afgegeven.
Ook werken wij op het gebied van afvalstoffen samen met alle (handhavende) partners uit de gehele keten. Centraal in deze keten staat het uitwisselen van informatie. Hiermee streven wij ernaar dat afvalstoffen de gehele keten conform geldende wet en regelgeving doorlopen.
KPI’s
•Aantal controles bij bedrijven waar afvalstoffen een aspect van de controle zijn.
•Aantal overtredingen met betrekking tot afvalstoffen.
•Aantal (geactualiseerde) vergunningen waar voor afvalstoffen voorschriften in zijn opgenomen.
Binding andere prioriteiten
Deze prioriteit heeft raakvlakken met de prioriteit ondermijning.
5.2.4 Afvalwater
Het is belangrijk bij het lozen van gezuiverd afvalwater te kunnen voldoen aan de gewenste kwaliteit. Om dit te kunnen doen is het essentieel om goed zicht te hebben op de kwaliteit van het ingezamelde afvalwater.
In de samenwerkingsovereenkomst Noorderkwartier staat ‘grip op indirecte lozingen’ dan ook als speerpunt; een traject waarin gemeenten, waterschap en omgevingsdiensten zich samen inzetten om beter zicht en grip te krijgen op indirecte lozingen van bedrijven op de riolering. In het bestuurlijk overleg hiervan is besproken om de samenwerking met de 3 OD’s, de provincie Noord-Holland en Rijkswaterstaat te zoeken.
Afvalwater
Thema’s
Gezondheid.
Regio en gebied
Met betrekking tot afvalwater is er geen specifieke focus qua regio en gebied. Deze prioriteit komen wij overal binnen ons werkgebied tegen.
Scope
Bij alle bedrijven in het hele werkgebied is de wijzewaarop afvalwater geloosdwordt een aspect waar wij aandacht aan besteden. Zo kijken wij tijdens controles van bedrijven waar mogelijk vethoudend afvalwater wordt geloosd op het riool, te denken valt aan horeca, of dit water voorafgaand aan deze lozingdoor een vetafscheider wordt geleid die voldoet aan de daaraangestelde eisen.
Ook afvalwater dat mogelijk andere vervuiling bevat, zoals olie of benzine vanuit een werkplaats of tankstation, dient eerst door een scheidende voorziening te worden geleid. Ook deze voorziening, in dit geval een olie benzineafscheider, is onderdeel van onze controles. Ook water dat op andere wijze verontreinigd is, bijvoorbeeld met ZZS, dient met daarvoor geschikte maatregelen geloosd te worden op het riool. Ook daar zien wij op toe.
De hoofdprocessen vergunningverlening en toezicht en handhaving zijn relevant bij deze prioriteit.
Doel
Via dit beleidskader zetten wij ons in om:
•Kennis en toezichtop het gebied van afvalwater te intensiveren.
Afvalwater
Aanpak per hoofdproces
Vergunningverlening
We nemen voorschriften in de vergunning op of stellen maatwerk op om zo doelmatig mogelijk om te gaan met afvalwater.
Toezicht & handhaving
Wij houden toezicht op de naleving van de wet en regelgeving op het gebied van afvalwater en treden, wanneer bedrijven zich niet houden aan deze wet en regelgeving, handhavend op.
Dit doen wij door bij controles te kijken op welke wijze afvalwater vanuit het bedrijf geloosd wordt, door welke voorzieningen dit eventueel wordt geleid en of deze voorziening voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
KPI’s
•De bedrijven waar afvalwater een aspect is hebben wij geïnventariseerd en staan op de kaart.
•Aantal vergunningen op het gebiedvan afvalwater dat is geactualiseerd.
•Aantal maatwerkvoorschriften dat met betrekking tot afvalwater is opgesteld.
Binding andere prioriteiten
Deze prioriteit heeft raakvlakken met de prioriteit ZZS.
5.2.5 Energiebesparingsplicht
Nationale en internationale doelen dragen eraan bij dat steeds meer bedrijven energiebesparende maatregelen willen en moeten treffen. Daarmee verschuift energiebesparing ook meer van stimulering naar toezicht en handhaving. Sinds 2023 werken wij met een toezichtteam dat projectmatig de controles op de energiebesparingsplicht uitvoert.
In 2022 hebben wij op basis van het provinciaal Energiebesparingsakkoord een inventarisatie afgerond van alle bedrijven en instellingen waarop de energiebesparingsplicht van toepassing is. Op dit moment zijn van deze bedrijven de verbruiksgegevens bij ons bekend en weten wij welke energiebesparende maatregelen reeds genomen zijn.
Sinds 2023 geldt dat kantoorgebouwen moeten voldoen aan de Label C verplichting. De controle hierop is een taak van de gemeente. Daarnaast gelden voor deze gebouwen ook de erkende maatregelen uit het Activiteitenbesluit 2012. Er is een grote overlap tussen de kantoorgebouwen en de bedrijven in onze regio die onder de informatieplicht vallen, zodat gecombineerd toezicht een efficiencyvoordeel oplevert. Met onze deelnemende gemeenten maken wij afspraken over een (gezamenlijke) aanpak.
Energiebesparingsplicht
Thema’s
Gezondheid | Duurzaamheid.
Regio en gebied
Met betrekking tot energiebesparing is er geen specifieke focus qua regio en gebied. Deze prioriteit komen wij overal binnen ons werkgebied tegen.
Scope
•Bedrijven die de gestelde drempelwaarden, > 25.000 m3 gas en/of > 50.000 kWh elektriciteit, overschrijden.
•Deze bedrijven zijn verplicht alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van < 5 jaar te treffen.
•Bedrijven in de IJmond waarbij de ambitie om hun bedrijf te verduurzamen hoger ligt dan het treffen van de verplichte energiebesparende maatregelen worden betrokken bij GreenBiz IJmond.
Doel
Via dit beleidskader streven wij ernaardat:
•Alle bedrijven binnen ons werkgebied de verplichte energiebesparende maatregelen hebben toegepast.
•Waar mogelijk, ondernemers te motiveren maatregelen te nemen die niet wettelijke afdwingbaar zijn, maar de wel bijdragen aan de landelijke klimaatdoelstellingen.
Energiebesparingsplicht
Aanpak per hoofdproces
Vergunningverlening
We nemen voorschriften in de vergunning op om zo doelmatig mogelijk om te gaan met energie.
Bedrijven besparen veel energie als wij ze verplichten de best beschikbare techniek in te zetten.
Toezicht & handhaving
Wij controleren of bedrijven maatregelen hebben toegepast die vermeld staan op de Erkende Maatregelenlijsten energiebesparing (EML). Ook maken wij gebruik van dataloggers om bedrijven te adviseren over verdere verduurzamingsmogelijkheden.
KPI’s
•Verbruiken van bedrijven binnen ons werkgebied zijn in beeld.
•Zicht op welkeenergiebesparende maatregelen zijn afgedwongen.
•Aantal bedrijven dat op ons initiatief een plan van aanpak heeft opgesteld omdat het de energiebesparende maatregelen nog niet kon treffen, omdat het geen natuurlijk moment is of omdat bijvoorbeeld geen installatiebedrijf beschikbaar is.
Binding andere prioriteiten
Deze prioriteit heeft geen directebinding met andere prioriteiten.
5.2.6 Asbest
Bij het onzorgvuldig saneren van asbest kunnen risico’s optreden voor de gezondheid. Asbestsaneerders en personen in de omgeving kunnen bij slecht uitgevoerde asbestsaneringen asbestvezels inademen. Landelijk kader is het Asbestverwijderingsbesluit. Dit besluit heeft als doel de emissie van asbestvezels te beperken bij het afbreken van gebouwen of objecten of het verwijderen van asbest bevattende materialen uit gebouwen of objecten. Op basis hiervan beoordelen wij de sloopmeldingen/asbestverwijderingsplannen van onze deelnemers en zien wij toe op een juiste verwijdering. Dit is een basistaak van omgevingsdiensten.
Net als bij afvalstoffen en bodem wordt er bij asbest gewerkt middels de ketenaanpak. Deze aanpak draagt er aan bij dat asbest de gehele keten conform geldende wet- en regelgeving doorlopen.
Asbest
Thema’s
Gezondheid | Financiële risico’s | Bestuurlijke risico’s.
Regio en gebied
Asbest komt niet voor in een specifieke regio of in een specifiek gebied. Wij komen asbest in ons gehele werkgebied tegen; in landelijk, stedelijk en industrieel gebied.
Scope
Het beoordelen van sloopplannen/asbestverwijderingsplannen en het toezicht op een juiste verwijdering van asbest vindt plaats voor ons gehele werkgebied. Onze werkzaamheden zijn er ook op gericht om illegale asbestsaneringen op te sporen en daar indien gewenst op te handhaven.
Doel
Via dit beleidskader strevenwij ernaar dat:
•Bedrijven binnen ons werkgebied asbest verwijderen volgens de wettelijke voorschriften, zodat gezondheidsrisico’s in de omgeving worden voorkomen.
•Alle partijen binnende keten actiefinformatie met elkaardelen.
Asbest
Aanpak per hoofdproces
Vergunningverlening
We beoordelen de bij ons ingediende van sloopmeldingen/verwijderingsplannen.
Toezicht & handhaving
Wij houden toezicht op een juiste verwijdering en juiste afgifte van asbesthoudend materiaal. Daarbij kijken wij ook naar de certificering van de daarbij betrokken partijen.
We onderhouden daarbij intensief contact met alle ketenpartners.
KPI’s
•Aantal controles dat wordt uitgevoerd naar aanleiding van een melding.
•Percentueleafname van illegalesaneringen/dumpingen.
Binding andere prioriteiten
Deze prioriteit heeft raakvlakken met de prioriteit ondermijning.
5.2.7 Luchtkwaliteit
Toenemende bezorgdheid over gezondheid en leefbaarheid, in relatie tot de luchtkwaliteit met name in verstedelijkt gebied, vragen om een actieve overheid die maatregelen treft om de luchtkwaliteit te verbeteren. Hiernaast spelen er ontwikkelingen zoals de energietransitie en het woningtekort die allen een beslag zullen doen op de bestaande milieuruimte. Wij ondersteunen en adviseren onze gemeenten in het zoeken naar maatregelen om de luchtkwaliteit en daarmee de kwaliteit van de leefomgeving en gezondheid te verbeteren.
Zo is in de IJmondgemeenten het programma Gezondheid & Luchtkwaliteit vastgesteld, waarin concrete maatregelen én impulsen zijn vastgelegd. Naast de uitvoering van het programma zijn voor deze prioriteit het wettelijk adviseurschap op vergunningen van Tata Steel en advisering op eigen vergunningverlening belangrijke thema’s voor de komende jaren.
Luchtkwaliteit
Thema’s
Gezondheid | Bestuurlijke risico’s.
Regio en gebied
Deze prioriteit heeft betrekking op alle gemeenten in ons werkgebied.
Scope
Alle bedrijven binnen ons gebied, waarbij de bedrijfsactiviteiten (kunnen) leiden tot effecten op de luchtkwaliteit.
De hoofdprocessen vergunningverlening, toezicht en handhaving en advies zijn relevant bij deze prioriteit.
Doel
Via dit beleidskader dragenwij eraan bij dat:
•Emissies van bijvoorbeeld fijnstof en stikstof bij bedrijven zoveel als mogelijk worden beperkt. Onze doelen sluiten aan op de doelstellingen uit het Schone Lucht Akkoord (SLA) voor die gemeenten die dit akkoord hebben ondertekend.
Luchtkwaliteit
Aanpak per hoofdproces
Vergunningverlening
Bij alle aanvragen voor een omgevingsvergunning en bij het verlenen van een (ambtshalve) revisievergunning schrijven wij grenswaarden voor voor emissies naar de lucht, die zich zo dicht mogelijk aan de onderkant van de Best Beschikbare Technieken (BBT)-range bevinden met het oog op de bescherming van gezondheid en het milieu.
Indien een bedrijf van mening is dat de onderkant van de BBT-range niet haalbaar is, moet dit door het bedrijf technisch en economisch worden onderbouwd.
Toezicht & handhaving
Tijdens controles houden wij er toezicht op dat bedrijven grenswaarden voor emissies naar de lucht niet overschrijden. Ook zien wij toe op het treffen van maatregelen om deze emissies te voorkomen, dan wel te beperken, en of deze maatregelen conform wet- en regelgeving zijn.
Advisering
Bij het adviseren op het ruimtelijk domein zijn wij ons bewust van het aspect luchtkwaliteit en houden daar waar nodig rekening mee.
KPI’s
•Aantal controles waar emissies naar de buitenlucht onderdeel van uitmaakt.
•Aantal aangescherpte vergunningen met maatregelen vanuithet Schone Lucht Akkoord (SLA).
•Aantal controles waarbijis toegezien op naleving van maatregelen uit het SLA.
Binding andere prioriteiten
Deze prioriteit heeft raakvlakken met de prioriteit ZZS.
5.2.8 Klachten
Wanneer inwoners situaties signaleren die een gevaar kunnen opleveren voor het milieu, of wanneer zij hinder ervaren van een bedrijf, kunnen zij dit melden bij ons. Wij nemen dan, indien de klacht gegrond is, direct maatregelen om de klacht te verhelpen. In sommige gevallen is hiervoor nader onderzoek nodig. In dat geval onderzoeken wij of de veroorzaker de milieuwetgeving overtreedt. Is dat het geval dan spreken wij de veroorzaker aan en ondernemen wij actie om de overtreding, en daarmee de klacht, te beëindigen.
Klachten
Thema’s
Gezondheid | Veiligheid | Bestuurlijke risico’s.
Regio en gebied
Deze prioriteit geldt voor ons gehele werkgebied.
Scope
Onze klachtafhandeling heeft betrekking op alle bedrijven waarvoor wij bevoegd gezag zijn. Wanneer wij klachten ontvangen die buiten deze scope vallen, geven wij de klacht door aan de juiste instantie en informeren wij de klager over de wijze waarop wij deze afhandelen.
Er kunnen situaties zijn waarbij een bedrijf voldoet aan de regelgeving, maar er toch klachten ontstaan uit de omgeving. In dat geval is een klacht ongegrond en nemen wij deze gemotiveerd niet in behandeling.
Doel
Via dit beleidskader zetten wij ons in om:
•Klachten die bij ons worden ingediend zoveel als mogelijk, in samenspraak met de klager en veroorzaker, op te lossen. Door het afhandelen van klachten, dragen wij bij aan een prettige, schone en veilige leefomgeving.
Klachten
Aanpak per hoofdproces
Toezicht & handhaving
Afhankelijk van de oorzaak van de klacht houden wij toezicht op het treffen van (verplichte) maatregelen die bijdragen aan het beëindigen van de situatie die een klacht veroorzaakt.
KPI’s
•Aantal keer dat wij handelennaar aanleiding van een klacht.
•Aantal klachten datsuccesvol is afgerond.
•Aantal keer dat een klacht ongegrond blijkt.
Binding andere prioriteiten
Deze prioriteit kan raakvlakken hebben met de prioriteit calamiteiten en incidenten, bijvoorbeeld doordat er naar aanleiding van calamiteiten en incidenten een piek ontstaat.
5.2.9 Calamiteiten en incidenten
Door middel van toezicht, handhaving en vergunningverlening dragen wij bij aan het voorkomen van een incident. Ook hebben wij daarmee, net als door onze ruimtelijke advisering, invloed op het beperken van de gevolgen van een incident.
Het kan toch gebeuren dat een bedrijf wordt geconfronteerd met een storing of incident binnen de eigen bedrijfsvoering. Wanneer daarmee schade aan het milieu zou kunnen ontstaan spreken wij van een ongewoon voorval. Hierbij kan worden gedacht aan brand, asbest, lekkage of bodemverontreiniging. De Wet milieubeheer verplicht bedrijven, waarvoor wij het bestuursorgaan zijn om aan hen de omgevingsvergunning te verlenen, om een ongewoon voorval met ernstige gevolgen voor het milieu aan ons te melden.
Binnen de taken die in omgevingsdienstverband worden uitgevoerd, wordt vanuit ons voorzien in een 24-uurs bereikbaarheid.
Calamiteiten en incidenten
Thema’s
Gezondheid | Veiligheid | Financiële risico’s | Bestuurlijke risico’s.
Regio en gebied
Met betrekking tot calamiteiten en incidenten is er geen specifieke focus qua regio en gebied. Calamiteiten en incidenten kunnen zich, hoe ongewenst zij ook zijn, overal voordoen.
Scope
De scope voor calamiteiten en incidenten betreft inrichtingen en situaties waarvoor wij het bevoegd gezag zijn.De hoofdprocessen vergunningverlening, toezicht en handhaving en advies zijnrelevant bij deze prioriteit.
Doel
Via dit beleidskader zetten wij ons in om:
•Risico’s voor de kwaliteit van de leefomgeving als gevolg van calamiteiten en incidenten zoveel als mogelijk te voorkomen dan wel te beperken.
Calamiteiten en incidenten
Aanpak per hoofdproces
Vergunningverlening
In de vergunningen van bedrijven waar dat relevant is nemen wij voorschriften op met betrekking tot het beperken van risico’s. Indien nodig wordt er een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) opgesteld. Dit is een hulpmiddel om de risico’s, van bijvoorbeeld de opslag van zeer grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen, in kaart te brengen.
Toezicht & handhaving
Tijdens controles houden wij toezicht op voorschriften en artikelen die een relatie hebben met het aspect veiligheid.
Advisering
Bij onze ruimtelijke advisering toetsen wij aanhet Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV) om te beoordelen of het initiatief mogelijk is qua risico-, invloeds- of aandachtsgebied.
KPI’s
•Aantal keren dat een ongewoonvoorval is gemeld.
•Aantal keren dat wij een bijdrage hebben geleverd aan de afhandeling van calamiteiten en incidenten.
Binding andere prioriteiten
Deze prioriteit kan een bindinghebben met alle andere prioriteiten.
5.2.10 Verontreinigde bodemlocaties
Wij controleren bedrijven op bodembeschermende maatregelen, om bodemverontreiniging te voorkomen. Door verschillende ontwikkelingen is ook deze taak in dit Beleidskader een prioriteit. In het verleden is veel bodem(grondwater)verontreiniging veroorzaakt door bedrijven. Bijvoorbeeld door chemische wasserijen, verffabrieken of autosloperijen die zware metalen en chemische stoffen gebruikten. Ook landbouwbedrijven die met bestrijdingsmiddelen en meststoffen werkten droegen hieraan bij. In de afgelopen 30 jaar zijn veel verontreinigde – risico – locaties in ons werkgebied gesaneerd. In veel gevallen is gesaneerd en in sommige gevallen zijn saneringsmaatregelen getroffen. Dit kan door de toepassing van een leeflaag, waarbij de verontreiniging is afgedekt met een grondlaag. Hierdoor geldt een gebruiksbeperking van de bodem, dat invloed heeft op het gebruik van locaties. Deze locaties noemen wij nazorglocaties, zoals stortplaatsen. Op deze locaties voeren wij als prioriteit doorlopend toezicht uit.
Maatschappelijk is veel aandacht voor de gezondheidsrisico’s van ZZS. Waar het gaat om de bodem zijn lood en PFAS bekende voorbeelden. Wij sluiten niet uit dat richtlijnen van ZZS in de bodem worden aangescherpt. Dit vergt ook voor ons werk wederom een aanpassing.
Verontreinigde bodemlocaties
Thema’s
Gezondheid | Financiële risico’s | Bestuurlijke risico’s.
Regio en gebied
Deze prioriteit geldt voor ons gehele werkgebied.
Scope
Onze toezicht en handhaving heeft betrekking op alle activiteiten die een effect kunnen hebben op de bodem. Wij hebben daarbij doorlopend aandacht voor activiteiten binnen de inrichting, maar ook activiteiten rondom grondverzet.
Door het prioriteren van het thema verontreinigde bodemlocaties zal onze inzet deze periode gericht zijn op nazorglocaties, de toepassing van ondergrondse energiesystemen en de ontwikkelingen rondom ZZS die de bodem aantasten. Adequate registratie van alle informatie in ons bodeminformatiesysteem staat hierin centraal.
Doel
Het voorkomen van nieuwe bodemverontreinigingen, bevorderen van herstel of beheersing van aanwezige bodemverontreinigingen.
Om te kunnen voldoen aan (inter)nationale klimaatdoelen, wordt steeds vaker de bodem gebruikt voor de toepassing van duurzame maatregelen. Denk daarbij aan de aanleg van bodemenergiesystemen. Hiermee ontstaat druk op de bodemkwaliteit. Daarom is toezicht hierop voor ons een prioriteit. Het gaat om een zorgvuldige registratie, vergunningverlening en toezicht tijdens de aanleg.
Bevoegd gezag verschuift
Wanneer de Omgevingswet inwerking treedt, verschuift het bevoegd gezag van provincie Noord-Holland naar onze gemeenten. Zij worden daarmee bevoegd gezag voor de gehele VTH-taak bodem. Die taak voeren wij uit namens gemeenten. Provincie Noord-Holland blijft onder de Omgevingswet bodemtaken houden ten aanzien van grondwaterkwaliteit, complexe bedrijven en locaties die onder het overgangsrecht vallen.
Verontreinigde bodemlocaties
Aanpak per hoofdproces
Vergunningverlening
In het kader van bodemactiviteiten behandelen wij vergunningen en meldingen.
Toezicht & handhaving
We houden toezicht op saneringslocaties, nazorglocaties en grondverzet (grondstromen). Alle informatie verwerken wij in ons bodeminformatiesysteem.
Waar het gaat om grondverzet werken wij samen met ketenpartners.
Advisering
Onze advisering heeft betrekking op lopende bodemsanering en advies over bodembeleid.
KPI’s
•Aantal gecontroleerde nazorglocaties.
•Aantal controles op bodembeschermende maatregelen bij bedrijven.
Binding andere prioriteiten
Deze prioriteit heeft raakvlakken met de prioriteiten
ZZS | asbest | calamiteiten en incidenten | afvalstoffen | afvalwater.
5.3 Vernieuwend toezicht
5.3.1 Nieuwe toepassingen
Ontwikkelingen staan niet stil. Zo kreeg ook de toepassing van drones bij onze bedrijfscontroles een vaste plek in onze uitvoering. Wij deden dit als een van de eerste omgevingsdiensten in Nederland. Omdat het hier gaat om een nieuw facet, die nieuwe expertise vraagt van onze toezichthouders, bieden wij onze medewerkers de gelegenheid om hiervoor een opleiding te volgen.
Met het behalen van een vlieglicentie kunnen zij de drones inzetten tijdens controles. Wij zetten deze drones nu in via diverse missies uitgevoerd ter ondersteuning van (milieu)controles waarbij zaken zichtbaar worden gemaakt die anders niet eenvoudig aangetoond kunnen worden. Hierbij valt te denken aan emissies vanuit een hooggelegen emissiepunt, zoals cacao-emissie uit een bovendaks gelegen emissiepunt, opslag van materialen en grond op achtererven, opslag van staalslakken en asbestverdachte werkzaamheden.
Wij maken ook gebruik van een FLIR-camera. Deze camera zetten wij in om onzichtbare gaslekkages bij bedrijven op te sporen. Denk daarbij aan een eventuele toegevoegde waarde voor het meten van benzine- of gasdampen bij tankstations.
Ook wordt de camera ingezet bij op- en overslagbedrijven. Wij leiden on-the-job eigen collega’s op om deze camera te kunnen gebruiken.
6 Wettelijk kader
6.3 Omgevingswet
6.3.1 Omgevingsvisie
De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie van een bestuursorgaan voor de hele leefomgeving van haar grondgebied. De wettelijke grondslag voor deze visie ligt in de Ow. De omgevingsvisie is de beleidsvisie voor de, in het geval van een gemeente, gemeentelijke leefomgeving. Bij het opstellen van deze visie wordt rekening gehouden met landelijke en provinciale plannen. De thema’s van dit Beleidskader bieden handvatten om vanuit de visies bij aan te sluiten. Ook kan er vanuit beleid voorbereidend op aangesloten worden.
In de omgevingsvisie legt de provincie haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast.
De omgevingsvisie is vormvrij en zal zijn grond slag vinden in de artikelen 3.1 en 3.2 van de Omgevingswet
6.3.2 Programma
In tegenstelling tot de omgevingsvisie is het programma geen integraal instrument. Het kan worden gezien als een concretere uitwerking van de omgevingsvisie. Het programma is hierdoor een uitwerking van het te voeren beleid op het gebied van de leefomgeving.
Naast twee verplichte programma’s, bij (dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde en die zijn voorgeschreven ter implementatie van EU-richtlijnen, kan ook op eigen initiatief en behoefte en programma worden opgesteld.
Het programma zal zijn grondslag vinden in artikel 3.5, onder a van de Omgevingswet
6.3.3 Omgevingsplan
Onder de Ow moet iedere gemeente één omgevingsplan voor haar gehele grondgebied vaststellen. Het omgevingsplan vervangt het bestemmingsplan. Het meest opvallende verschil met het huidige bestemmingsplan is de brede reikwijdte. Zo kent het omgevingsplan niet de begrenzing van ‘een goede ruimtelijke ordening’ maar kan het regels bevatten die over de gehele leefomgeving gaan. Gezondheid en milieu krijgen naast de ruimtelijke ordeningsaspecten een belangrijke plek in dit plan.
Het omgevingsplan biedt ook ruimte voor maatwerk. Dit kan effect hebben op ons toezicht en onze handhaving, onze vergunningverlening en ons advies. De prioriteiten die wij stellen in dit Beleidskader kunnen een aanzet zijn voor bestuurlijke afwegingen en keuzes. Hierbij valt te denken aan scherpere normen voor afvalwater of bodem. De provinciale omgevingsverordening bevat alle provinciale regels en vervangt de bestaande verordeningen waaronder de milieuverordening.
Het omgevingsplan zal zijn grondslag vinden in artikel 2.4 onder de Omgevingswet
Bijlage 1: Beleidscyclus
Dit Beleidskader beslaat een aantal onderdelen van de beleidscyclus zoals beschreven in het Besluit Omgevingsrecht (Bor). Dit zijn het strategische en operationele beleidskader. In het Bor zijn eisen vastgelegd (procescriteria) waaraan elke professionele VTH-organisatie moet voldoen.
Deze eisen hebben tot doel om de uitvoering van de VTH-taken op een adequate, herkenbare en structurele wijze te laten verlopen. De beleidscyclus bestaat uit een model met een logische aaneenschakeling van diverse bestuurlijke en uitvoerende werkprocessen.
Dit Beleidskader gaat over stap twee en drie van de beleidscyclus: het strategisch en het operationeel beleidskader. De andere onderdelen van de cyclus beschrijven we hier wel, maar zijn niet tot in detail uitgewerkt.
Het model hiernaast beschrijft zeven stappen in het beleidsproces.
1Rapportage & evaluatie
artikel 7.2, tweede lid en artikel 7.7 Bor
2Strategisch beleidskader
artikel 7.2, tweede lid Bor
3Operationeel beleidskader
artikel 7.2, vierde lid Bor
4Planning & control
artikel 7.2, 7.3 en 7.5 Bor
5Voorbereiden
6Uitvoeren
7Monitoren
Analyse
Om tot een strategisch beleidskader te komen maken wij een analyse op gebied, risico’s en problemen. Dit is een onderdeel van de eerste stap uit de beleidscyclus: rapportage & evaluatie. In deze gebied-, risico- en probleemanalyse beoordelen wij het effect van niet-naleving en de kans dat niet-naleving zich voordoet. De resultaten van stap één worden in deze analyse meegenomen.
Deze analyse geeft inzicht in de grootste risico’s voor de leefomgeving.
Strategisch beleidskader
Het strategisch beleidskader is de tweede stap van de beleidscyclus en bestaat uit de volgende onderdelen:
•De prioriteiten die met behulp van de analyses zijn gekozen, aanvullend met eigen prioriteiten van de deelnemers.
•Meetbare beleidsdoelstelling.
Operationeel beleidskader
Het operationeel beleidskader is de derde stap van de beleidscyclus. Dit kader bestaat uit een strategie voor vergunningen, toezicht en handhaving oftewel de VTH-strategie. De VTH- strategie bestaat uit de volgende onderdelen:
•Vergunningenstrategie.
•Toezicht- en preventiestrategie.
•Handhaving- en gedoogstrategie.
Hierin staat beschreven hoe de uitvoering van de VTH-taken plaatsvindt.
Planning & control
Ons uitvoeringsprogramma vormt het hart, stap vier, van de beleidscyclus. Wij stellen jaarlijks een uitvoeringsprogramma op, dat bestuurlijk wordt vastgesteld door onze deelnemers.
Ons uitvoeringsprogramma bevat:
•Activiteiten die worden uitgevoerd voor vergunningen, toezicht en handhaving.
•Een beschrijving van de wijze waarop dit bijdraagt aan de doelstellingen van het strategisch beleidskader.
•Concrete operationele afspraken met andere (keten)partners.
•Overige uitvoeringstaken bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en energie.
Voorbereiden
Stap vijf van de beleidscyclus, het voorbereiden, betekent dat de organisatorische randvoorwaarden aanwezig zijn om taken uit te kunnen voeren. De organisatie werkt op basis van vooraf vastgestelde procedures, processen, protocollen en strategieën. Het personeelsbeleid is, evenals het financieel beleid, gericht op het voldoen aan de kwaliteitsverordeningen (op basis van de op dit moment geldende kwaliteitscriteria 2.3) van de partners. Denk hierbij aan kennis en opleidingseisen die aan medewerkers worden gesteld. Voor het financieel beleid gaat het hier om de kadernota, begroting en jaarrekening.
Uitvoeren
Stap zes van de beleidscyclus betreft de daadwerkelijke uitvoering, dus het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en het handhavend optreden. Wij hanteren hierbij onder andere de volgende uitgangspunten:
•Vergunningverlening is gescheiden van toezicht en handhaving (artikel 7.4, onder b van het Bor).
•Personeel rouleert regelmatig zodat een bedrijf door verschillende toezichthouders wordt gecontroleerd (artikel 7.4, onder c van het Bor).
Monitoren
Voor het monitoren van processen, resultaten en effecten, stap zeven uit de beleidscyclus, hebben wij een systematiek. De resultaten en de voortgang van de uitvoering zijn hierdoor inzichtelijk. De bestuursrapportages en het jaarverslag geven inzicht in de monitoringsresultaten. Deze resultaten vormen de input voor de rapportage & evaluatie (stap 1). Voor het monitoren van het effect van vergunningverlening, toezicht- en handhavingstaken gebruiken wij indicatoren.
Rapportage & evaluatie
De monitoringsresultaten zijn belangrijke bouwstenen voor stap één van de beleidscyclus, rapportage & evaluatie. Onderdelen van de rapportage & evaluatie voor de uitvoeringstaken zijn:
•Twee tussentijdse verantwoordingsrapportages (bestuursrapportages).
•Een jaarlijkse verantwoordingsrapportage (jaarverslag).
•Een jaarlijkse evaluatie of bijstelling van de beleidsdoelstellingen indien dit noodzakelijk is (in het jaarverslag/uitvoeringsprogramma).
•Een vierjaarlijkse, dan wel periodieke, beleidsevaluatie die in gaat op de bijdrage aan beleidsdoelen, de beheersing van risico’s en of beleid.
•Vierjaarlijks, dan wel periodiek, de risico’s in kaart brengen met een risicoanalyse.
•Vierjaarlijks, dan wel periodiek, bijstellen of herzien van het beleidskader, doelen en prioriteiten.
Op de volgende pagina’s leest u schematisch een nadere uitwerking op de beleidscyclus, ter verduidelijking op bovenstaande. Het schema geeft per onderdeel aan hoe rollen en verantwoordelijkheden verdeeld zijn en welke taken en producten aan de orde zijn. Tevens blijkt uit dit schema hoe de verschillende onderdelen gekoppeld zijn aan de wettelijke eisen uit het Bor.
Rollen in de VTH-beleidscyclus
Onderdeel
Wie aan zet
Taak/producten
Toelichting
Bor
Rapportage & evaluatie
ODIJmond
Tertaalrapportage / jaarverslag
Toetsing van behaleneerder vastgestelde operationele doelen, vastleggen van behaalde (tussentijdse) resultaten. Ter kennisgeving GS / B&W.
Artikel 7.7
Deelnemer
Beleidsevaluatie
(jaarlijks of i.i.g. elke 4 jaar)
Zijn gestelde doelenbehaald, worden de adequate instrumenten daartoe ingezet, etc..
Artikel 7.7
ODIJmond
Risico- en probleemanalyse
(jaarlijks of i.i.g. elke 4 jaar)
Een integrale risicoanalyse uitvoeren in samenwerking en afstemming met andereregionale ketenpartners en deelnemers. Vastelling GS/B&W als beleidsbepalende partij.
Artikel 7.2 en Mor (artikel 10.3 eerste lid)
Strategisch beleid
Deelnemer / ODIJmond
(advies / kennisrol)
Opstellen en vaststellen van VTH-beleid inclusief:
•prioritering per beleidsveld op basisvan de risico-en probleemanalyse
•het bepalen van meetbare beleidsdoelen per beleidsveld
•inzicht geven in samenwerkingsverbanden
ODIJmond adviseert ten aanzien van prioriteiten en SMART- doelstellingen die de deelnemer in het beleid op kan nemen. Realiseren van samenwerkingsverbanden / overeenkomsten, gericht op de uitvoering van bijvoorbeeld toezichttaken. Realiseren van gestelde beleidsdoelen en beleidscyclusonderdelen zoals de taak en een integrale risicoanalyse. Advisering over projectmatige aanpak van specifieke doelgroepen of thema’s (lokaal, landelijk).
Artikel 7.2 en artikel 7.5
Deelnemer
Budget voor capaciteit
Budget, passend bij de gestelde doelen en prioriteiten, wordt beschikbaar gesteld.
Artikel 7.5
Operationeel beleid
Deelnemer / ODIJmond
(advies / kennisrol)
VTH-strategie bestaande uit:
1vergunningenstrategie
2preventiestrategie
3toezichtstrategie
4handhavingstrategie (LHS)
5sanctiestrategie
6gedoogstrategie
Beschrijven van vergunningen-, preventie-, toezicht- en handhavingsinstrumenten, toepassing van deze instrumenten op doelgroepen, de processen, de beoogde kwaliteit en de werking hiervan in de toezichtmatrix.
Artikel 7.2
ODIJmond
(advies / kennisrol)
Toezichtmatrix / doelgroepanalyse
Welk instrument / interventie zet je op welke doelgroep in, een gedifferentieerde aanpak.
Jaarlijkse bijstelling wanneer nodig als onderdeel van het uitvoeringsprogramma.
Artikel 7.2
Rollen in de VTH-beleidscyclus
Onderdeel
Wie aan zet
Taak/producten
Toelichting
Bor
Programma en organisatie
ODIJmond (steller) / deelnemer (besluit)
•Uitvoeringsprogramma (ODIJmond)
•Het inzetten vancapaciteit
Jaarprogramma’s (VTH), toewijzen beschikbare capaciteit om de vastgestelde doelen en prioriteiten te behalen.
Artikel 7.3 en artikel 7.5
Deelnemer
Uitvoeringsprogramma (indien integraal) koppelen metuitvoeringsprogramma ODIJmond
Verwijzen naar uitvoeringsprogramma ODIJmond.
ODIJmond
Organisatorische condities
Scheiding vergunningverlening en handhaving, rouleren personeel, 24-uurs bereikbaarheid.
Artikel 7.4
ODIJmond
Kwaliteitsborging
Kwaliteitsbeleid en doelstellingen, wijze van borgen.
Voorbereiding
ODIJmond
•Protocollenen werkinstructies
•Planning voor uitvoering
Systeem voor planning op orde. Ook protocollen voor communicatie, informatiebeheer en -uitwisseling en werkprocessen. Dit zijn interne bedrijfsvoeringprocessen.
Artikel 7.4
ODIJmond
Interne en externeafstemming
Uitvoering
ODIJmond
Het inzetten van de capaciteit zoals is overeengekomen in het uitvoeringsprogramma
Intern bedrijfsvoeringproces.
ODIJmond
Uitvoering ondersteunende voorzieningen
Intern bedrijfsvoeringproces.
Monitoring
ODIJmond
•Data verzamelen uit registratiesysteem
•Monitoring van de kwaliteit van de resultaten (resultaten en mogelijke effecten hiervan)
•Weergave in jaarverslag
Zorgen dat de juiste data wordt geregistreerd, beheerd en geanalyseerd ten behoevevan de jaarrapportages en de periodieke beleidsevaluatie.
Artikel 7.6
Bijlage 2: Evaluatie Beleidskader VTH-milieu 2019-2022
Hoofddoelstelling
Geformuleerd doel
Met de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het werkgebied draagt ODIJmond bij aan het bereiken en in stand hou den van een veilige en duurzame leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.
Realisatie
Over het algemeen kan gesteld worden dat zowel overheidspartijen, ondernemers en inwoners graag met ODIJmond samenwerken, dan wel de uitvoering van taken en afhandeling van vragen en verzoeken door ODIJmond als proactief, begrijpelijk en deskundig worden getypeerd. Naast investeren in opleidingen en vaardigheden om de vereiste kennis en kunde van medewerkers op adequaat niveau te houden, zijn houding en gedrag belangrijke factoren waar aandacht aan wordt gegeven bij ODIJmond. De juiste houding en gedrag maken constructieve samenwerking mogelijk en maken de acceptatie en het begrip bij ondernemers en inwoners groter voor de belangen die ODIJmond beschermt bij haar taakuitvoering. Dat vertaalt zich binnen het VTH-spoor in een relatief laag aantal handhavingsbeschikkingen en bezwaar- en beroepzaken. Buiten het VTH-spoor zien wij dit terug in onder meer succesvolle samenwerkingen als IJmond Bereikbaar en GreenBiz IJmond, in stimuleringsacties en in drukbezochte (online) voorlichtingsavonden over duurzame energie.
Vergunningverlening
Geformuleerd doel
ODIJmond levert vergunningen en maatwerk van hoog (adequaat) niveau, op basis van een zorg vuldige en transparante afweging van belangen met als resultaat beperking en waar mogelijk terugdringing van de milieudruk op de omgeving.
Realisatie
Het aantal bezwaar- en beroepsprocedures is in de periode 2019 tot heden beperkt geweest. Een reden hiervoor is waarschijnlijk dat een concept van het besluit met de aanvrager wordt besproken en aan de aanvrager wordt toegelicht. In de gevallen waarin het toch tot een bezwaar of beroep komt, houdt het merendeel van de vergunningen en maatwerkvoorschriften (>90%) stand.
Het is in de periode 2019 tot heden nog niet volledig gelukt alle besluiten in het kader van een vergunningprocedure binnen de wettelijk gestelde termijn te nemen. Dit heeft vaak te maken met verschil van inzicht met de aanvrager over de typering van activiteiten, soms met het onvoldoende betrokken worden aan de voorkant van de procedure (in het geval van een aanvraag zonder vooroverleg) en regelmatig omdat aanvragen rijkelijk laat worden doorgezonden vanuit het loket waar de aanvraag initieel is ingediend. Aangezien voor nagenoeg alle procedures die wij voeren geen lex silencio positivo geldt, leidt het uit de termijn lopen van een aanvraag niet tot een van rechtswege verleende vergunning. De inzet blijft erop gericht in de voorfase van een vergunningprocedure afstemming te zoeken en zo de procedure soepel te kunnen doorlopen. Indien zicht op legalisatie bestaat, wordt gekeken of voor de periode tot aan het verlenen van de vergunning een gedoogbeschikking tot de mogelijkheden behoort. Op die wijze kunnen de aangevraagde activiteiten gereguleerd plaatsvinden.
Vrijwel de meeste vergunningen voor de inrichtingen waarop wij toezien zijn actueel. Het aantal vergunningen dat ouder is dan tien jaar is inzichtelijk. Van deze vergunningen heeft actualisatie geen spoed in verband met de milieurelevantie van de activiteit(en) of de ontwikkeling(en) binnen het betreffende bedrijf. Deze vergunningen worden geactualiseerd op het moment dat de noodzaak zich daartoe aandient, of ruimte bestaat binnen het werkpakket. Dit is overeenkomstig de vergunningsstrategie.
Met het digitaal inzichtelijk maken van de milieubelasting van (vergunde) activiteiten in een gebied, afgezet tegen andere omgevingsfactoren, is de afgelopen jaren reeds voorgesorteerd op de komst van de Omgevingswet (Ow). Deze informatie biedt de basis voor de, door de gemeenten, op te stellen omgevingsvisies en omgevingsplannen en een integrale benadering van de leefomgeving.
Toezicht en handhaving
Geformuleerd doel
ODIJmond bereikt door toezicht en handhaving bewustwording van de geldende regelgeving met als effect een verhoogde mate van naleving die regelgeving en vermindering van het aantal incidenten, klachten en handhavingsverzoeken.
Realisatie
ODIJmond heeft de mogelijkheden onderzocht om direct na de eerste toezichtscontrole, op het moment dat daarbij geen overtredingen worden geconstateerd, het toezichtsrapport digitaal ter beschikking te stellen aan de gecontroleerde ondernemer. Dit zodat voor de ondernemer direct inzichtelijk dat aan de regelgeving wordt voldaan. Dit maakt op termijn het uitdoen van een papieren brief overbodig. De evaluatie heeft naar voren gebracht dat het wenselijk is om de keuze hierop bij degene die gecontroleerd wordt te laten. Daarmee wordt voldaan aan de wens van het klanttevredenheidsonderzoek van voorgaande jaren. Ondernemers hebben nu de keuze om een brief te ontvangen of het digitale toezichtsrapport.
Als de keuze is gemaakt voor een brief of er is sprake van een overtreding (er wordt dan altijd een brief verstuurd) wordt nog niet in alle gevallen die brief binnen twee weken na de controle verzonden. Dit wordt onder meer veroorzaakt doordat vaak nog documentatie moet worden nagezonden, of ruimte wordt gegeven de overtreding op te lossen alvorens een brief uitgaat (de betreffende overtreding wordt dan wel in de brief opgenomen met daarbij vermeld dat deze ongedaan is gemaakt).
De afgelopen jaren is hard gewerkt aan de inrichting van een branchegerichte bibliotheek binnen Digitale Checklisten. De doelgroepen waarop wij toezien zijn onderverdeeld in branches, waarna per doelgroep een digitale checklist is opgesteld. Op basis van het gebruik van deze checklisten wordt een zich steeds verder verdiepend inzicht verkregen in hoe het naleefgedrag zich ontwikkelt. Het project dataloggers is een voorbeeld van de toepassing van deze methodiek. Ook in de ketenaanpak asbest, bodem en afval wordt op deze wijze gewerkt.
Inmiddels wordt een groot deel van onze toezichtstaak programmatisch en risicogestuurd ingericht. Dit betekent dat we, voorafgaand aan de uitvoering, eerst een grondige analyse maken van een branche of problematiek. In die analyse kijken wij waar de kans op niet-naleving het grootst is en welke oorzaken aan niet-naleving ten grondslag liggen. Op basis van die analyse bepalen wij waar het toezicht zich op toespitst en van welk instrumentarium gebruik wordt gemaakt. Wij verantwoorden hierop in onze rapportagecylcus (uitvoeringsprogramma bestuursrapportages jaarverslag). Onze aanpak is erop gericht toe te werken naar een heldere en eenduidige structuur.
Het percentage inrichtingen dat haar overtredingen met de eerste hercontrole beëindigde bedroeg in 2021 80% over het gehele werkgebied. Na de tweede hercontrole is ruim 91% van alle geconstateerde overtredingen opgelost. Bij minder dan 9% van de gevallen is een vooraankondiging last onder dwangsom of bestuursdwang noodzakelijk.
Het aantal handhavingsbeschikkingen (last onder dwangsom of bestuursdwang) dat jaarlijks door ODIJmond wordt opgelegd is minimaal. Het merendeel van de geconstateerde overtredingen wordt opgelost voor de eerste hercontrole en een deel vervolgens voor de tweede hercontrole.
In een aantal gevallen, van het toch al lage aantal handhavingsbeschikkingen dat wij opleggen, wordt bezwaar en soms ook beroep ingesteld.
Van de uiteindelijk 45 handhavingsbeschikkingen die in 2021 zijn opgelegd is tegen ongeveer 15% bezwaar of beroep ingesteld. 80% Hiervan houdt stand in een dergelijke procedure. Dit lijkt weinig maar betrof in de praktijk een zaak die daarmee op het al geringe aantal zaken het percentage drukt.
Samenwerking en data
Geformuleerd doel
ODIJmond is een toonaangevende dienst op het gebied van informatieuitwisseling, samenwerking met de handhavingspartners en afgestemd handelen op zowel strategisch, tactisch en operationeel niveau. Daarmee draagt ODIJmond bij aan level playing field op regionaal en landelijk niveau, ontwikkelt zij een volledig beeld van de problematiek die speelt en realiseert zij een efficiënte inzet van toezichthouders en handhavers.
Realisatie
ODIJmond verzamelt voor haar deelnemende gemeenten en provincie Noord-Holland zowel op landelijk, als op regionaal, niveau informatie om door te vertalen naar onze handhavingspartners. Hiermee zijn wij een belangrijk informatieverzamelpunt en een belangrijke bron van informatie.
ODIJmond is tot en met februari 2021 voorzitter geweest van het Vakberaad Handhaving onder OD.NL. Dit voorzitterschap is overgedragen aan de DCMR (Milieudienst Rijnmond). ODIJmond neemt nog steeds deel aan dit vakberaad waar alle 29 omgevingsdiensten in vertegenwoordigd zijn. Hierin wisselen informatiemakelaars van omgevingsdiensten, provincie, andere inspectiediensten en politie en justitie informatie uit. Ook zijn wij voorzitter van het casusoverleg Noord- Holland en Utrecht op de keten asbest.
Onze collega’s nemen deel aan de initiatiefgroep met andere omgevingsdiensten voor de ontwikkeling van VTH onder de Ow. Wij zijn de landelijk trekker voor verschillende branche-aanpakken zoals ZZS, tankstations en metaalrecycling. De uitvoering en afwegingen vinden daarbij steeds op regionaal en lokaal niveau plaats. Deze trekkersrol zie je ook terug in de opdracht verstrekt door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om de BES-eilanden (Bonaire, Saba en Sint Eustatius) te ondersteunen met onze expertise op onder andere de branche-aanpak en daarbij behorende onderwerpen. Vanuit deze landelijke overleggen zorgt ODIJmond er onder andere voor dat projecten ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.
Aandachtspunt blijft een goede informatie- uitwisseling tussen verschillende omgevingsdiensten en ketenpartners onderling. De actualiteit van data is daarbij het voornaamste item.
De AVG is hierin verankert door het hebben van een Functionaris Gegevens Bescherming.
Ontwikkelingen
Het omgevingsrecht blijft de komende jaren in beweging. Onder invloed van een aantal ontwikkelingen.
De belangrijkste daarvan voor ODIJmond en haar gemeenten zijn:
•Komst van de Omgevingswet en de ontwikkeling van omgevingsvisies en –plannen.
•Energietransitie en circulaire economie.
•Asbestdakenverbod.
•Toenemende (regionale) samenwerking met handhavingspartners en brede aanpak omgevingsproblematiek.
•Dataverzameling en –deling.
Ook de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving worden geraakt door deze ontwikkelingen. Tegelijkertijd kan via de uitvoering van deze taken bijgedragen worden aan realisatie van de doelstellingen van gemeenten en provincie op deze vlakken. Dat vraagt om keuzes in de ontwikkelrichting van VTH bij ODIJmond.
In het VTH Beleidskader 2019-2022 waren daarom de volgende ontwikkelingen opgenomen:
•Gebiedsgerichte aanpak
•Grip op activiteiten
•Ketens
•Verbrede aanpak omgevingsproblematiek
•Asbestdaken
•Energietransitie en circulaire economie
•Ow en VTH
•Ow en data
•Landelijke prioriteiten/thema’s/NIA
•Handhavingsbeleid
•Rol medewerker omgevingsrecht
Evaluatie
De gebiedsgerichte aanpak is waardevol gebleken en heeft zeker een meerwaarde. Het hebben van oren en ogen in de regio heeft een grote meerwaarde. Wel ligt de focus daarbij vaak op regio IJmond.
Afgelopen periode lag de focus nog meer naar binnen dan dat deze naar buiten gericht was. Er is in deze periode een aanzet gemaakt om met het gebiedsgericht werken het gehele werkgebied concreet in beeld te krijgen en de juiste mensen in te zetten op een specifiek probleem.
Eerder hebben er pilots gedraaid om te kijken of en hoe zelftoezicht door bedrijven te realiseren is. Gebleken is dat deze term inmiddels verouderd is. Andere partners, zoals de brandweer, voeren dit toezicht nu uit onder de noemer van ‘vernieuwend toezicht’. Ook is er vanuit digitale checklisten veel mogelijk om dit type toezicht te ondersteunen.
De media wordt nu ook nog niet altijd optimaal betrokken bij dit type toezicht.
Het bedrijfsbestand van ODIJmond is, met een kleine afwijking door bijvoorbeeld recent verhuizen of stoppen van een bedrijf, actueel
Er wordt vaak gesproken over het integraal uitvoeren van inspecties. Deze inspecties zijn op twee manieren uit te leggen: inspectie waarbij meerdere controlerende overheidsinstanties aanwezig zijn of een inspectie op meerdere aspecten, waarbij het dan in het geval van ODIJmond gaat om milieu/brand/bouwen, uitgevoerd door één inspecteur. Omdat er, door alle ontwikkelingen op dit moment, in dit laatste geval steeds meer van deze inspecteur verwacht wordt is het naar de toekomst toe belangrijk om te kijken naar de verhouding tussen integrale inspecteur en specialist.
ODIJmond is al enkele jaren bezig met het houden voor toezicht op de ketens (asbest, afval en grond). Hierbij is veel aandacht voor de start van de keten. Het doorlopen van de gehele keten is een punt van aandacht.
Ondermijning speelt steeds meer een rol in omgevingsproblematiek. ODIJmond speelt hier, ook doordat zij zelf BOA’s in dienst heeft, een belangrijke rol in. Ook heeft zij in alle gemeenten een belangrijke oor-, oog- en neusfunctie. Dit signaaltoezicht is geen specialisme van ODIJmond.
In de periode dat het kader vigerend was zijn er veel asbestdaken in kaart gebracht. Sinds het begin van het project heeft ODIJmond bijna 39.000 m2 in kaart gebracht.
In de periode 2019-2022 is er veel aandacht voor energie(transitie) geweest. Ook het inzetten van een datalogger, en het daarvoor opleiden van medewerkers, heeft in deze periode veel plaatsgevonden.
Onderwerpen als energietransitie, klimaatakkoord, energiebesparingsakkoord, circulaire economie, gezondheid en luchtkwaliteit zijn een belangrijk onderdeel in de programmering en uitvoering van ODIJmond. Naar de toekomst toe zal dit steeds meer worden.
Afgelopen periode is er voor wat betreft de Ow ingezet op het trainen van collega’s, is het inrichtingenbestand omgezet naar milieubelastende activiteiten, is er een interne werkgroep voor de implementatie van de Ow opgericht en wordt er aangehaakt bij de gemeenten met betrekking tot het opstellen van de omgevingsvisies en omgevingsplannen.
In de afgelopen periode is er aandacht geweest voor landelijke thema’s als WEELABEX en GBES.
Conclusie
Aankomende jaren is het belangrijk om de gebiedsgerichte aanpak te behouden en verder uit te werken. Daarbij is de samenwerking met keten partners en het maken van gedegen analyses zeer belangrijk. Ook de focus meer verdelen over het gehele werkgebied is een punt van aandacht.
Het werken aan de hand van thema’s, bijvoorbeeld gezondheid en imago, is iets wat in de gesprekken met bestuurders vanuit deze aanpak is meegenomen.
Vanuit deze gesprekken, en ook vanuit de interne evaluatie, zijn de volgende thema’s naar voren gekomen:
•Leefbaarheid
•Gezondheid
•Veiligheid
•Duurzaamheid
•Financiële risico’s
•Bestuurlijke risico’s
Zowel tijdens de interne evaluatie als de evaluatie met partners kwamen tien prioriteiten naar voren. Deze zijn genoemd in hoofdstuk 5.1. Deze prioriteiten, gekoppeld aan de thema’s, vormen een belangrijk onderdeel van dit nieuwe Beleidskader.
Digitale checklisten inzetten op het gebied van vernieuwend toezicht en in dit toezicht samenwerking met partners opzoeken is wenselijk. Ook kan deze manier van werken worden ingezet binnen bijvoorbeeld het Energiebesparingsakkoord. Deze manier van werken zal ook veel data opleveren die weer gebruikt kan worden in de analyses. Analyses liggen ten grondslag aan het risicogericht- en informatie gestuurd werken en zijn daarmee een belangrijk onderdeel van de basis voor de beleidscyclus.
De media hierin betrekken, door vooraf berichtgeving te laten doen en achteraf een artikel te laten plaatsen, kan ook bijdragen aan een zo optimaal mogelijk resultaat.
Het actueel hebben van het bedrijfsbestand is niet alleen voor het uitvoeren van toezicht en handhaving van belang maar ook voor gemeenten. Bij het opstellen van stikstofbeleid is dit bijvoorbeeld een belangrijke bron van informatie.
Om het gewenste niveau en efficiënte uitvoering van inspecties te behouden belangrijk om inzichtelijk te hebben welke inspecties door een integrale inspecteur uitgevoerd kunnen worden, wanneer de specialist in zicht komt en welke kennis en vaardigheden deze beide dienen te bezitten.
Op het gebied van ketens heeft ODIJmond veel expertise in huis. De komende vier jaar is er aandacht om de ketens van begin tot het eind aan te pakken dus van de kop tot aan de staart met een analyse die weer input is voor verdere acties/ programmering.
Het blijft belangrijk voor ons om met gemeenten af te stemmen wat wij door middel van onze signaalfunctie bij kunnen dragen aan de omgevingsproblematiek in de betreffende gemeenten.
In dit Beleidskader hoeft het onderwerp asbestdaken niet meer als prioriteit aangemerkt te worden. Het asbestdakenverbod is inmiddels van de baan omdat er door de Eerste Kamer niet is ingestemd met de wetswijziging Wet milieubeheer die het asbestdakenverbod mogelijk moest maken. Wel hebben zijn wij voldoende voorbereid doordat wij alle daken in kaart hebben en blijft asbest als keten een aandachtspunt.
De inzet van de datalogger houden we vast en werken we verder uit. Nu is deze inzet gekoppeld aan verwarming maar kan ook worden ingezet met betrekking tot koelen. Het verantwoorden van de resultaten van deze plaatsingen is ook een punt van aandacht, hier kan meer worden uitgehaald.
Op het gebied van energietransitie, klimaatakkoord, energiebesparingsakkoord, circulaire economie, gezondheid en luchtkwaliteit zijn er veel ontwikkelingen die ook aan de werkzaamheden van ODIJmond raken. Al deze ontwikkelingen en onderwerpen komen terug in onze beleidscyclus en krijgen aandacht in het nieuwe Beleidskader.
Ten tijde van het schrijven van dit Beleidskader staat de inwerkingtreding van de Ow gepland voor 1 januari 2024. De inwerkingtreding gaat niet alleen veel vragen oproepen bij medewerkers, maar geeft ook veel vragen op het gebied van informatisering en automatisering. Systemen moeten geschikt worden gemaakt voor aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De aansluiting op dit digitale overheidsloket is van groot belang.
Wij moeten daarnaast zorgen dat we aangehaakt blijven bij landelijke prioriteiten en doorpakken op thema’s die eerder hebben gespeeld.
Bijlage 3: Risico- en probleemanalyse
Deze analyse geeft inzicht in de grootste risico’s voor de leefomgeving. De resultaten van de tertaalrapportages en jaarverslagen worden in deze analyse meegenomen.
De tertaalrapportages/jaarverslagen, de vierjaarlijkse beleidsevaluatie en de risico- en probleemanalyse vormen samen de eerste stap van de beleidscyclus, rapportage & evaluatie.
Risicoanalyse
De uiteindelijke prioritering bij de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving is gebaseerd op een inschatting van het risico op negatieve effecten bij overtreding van de verschillende compartimenten waarop toe wordt gezien. Om die risico’s in te kunnen schatten wordt een risicoanalyse gemaakt met betrekking tot de verschillende inrichtingsbranches. De risicoanalyse brengt het risico in beeld dat aan elk van de compartimenten verbonden is. Risico is daarbij gedefinieerd als het negatief effect maal de kans dat die zich voordoet, of risico = negatief effect x kans. Schematisch wordt dit weergegeven in de hieronder afgebeelde risicomatrix.
Negatieve effecten op beschermingsdoelen worden verdeeld over zeven omgevingsthema’s. Deze zeven omgevingsthema’s zijn vastgesteld door middel van de landelijke risicobeoordelingsmethode die het Centrum Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) aan overheidsdiensten aanbeveelt.
De omgevingsthema’s.
1Fysieke veiligheid: de mate waarin mensen beschermd zijn en zich beschermd voelen tegen persoonlijk leed.
2Volksgezondheid: de mate waarin mensen beschermd zijn en zich beschermd voelen tegen ziekten en/of dood.
3Hinder en leefbaarheid: de mate waarin mensen en dieren (sociale leefomgeving) hinder zouden kunnen ondervinden. Denk hierbij aan visuele, licht-, stank- en geluids- hinder, privacy.
4Natuur/ecologische veiligheid: de mate waarin flora en fauna wordt beschermd en de mate waarin aantasting en verstoring van de natuurlijk mogelijk is.
5Financiële/economische veiligheid: de mate waarin de financieel-economisch en culturele veiligheid voor de gemeenschap/ overheid aanwezig is bij het ontstaan van financiële schade.
6Politieke gevoeligheid/imago: de mate van politiek-bestuurlijk afbreuk en publieke ontrust.
7Klimaatbescherming (duurzaamheid): de mate van bescherming van het klimaat van de aarde tegen aantasting.
Voor de kans wordt een inschatting gemaakt hoe vaak het niet naleven van een regel of voorschrift voor zal komen. Het inschatten van de kans gebeurt op basis van naleefgegeven en een expertoordeel. Uit het toezicht komt deze naleefinformatie vrij. Deze informatie registreren wij.
Voor het registreren van overtredingsgegevens maken wij gebruik van de interventiematrix uit de Landelijke handhavingsstrategie (LHS). Afgelopen periode is er door deze registratievorm al veel data voor handen gekomen waarmee wij naleefanalyses genereren. Komende periode verrijken wij deze data envullen deze aan. De naleefanalyses leveren een bijdrage aan de kansberekening in de risico- en probleemanalyse en optimaliseren het naleefbeeld.
De risico- en probleemanalyse is geen statisch geheel. De basis ligt echter vast gedurende de looptijd van dit Beleidskader. Indien bij de uitvoering van handhaving nieuwe inzichten ontstaan, door bijvoorbeeld afwijkende naleefgegevens, een verhoogd aantal klachten of incidenten kunnen deze bij het opstellen van de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s als prioriteit worden meegenomen.
De thema’s die als slotconclusie uit de door ons uitgevoerde evaluatie zijn gekomen, zoals te lezen in bijlage 2 van dit Beleidskader, sluiten naadloos aan op deze zeven omgevingsthema’s.
Landelijke Handhavingsstrategie
De Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) is het kader waarbinnen de handhaving door ODIJmond plaatsvindt. Volgens de LHS bepaalt de combinatie van de ernst van de overtreding en de intentie van de overtreder het handhavingsinstrument dat gekozen wordt. Dit kan variëren van een waarschuwing tot stillegging of een strafrechtelijke maatregel.
Het gedragsaspect van de bedrijven die onder toezicht staan wordt in steeds belangrijker mate een aspect dat meegenomen wordt bij toezicht en handhaving. De mate van ‘hufterigheid’, gedrag waarbij de grenzen van het betamelijke worden opgezocht, maar net niet overschreden, vormt één van de indicatoren om onder meer ondermijnende activiteiten op te sporen en aan te pakken.
In de VTH-strategie milieu 2023-2026 wordt verder ingegaan op de LHS en wordt ook de landelijke handhavingsstrategie onder de Omgevingswet (LHSO), alvast toegelicht.