Aanhef
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,
Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
Overwegende dat Provinciale Staten op 21 september 2012 de nota “Brabant uitnodigend groen” hebben vastgesteld, waarin de doelstellingen van het beleid voor natuur en landschap zijn opgenomen;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten deze doelstellingen willen bereiken door onder andere subsidie te verlenen aan projecten die aan realisering daarvan bijdragen;
Overwegende dat Provinciale Staten in de nota “Brabant uitnodigend groen” hebben bepaald dat de uitvoering van het soortenbeleid binnen de provincie Noord-Brabant uitgaat van een leefgebiedenbenadering met als doel behoud en herstel van biodiversiteit;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 24 september 2013 het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit en Leefgebieden hebben vastgesteld, waarin ook alle leefgebieden en maatregelkaarten zijn opgenomen;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 15 december 2015 de Subsidieregeling Biodiversiteit Noord-Brabant hebben vastgesteld;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten die regeling op enkele onderdelen inhoudelijk wensen te wijzigen;
Overwegende dat Gedeputeerde alle subsidies die gericht zijn op realisering van de natuurdoelstellingen wensen te bundelen in één subsidieregeling die tegelijk aanbouwregeling is voor door Gedeputeerde Staten nader te bepalen paragrafen binnen de kaders van de nota “Brabant uitnodigend groen”;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten de noodzakelijke wijziging van de Subsidieregeling Biodiversiteit Noord-Brabant aangrijpen om die nieuwe aanbouwsubsidieregeling voor natuur in te richten;
Besluiten vast te stellen de volgende regeling:
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
file geodatabase: bestand dat geschikt is voor opname in een geografisch informatiesysteem;
Maatregelenkaart: maatregelenkaart voor biodiversiteit en leefgebieden, opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling;
Toelichting Maatregelenkaart: toelichting op de Maatregelenkaart, opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling.
Artikel 1.2 Doelgroep
1Subsidie kan worden aangevraagd voor:
a.rechtspersonen;
b.een samenwerkingsverband van rechtspersonen;
c.een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen.
2Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder b of c, geen rechtspersoonlijkheid bezit:
a.wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid;
b.draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsovereenkomst.
Artikel 1.3 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het behoud of herstel van vennen met ecotooptype V1, V2, V3 of V6 als bedoeld op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart, in de vorm van:
a.uitvoeringsprojecten;
b.onderzoeksprojecten ter voorbereiding op projecten als bedoeld onder a.
Artikel 1.5 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
a.reeds voor indiening van de aanvraag is begonnen met de uitvoering van het project;
b.de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000;
c.het project behoort tot de wettelijke taken van de subsidieaanvrager;
d.voor het project reeds provinciale subsidie is verstrekt;
e.voor het project subsidie kan worden aangevraagd op grond van paragraaf 2 van deze regeling.
Artikel 1.6 Subsidievereisten
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kaart van de projectlocatie of projectlocaties;
b.het project is gericht op het behoud of herstel van een of meer vennen;
c.het project heeft betrekking op een ven met ecotooptype V1, V2, V3 of V6;
d.het project betreft een maatregel als opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart;
e.de subsidieaanvrager kan het project binnen vijf jaar na de startdatum afronden, blijkend uit een realistische planning;
f.de subsidieaanvrager monitort projecten gericht op behoud of herstel gedurende de looptijd van het project, blijkend uit een monitoringsplan dat voldoet aan de vereisten, opgenomen in bijlage 9, behorende bij deze regeling;
g.aan het project ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen:
1°. op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;
2°. een sluitende en realistische begroting.
Artikel 1.7 Subsidiabele kosten
1Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
a.kosten voor de uitvoering van of onderzoek naar de fysieke maatregelen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart;
b.kosten voor de voorbereiding van de fysieke uitvoering;
c.kilometervergoedingen voor de werkzaamheden, bedoeld onder a of b, tot een maximum van € 0,23 per kilometer, inclusief btw.
2Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager, past de subsidieaanvrager de berekeningssystematiek genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van:
a.€ 60 voor werkzaamheden op MBO-niveau;
b.€ 90 voor werkzaamheden op HBO-niveau;
c.€ 110 voor werkzaamheden op WO-niveau.
3Indien de kosten van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a of b, uitgevoerd worden door derden, bedraagt het maximum € 99 per uur, vermeerderd met eventuele niet verrekenbare of niet compensabele btw.
4Indien de kosten van de werkzaamheden, bedoeld onder a of b, uitgevoerd worden door vrijwilligers, stagiaires of studenten, bedraagt het maximum € 5,00 per uur.
Artikel 1.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
a.kosten voor gebieden die niet op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart staan;
b.kosten als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onder a of c, gemaakt voor de verlening van de subsidie;
c.kosten als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onder b, gemaakt tot een jaar voor de subsidieaanvraag;
d.kosten waarvoor reeds op grond van een andere regeling subsidie is verleend;
e.kosten voor stelposten of onvoorziene omstandigheden;
f.kosten voor wettelijke taken.
Artikel 1.9 Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van:
a.15 januari 2021 tot en met 30 november 2021;
b.3 januari 2022 tot en met 2 december 2022;
c.3 januari 2023 tot en met 15 december 2023;
d.4 januari 2024 tot en met 17 december 2024;
e.3 maart 2025 tot en met 15 december 2025.
Artikel 1.10 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 1.4 vast op:
a.€ 2.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder a;
b.€ 1.500.000 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder b;
c.€ 1.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder c;
d.€ 750.000 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder d;
e.€ 790.994 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder e.
Artikel 1.11 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.
Artikel 1.12 Verdelingswijzen
1Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.
5De subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen in de rangschikking die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel 1.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
1De subsidieontvanger:
a.start het project binnen vier maanden na verlening van de subsidie;
b.de subsidieaanvrager monitort projecten gericht op behoud of herstel gedurende de looptijd van het project;
c.rondt het project af binnen vijf jaar na de in het projectplan opgenomen startdatum;
d.overlegt na afloop van het project aan Gedeputeerde Staten een file geodatabase met de exacte locatie van de uitgevoerde maatregel, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant;
e.maakt de bevindingen en resultaten van het project toegankelijk voor derden;
f.overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;
g.houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten; en
h.laat eventuele opbrengsten van economische activiteiten van het project ten goede komen aan het project.
2Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder c, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.
3Indien de veldcheck of herhalingsmeetronde, bedoeld in bijlage 9 bij deze regeling, wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, of bedoeld in het tweede lid, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging van de termijn voor het afronden van de veldcheck of herhalingsmeetronde met maximaal vier jaar.
Artikel 1.14 Verantwoording
1Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.indien van toepassing, de resultaten van de monitoring, bedoeld in artikel 1.13, onder b;
c.indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid, onder h, ten goede zijn gekomen aan het project.
2Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.indien van toepassing, de resultaten van de monitoring, bedoeld in artikel 1.13, onder b;
c.een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1°, van de Asv;
d.een controleverklaring, als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2°, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
e.indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid, onder h, ten goede zijn gekomen aan het project.
Artikel 1.15 Bevoorschotting en betaling
1Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
2Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.
Artikel 1.16 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2023 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.
§ 2 Instandhouding Natura 2000
Artikel 2.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
ambitiekaart: kaart als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016;
file geodatabase: bestand dat geschikt is voor opname in een geografisch informatiesysteem;
gebiedsanalyse: een analyse van een stikstofgevoelig Natura-2000 gebied,, waarin maatregelen zijn opgenomen die voorkomen dat de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden van soorten verbetert of niet verder achteruit gaat;
kosten derden: kosten die op factuur aantoonbaar en aan derden verschuldigd zijn en die direct voor de subsidiabele activiteit worden gemaakt;
Natura 2000: Natura 2000 als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
Natura 2000-beheerplan: plan waarin is vastgelegd hoe en wanneer de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied gehaald worden;
Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
Natura 2000-maatregelen: maatregelen om de instandhoudingsdoelstellingen te behalen, zoals beschreven in het Natura 2000-beheerplan, voor zover dat betrekking heeft op de eerste fase;
Natuur Netwerk Brabant: samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
nieuwe natuur: opgave nieuwe natuur zoals aangeduid op de actuele kaart vastgesteld in het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant;
OGOR: optimaal grond- en oppervlaktewaterregime;
Regionaal Water en Bodem Programma: door Provinciale Staten op 3 december 2021 vastgesteld Regionaal Water en Bodem Programma Noord-Brabant 2022-2027;
voor Natura 2000 benodigde percelen: door Gedeputeerde Staten aangewezen percelen, vastgelegd in een provinciaal inpassingsplan of bestemmingsplan, waarvoor het voornemen bestaat deze zo nodig te onteigenen ten behoeve van de uitvoering van Natura 2000-maatregelen.
Artikel 2.2 Doelgroep
1Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:
a.natuurlijke personen;
b.rechtspersonen;
c.een samenwerkingsverband van rechtspersonen;
d.een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen.
2Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, onder c of d, geen rechtspersoonlijkheid bezit:
a.wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid;
b.draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.
Artikel 2.3 Subsidievorm
1Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.
2Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:
a.het uitvoeren van Natura 2000-maatregelen;
b.de inrichting van nieuwe natuur op de voor Natura 2000 benodigde percelen.
Artikel 2.5 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
a.het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt;
b.reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
c.ten aanzien van aanvrager een bevel tot terugvordering als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, uitstaat;
d.de aanvrager een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, is.
Artikel 2.6 Subsidievereisten
1Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.de activiteiten komen ten goede aan Natura 2000-gebieden in de provincie Noord-Brabant;
b.de aanvrager heeft:
1°. zeggenschap over de grond waarop de activiteiten plaatsvinden middels eigendom of erfpacht;
2°. toestemming van de eigenaar of erfpachter van de grond waarop de activiteiten plaatsvinden;
c.activiteiten zijn opgenomen in de door Gedeputeerde Staten vastgestelde, of in ontwerp vastgestelde:
1°. gebiedsanalyses;
2°. Natura 2000-beheerplannen;
d.aan de aanvraag ligt ten grondslag:
1°. een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;
2°. een sluitende begroting;
3°. een file geodatabase met de exacte locatie van de te treffen maatregelen, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant;
4°. een beschrijving van aard en omvang van het resultaat van de maatregelen op de betreffende habitattypen of soorten;
5°. een beschrijving van het te voeren beheer nadat de maatregelen zijn uitgevoerd;
6°. een beschrijving van monitoring van Natura 2000-maatregelen;
7°. een opgave van de totale oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd;
8°. een planning van de uitvoering.
2Onverminderd het eerste lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:
a.voor zover de percelen zijn gelegen binnen het Natuur Netwerk Brabant, de nieuwe natuur wordt gerealiseerd overeenkomstig de beheertypen, zoals aangegeven op de ambitiekaart;
b.voor zover de percelen zijn gelegen buiten het Natuur Netwerk Brabant, door subsidieaanvrager wordt aangetoond dat het te realiseren natuurbeheertype:
1°. zich goed verhoudt met het regime dat van toepassing is op het naastliggende, binnen het Natuur Netwerk Brabant gelegen, perceel;
2°. landschappelijk inpasbaar is;
3°. aansluit bij of in overeenstemming is met de cultuurhistorische waarden;
4°. past in de leefgebiedenbenadering.
3Onverminderd het eerste en tweede lid zijn, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, projecten voor verdrogingsbestrijding gericht op het bereiken van het OGOR dat nodig is voor de bescherming en instandhouding van de habitattypen en soorten.
4Onverminderd het eerste lid en tweede lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, bij projecten voor beek- en kreekherstel voldaan aan de volgende vereisten:
a.het project voldoet aan de parameters voor de na te streven waterkwaliteit en de ecologische potenties van het watersysteem behorende bij de functie zoals omschreven in bijlage 3 en bijlage 4 van het Regionaal Water en Bodem Programma;
b.het project is gericht op het bereiken van het OGOR dat nodig is voor de bescherming en instandhouding van de habitattypen en soorten.
Artikel 2.7 Subsidiabele kosten
1Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen in ieder geval de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
a.kosten ten behoeve van de uitvoering van Natura 2000-maatregelen;
b.kosten ten behoeve van de inrichting van nieuwe natuur op de voor Natura 2000 percelen;
c.voorbereidingskosten gemaakt vanaf 1 januari 2024;
d.onderzoekskosten zoals omschreven in de gebiedsanalyses en Natura 2000-beheerplannen;
e.kosten voor onderzoek in het kader van de uitvoering;
f.kosten ten behoeve van de communicatie;
g.kosten voor nadeelcompensatie als gevolg van natschade;
h.kosten van monitoring;
i.kosten derden tot maximaal € 99 per uur, vermeerderd met eventuele niet verrekenbare of niet compensabele BTW;
j.kosten ten behoeve van kilometervergoeding maximaal € 0,19, inclusief eventuele niet verrekenbare of niet compensabele BTW.
2Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager past de subsidieaanvrager de berekeningswijze, genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van:
a.€ 60 voor werkzaamheden op MBO-niveau;
b.€ 90 voor werkzaamheden op HBO-niveau;
c.€ 110 voor werkzaamheden op WO-niveau.
3Als de subsidieontvanger beschikt over een geldende goedkeuring van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor het hanteren van de zogenaamde Integrale Kosten Systematiek, kan de subsidieontvanger, in afwijking van het tweede lid, de berekeningswijze, bedoeld in de artikelen 1.4, eerste lid, onder a, en 1.5 van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toepassen en deze systematiek en de uit deze systematiek voortvloeiende jaarlijkse uurtarieven hanteren.
Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 2.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
a.kosten voor grondverwerving, functiewijziging, pachtafkoop of erfpachtafkoop;
b.kosten voor regulier beheer en onderhoud;
c.kosten voor de aanschaf van machines;
d.uitvoeringskosten gemaakt voor indiening van de aanvraag;
e.arbeids- en personeelsuren van, en inhuurkosten van projectleiders door, de waterschappen.
Artikel 2.9 Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van:
a.15 februari 2019 tot en met 3 december 2019;
b.5 februari 2020 tot en met 3 december 2020;
c.15 januari 2021 tot en met 30 november 2021;
d.3 januari 2022 tot en met 2 december 2022;
e.3 januari 2023 tot en met 15 december 2023;
f.4 januari 2024 tot en met 17 december 2024;
g.7 januari 2025 tot en met 28 november 2025.
Artikel 2.10 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.4 vast op:
a.€ 3.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder a;
b.€ 3.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder b;
c.€ 7.650.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder c;
d.€ 9.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder d;
e.€ 1.500.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder e;
f.€ 1.500.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder f;
g.€ 15.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder g.
Artikel 2.11 Subsidiehoogte
1De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.4, onder a, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van 4.000.000.
2De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.4, onder b, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 30.000.
3Indien toepassing van het eerste of tweede lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.
Artikel 2.12 Verdeelcriteria
1Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.
4De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
5De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt in volgorde van trekking.
6De subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen in de rangschikking die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
1De subsidieontvanger:
a.rondt het project af:
1°. uiterlijk 31 december 2024, indien subsidie is verleend vóór 1 juli 2022;
2°. uiterlijk 31 december 2026, indien subsidie is verleend na 1 juli 2022;
3°. uiterlijk 31 december 2027, indien subsidie is verleend na 7 januari 2025.
b.overlegt na afloop van het project aan Gedeputeerde Staten een file geodatabase met de exacte locatie van de uitgevoerde maatregel, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant;
c.overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;
d.houdt bij subsidies tot € 125.000 een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.
2Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal twee jaar.
Artikel 2.14 Prestatieverantwoording
1Bij subsidies tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van:
a.een activiteitenverslag, waarin in ieder geval een file geodatabase is opgenomen, waarin de exacte locatie van de uitgevoerde maatregelen is weergegeven;
b.indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
c.indien van toepassing een proces verbaal van oplevering;
d.bewijsstukken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening waaruit de gerealiseerde kosten blijken;
e.een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 21, zevende lid, van de Asv, met gebruikmaking van de daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelverklaring.
2Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag, waarin in ieder geval een file geodatabase is opgenomen, waarin de exacte locatie van de uitgevoerde maatregelen is weergegeven;
b.indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
c.een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1°, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
d.een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, zevende, onderdeel a, onder 2°, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.15 Bevoorschotting en betaling
1Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
2Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt betaald in jaarlijks gelijke gedeelten gedurende de looptijd van het project.
Artikel 2.15a Vaststelling subsidies tot € 125.000
Bij subsidies tot € 125.000 stellen Gedeputeerde Staten de subsidie ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, vast op basis van prestaties en gerealiseerde kosten.
Artikel 2.16 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.
§ 3 Aanleg landschapselement en herstel cultuurhistorisch landschapselement
Artikel 3.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a.accoladeprofiel: verdiepte natte bufferzone die op of net boven het waterpeil van waterloop ligt;
b.amfibieënbiotoop: biotoop specifiek voor amfibieën, bestaande uit een poel voor voortplanting, niet zijnde een poel waarin vissen of watervogels zijn uitgezet of hemelwater wordt opgevangen, en een ruigte waarin geleefd kan worden;
c.basisbiotoop: biotoop specifiek voor boomkikkers;.
d.bebouwde kom: gebied als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
e.biotoop: natuurlijke omgeving waarin geleefd en voortgeplant kan worden;
f.cultuurhistorisch landschapselement: streekeigen groenelement in de vorm van beplantingselement met inheemse soorten of waterelement met een ecologische functie dat voor 1950 is aangelegd;
g.ecologische verbindingszone: ecologische verbindingszone als bedoeld in bijlage I van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
h.erf: geheel aan gronden dat behoort bij een gebouw en dat in functioneel opzicht is ingericht ten dienste van dat gebouw, zoals aangeduid in het omgevingsplan;
i.groenblauwe mantel: gebieden die zijn aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, die een belangrijke nevenfunctie voor natuur en water hebben en overwegend grenzen aan het Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones of deze verbinden;
j.landschapselement: natuurelement in het cultuurlandschap met een natuurwetenschappelijke, landschappelijke, cultuurhistorische of archeologische betekenis;
k.Natuurnetwerk Brabant: samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
l.natuurvriendelijke oever: oever langs een waterhoudende bestaande waterloop in de vorm van een plas- of drasberm of flauw talud;
m.schraalland: landbouwgrond waarvan de voedselrijke bovenlaag is verwijderd met als doel het creëren van een voedselarme uitgangssituatie voor natte of droge kruidenrijke vegetatie;
n.financiële verantwoording Sisa-medeoverheden: financiële verantwoording voor mede-overheden die volgt uit de beschikking van de specifieke uitkering van het Rijk.
Artikel 3.2 Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:
a.natuurlijke personen;
b.privaatrechtelijke rechtspersonen;
c.publiekrechtelijke rechtspersonen.
Artikel 3.3 Subsidevorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 3.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:
a.de aanleg van een landschapselement in de vorm van:
1°. beplanting;
2°. een poel;
3°. een natuurvriendelijke oever.
b.het herstel van een cultuurhistorisch landschapselement; of
c.aanleg van schraalland in combinatie met onderdeel a of b.
Artikel 3.5 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
a.reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
b.het project geheel of gedeeltelijk behoort tot de wettelijke taken of verplichtingen van de subsidieaanvrager;
c.voor het project reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt.
Artikel 3.6 Subsidievereisten
1Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;
b.het project wordt uitgevoerd:
1°. buiten de bebouwde kom op grond, waarop overeenkomstig het geldende omgevingsplan, de functie natuur of agrarisch rust; of
2°. binnen de bebouwde kom op grond, waarop overeenkomstig het geldende omgevingsplan, de functie agrarisch rust;
c.het project wordt uitgevoerd buiten het Natuurnetwerk Brabant;
d.het project wordt uitgevoerd buiten een erf;
e.de subsidieaanvrager is eigenaar van de grond;
f.aan het project ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen:
1°. op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;
2°. een sluitende en realistische begroting;
3°. een inrichtingsplan waarin in ieder geval de inrichtingsmaatregelen en daarbij behorende kadastrale aanduidingen en rijksdriehoekscoördinaten zijn opgenomen.
2Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder 1°, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:
a.het betreft uitsluitend plantmateriaal als opgenomen in bijlage 2;
b.de aanleg van beplantingen gebeurt overeenkomstig de vereisten, opgenomen in bijlage 3.
3Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder 2°, in aanmerking te komen voldaan aan de volgende vereisten:
a.de projectlocatie voor een poel is gelegen binnen:
1°. een straal van 100 meter van een bestaand of aan te leggen bos, struweel, houtsingel of moeras met een minimale oppervlakte van 1 hectare;
2°. de groenblauwe mantel; of
3°. 300 meter vanaf een poel waarin een of meerdere soorten amfibieën voorkomen;
b.de projectlocatie is geschikt voor poelaanleg;
c.de grondwaterstand van de projectlocatie is tijdens de zomerperiode niet lager dan 120 cm onder het maaiveld;
d.de poel is uitsluitend bestemd voor een amfibieënbiotoop;
e.in de poel worden geen invasieve uitheemse water- of oeverplanten aangeplant die zijn opgenomen op de Unielijst, bedoeld in Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014, L 317);
f.meer dan 50% van de taludlengte van de poel is flauw en:
1°. minimaal 1:3, indien het een amfibieënbiotoop, niet zijnde een basisbiotoop, betreft;
2°. minimaal 1:8 en maximaal 1:10, indien het een basisbiotoop betreft;
g.de diepte van de poel is maximaal:
1°. 1,7 meter, indien het een amfibieënbiotoop, niet zijn een basisbiotoop, betreft;
2°. 1,5 meter, indien het een basisbiotoop betreft.
h.de poel heeft gemeten vanuit de insteek van het talud:
1°. een oppervlakte van maximaal 500 m2 en een inhoud van maximaal 500 m3, indien het een amfibieënbiotoop, niet zijnde een basisbiotoop, betreft;
2°. een oppervlakte van maximaal 2000 m2 en een inhoud van maximaal 700 m3, indien het een basisbiotoop betreft.
4Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder 3°, in aanmerking te komen voldaan aan het vereiste dat de natuurvriendelijke oever een talud heeft van minimaal 1:3 of is ingericht met een accoladeprofiel.
6Onverminderd het eerste lid wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder c, in aanmerking te komen voldaan aan het vereiste dat de locatie waar het project wordt uitgevoerd, wordt ontgraven ten behoeve van het ontstaan van schraalland.
5Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onder b, in aanmerking te komen voldaan aan de volgende vereisten:
a.het cultuurhistorisch landschapselement wordt als zodanig weer herkenbaar;
b.het cultuurhistorisch landschapselement is voor 1950 aangelegd.
Artikel 3.7 Subsidiabele kosten
1Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidies als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder 1°, de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
a.kosten voor de aanleg van het landschapselement overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4;
b.kosten voor het plaatsen dan wel verplaatsen van een raster ter bescherming van het landschapselement in geval van beweiding overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4;
c.kosten van de inhuur van een adviesbureau en leges tot een maximum van 20% van de kosten van de aanleg van de beplanting.
2Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidies als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder 2° en 3° en onderdeel c de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
a.kosten voor grondverzet voor het uitgraven van de poel, natuurvriendelijke oever of het afgraven ten behoeve van schraalland overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4;
b.kosten voor aanbrengen van rasters ter bescherming van de poel of natuurvriendelijke oever overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4;
c.kosten van de inhuur van een adviesbureau en leges tot een maximum van 10% van kosten van het grondverzet.
4Onverminderd het tweede lid komen voor subsidies als bedoeld in artikel 3.4, onder c, voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, kosten voor de ontgraving van een oppervlak in aanmerking, voor zover zij betrekking hebben op een oppervlakte van maximaal 1000 m2 en een inhoud van maximaal 250 m3.
3Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onder b, de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
a.kosten voor het verwijderen van uitheemse boom- en struiksoorten inclusief twee jaar nazorg;
b.kosten voor herstel van Maasheggen door het vrijzetten van oude meidoornstruiken of het verwijderen van soorten die meidoornstruiken zodanig overwoekeren dat het karakteristieke uiterlijk van de betreffende Maasheg verloren gaat;
c.kosten voor herstel van het landschapselement door het aanplanten van inheemse boom- of struiksoorten overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4;
d.kosten voor herstel van een houtwal door middel van het aanvullen van de grondwal;
e.kosten voor herstel van een waterelement door baggeren en herstel van taluds;
f.kosten voor het verplaatsen van een bestaand raster of plaatsen van een nieuw raster indien bestaand raster verplaatst moet worden ter bescherming van het landschapselement overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4;
g.kosten van de inhuur van een adviesbureau en leges tot een maximum van 10% van de subsidiabele kosten.
Artikel 3.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 3.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
a.kosten die uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd;
b.kosten voor reguliere aanleg van een raster;
c.kosten die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken of verplichtingen van de subsidieaanvrager;
d.kosten van aanleg van landschapselementen die worden gerealiseerd op bermen langs openbare, verharde wegen;
e.kosten voor achterstallig onderhoud;
f.kosten voor de inzet van personele capaciteit en de inhuur van extra personele capaciteit door de subsidieaanvrager;
g.kosten voor reguliere activiteiten van de aanvrager;
h.kosten voor economische activiteiten;
i.kosten voor vervanging van de in bijlage 2 van deze regeling opgenomen beplantingsgroepen.
Artikel 3.9 Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van:
a.15 februari 2019 tot en met 3 december 2019;
b.5 februari 2020 tot en met 3 december 2020;
c.15 januari 2021 tot en met 30 november 2021;
d.3 januari 2022 tot en met 2 december 2022;
e.3 januari 2023 tot en met 15 december 2023;
f.1 mei 2025 tot en met 15 december 2025;
g.11 februari 2026 tot en met 14 oktober 2026.
Artikel 3.10 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 3.4 vast op:
a.€ 255.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder a;
b.€ 255.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder b;
c.€ 255.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder c;
d.€ 255.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder d;
e.€ 269.603 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder e;
f.€ 400.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder f;
g.€ 400.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder g.
Artikel 3.11 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 3.4, bedraagt:
a.voor natuurlijke personen als bedoeld in artikel 3.2, onder a, 80% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 10.000;
b.voor privaatrechtelijke rechtspersonen als bedoeld in artikel 3.2, onder b,
80% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 75.000;
c.voor publiekrechtelijke rechtspersonen als bedoeld in artikel 3.2, onder c, 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 75.000.
Artikel 3.12 Verdelingswijze
1Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
5De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:
a.opeenvolgend zijn in de rangschikking; en
b.die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel 3.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
1De subsidieontvanger:
a.rondt het project, bedoeld in artikel 3.4, onder a, en indien van toepassing in combinatie met een project als bedoeld in artikel 3.4, onder c, af binnen een jaar na verlening van de subsidie;
b.rondt het project, bedoeld in artikel 3.4, onder b, en indien van toepassing in combinatie met een project als bedoeld in artikel 3.4, onder c, af binnen twee jaar na verlening van de subsidie;
c.overlegt bij subsidies van € 25.000 en hoger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;
d.houdt ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening een administratie bij van de gerealiseerde kosten en bewaart de daarbij behorende bewijsstukken voor een periode van tien jaar na vaststelling van de subsidie;
e.laat eventuele opbrengsten van economische activiteiten van het project ten goede komen aan het project;
f.houdt het project, in aanvulling op artikel 16, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, tenminste 10 jaar na vaststelling van de subsidie in stand.
2Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a of b, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.
Artikel 3.14 Prestatieverantwoording
1Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
b.indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
2Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van:
a.een activiteitenverslag, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, onder d;
b.indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
c.indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
3In afwijking van de voorgaande leden, toont een subsidieontvanger die een gemeente is, bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.een financiële verantwoording voor Sisa-medeoverheden op grond van artikel 17a van de Financiële verhoudingswet.
Artikel 3.15 Bevoorschotting en betaling
1Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.
2Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.
Artikel 3.16 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.
§ 4 Aanleg faunavoorzieningen gemeentewegen
Artikel 4.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
aanpassen faunavoorziening: het wijzigen van een reeds bestaande faunavoorziening teneinde de werking van de voorziening te verbeteren dan wel deze geschikt te maken voor een andere faunasoort;
ecologische verbindingszone: gebied van groene schakels die natuurgebieden in het Natuurnetwerk Brabant verbinden, welk gebied is opgenomen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
faunavoorziening: voorziening bij een gemeentelijke weg, niet zijnde een ecoduct, om de uit de weg voortvloeiende negatieve gevolgen voor de fauna zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken;
herstel faunavoorziening: in zodanige staat brengen van een reeds bestaande faunavoorziening dat deze gedurende tenminste tien jaar in stand kan worden gehouden;
ontsnippering: aanleg, aanpassing of herstel van faunavoorzieningen bij gemeentelijke wegen met als doel het opheffen van de barrièrewerking van deze wegen voor de fauna.
Artikel 4.2 Doelgroep
Subsidie kan worden aangevraagd door:
a.gemeenten;
b.waterschappen.
Artikel 4.3 Subsidievorm
1Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.
2Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 4.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op ontsnippering door middel van:
a.de aanleg van faunavoorzieningen;
b.het aanpassen van faunavoorzieningen;
c.herstel van faunavoorzieningen.
Artikel 4.5 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd:
a.indien met de uitvoering van het project is begonnen voor 1 juli 2024;
b.de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 7.500.
Artikel 4.6 Subsidievereisten
1Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.het project wordt uitgevoerd in Noord-Brabant;
b.de te realiseren, aan te passen dan wel te herstellen faunavoorziening is geschikt voor de desbetreffende faunasoort;
c.het onderhoud van de voorziening wordt geborgd voor een periode van minimaal 10 jaar;
d.aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen:
1°. op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;
2°. een sluitende begroting, waarbij de kosten zijn uitgesplitst per faunavoorziening.
2Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan een van de volgende vereisten:
a.het project wordt uitgevoerd in of nabij een gebied dat als knelpunt is opgenomen op de Knelpuntenkaart ontsnippering provincie Noord-Brabant, opgenomen in bijlage 4a bij deze regeling;
b.het project heeft betrekking op een bestaande weg of waterloop, in beheer bij gemeente of waterschap, die een ecologische verbindingszone kruist of raakt;
c.het project heeft betrekking op een bestaande weg of waterloop, in beheer bij gemeente of waterschap, in de provincie Noord-Brabant, waar aantoonbaar sprake is van een situatie waar fauna frequent ten prooi valt aan het verkeer; of
d.uit een onderbouwing door een ecologisch deskundige blijkt dat de faunavoorziening noodzakelijk is.
Artikel 4.7 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
a.kosten voor aanleg, aanpassing of herstel van een faunavoorziening;
b.kosten voor onderzoek naar kabels en leidingen ten behoeve van de aanleg van de faunavoorziening;
c.kosten derden, ten behoeve van het opstellen en uitwerken van een plan voor een project als bedoeld in artikel 4.4, en gemaakt voorafgaand aan de uitvoering van dat project, tegen een tarief van maximaal € 99 per uur, te vermeerderen met niet-verrekenbare en niet-compensabele btw, tot een maximum van 15% van de totale subsidiabele kosten.
Artikel 4.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 4.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
a.kosten die uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd;
b.kosten voor uitvoering van een bestaand convenant of een bestaande regeling of afspraak;
c kosten voor onderhoud en andere reguliere activiteiten van de aanvrager.
Artikel 4.9 Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van:
a.15 februari 2019 tot en met 3 december 2019;
b.5 februari 2020 tot en met 3 juli 2020;
c.5 januari 2021 tot en met 30 november 2021;
d.3 januari 2022 tot en met 15 december 2023;
e.4 januari 2024 tot en met 17 december 2024;
f.3 maart 2025 tot en met 15 december 2025.
Artikel 4.10 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4.4 vast op:
a.€ 250.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder a;
b.€ 250.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder b;
c.€ 250.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder c;
d.€ 2.750.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder d;
e.€ 1.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder e;
f.€ 1.003.666 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder, f.
Artikel 4.11 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum per faunavoorziening van € 75.000.
Artikel 4.12 Verdeelcriteria
1Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.
5De subsidie wordt overeenkomstig de rangschikking verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel 4.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
1De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:
a.het project wordt binnen twee jaar na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening gerealiseerd, met een verlengingsmogelijkheid van maximaal 2 jaar;
b.het project wordt binnen zes maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening gestart;
c.in aanvulling op artikel 16, eerste lid, onder b, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant neemt de subsidieaanvrager een aanvullende instandhoudingsperiode van nog eens 5 jaar in acht.
2Een verzoek tot verlenging als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan door de subsidieontvanger gemotiveerd worden ingediend bij Gedeputeerde Staten, uiterlijk een dag voor het verstrijken van de termijn.
Artikel 4.14 Prestatieverantwoording
1Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
c.indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
2Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van:
a.een activiteitenverslag;
b.foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
c.indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
3Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger op grond van artikel 22, dertiende lid, van de Asv bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van:
a.een activiteitenverslag;
b.foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
c.indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
Artikel 4.15 Bevoorschotting
1Bij subsidies tot € 25.000 verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 100 % van het verleende subsidiebedrag, overeenkomstig artikel 23, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.
2Gedeputeerde Staten betalen het voorschot, bedoeld in het eerste lid, in een keer, overeenkomstig artikel 23, derde lid, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.
3Bij subsidies van €25.000 en hoger verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag en betalen het in een keer uit.
Artikel 4.16 Subsidievaststelling
1Bij subsidies tot € 25.000 stellen Gedeputeerde Staten de subsidie op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv ambtshalve vast.
2Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 stellen Gedeputeerde Staten de subsidie vast overeenkomstig artikel 21 van de Asv.
3Bij subsidies van € 125.000 en hoger stellen Gedeputeerde Staten de subsidie op grond van artikel 22, dertiende lid, van de Asv, vast overeenkomstig artikel 21 van de Asv.
Artikel 4.17 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.
Artikel 5.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352);
Natuurbeheerplan: plan als bedoeld in bijlage I van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
NNB: Natuurnetwerk Brabant, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
open grasland: open grasland, te raadplegen via de website: https://arcg.is/1CmSKP;
voedselbos: door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen zoals vruchten, zaden, bladeren en stengels voor de mens als voedsel dienen.
Artikel 5.2 Doelgroep
1Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:
a.natuurlijke personen;
b.privaatrechtelijke rechtspersonen;
c.publiekrechtelijke rechtspersonen;
d.een samenwerkingsverband van aanvragers als bedoeld in het eerste lid, onder a, b of c.
2Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder d, geen rechtspersoonlijkheid bezit:
a.wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; en
b.draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring.
Artikel 5.3 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 5.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de aanleg van een voedselbos.
Artikel 5.5 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
a.reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de aanplant van het voedselbos;
b.het project een aaneengesloten oppervlakte van minder dan 1 hectare omvat;
c.de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 14.000;
d.voor dezelfde activiteit reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt op grond van deze regeling of een andere regeling;
e.de aanvrager het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 50.000 al heeft overschreden berekend over het lopende kalenderjaar en de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren.
Artikel 5.6 Subsidievereisten
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kadastrale omschrijving van de grond en een kaart met topografische ondergrond, met een schaal van ten hoogste 1:10.000, met daarop de ligging van het voedselbos;
b.het project is gericht op de aanleg van een voedselbos;
c.het project voldoet aan de vereisten opgenomen in bijlage 4b, onder sub B en sub C, bij deze regeling;
d.in de eerste 5 jaar na de verlening van de subsidie worden de kroonlaag, lagere bomenlaag en struiklaag gerealiseerd, alsmede de windhagen, ecologische hagen en pioniersbomen, blijkend uit een realistische planning;
e.in het project worden geen invasieve exoten verwerkt die zijn opgenomen in het Plan van aanpak Invasieve exoten Noord-Brabant;
f.het project wordt uitgevoerd op grond gelegen buiten het NNB;
g.het project wordt uitgevoerd op grond die niet is gelegen binnen de in het Natuurbeheerplan aangeduide agrarische leefgebied/zoekgebieden voor open grasland;
h.het project wordt gerealiseerd op grond:
1°. waar dit volgens het geldende omgevingsplan rechtstreeks is toegestaan;
2°. waarvoor een schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente is afgegeven; of
3°. waarvoor uit een ander bewijsstuk blijkt dat het is toegestaan;
i.de subsidieontvanger heeft:
1°. zeggenschap op basis van eigendom over de grond waarop het project betrekking heeft; of
2°. schriftelijke toestemming van de eigenaar van de grond waarop het project betrekking heeft;
j.het project kan binnen 7 jaar na de start worden afgerond;
k.aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen:
1°. op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;
2°. de verplichte onderdelen bedoeld in onderdeel A van bijlage 4b,
3°. een sluitende en realistische begroting;
4°. een beschrijving van de wijze waarop de instandhouding van het voedselbos wordt gewaarborgd gedurende 5 jaar na de afronding van het project;
5°. een onderbouwing van de maatregelen ter beheersing van natuurbranden indien het project wordt uitgevoerd in of binnen een straal van een kilometer van een of meer van de in bijlage 14 bij deze regeling bedoelde natuurgebieden;
6°. een volledig ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring.
Artikel 5.7 Subsidiabele kosten
Voor subsidie gelden lumpsum bedragen.
Artikel 5.8 Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van 20 augustus 2025 tot en met 30 september 2027.
Artikel 5.9 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 5.8, vast op € 1.000.000.
Artikel 5.10 Subsidiehoogte
1De hoogte van de subsidie bedraagt per subsidieaanvraag een vast bedrag van € 3.000 plus € 11.000 per hectare tot een maximum van in totaal € 50.000.
2Als al eerder op grond van deze regeling subsidie is verstrekt aan dezelfde aanvrager, wordt in afwijking van het eerste lid slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt € 50.000.
3In afwijking van de voorgaande leden, wordt aan de aanvrager maximaal een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het plafond voor de-minimissteun niet wordt overschreden, berekend over het lopende kalenderjaar en de twee kalenderjaren daaraan voorafgaand.
4Indien toepassing van het tweede of derde lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 14.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.
Artikel 5.11 Verdelingswijze
1Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
5De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:
a.opeenvolgend zijn in de rangschikking; en
b.die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel 5.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger
1De subsidieontvanger:
a.start het project binnen één jaar na verlening van de subsidie;
b.rondt het project af binnen 7 jaar na de start van het project;
c.houdt het voedselbos tenminste 5 jaar na afronding van het project in stand;
d.overlegt bij subsidies van € 25.000 en hoger jaarlijks een voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt.
2Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.
Artikel 5.13 Verantwoording
1Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
b.een gespecificeerde factuur of facturen voor het project.
2Bij subsidies van € 25.000 tot € 100.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
c.een gespecificeerde factuur of facturen voor het project.
Artikel 5.14 Bevoorschotting en betaling
1Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.
2Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in één keer betaald.
Artikel 5.15 Subsidievaststelling
Bij subsidies tot € 25.000 wordt de subsidie op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv ambtshalve vastgesteld.
Artikel 5.16 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk
Artikel 9.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
file geodatabase: specifiek bestand dat geschikt is voor opname in een geografisch informatiesysteem;
hydrologisch onderzoek: onderzoek van de kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de kringloop van grond- en oppervlaktewater, gericht op hydrologisch systeemherstel en het tegengaan van verdroging;
LESA: LandschapsEcologische SysteemAnalyse, bedoeld om meer inzicht te krijgen in het ontstaan en het huidig functioneren van een natuurgebied of een beheertype in historisch, fysisch-geografisch, hydrologisch en ecologisch opzicht;
Maatregelenkaart: maatregelenkaart voor biodiversiteit en leefgebieden in Noord-Brabant, opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling;
prioritaire soorten: plant- of diersoorten, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;
Toelichting Maatregelenkaart: toelichting op de Maatregelenkaart, opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling.
Artikel 9.2 Doelgroep
1Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:
a.rechtspersonen;
b.een samenwerkingsverband van rechtspersonen;
c.een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen.
2Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder b of c, geen rechtspersoonlijkheid bezit:
a.wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid;
b.draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring.
Artikel 9.3 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 9.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de uitvoering van maatregelen ten behoeve van het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden:
a.in steden;
b.in agrarische landschappen;
c.in overige gebieden.
Artikel 9.5 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
a.reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
b.de aangevraagde subsidie meer bedraagt dan € 400.000;
c.de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000;
d.het project deels behoort tot de wettelijke taken van de subsidieaanvrager, tenzij er sprake is van een herplantplicht als bedoeld in artikel 3.93 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant die direct verbonden is met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.
e.het project gericht is op bosrevitalisering;
f.voor het project andere provinciale subsidie kan worden aangevraagd;
g.ten aanzien van de aanvrager een bevel tot terugvordering als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, uitstaat;
h.de aanvrager een onderneming in financiële moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, is.
Artikel 9.6 Subsidievereisten
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.het project wordt uitgevoerd in of is gericht op de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kaart van de projectlocatie of de projectlocaties;
b.het project is gericht op de uitvoering van maatregelen ten behoeve van het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden;
c.het project betreft een maatregel als opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart;
d.de subsidieaanvrager monitort het project, indien het project gericht is op herstel van leefgebied, blijkend uit een monitoringsplan;
e.de subsidieaanvrager kan het project binnen vijf jaar na de startdatum afronden, blijkend uit een realistische planning;
f.aan het project ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen:
1°. op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;
2°. een sluitende en realistische begroting.
Artikel 9.7 Subsidiabele kosten
1Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
a.kosten van de uitvoeringswerkzaamheden voor zover deze betrekking hebben op maatregelen als opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart;
b.kosten voor uitvoering van hydrologisch onderzoek of een LESA, tot een maximum van € 50.000;
c.indirecte kosten, niet zijnde de kosten onder b, tot een maximum van 30% van de totale subsidiabele kosten;
d.kilometervergoedingen voor de werkzaamheden, bedoeld onder a of b, tot een maximum van € 0,23 per kilometer, inclusief btw;
e.aanplantkosten buiten het projectgebied tot een maximum van € 20.000 per hectare, indien als onderdeel van het project het vellen van een houtopstand nodig is.
2Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, b, c of e arbeids- of personeelsuren van de subsidieaanvrager betreffen, past de subsidieaanvrager de berekeningswijze, genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van:
a.€ 60 voor werkzaamheden op MBO-niveau;
b.€ 90 voor werkzaamheden op HBO-niveau;
c.€ 110 voor werkzaamheden op WO-niveau.
3Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, b, c of e uitgevoerd worden door derden, bedraagt het maximum € 99 per uur, te vermeerderen met niet-compensabele en niet-verrekenbare btw.
4Indien de werkzaamheden, bedoeld onder a, b, c of e uitgevoerd worden door vrijwilligers, stagiaires of studenten, bedraagt het maximum € 5,00 per uur.
Artikel 9.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 9.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a.kosten gemaakt voor de verlening van de subsidie;
b.kosten waarvoor reeds op grond van een andere regeling subsidie is verleend;
c.kosten voor stelposten of onvoorziene omstandigheden;
d.kosten voor wettelijke taken, tenzij er sprake is van een herplantplicht als bedoeld in artikel 3.93 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant die direct verbonden is met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.
Artikel 9.9 Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van:
a.15 januari 2021 tot en met 1 april 2021;
b.3 januari 2022 tot en met 2 december 2022;
c.27 februari 2023 tot en met 15 december 2023;
d.11 januari 2024 tot en met 17 december 2024;
e.3 maart 2025 tot en met 15 december 2025.
Artikel 9.10 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies voor de periode genoemd in:
a.artikel 9.9, onder a, vast op:
1°. € 397.630 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a;
2°. € 399.750 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder b;
3°. € 2.332.850 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c.
b.artikel 9.9, onder b, vast op:
1°. € 400.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a;
2°. € 400.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder b;
3°. € 2.500.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c.
c.artikel 9.9, onder c, vast op:
1°. € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a;
2°. € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder b;
3°. € 1.200.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c;
d.artikel 9.9, onder d, vast op:
1°. € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a;
2°. € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder b;
3°. € 1.200.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c;
e.artikel 9.9, onder e, vast op:
1°. € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a;
2°. € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder b;
3°. € 2.325.234 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c.
Artikel 9.11 Subsidiehoogte
1De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a en b, bedraagt 90% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 250.000.
2De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c, bedraagt 90% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 400.000.
Artikel 9.12 Verdelingswijzen
1Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.
5De subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen in de rangschikking die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel 9.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
1De subsidieontvanger:
a.start het project binnen vier maanden na verlening van de subsidie;
b.rondt het project af binnen vijf jaar na de in het projectplan opgenomen startdatum;
c.maakt de bevindingen en resultaten van het project toegankelijk voor derden;
d.overlegt na afloop van het project aan Gedeputeerde Staten een file geodatabase met de exacte locatie van de uitgevoerde maatregel, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant;
e.houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten; en
f.laat eventuele opbrengsten van economische activiteiten van het project ten goede komen aan het project.
2Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.
Artikel 9.14 Verantwoording
1Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 21, zevende lid, van de Asv, met gebruikmaking van de daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelverklaring;
c.indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 9.13, eerste lid, onder f, ten goede zijn gekomen aan het project.
2Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1°, van de Asv;
c.een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2°, van de Asv;
d.indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 9.13, eerste lid, onder f, ten goede zijn gekomen aan het project.
Artikel 9.15 Bevoorschotting en betaling
1Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
2Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.
Artikel 9.16 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2023 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.
§ 10 Biodiversiteit en leefgebieden; bosrevitalisering
Artikel 10.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
agrarische onderneming: onderneming die actief is in de primaire landbouwproductie of de verwerking of afzet van landbouwproducten;
algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
bodemonderzoek: onderzoek om te bepalen welke bodemverbeteraars in welke samenstelling nodig zijn ten behoeve van bosrevitalisering, inzicht gevend in pH (NaCl)-waarde, de basenverzadiging, CEC en Al/Ca-ratio (aluminium-calcium ratio) van de bodem;
bodemverbeteraars: stoffen of materialen die aan de bodem worden toegevoegd met als doel de bodemkwaliteit te verbeteren, in het bijzonder door het vergroten van de buffercapaciteit en het verbeteren van de beschikbaarheid van nutriënten en mineralen;
bossen op arme zandgronden: bossen aangeduid als natuurtypen N01.04, N15 en N16.03, als opgenomen in de Index Natuur en Landschap;
bossen op rijke zandgronden:bossen aangeduid als natuurtypen N01.03, N14 en N16.04, als opgenomen in de index Natuur en Landschap;
bosrevitalisering: maatregelen gericht op het herstel en de verbetering van de bodemkwaliteit en op het bijsturen van de boomsoortensamenstelling en bosstructuur;
extensieve omvorming: het in relatief lage dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen;
file geodatabase: [vervallen]
geopackage: bestand dat een database vormt voor geografische informatie;
hydrologisch onderzoek: onderzoek naar de kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen en processen van het grond- en oppervlaktewatersysteem, met als doel inzicht te verkrijgen voor hydrologisch systeemherstel en het tegengaan van verdroging;
Index Natuur en Landschap: index die inzicht biedt in de ontwikkeling van de natuur- en landschapskwaliteit, te raadplegen via de website: https://www.bij12.nl/onderwerp/natuursubsidies/index-natuur-en-landschap/;
intensieve omvorming: het in relatief hoge dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen;
kalk: bodemverbeteraar bestaande uit fijngemalen calcium- of magnesiumcarbonaat, toegepast als snelwerkende bufferende stof ter verbetering van de zuurgraad en basenverzadiging van de bodem;
kostenregeling: [vervallen]
LESA: landschapsecologische systeemanalyse: methode om inzicht te krijgen in het ontstaan en het huidige functioneren van een natuurgebied of beheertype vanuit historisch, fysisch-geografisch, hydrologisch en ecologisch perspectief;
Maatregelenkaart: [vervallen]
Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in bijlage 1 bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
NNB: Natuurnetwerk Brabant, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
OAD netwerk: netwerk van oude, aftakelende en dode bomen;
prioritaire soorten: [vervallen]
rode lijst: [vervallen]
schelpengruis: bodemverbeteraar bestaande uit fijngemalen schelpen, toegepast als snelwerkende bufferende stof ter verbetering van de zuurgraad en basenverzadiging van de bodem;
standaard omvorming: het in standaard dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen:
steenmeel: bodemverbeteraar bestaande uit fijngemalen gesteente, toegepast als langzaam werkende bufferende stof en als bron van nutriënten, ter verbetering van de zuurgraad, basenverzadiging, nutriëntenbeschikbaarheid en bodemstructuur van de bodem;
Toelichting Maatregelenkaart: [vervallen]
Artikel 10.2 Doelgroep
1Subsidie kan worden aangevraagd door:
a.rechtspersonen;
b.een samenwerkingsverband van rechtspersonen;
c.een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen.
2Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder b of c, geen rechtspersoonlijkheid bezit:
a.wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid;
b.draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring.
Artikel 10.3 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 10.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de ontwikkeling of instandhouding van gezonde en toekomstbestendige bossen, bestaande uit:
a.bosrevitalisering;
b.hydrologische maatregelen.
Artikel 10.5 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
a.de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000;
b.de aangevraagde subsidie € 1.000.000 of meer bedraagt;
c.de subsidieaanvrager een agrarische onderneming is;
d.voor het project reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt op grond van deze of een andere provinciale regeling;
e.het project gericht is op verwerving, functiewijziging, pachtvrij of erfpachtvrij maken of beheer van gronden;
f.ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
g.de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 10.6 Subsidievereisten bosrevitalisering en hydrologische maatregelen
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 10.4, onder a en b, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.het project wordt uitgevoerd in het NNB en buiten Natura 2000-gebied in de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kaart van de projectlocatie of de projectlocaties;
b.het project is gericht op de ontwikkeling of instandhouding van gezonde en toekomstbestendige bossen, bestaande uit:
1°. bosrevitalisering;
2°. hydrologische maatregelen;
c.de subsidieaanvrager heeft zeggenschap over de grond doormiddel van eigendom of schriftelijke toestemming van de eigenaar voor het uitvoeren van het project, blijkend uit een eigendomsverklaring of ander bewijsstuk;
d.het project kan uiterlijk 31 december 2028 worden afgerond, blijkend uit een realistische planning;
e.aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen:
a.op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in dit artikel;
b.een sluitende en realistische begroting;
c.een realistische planning;
d.een beschrijving van de in de projectperiode uit te voeren maatregelen, inclusief een overzicht van de indicatieve oppervlakte in hectare waarop ieder type maatregel wordt toegepast;
e.één geopackage met de beoogde locatie van de maatregelen of onderzoeken, opgesteld op basis van de in het subsidieloket beschikbaar gestelde template geodatabase, ten behoeve van invoer in het registratiesysteem GIS-subsidies natuur Noord-Brabant.
Artikel 10.7 Aanvullende subsidievereisten bosrevitalisering
Onverminderd artikel 10.6 wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 10.4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:
a.indien het project gericht is op bossen op arme zandgronden worden de volgende omvormingsmethoden toegepast:
1°. 5% per hectare voor intensieve omvorming;
2°. 45% per hectare voor standaard omvorming;
3°. 40% per hectare voor extensieve omvorming;
4°. 10% per hectare voor omvorming tot een OAD netwerk;
5°. een behandeling van maximaal 90% van het projectgebied met bodemverbeteraars, waarbij de te behandelen oppervlakte en de samenstelling van kalk, schelpengruis en steenmeel en dosering van de toe te passen bodemverbeteraars in overeenstemming zijn met de uitkomsten van het bodemonderzoek;
b.indien het project gericht is op bossen op rijke zandgronden worden de volgende omvormingsmethoden toegepast:
1°. 0% per hectare voor intensieve omvorming;
2°. 50% per hectare voor standaard omvorming;
3°. 40% per hectare voor extensieve omvorming;
4°. 10% per hectare voor omvorming tot een OAD netwerk;
c.indien het project plaatsvindt in een landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen, zoals aangegeven op de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, opgenomen in bijlage 8a bij deze regeling, mag uitsluitend worden aangeplant met soorten die zijn vermeld in bijlage 8b bij deze regeling, tenzij hiervan gemotiveerd wordt afgeweken;
d.indien het project plaatsvindt buiten een landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen, zoals aangegeven op de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, opgenomen in bijlage 8a van deze regeling, mag uitsluitend worden aangeplant met soorten die zijn vermeld in bijlage 8c bij deze regeling, tenzij hiervan gemotiveerd wordt afgeweken.
Artikel 10.8 Aanvullende subsidievereisten hydrologisch onderzoek
Onverminderd artikel 10.6, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 10.4, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan het vereiste dat de hydrologische onderbouwing van het project is afgestemd met het waterschap, hetgeen blijkt uit een verklaring van het waterschap.
Artikel 10.9 Subsidiabele kosten
1Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
a.kosten die direct verband houden met de uitvoering van het project;
b.voorbereidingskosten die zijn gemaakt vanaf 1 januari 2025;
c.kosten voor onderzoek voor de voorbereiding of uitvoering van maatregelen, gemaakt vanaf 1 januari 2025, voor:
1°. bodemonderzoek;
2°. hydrologisch onderzoek;
3°. LESA-onderzoek;
4°. archeologisch onderzoek;
5°. onderzoek naar niet-gesprongen explosieven;
d.kosten voor communicatie over de uitvoering van het project;
e.legeskosten;
f.kosten van mitigerende maatregelen ter voorkoming van schade als gevolg van vernattingsmaatregelen;
g.kosten voor stelposten, reserveringen of onvoorziene uitgaven tot een maximum van 10% van de totale subsidiabele kosten;
h.kosten derden op uurbasis ten behoeve van het project tot een maximum van € 99 per uur, vermeerderd met eventuele niet-verrekenbare of niet-compensabele btw.
2In afwijking van het eerste lid, onder a, zijn de kosten die direct verband houden met de uitvoering van projecten als bedoeld in artikel 10.4, onder a, subsidiabel:
a.tot een maximum van € 2.640 per hectare voor de omvorming van bossen op arme zandgronden;
b.tot een maximum van € 3.200 per hectare voor het toedienen van bodemverbeteraars;
c.tot een maximum van € 1.860 per hectare voor de omvorming van bossen op rijke zandgronden.
3Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager, past de subsidieaanvrager, met uitzondering van gemeenten, de berekeningssystematiek genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van:
a.€ 70 voor werkzaamheden op MBO-niveau;
b.€ 100 voor werkzaamheden op HBO-niveau;
c.€ 120 voor werkzaamheden op WO-niveau.
4Indien de subsidieontvanger beschikt over een geldige goedkeuring van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor het gebruik van de Integrale Kostensystematiek, kan hij — in afwijking van het derde lid — de berekeningswijze toepassen als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onderdeel a, en artikel 1.5 van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant. In dat geval mag de subsidieontvanger deze systematiek en de daaruit voortvloeiende jaarlijkse uurtarieven hanteren.
Artikel 10.10 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 10.9 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a.kosten voor de aanschaf en afschrijvingskosten van machines;
b.kosten die zijn gemaakt voor 1 januari 2025;
c.kosten waarvoor reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt;
d.kosten voor onderhoud of andere reguliere taken van de aanvrager;
e.kosten die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken of verplichtingen van de subsidieaanvrager;
f.kosten voor monitoring.
Artikel 10.11 Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van:
a.15 januari 2021 tot en met 1 april 2021;
b.3 januari 2022 tot en met 2 december 2022;
c.3 januari 2023 tot en met 15 december 2023;
d.1 april 2026 tot en met 12 november 2026.
Artikel 10.12 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 10.4 vast op:
a.€ 1.619.770 voor de periode genoemd in artikel 10.11, onder a;
b.€ 1.000.000 voor de periode genoemd in artikel 10.11, onder b;
c.€ 1.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 10.11, onder c;
d.€ 4.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 10.11, onder d.
Artikel 10.13 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 1.000.000.
Artikel 10.14 Verdelingswijze
1Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
5De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:
a.opeenvolgend zijn in de rangschikking; en
b.die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel 10.15 Verplichtingen van de subsidieontvanger
1De subsidieontvanger:
a.start het project binnen vier maanden na verlening van de subsidie;
b.rondt het project uiterlijk 31 december 2028 af;
c.maakt op de projectlocatie(s) geen gebruik van kunstmest, drijfmest of bestrijdingsmiddelen;
d.past bij aanplant geen soorten toe die zijn vermeld in bijlage 8d van deze regeling of in bijlage Vc bij artikel 3.67 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
e.overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, meer dan twaalf maanden bedraagt;
f.overlegt één geopackage met de exacte locatie van de maatregelen en eventuele onderzoeken, opgesteld op basis van de in het subsidieloket beschikbaar gestelde template geodatabase, ten behoeve van invoer in het registratiesysteem GIS-subsidies natuur Noord-Brabant;
g.houdt ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening een administratie bij van de gerealiseerde kosten en bewaart de daarbij behorende bewijsstukken voor een periode van tien jaar na vaststelling van de subsidie;
h.laat eventuele opbrengsten van economische activiteiten van het project ten goede komen aan het project.
2Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.
Artikel 10.16 Verantwoording
1Bij subsidies tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van:
a.een activiteitenverslag;
b.bewijsstukken die duidelijk, gespecificeerd en actueel zijn als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waaruit de gerealiseerde kosten blijken;
c.indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 10.15, eerste lid, onder h, ten goede zijn gekomen aan het project.
2Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van:
a.een activiteitenverslag;
b.een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1°, van de Asv;
c.een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2°, van de Asv.
Artikel 10.17 Bevoorschotting en betaling
1Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.
2Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.
Artikel 10.18 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2029 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.
§ 11 Biodiversiteit en leefgebieden; onderzoek
Artikel 11.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
file geodatabase: specifiek bestand dat geschikt is voor opname in een geografisch informatiesysteem;
Maatregelenkaart: Maatregelenkaart voor biodiversiteit en leefgebieden in Noord-Brabant, opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling;
prioritaire soorten: soorten, opgenomen in bijlage 1, behorende bij deze regeling;
rode lijst: nationale lijst van verdwenen, ernstig bedreigde, bedreigde, kwetsbare en gevoelige dier- en plantensoorten, waaraan bijzondere aandacht moet worden besteed voor de instandhouding, als bijlage opgenomen bij het Besluit Rode lijsten flora en fauna;
Toelichting Maatregelenkaart: Toelichting op de Maatregelenkaart, opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling.
Artikel 11.2 Doelgroep
1Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:
a.rechtspersonen;
b.een samenwerkingsverband van rechtspersonen;
c.een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen.
2Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder b of c, geen rechtspersoonlijkheid bezit:
a.wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid;
b.draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring.
Artikel 11.3 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 11.4 Subsidiale activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op onderzoek naar het behoud of herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden.
Artikel 11.5 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
a.reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
b.de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000;
c.het project behoort tot de wettelijke taken van de subsidieaanvrager;
d.voor het project andere provinciale subsidie kan worden aangevraagd.
Artikel 11.6 Subsidievereisten
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.het project wordt uitgevoerd in of is gericht op de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kaart van de onderzoekslocatie of onderzoekslocaties;
b.het project is gericht op onderzoek naar het behoud of herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden;
c.het onderzoeksvoorstel draagt bij aan de doelen als opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart;
d.het onderzoek resulteert in nieuwe kennis.
e.de subsidieaanvrager heeft aantoonbaar ervaring met en kennis van het onderwerp van het onderzoek;
f.de subsidieaanvrager kan het project binnen vijf jaar na de startdatum afronden, blijkend uit een realistische planning;
g.aan het project ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen:
1°. op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;
2°een sluitende en realistische begroting.
Artikel 11.7 Subsidiabele kosten
1Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
a.kosten van de onderzoekswerkzaamheden voor zover deze betrekking hebben op maatregelen als opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart;
b.kilometervergoedingen voor de werkzaamheden, bedoeld onder a, tot een maximum van € 0,23 per kilometer, inclusief btw.
2Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, arbeids- of personeelsuren van de subsidieaanvrager betreffen, past de subsidieaanvrager de berekeningswijze, genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van:
a.€ 60 voor werkzaamheden op MBO-niveau;
b.€ 90 voor werkzaamheden op HBO-niveau;
c.€ 110 voor werkzaamheden op WO-niveau;
3Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, uitgevoerd worden door derden, bedraagt het maximum € 99 per uur, vermeerderd met eventuele niet verrekenbare of niet compensabele btw.
4Indien de werkzaamheden, bedoeld onder a, uitgevoerd worden door vrijwilligers, stagiaires of studenten, bedraagt het maximum € 5,00 per uur.
Artikel 11.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 11.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a.kosten gemaakt voor de verlening van de subsidie;
b.kosten waarvoor reeds op grond van een andere regeling subsidie is verleend;
c.kosten voor stelposten of onvoorziene omstandigheden;
d.kosten voor wettelijke taken.
Artikel 11.9 Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van;
a.15 januari 2021 tot en met 15 februari 2021;
b.10 januari 2022 tot en met 4 februari 2022;
c.27 februari 2023 tot en met 15 december 2023;
d.4 januari 2024 tot en met 17 december 2024;
e.3 maart 2025 tot en met 15 december 2025.
Artikel 11.10 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 11.4 vast op:
a.€ 500.000 voor de periode genoemd in artikel 11.9, onder a;
b.€ 500.000 voor de periode genoemd in artikel 11.9 onder b;
c.€ 300.000 voor de periode genoemd in artikel 11.9, onder c;
d.€ 300.000 voor de periode, genoemd in artikel 11.9, onder d;
e.€ 300.000 voor de periode, genoemd in artikel 11.9, onder e.
Artikel 11.11 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000.
Artikel 11.12 Verdelingswijze
1Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.
5De subsidie wordt verdeeld overeenkomstig de rangschikking over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel 11.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
1De subsidieontvanger:
a.start het project binnen vier maanden na verlening van de subsidie;
b.rondt het project af binnen vijf jaar na de in het projectplan opgenomen startdatum;
c.maakt de bevindingen en resultaten van het project toegankelijk voor derden;
d.overlegt na afloop van het project aan Gedeputeerde Staten een file geodatabase met de exacte locatie van het uitgevoerde onderzoek, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant;
e.houdt ingevolge artikel 21, achtste lid, van de Asv, een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.
2Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.
Artikel 11.14 Verantwoording
De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.het onderzoeksrapport;
c.een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 21, zevende lid, van de Asv, met gebruikmaking van de daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelverklaring.
Artikel 11.15 Bevoorschotting en betaling
1Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
2Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.
Artikel 11.16 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2023 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.
§ 13 Bestrijding invasieve exoten Natura-2000
Artikel 13.1 Begripsbepalingen
[Vervallen]
Artikel 13.2 Doelgroep
[Vervallen]
Artikel 13.3 Subsidievorm
[Vervallen]
Artikel 13.4 Subsidiabele activiteiten
[Vervallen]
Artikel 13.5 Weigeringsgronden
[Vervallen]
Artikel 13.6 Subsidievereisten
[Vervallen]
Artikel 13.7 Subsidiabele kosten
[Vervallen]
Artikel 13.8 Niet subsidiabele kosten
[Vervallen]
Artikel 13.9 Aanvraagtijdvak
[Vervallen]
Artikel 13.10 Subsidieplafond
[Vervallen]
Artikel 13.11 Subsidiehoogte
[Vervallen]
Artikel 13.12 Verdelingswijze
[Vervallen]
Artikel 13.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
[Vervallen]
Artikel 13.14 Verantwoording
[Vervallen]
Artikel 13.15 Bevoorschotting en betaling
[Vervallen]
§ 14 Versnelling herstel stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden
Artikel 14.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
agrarische onderneming: onderneming actief in de primaire landbouwproductie of de verwerking of afzet van landbouwproducten;
algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
ambitiekaart: kaart als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016;
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
bestaande natuur: bestaande natuur als aangeduid in het Natuurbeheerplan;
bevel tot terugvordering: bevel als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of artikel 1, vijfde lid, onder a, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening;
bossen op arme zandgronden: bossen van het natuurtype N01.04, N15 en N16.03 als bedoeld in de Index natuur en landschap;
bossen op rijke zandgronden: bossen van het natuurtype N01.03, N14 en N16.04 als bedoeld in de Index natuur en landschap;
EVZ: ecologische verbindingszone zijnde een langgerekt gebied waarbinnen natuur- en landschapselementen zijn of worden gerealiseerd, gericht op het verbinden van natuurgebieden als opgenomen en begrensd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant;
extensieve omvorming: in relatief lage aantallen vervangende boomsoorten en struiksoorten aanbrengen;
file geodatabase: specifiek bestand dat geschikt is voor opname in een geografisch informatiestysteem;
habitattypen en soorten: natuurlijke habitats, habitats van soorten en de dier- en plantensoorten die op grond van de Vogel- en habitatrichtlijn worden beschermd;
Index natuur en landschap: beschrijving van natuur- en landschapstypen, te raadplegen via de website: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/;
intensieve omvorming: in relatief hoge dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen;
kosten derden: kosten die op factuur aantoonbaar en aan derden verschuldigd zijn en die direct voor de subsidiabele activiteit worden gemaakt;
KRW: kaderrichtlijn water, die als doel heeft de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa te waarborgen (richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 (PBEU 200, L327);
landbouwgroepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193);
mede-overheid: overheid als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Regeling informatieverstrekking sisa of waterschap;
MKB-onderneming: kleine, middelgrote of micro-onderneming als bedoeld in bijlage I bij de landbouwvrijstellingsverordening;
Natura 2000-beheerplan: plan als bedoeld in artikel 3.8, derde lid, van de Omgevingswet;
Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in bijlage 1 bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
Natura 2000-maatregelen; maatregelen om de instandhoudingsdoelstellingen te behalen, zoals beschreven in het Natura 2000-beheerplan;
NNB: Natuur Netwerk Brabant, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is opgenomen en begrensd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant;
Natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 1.2 van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016;
Natuurpact: tussen het Rijk en de provincies op 18 september 2013 gesloten Natuurpact ontwikkeling en beheer van de natuur in Nederland, waarin de ambities en financiering van het natuurbeleid zijn vastgelegd voor de periode tot en met 2027 (Kamerstukken II 2013/14, 33 576, nr. 6);
niet-productieve investeringen: investeringen die niet leiden tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van een agrarische onderneming;
OAD-netwerk: netwerk van oude, aftakelende en dode bomen; standaard omvorming: in standaard dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen;
OGOR: optimaal grond- en oppervlaktewaterregime;
onderneming in moeilijkheden: onderneming als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of artikel 2, onder 14, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening;
provinciaal uitvoeringsprogramma: programma van de provincie Noord-Brabant, waarin staat aangegeven hoe gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan het realiseren van de condities, die nodig zijn voor een landelijk gunstige staat van instandhouding op de locaties, waar bij aanvang van het programma sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitats;
Regionaal Water en Bodem Programma: door Provinciale Staten op 3 december 2021 vastgesteld Regionaal Water en Bodem Programma Noord-Brabant 2022-2027;
steenmeel: fijngemalen gesteente dat gebruikt wordt als bodemverbeteraar en meststof ineen, waardoor de bodemvruchtbaarheid en de bodemstructuur verbeteren;
Vogel- en Habitatrichtlijn: richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010 L 20) en richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEU 1992 L 206);
waterbeheerplan: door een waterschap op grond van de Waterwet of de Omgevingswet vastgesteld beheerplan of beheerprogramma met daarin de doelstellingen voor de periode 2022-2027 voor het waterschap en de wijze waarop aan die doelstellingen invulling wordt gegeven.
Artikel 14.2 Doelgroep
1Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:
a.rechtspersonen;
b.een samenwerkingsverband van rechtspersonen of natuurlijke personen.
2Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, geen rechtspersoonlijkheid bezit:
a.wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; en
b.draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.
Artikel 14.3 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 14.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het versterken of verbeteren van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden of stikstofgevoelige habitattypen of soorten door middel van:
a.bosrevitalisering;
b.maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van natuurgebieden, anders dan bedoeld onder a;
c.hydrologische maatregelen;
d.onderzoek ten behoeve van maatregelen als bedoeld in de onderdelen a tot en met c.
Artikel 14.5 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
a.reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
b.voor het project reeds eerder een subsidie of bijdrage is verleend;
c.het project gericht is op verwerving, functiewijziging, pachtvrij of erfpachtvrij maken of beheer van gronden;
d.het project gericht is op bosrevitalisering en voor het projectgebied reeds eerder subsidie is verstrekt ten behoeve van bosrevitalisering;
e.de subsidieaanvrager een agrarische onderneming is die geen MKB-onderneming is;
f.ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat;
g.de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is;
h.de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000.
Artikel 14.6 Algemene subsidievereisten
1Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 14.4 onderdelen a tot en met c, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant, op maximaal 2000 meter afstand van een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, blijkend uit een kaart van de projectlocatie of de projectlocaties;
b.de maatregelen die onderdeel uitmaken van het project zijn additioneel aan de uitvoeringsactiviteiten die worden uitgevoerd in het kader van het Natuurpact;.
c.het project is gericht op herstel de daarin voorkomende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden dan wel de daarin voorkomende stikstofgevoelige habitattypen of soorten, blijkend uit:
1°. een beschrijving van het type maatregelen dat wordt genomen in de projectperiode, de doelen, die daarbij worden nagestreefd en welke drukfactoren, bedoeld in bijlage 11, worden aangepakt;
2°. per categorie maatregelen als bedoeld in artikel 14.4, een overzicht van de indicatieve oppervlakten in hectare per natuurgebied;
3°. aard en omvang van het verwachte effect van het project op de betreffende habitattypen of soorten;
d.de subsidieaanvrager heeft:
1°. zeggenschap op basis van eigendom over de grond waarop het project betrekking heeft; of
2°. schriftelijke van de eigenaar van de grond waarop het project betrekking heeft;
e.het project is niet strijdig met een of meer provinciale natuur- en waterdoelstellingen;
f.het project heeft als doel om bij te dragen aan vermindering van de drukfactoren, bedoeld in bijlage 11 bij deze regeling;.
g.het project kan uiterlijk 30 maart 2028 worden afgerond, blijkend uit een realistische planning;
h.indien relevant, is de onderbouwing van het project in relatie tot hydrologie afgestemd met het waterschap, blijkend uit een verklaring van het waterschap;
i.aan de aanvraag ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen:
1°. op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;
2°. een sluitende begroting;
3°. een file geodatabase met de beoogde locatie van de te treffen maatregelen, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant;
4°. een beschrijving van de nul-situatie;
5°. een beschrijving van het te voeren beheer nadat het project is uitgevoerd;
6°. een beschrijving van de wijze van monitoring van zowel de voortgang van het project als het effect van de maatregelen;
2Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 14.4, onderdeel d, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.het onderzoek wordt uitgevoerd ten behoeve van de provincie Noord-Brabant;
b.het onderzoek draagt bij aan de totstandkoming van de te verrichten activiteiten, bedoeld in artikel 14.4, onderdelen a, b of c of een combinatie van twee of meer onderdelen;
c.het onderzoek kan uiterlijk 30 maart 2028 worden afgerond, blijkend uit een realistische planning;
d.aan de aanvraag ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen:
1°. op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;
2°. een sluitende begroting;
3°. een file geodatabase met de ligging van het onderzoeksgebied.
Artikel 14.7 Aanvullende vereisten bosrevitalisering
Onverminderd artikel 14.6, eerste lid, wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 14.4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:
a.het project is gericht op bosrevitalisering ten behoeve van versterken of verbeteren van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden dan wel van stikstofgevoelige habitattypen of soorten;
b.het project is gericht op bestaande bossen op arme of rijke zandgronden;
c.indien het project gericht is op bossen op arme zandgronden worden de volgende omvormingsmethoden toegepast:
1°. 5% per hectare voor intensieve omvorming;
2°. 45% per hectare voor standaard omvorming;
3°. 40% per hectare voor extensieve omvorming;
4°. 10% per hectare voor omvorming tot een OAD netwerk;
5°. een behandeling van 90% van het projectgebied met steenmeel, uitgaande van 10 ton steenmeel per volledig te behandelen hectare tenzij uit een bij de aanvraag overgelegd bodemonderzoek blijkt dat hiervan moet worden afgeweken;
d indien het project gericht is op bossen op rijke zandgronden worden de volgende omvormingsmethoden toegepast:
1°. 0% per hectare voor intensieve omvorming;
2°. 50% per hectare voor standaard omvorming;
3°. 40% per hectare voor extensieve omvorming;
4°. 10% per hectare voor omvorming tot een OAD netwerk.
Artikel 14.8 Aanvullende vereisten andere kwaliteitsmaatregelen
[vervallen]
Artikel 14.9 Aanvullende vereisten hydrologische maatregelen
Onverminderd artikel 14.6, eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 14.4, onder c, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:
a.het project draagt bij aan het versterken of verbeteren van stikstofgevoelige N2000-gebieden, blijkend uit een ecologische en hydrologische onderbouwing;
b.het project is additioneel ten opzichte van de KRW-maatregelen uit het waterbeheerplan van het betreffende waterschap;
c.het project is gericht op het bereiken van het OGOR dat nodig is voor de bescherming en instandhouding van de habitattypen en soorten.
Artikel 14.10 Subsidiabele kosten
1Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten in ieder geval voor subsidie in aanmerking:
a.kosten ten behoeve van de uitvoering van het project;
b.voorbereidingskosten gemaakt vanaf 1 januari 2024;
c.kosten voor onderzoek ten behoeve van de uitvoering van maatregelen als bedoeld in artikel 14.4, onder a tot en met c;
d.kosten voor een LESA-onderzoek;
e.kosten voor communicatie ten behoeve van de uitvoering van het project;
f.legeskosten;
g.kosten voor aanleg van voorzieningen ten behoeve van de monitoring van maatregelen, voor zover additioneel ten opzichte van bestaande monitoring;
h.kosten van mitigerende maatregelen ter voorkoming van schade als gevolg van vernattingsmaatregelen;
i.kosten derden, tot een maximum van € 99 per uur, vermeerderd met niet verrekenbare en niet compensabele btw;
j.kosten als bedoeld onder a tot en met i, van agrarische ondernemingen, voor zover deze uitgaven voor niet-productieve investeringen betreffen.
k.kosten van arbeids- en personeelsuren van een gemeente, niet meer dan € 100 per uur mits besteed aan extra werkzaamheden die direct toerekenbaar zijn aan het project.
2In afwijking van het eerste lid, onder a, zijn kosten voor de uitvoering van projecten als bedoeld in artikel 14.4, onder a, subsidiabel:
a.tot een maximum van € 2.560 per hectare, indien het kosten voor de omvorming van bossen op arme zandgronden betreft;
b.tot een maximum van € 2.900 per hectare, indien het kosten voor steenmeel betreft;
c.tot een maximum van € 1.800 per hectare, indien het kosten voor de omvorming van bossen op rijke zandgronden betreft.
3Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieontvanger, anders dan een gemeente, past deze de berekeningswijze, genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van:
a.€ 70 voor werkzaamheden op MBO-niveau;
b.€ 100 voor werkzaamheden op HBO-niveau;
c.€ 120 voor werkzaamheden op WO-niveau.
4Als de subsidieontvanger beschikt over een geldende goedkeuring van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor het hanteren van de zogenaamde Integrale Kosten Systematiek, kan de subsidieontvanger, in afwijking van het derde lid, de berekeningswijze, bedoeld in de artikelen 1.4, eerste lid, onder a, en 1.5 van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toepassen en deze systematiek en de uit deze systematiek voortvloeiende jaarlijkse uurtarieven hanteren.
Artikel 14.11 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 14.10 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a.kosten voor regulier beheer en onderhoud;
b.kosten voor de aanschaf en afschrijvingskosten van machines;
c.uitvoeringskosten gemaakt vóór indiening van de aanvraag;
d.kosten waarvoor reeds een subsidie of bijdrage is verleend;
e.kosten voor de uitvoering van wettelijke taken of regelingen;
f.kosten voor de uitvoering van monitoring;
g.kosten gemaakt door agrarische ondernemingen voor:
1°. de aankoop van productierechten;
2°. de aanplant van eenjarige gewassen;
3°. afwateringswerkzaamheden;
4°. de aankoop van dieren;
5°. investeringen om aan geldende EU-normen te voldoen.
Artikel 14.12 Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend:
a.van 22 november 2021 tot en met 29 juni 2023 en 21 september 2023 tot en met 31 oktober 2023;
b.van 3 februari 2025 tot en met 1 december 2025.
Artikel 14.13 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond vast op:
a.€ 53.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 14.12, onder a;
b.€ 10.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 14.12, onder b.
Artikel 14.14 Subsidiehoogte
1De hoogte van de subsidie bedraagt:
a.100% van de subsidiabele kosten tot de maximale bedragen per ha, genoemd in artikel 14.10, tweede lid, voor projecten als bedoeld in artikel 14.4, onder a;
b.100% van de subsidiabele kosten, voor projecten als bedoeld in artikel 14.4, onder b, c en d.
2De maximale hoogte van de subsidie als bedoeld in het eerste lid is:
a.voor agrarische ondernemingen, € 500.000 per project;
b.voor overige subsidieontvangers, € 2.000.000 per project.
3Indien toepassing van het eerste en tweede lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.
Artikel 14.15 Verdelingswijze
1Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.
5De subsidie wordt verdeeld overeenkomstig de rangschikking over aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel 14.16 Subsidieverlening
[vervallen]
Artikel 14.17 Verplichtingen van de subsidieontvanger
1De subsidieontvanger:
a.rondt het project uiterlijk 30 maart 2028 af;
b.verricht op de ingerichte grond duurzaam natuur-, water-, bodem-, en landschapsbeheer;
c.gebruikt op de ingerichte grond geen kunstmest, drijfmest of bestrijdingsmiddelen;
d.gebruikt bij de uitvoering van maatregelen geen beplantingssoorten genoemd in bijlage 15 bij deze regeling of in Bijlage Vc. bij artikel 3.67 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
e.besteedt eventuele opbrengsten uit een door deze paragraaf gesubsidieerde investering aan kwaliteitsverbetering of beheer van natuurgebieden, indien hij een niet-agrarische onderneming is;
f.verleent medewerking aan de landelijke monitoring, voor zover de provincie hiertoe verplicht is op grond van de Spuk versneld natuurherstel;
g.de ontvanger schrijft na afronding van de activiteiten een reflectie op de eindsituatie ten opzichte van de nulsituatie;
h.overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, meer dan twaalf maanden bedraagt;
i.houdt bij subsidies tot € 125.000, ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of artikel 7, eerste lid, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening, een administratie bij van gerealiseerde kosten, gestaafd met gespecificeerde en actuele bewijsstukken;
j.houdt, bij subsidies vanaf €125.000, een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.
2Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.
Artikel 14.17a Uitzondering verplichtingen subsidieontvanger
In afwijking van artikel 14.17, eerste lid, onder a, en het tweede lid, rondt de subsidieontvanger aan wie voor 1 december 2024 subsidie op basis van deze paragraaf is verstrekt het project uiterlijk 30 maart 2026 af.
Artikel 14.18 Verantwoording
1Bij subsidies tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.eventuele onderzoekrapportages ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten;
c.een file geodatabase met de exacte locatie van de getroffen maatregelen en eventuele onderzoeken, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant;.
d.foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
e.bewijsstukken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en artikel 7, eerste lid van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening waaruit de gerealiseerde kosten blijken.
2Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1º, van de Asv;
c.een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2º, van de Asv.
3In afwijking van de voorgaande leden, toont een subsidieontvanger die een medeoverheid is en aan wie voor 1 december 2024 subsidie op basis van deze paragraaf is verstrekt, bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat de verplichtingen zijn nagekomen door middel van:
a.een activiteitenverslag;
b.verslaglegging conform de vereisten van de Regeling informatieverstrekking sisa, met gebruikmaking van de toepasselijke sisa-bijlage.
Artikel 14.19 Bevoorschotting en betaling
1Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
2Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt gedurende de looptijd van het project jaarlijks betaald in gelijke termijnen.
Artikel 14.20 Vaststelling subsidies tot € 125.000
1Gedeputeerde Staten stellen subsidies tot € 125.000 ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en artikel 7, eerste lid van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening, vast op basis van prestaties en gerealiseerde kosten.
2De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats overeenkomstig artikel 21, eerste tot en met vijfde, en negende lid, van de Asv.
Artikel 14.21 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2026 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
§ 15 Preventieve maatregelen wolvenschade
Artikel 15.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
aanval: aanval waarbij een of meerdere landbouwdieren zijn gedood of verwond en waarvan BIJ12 heeft geoordeeld dat niet is uit te sluiten dat een wolf de schade heeft veroorzaakt;
de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352) dan wel in Verordening (EU) 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352);
Diergezondheidswetgeving: Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid, PBEU 2016 L84/1;
Faunaschade Preventiekit module wolven: overzicht van preventieve maatregelen om schade door wolven te voorkomen en beperken door middel van vaste en verplaatsbare wolfwerende afrastering zoals gepubliceerd op de website van BIJ12;
Identificatie- en Registratiesysteem van dieren: het door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beheerde Identificatie- en Registratiesysteem van elke Nederlandse landbouwhuisdierenhouder met een uniek Bedrijfsnummer (UBN);
landbouwhuisdieren: schapen, geiten, paardachtigen, runderen, varkens, alpaca’s en lama’s, opgenomen in het Identificatie en Registratie systeem van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, dan wel geregistreerd op grond van de Diergezondheidswetgeving, met uitzondering van grote wilde of semi-wilde grazers die in sociaal kuddeverband leven in natuurgebieden;
urgentie: een situatie waarin sprake is van schade veroorzaakt door minimaal twee aanvallen op verschillende dagen binnen zeven dagen na de dag waarop het eerste landbouwhuisdier is gedood of verwond, in een gemeente of in aangrenzende gemeenten.
Artikel 15.2 Doelgroep
Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door:
a.een houder van landbouwhuisdieren;
b.terreinbeherende organisaties of grondeigenaren die begrazing door landbouwhuisdieren inzetten op eigen of beheerde terreinen, niet zijnde gemeentes of waterschappen.
Artikel 15.3 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze pararaaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 15.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor maatregelen gericht op vermindering en voorkoming van schade aan landbouwhuisdieren in het gebied weergegeven op kaartbijlage 16 bij deze regeling of in geval van urgentie, in de vorm van:
a.het aanleggen van een vaste wolfwerende afrastering als bedoeld in paragraaf 2.2. van de Faunaschade Preventiekit module wolven;
b.het plaatsen van een verplaatsbare wolfwerende afrastering als bedoeld in paragraaf 2.2. van de Faunaschade Preventiekit module wolven; of
c.het aanpassen van een bestaande vaste of verplaatsbare afrastering tot een wolfwerende afrastering als bedoeld in paragraaf 2.2 van de Faunaschade Preventiekit module wolven.
Artikel 15.5 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
a.de maatregelen niet bijdragen aan de bescherming van landbouwhuisdieren tegen aanvallen van een wolf;
b.de maatregelen worden genomen buiten het gebied weergegeven op kaartbijlage 16 bij deze regeling, tenzij er sprake is van urgentie.
c.voor de maatregelen reeds subsidie is verstrekt op grond van deze regeling, een andere regeling of een regeling van een andere overheid;
d.de maatregelen worden genomen voor andere dieren dan landbouwhuisdieren;
e.de maatregelen zijn gerealiseerd of aangebracht voor 28 september 2020;
f.er sprake is van urgentie en de aanvraag niet binnen 4 weken na het optreden van die urgentie is ingediend;
g.de subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 15.2, onder a, het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 20.000 al heeft overschreden berekend over het lopende belastingjaar en de twee daaraan voorafgaande belastingjaren;
h.de subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 15.2, onder b, het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 200.000 al heeft overschreden berekend over het lopende belastingjaar en de twee daaraan voorafgaande belastingjaren.
Artikel 15.6 Subsidievereisten
1Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.de maatregelen zijn gericht op vermindering en voorkoming van schade aan landbouwhuisdieren veroorzaakt door wolven:
1°. in het gebied weergegeven op kaartbijlage 16 bij deze regeling; of
2°. buiten het gebied weergegeven op kaartbijlage 16 bij deze regeling in geval van urgentie;
b.de vaste en verplaatsbare wolfwerende afrastering en bijbehorende onderdelen of materialen voldoen aan de specificaties die staan beschreven in paragraaf 2.2. van de Faunaschade Preventiekit module wolven;
c.het geregistreerd aantal landbouwhuisdieren van de houder van de landbouwhuisdieren die worden ingezet op het terrein waarop het project wordt uitgevoerd, wordt aangetoond:
1°. voor alpaca’s en lama’s door een recent afschrift van de registratie op basis van de Diergezondheidswetgeving;
2°. voor overige landbouwhuisdieren door vier uitdraaien van het Identificatie- en Registratiesysteem voor landbouwhuisdieren met de peildata 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november, in het jaar voorafgaand aan de aanschaf van wolfwerende maatregelen;
d.aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen:
1°. een gespecificeerde factuur of facturen van de gerealiseerde maatregelen en bijbehorende betaalwijzen;
2°. het geregistreerd aantal landbouwhuisdieren, aangetoond op de wijze, genoemd in onderdeel c;
3°. een afschrift van het contract met de houder van landbouwhuisdieren waaruit het aantal landbouwhuisdieren blijkt dat wordt ingezet op het terrein waarop het project zal worden uitgevoerd, indien een aanvrager als bedoeld in artikel 15.2, onder b, de aanvraag indient;
4°. fotomateriaal van de gerealiseerde wolfwerende afrastering;
5°. een overzichtskaart met daarop aangegeven de locatie waar de vaste wolfwerende afrastering is gerealiseerd;
6°. het kadastraal nummer van de locatie waar de vaste wolfwerende afrastering is gerealiseerd.
7°. het aantal strekkende meters afrastering;
8°. een volledig ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring.
2Onverminderd het eerste lid wordt een:
a.vaste wolfwerende afrastering met toebehoren ingezet in het gebied weergegeven op kaartbijlage 16 bij deze regeling dan wel daarbuiten in geval van urgentie;
b.verplaatsbare wolfwerende afrastering met toebehoren ten minste twee weken per kalenderjaar ingezet in het gebied weergegeven op kaartbijlage 16 bij deze regeling dan wel zo vaak als noodzakelijk in geval van urgentie.
3Onverminderd de voorgaande leden, is voor een subsidie voor een draad-opwindsysteem of een systeem waarmee een verplaatsbare wolfwerende afrastering op- en afgewonden kan worden, vereist dat het aantal landbouwhuisdieren bedraagt:
a.minimaal 10 paardachtigen en runderen;
b.gemiddeld minimaal 100 schapen, geiten, lama’s en alpaca’s.
Artikel 15.7 Subsidiabele kosten
Voor subsidie gelden lumpsumbedragen.
Artikel 15.8 Niet subsidiabele kosten
[Vervallen]
Artikel 15.9 Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 februari 2022 tot en met 28 november 2025.
Artikel 15.10 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 15.4 voor de periode, genoemd in artikel 15.9, vast op € 200.000,-.
Artikel 15.11 Subsidiehoogte
1De hoogte van de subsidie bedraagt in totaal maximaal € 20.000.
2De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 15.4, onder a, bedraagt:
a.€ 570; en
b.€ 3,40 per strekkende meter vaste wolfwerende afrastering met een maximum van € 680,- per dier voor paardachtigen en runderen en € 114,- per dier voor andere soorten, waarbij voor het totale aantal dieren wordt uitgegaan van het geregistreerde aantal landbouwhuisdieren, berekend op de wijze, genoemd in artikel 15.6, eerste lid, onder c;
3De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 15.4, onder b, bedraagt:
a.€ 34 per dier, waarbij het totale aantal dieren wordt uitgegaan van het geregistreerd aantal landbouwhuisdieren, berekend op de wijze, genoemd in artikel 15.6, eerste lid, onder c;
b.€ 4.500 voor een draad-opwindsysteem of systeem waarmee verplaatsbare wolfwerende afrastering op- en afgewonden kan worden, mits de verplaatsbare wolfwerende afrastering een wolfwerende afrastering met draden is.
4De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 15.4, onder c, bedraagt 50% van de bedragen bedoeld in het tweede lid respectievelijk het derde lid, onder a, voor aanpassing van een vaste respectievelijk een verplaatsbare afrastering.
5In afwijking van de voorgaande leden, wordt aan de subsidieaanvrager maximaal een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het plafond voor de-minimissteun niet wordt overschreden, berekend over het lopende belastingjaar en de twee belastingjaren daaraan voorafgaand.
Artikel 15.12 Verdelingswijze
1Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris.
4De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.
5De subsidie wordt overeenkomstig de rangschikking verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel 15.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger:
a.zet de vaste wolfwerende afrastering met toebehoren in binnen het gebied weergegeven op kaartbijlage 16 bij deze regeling dan wel daarbuiten in geval van urgentie;
b.zet verplaatsbare wolfwerende afrastering met toebehoren ten minste twee weken per kalenderjaar in binnen het gebied weergegeven op kaartbijlage 16 bij deze regeling dan wel zo vaak als noodzakelijk in geval van urgentie;
c.neemt maatregelen om diefstal van de wolfwerende afrastering en toebehoren te voorkomen;
d.zorgt voor goed onderhoud en gaat zorgvuldig om met de wolfwerende afrastering en toebehoren;
e.houdt de wolfwerende afrastring en toebehoren minimaal vijf jaren in eigen gebruik.
Artikel 15.14 Verantwoording
[vervallen]
Artikel 15.15 Subsidievaststelling
Gedeputeerde Staten stellen de subsidie, overeenkomstig artikel 20, eerste lid, onder a, Algemene subsidieverordening Noord-Brabant direct vast.
Artikel 15.16 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2023 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze regeling in de praktijk.
§ 16 Regievoering GGA landelijk programma natuur
Artikel 16.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
agrarische collectieven: de coöperatieve verenigingen BoerenNatuur Brabant Midden, BoerenNatuur Brabant Oost en BoerenNatuur Brabant West;
apparaatskosten: interne loonkosten en kosten derden die specifiek zijn gemaakt voor de regievoering ten behoeve van het provinciaal uitvoeringsprogramma;
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
GGA: groenblauwe gebiedsgerichte aanpak, aan de hand waarvan de provincie samen met partners werkt aan de opgaves op het gebied van klimaat, natuur, water en bodem en tegelijkertijd aan het creëren van een duurzaam perspectief voor de Brabantse landbouw in de schil rondom de natuurgebieden;
GGA-team: team waarin medewerkers van de provincie en partners het gebiedsproces organiseren en begeleiden en dat per gebied varieert qua samenstelling en grootte, afhankelijk van de belangen en opgaven in het betreffende gebied;
kosten derden: kosten verschuldigd aan derden die op factuur aantoonbaar zijn en direct voor de subsidiabele activiteiten worden gemaakt;
Natura 2000: Natura 2000 als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
provinciaal uitvoeringsprogramma: programma van de provincie Noord-Brabant ter uitvoering van het landelijk programma natuur, waarin staat aangegeven hoe gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan het realiseren van de condities, die nodig zijn voor een landelijk gunstige staat van instandhouding op de locaties, waar bij aanvang van het programma sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitats, zoals opgenomen in bijlage 11 behorende bij deze regeling;
regievoering ten behoeve van het provinciaal uitvoeringsprogramma: activiteiten als bedoeld in artikel 16.6, onder a;
Spuk versneld natuurherstel: specifieke uitkering van de minister van landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, gebaseerd op de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase.
Artikel 16.2 Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door organisaties of particulieren die deelnemen aan de stuurgroep of de brede ambtelijke werkgroep of een ambtelijke werkgroep van een deelgebied van een GGA.
Artikel 16.3 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 16.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op regievoering ten behoeve van het provinciaal uitvoeringsprogramma binnen de GGA.
Artikel 16.5 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
a.voor dezelfde activiteiten van dezelfde werkgroep reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt in hetzelfde kalenderjaar op grond van deze paragraaf;
b.de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 15.000 .
Artikel 16.6 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 16.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.de activiteiten zijn gericht op regievoering ten behoeve van het provinciaal uitvoeringsprogramma, bestaande uit:
1°. actieve deelname aan een of meer GGA-teams;
2°. deelname aan de verkenning, visievorming en planuitwerking in een of meer GGA-teams;
3°. het doen van voorstellen voor gebiedsgerichte maatregelen in het kader van natuurherstel Aanpak Landelijk Gebied;
4°. deelname aan de werksessies ter voorbereiding van de aanvraag van de Spuk versneld natuurherstel; en
5°. overleg met en terugkoppeling aan haar bestuur, achterban of leden over de activiteiten, bedoeld onder 1° tot en met 4°;
b.de GGA-teams waaraan wordt deelgenomen zijn actief in een van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden als opgenomen in bijlage 17;
c.de activiteiten kunnen uiterlijk 31 december 2025 worden afgerond.
d.aan de aanvraag ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen:
1°. op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;
2°. een sluitende begroting, met uitsplitsing van de kosten per GGA-team.
Artikel 16.7 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende apparaatskosten voor subsidie in aanmerking:
a.kosten derden tot een maximum van € 99 per uur, te vermeerderen met niet-verrekenbare en niet-compensabele btw, mits op offerte of factuur aantoonbaar;
b.arbeids- en personeelsuren van de subsidieontvanger, berekend op de wijze, genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant, waarbij een uurtarief wordt gehanteerd van:
1°. € 70 voor werkzaamheden op MBO-niveau;
2°. € 100 voor werkzaamheden op HBO-niveau;
3°. € 120 voor werkzaamheden op WO-niveau.
Artikel 16.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 16.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a.kosten waarvoor reeds een subsidie of bijdrage is verleend;
b.kosten voor de uitvoering van wettelijke taken of regelingen;
c.kosten voor de voorbereiding van concrete maatregelen ter uitvoering van het provinciaal uitvoeringsprogramma;
d.kosten gemaakt vóór 1 januari 2024.
Artikel 16.9 Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van:
a.2 mei 2022 tot en met 30 juni 2023;
b.7 januari 2025 tot en met 1 december 2025.
Artikel 16.10 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond vast op:
a.€ 3.500.000 voor de periode, genoemd in artikel 16.9, onder a;
b.€ 4.162.380 voor de periode, genoemd in artikel 16.9, onder b.
Artikel 16.11 Subsidiehoogte
1De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000 voor elk GGA-team waaraan aanvrager deelneemt.
2Indien toepassing van het eerste lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 15.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.
Artikel 16.12 Verdelingswijze
1Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.
5De subsidie wordt verdeeld overeenkomstig de rangschikking over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel 16.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger rondt de activiteiten uiterlijk 31 december 2025 af.
Artikel 16.14 Verantwoording
1Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van een activiteitenverslag.
2Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van een activiteitenverslag.
3Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1º, van de Asv;
c.een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2º, van de Asv.
Artikel 16.15 Bevoorschotting en betaling
1Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.
2Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.
Artikel 16.16 Subsidievaststelling
1Bij subsidies tot € 25.000 stellen Gedeputeerde Staten de subsidie op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv ambtshalve vast.
2Bij subsidies van € 25.000 en hoger stellen Gedeputeerde Staten de subsidie vast overeenkomstig de Asv.
Artikel 16.17 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2024 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
§ 17 Boscompensatie buiten Natuurnetwerk Nederland
Artikel 17.1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
Catalogus Groenblauwe Diensten: set van steunmaatregelen waaraan de Europese Commissie met het goedkeuringsbesluit SA.44848 goedkeuring heeft verleend;
element: bostype zoals omschreven in bijlage 19 bij deze regeling;
EVZ: ecologische verbindingszone als bedoeld in bijlage I van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
file geodatabase: [vervallen]
functiewijziging: het wijzigen van de functie van grond van landbouwgrond naar natuurbos;
geopackage: bestand dat een database vormt voor geografische informatie;
grote onderneming: onderneming waar minstens 250 personen werkzaam zijn of waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen overschrijdt, als bedoeld in artikel 2, eerste lid van bijlage I van Verordening (EU) 2022/2472, PBEU 2022 L327;
Index natuur en landschap: beschrijving van natuur- en landschapstypen, te raadplegen via de website: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/;
Kaderrichtlijn Water: Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEU 2000, L 327);
kosten derden: kosten die op factuur aantoonbaar en aan derden verschuldigd zijn en die direct voor de subsidiabele activiteit worden gemaakt;
landbouwgrond: grond die wordt gebruikt als bouwland, blijvend grasland of blijvende teelt, als bedoeld in artikel 4, derde lid, van Verordening 2021/2115, niet zijnde gronden als bedoeld in artikel 6, vierde lid van de Uitvoeringsregeling GLB 2023;
mede-overheid: overheid als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Regeling informatieverstrekking sisa of waterschap;
Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in bijlage 1 bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
natuurbos: natuurtype N14 of N15, als bedoeld in de Index natuur en landschap;
Nederlandse rassenlijst bomen: [vervallen]
NNB: [vervallen]
NNN: Natuurnetwerk Nederland als bedoeld in artikel 2.44, vierde lid, van de Omgevingswet, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft als aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;".
verbonden persoon: door middel van een deelneming, een samenwerkingsverband of op andere wijze verbonden natuurlijke of rechtspersoon.
Artikel 17.2 Doelgroep
1Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:
a.rechtspersonen;
b.natuurlijke personen;
c.een samenwerkingsverband van rechtspersonen of natuurlijke personen.
2Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder c, geen rechtspersoonlijkheid bezit, draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring.
Artikel 17.3 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 17.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op boscompensatie in de vorm van:
a.inrichting van natuurbos in combinatie met functiewijziging; of
b.inrichting van natuurbos.
Artikel 17.5 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
a.het project wordt uitgevoerd op gronden gelegen binnen het NNN;
b.krachtens het geldende bestemmingsplan of omgevingsplan de bestemming of functie bouwvlak of wonen rust:
1°. op de grond waarop het project wordt uitgevoerd; of
2°. op grond gelegen binnen 10 meter daarvandaan die in eigendom, erfpacht of pacht is van de aanvrager of een met hem verbonden persoon;
c.het project wordt uitgevoerd binnen de bebouwde kom als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
d.het project wordt uitgevoerd in bebouwd gebied als bedoeld op de landschapstypenkaart, opgenomen in bijlage 18 bij deze regeling;
e.voor het project reeds subsidie is verstrekt op grond van deze of een andere subsidieregeling;
f.reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
g.het project reeds uitgevoerd dient te worden op grond van verplichtingen voortvloeiend uit wetgeving, regelgeving, een convenant of andere afspraken;
h.het project functiewijziging betreft en de subsidieaanvrager de bestaande functie hoe dan ook moet stopzetten, wegens het niet voldoen aan relevante Europese of nationale wet- en regelgeving, zoals wet- en regelgeving met betrekking tot dieren, planten, volksgezondheid, sanitair, ethiek of milieu;
i.de subsidieaanvrager een onderneming in financiële moeilijkheden is als bedoeld in de Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2014, C 249);
j.ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard;
k.de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000.
Artikel 17.6 Subsidievereisten
1Om voor subsidie in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kadastrale omschrijving van het perceel en een kaart met topografische ondergrond, met een schaal van ten hoogste 1:10.000, met daarop de ligging van het perceel;
b.het project wordt uitgevoerd buiten het NNN en omvat:
1°. een gezamenlijke oppervlakte van minimaal 1 ha, indien het project wordt uitgevoerd aangrenzend aan het NNN, een EVZ of aan een natuurbos buiten het NNN;
2°. een aaneengesloten oppervlakte van minimaal 5 ha, in overige gevallen;
c.het project betreft de realisering van bos conform een of meerdere van de N14- of N15-bostypen als bedoeld in de Index natuur en landschap;
d.het project wordt uitgevoerd in overeenstemming met bijlagen 18 en 19 bij deze regeling;
e.indien het de inrichting als natuurbos betreft, wordt voor ten minste 95% uitsluitend gebruik gemaakt van soorten die zijn opgenomen in bijlage 18a bij deze regeling;
f.het project maakt geen deel uit van een ruimtelijke ontwikkeling waarin natuurontwikkeling dan wel compensatie een verplichting is;
g.het project is niet strijdig met een of meer provinciale natuur- en waterdoelstellingen en is in overeenstemming met eventueel aanwezige landschappelijke waardes;
h.voor zover noodzakelijk is de onderbouwing van het project in relatie tot hydrologie afgestemd met het waterschap, blijkend uit een verklaring van het waterschap;
i.het project kan worden afgerond binnen twee en een half jaar na subsidieverlening, blijkend uit een realistische planning;
j.aan de aanvraag ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen:
1°. op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;
2°. een overzicht van de oppervlakte van het aan te leggen bos in hectares;
3°. een overzicht van de bij aanleg te gebruiken soorten, uitgedrukt als percentage van de totale aanleg;
4°. een sluitende begroting;
5°. één geopackage met de beoogde locatie van de maatregelen en eventuele onderzoeken, opgesteld op basis van de in het subsidieloket beschikbaar gestelde template geodatabase, ten behoeve van invoer in het registratiesysteem GIS-subsidies natuur Noord-Brabant;
6°. een beschrijving van de wijze waarop de instandhouding en het beheer wordt gewaarborgd nadat de inrichting van het natuurbos gerealiseerd is;
7°. een onderbouwing van de maatregelen ter beheersing van natuurbranden indien het project wordt uitgevoerd in of binnen een straal van een kilometer van een of meer van de in bijlage 14 bedoelde natuurgebieden;
8°. een overzicht van de liquiditeitsprognose van de aanvrager gedurende de looptijd van het project, indien de aangevraagde subsidie meer dan € 2.500.000 bedraagt.
k.het project is niet gericht op commercieel levensvatbare houtwinning, het vervoer van hout of de verwerking van hout of andere bosrijkdommen.
2Onverminderd het eerste lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 17.4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:
a.de subsidieaanvrager:
1°. beschikt over de volle eigendom van de grond waarop het project betrekking heeft dan wel heeft toestemming van de eigenaar van de grond om het project uit te voeren, blijkend uit een verklaring; en
2°. is voornemens de functie en bestemming van de grond te wijzigen of te laten wijzigen naar natuur of bos;
b.de landbouwproductiecapaciteit is in de laatste vijf jaar voorafgaand aan de functiewijziging onafgebroken gebruikt;
c.indien het project gericht is op verwerving of functiewijzing van een perceel dat in eigendom is van een gemeente, overlegt de subsidieaanvrager een verklaring van de desbetreffende gemeente dat deze de inkomsten uit de verkochte grond of functiewijzing voor 50% investeert in groene doelen.
3Onverminderd de voorgaande leden, overlegt de subsidieaanvrager die een grote onderneming is, bewijsstukken waaruit blijkt dat zonder de subsidie het project economisch niet levensvatbaar zou zijn.
Artikel 17.7 Subsidiabele kosten
1Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten in aanmerking voor subsidie:
a.voor projectonderdelen betreffende functiewijziging: de waardevermindering van de grond door functiewijziging, gebaseerd op de in opdracht van de provincie Noord-Brabant door twee onafhankelijke taxateurs uitgevoerde taxatie, bestaande uit:
1°. de marktwaarde van het perceel voor functiewijziging, tot een maximum van 150% van de regioprijs per hectare, opgenomen in bijlage 20 bij deze regeling;
2°. verminderd met de marktwaarde van de grond na functiewijziging;
b.voor projectonderdelen betreffende inrichting:
1°. kosten derden tot een maximum van € 99 per uur, vermeerderd met niet verrekenbare en niet compensabele btw;
2°. overige kosten.
2Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren, past de subsidieontvanger de berekeningswijze, genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van:
a.€ 70 voor werkzaamheden op MBO-niveau;
b.€ 100 voor werkzaamheden op HBO-niveau;
c.€ 120 voor werkzaamheden op WO-niveau.
Artikel 17.8 Niet-subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 17.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a.voorbereidingskosten gemaakt vóór 1 januari 2024;
b.uitvoeringskosten gemaakt vóór indiening van de subsidieaanvraag;
c.kosten voor verwijdering bodemverontreiniging of afval;
d.kosten voor bouw opstallen;
e.kosten voor aanschaf machines;
f.kosten voor aanschaf of plaatsing recreatieve voorzieningen;
g.kosten voor aanleg parkeergelegenheid;
h.kosten voor wegwerken achterstallig onderhoud;
i.kosten voor het verwerven van grond, pachtafkoop en beheer.
Artikel 17.9 Aanvraagtijdvak
Subsidieaanvragen worden ingediend van:
a.23 mei 2022 tot en met 28 september 2023;
b.27 juni 2024 tot en met 24 juli 2024;
c.10 maart 2025 tot en met 2 september 2025;
d.16 februari 2026 tot en met 1 september 2026;
e.15 februari 2027 tot en met 1 september 2027;
f.15 februari 2028 tot en met 1 september 2028.
Artikel 17.10 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond vast op:
a.€ 9.680.000 voor de periode, genoemd in artikel 17.9, onder a;
b.€ 1.300.000 voor de periode, genoemd in artikel 17.9, onder b;
c.€ 8.500.000 voor de periode, genoemd in artikel 17.9, onder c;
d.€ 8.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 17.9, onder d;
e.€ 8.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 17.9, onder e;
f.€ 7.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 17.9, onder f.
Artikel 17.11 Subsidiehoogte
1De hoogte van de subsidie bedraagt:
a.100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 17.7, eerste lid, onder a;
b.100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 17.7, eerste lid onder b, tot een maximum van € 15.000 per ha.
2Indien toepassing van het eerste lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.
Artikel 17.12 Verdelingswijze
1Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
5De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:
a.opeenvolgend zijn in de rangschikking; en
b.die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel 17.13 Subsidieverlening
1De subsidie voor functiewijziging als bedoeld in artikel 17.4, onder a, wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat tussen de provincie Noord-Brabant en de subsidieontvanger of tussen de provincie Noord-Brabant en de grondeigenaar, indien de subsidieontvanger niet de grondeigenaar is, een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek wordt gevestigd, waarin in ieder geval wordt opgenomen dat degene die het terrein toebehoort, beheert of degene die het recht van erfpacht verwerft:
a.de desbetreffende grond na aanvang van de inrichting niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond;
b.op de desbetreffende grond voor onbepaalde tijd de ontwikkeling dan wel instandhouding van het bostype zoals opgenomen in het projectplan, gedoogt;
c.op de ingerichte grond geen kunstmest, drijfmest of chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt;
d.datgene nalaat wat de ontwikkeling dan wel instandhouding van het bostype, bedoeld onder b, belemmert, bemoeilijkt of verhindert;
e.effecten op de grond duldt die ontstaan door hydrologische maatregelen in de omgeving van de betreffende grond ten behoeve van natuurdoelen, een Natura 2000-gebied, de Kaderrichtlijn Water of het behoud en herstel van wijst.
2De kwalitatieve verplichting, bedoeld in het eerste lid, wordt bij notariële akte opgemaakt en ingeschreven in de openbare registers.
Artikel 17.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
1De subsidieontvanger:
a.rondt het project binnen twee en half jaar na subsidieverlening af;
b.verricht op de ingerichte grond duurzaam natuur-, water-, bodem-, en landschapsbeheer;
c.maakt bij de inrichting uitsluitend gebruik van soorten, opgenomen in de Nederlandse rassenlijst bomen;
d.zorgt voor het slopen of onherroepelijk sluiten van eventuele betrokken landbouwproductiecapaciteit;
e.realiseert de uitvoering in overeenstemming met bijlage 19 bij deze regeling;
f.overlegt de bij de subsidieverlening verplicht gestelde gegevens ten behoeve van de landelijke monitoring van de maatregelen;
g.beschrijft bij aanvang van de activiteiten de nulsituatie en beschrijft na afronding van de activiteiten de eindsituatie van de activiteiten;
h.overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, meer dan twaalf maanden bedraagt.
2Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.
Artikel 17.14a Uitzondering verplichtingen subsidieontvanger
In afwijking van artikel 17.14, eerste lid, onder a, en het tweede lid, rondt de subsidieontvanger aan wie voor 1 december 2024 subsidie op basis van deze paragraaf is verstrekt het project uiterlijk 30 maart 2026 af.
Artikel 17.15 Verantwoording
1Bij subsidies tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag, waarin in elk geval de nulsituatie bij aanvang van de activiteiten en de eindsituatie na afronding van de activiteiten zijn beschreven;.
b.foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
c.bewijsstukken waaruit de gerealiseerde kosten blijken.
2Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
c.een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1º, van de Asv;
d.een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2º, van de Asv.
3[vervallen]
4In afwijking van de voorgaande leden, toont een subsidieontvanger die een medeoverheid is en aan wie voor 1 december 2024 subsidie op basis van deze paragraaf is verstrekt, bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat de verplichtingen zijn nagekomen door middel van:
a.een activiteitenverslag;
b.verslaglegging conform de vereisten van de Regeling informatieverstrekking sisa, met gebruikmaking van de toepasselijke sisa-bijlage.
Artikel 17.16 Bevoorschotting en betaling
1Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.
2Het voorschot met betrekking tot subsidie voor inrichting van natuurbos, wordt afhankelijk van de looptijd van het project jaarlijks in gelijke terrmijnen betaald.
3Het voorschot met betrekking tot subsidie voor functiewijziging wordt in één keer uitbetaald, nadat de subsidieaanvrager een notariële akte heeft overlegd, waaruit blijkt dat de kwalitatieve verplichting, bedoeld in artikel 17.13, is gevestigd.
Artikel 17.17 Vaststelling subsidies tot € 125.000
1Gedeputeerde Staten stellen subsidies tot € 125.000 vast op basis van prestaties en gerealiseerde kosten.
2De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats overeenkomstig artikel 21, eerste tot en met vijfde, en negende lid, van de Asv.
Artikel 17.18 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2024 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
§ 18 Slotbepalingen
Artikel 18.1 intrekking
De Subsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant wordt ingetrokken.
Artikel 18.2 Overgangsrecht
Voor subsidieaanvragen waarop op het moment van inwerkingtreding van deze regeling nog niet is beslist, blijft de Subsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant zijn werking behouden.
Artikel 18.3 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 18.4 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling natuur Noord-Brabant.
Bijlage 1 behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Lijst prioritaire soorten
Soort nr
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Soortgroep
Rode lijst
Provinciale zeldzaamheid
Beheertypes
Agrarisch natuurbeheer
1
Absintalsem
Vaatplanten
KW
schaars
Ruderaal
2
Akkerandoorn
Vaatplanten
KW
vrij algemeen
N12.05
Az,
3
Akkerleeuwenbek
Vaatplanten
KW
vrij algemeen
N12.05
Az,Dv,M
4
Beemdkroon
Vaatplanten
KW
schaars
N12.03, N11.01, N12.01
5
Beenbreek
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N06.04
6
Bevertjes
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N10.01, N10.02, N12.03, N12.01
7
Bijenorchis
Vaatplanten
TNB
schaars
N11.01, N12.03
8
Bitterling (G)
Vaatplanten
TNB
zeer zeldzaam
N12.04
9
Blaasvaren
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N14.03, N01.04
10
Blauw kweldergras
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.04
11
Blauw walstro
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N12.01, N12.05
12
Blauwe knoop
Vaatplanten
GE
schaars
N06.04, N10.01
13
Bleek kweldergras
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.04
14
Bleekgele hennepnetel
Vaatplanten
KW
algemeen
N12.05
Az,Dv,M
15
Blonde zegge
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N10.01
16
Bochtige klaver
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.03, N12.01, N11.01
17
Bolderik
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N12.05
Az,Dv,M
18
Borstelgras
Vaatplanten
GE
algemeen
N07.01
19
Bosaardbei
Vaatplanten
GE
schaars
N16.02
20
Bosbingelkruid
Vaatplanten
TNB
zeer zeldzaam
N14.03, N01.04
21
Bosmuur
Vaatplanten
TNB
zeldzaam
N14.01, N14.03, N01.04
22
Bospaardenstaart
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N14.01, N14.03, N01.04
23
Brede ereprijs
Vaatplanten
TNB
zeer zeldzaam
N11.01
24
Brede orchis
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N10.02, N10.01
25
Brede waterpest
Vaatplanten
GE
vrij algemeen
N04.02, N01.03
26
bruin cypergras
Vaatplanten
TNB
zeldzaam
N02.01, N01.03
27
Dennenorchis
Vaatplanten
TNB
Zeer zeldzaam
N15.02, N01.04
28
Dennenwolfsklauw
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N07.01, N15.02, N01.04
29
Doffe ereprijs
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N12.05
30
Draadklaver
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N12.05
31
Draadrus
Vaatplanten
TNB
zeldzaam
N10.02, N10.01
32
Draadzegge
Vaatplanten
KW
vrij algemeen
N06.06, N05.01, N06.05, N01.03
33
Driekantige bies
Vaatplanten
BE
Zeldzaam
N02.01, N01.03
34
Drijvende egelskop
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N06.05
35
Drijvende waterweegbree
Vaatplanten
KW
vrij algemeen
N04.02, N03.01, N06.05, N01.03, N01.04
Dv
36
Dubbelloof
Vaatplanten
GE
algemeen
N15.02, N14.03, N01.04
37
Duits viltkruid
Vaatplanten
TNB
vrij zeldzaam
N11.01, N12.05
38
Dwergbloem
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N06.04
39
Dwergrus
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N06.05
Dv
40
Echt lepelblad
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N05.01, N01.03
41
Echte guldenroede
Vaatplanten
KW
schaars
N15.02, N01.04
42
Heemst
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.06
43
Karwij
Vaatplanten
BE
zeldzaam
N12.03
44
eenarig wollegras
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N06.04, N06.03
45
Eenbes
Vaatplanten
TNB
zeldzaam
N14.01, N14.03, N01.04
46
Eironde leeuwenbek
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N12.05
47
Engels gras
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N12.04
48
Fraai hertshooi
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N07.01, N15.02, N14.03, N01.04
49
Galigaan
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N14.02, N05.01, N06.05, N01.04, N01.03
50
Gaspeldoorn
Vaatplanten
TNB
schaars
N07.01
51
Gegolfd fonteinkruid
Vaatplanten
GE
zeer zeldzaam
N03.01
52
Gele zegge
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N10.01
53
Genadekruid
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N12.04, N05.01, N01.03
54
Gesteeld glaskroos
Vaatplanten
TNB
schaars
N06.05
55
Gestreepte klaver
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N12.01, N11.01
56
Gevlekte orchis
Vaatplanten
GE
schaars
N06.04, N10.01
57
Gewone agrimonie
Vaatplanten
GE
schaars
N12.01, N12.03
58
Gewone vleugeltjesbloem s.l.
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N11.01, N07.01
59
Glad biggenkruid
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N12.05
Az,M
60
Glanzige hoornbloem
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.04
61
Goudhaver
Vaatplanten
TNB
schaars
N12.03, N12.01
62
Graslathyrus
Vaatplanten
TNB
zeer zeldzaam
N12.03, N12.01
63
Groene bermzegge
Vaatplanten
TNB
zeer zeldzaam
N11.01
64
Groenknolorchis
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N10.01
65
Grondster
Vaatplanten
KW
schaars
N06.04, N07.01
66
Groot bronkruid
Vaatplanten
TNB
zeer zeldzaam
N03.01, N01.04
67
Groot glaskruid
Vaatplanten
TNB
zeer zeldzaam
Ruderaal
68
Grote biesvaren
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N06.05
69
Grote bremraap
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N07.01, N11.01
70
Grote keverorchis
Vaatplanten
TNB
schaars
N17.01, N14.03, N12.01, N14.01, N01.04, N01.03
71
Grote leeuwenklauw
Vaatplanten
TNB
zeldzaam
N12.05
M
72
Grote tijm
Vaatplanten
TNB
zeldzaam
N11.01
73
Grote wolfsklauw
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N07.01
74
Heidekartelblad
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N06.04, N10.01
75
Hondstarwegras
Vaatplanten
TNB
zeer zeldzaam
N14.01, N01.04, N01.03
76
Hondsviooltje
Vaatplanten
GE
schaars
N07.01, N11.01
77
Jeneverbes
Vaatplanten
GE
schaars
N07.02, N07.01
78
Kale vrouwenmantel
Vaatplanten
BE
zeldzaam
N10.02
79
Kamgras
Vaatplanten
GE
vrij algemeen
N12.02, N12.01
G,M,Dv
80
Karwijvarkenskervel
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N12.04, N12.03, N12.01
81
Kattendoorn
Vaatplanten
GE
zeldzaam
N12.03, N12.01
82
Klavervreter
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.03, N12.01
Ak,M
83
Klein blaasjeskruid
Vaatplanten
KW
Vrij zeldzaam
N06.06, N05.01, N01.03
84
Klein glidkruid
Vaatplanten
BE
zeldzaam
N14.01, N06.04, N10.01, N01.04
85
Klein nimfkruid
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N03.01, N01.04
86
Klein sterrenkroos
Vaatplanten
GE
zeer zeldzaam
N02.01, N01.03
87
Klein warkruid
Vaatplanten
KW
vrij zeldzaam
N07.01
88
Kleine biesvaren
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N06.05
89
Kleine kattenstaart
Vaatplanten
GE
zeer zeldzaam
N02.01, N01.03
90
Kleine pimpernel
Vaatplanten
TNB
zeldzaam
N11.01
91
Kleine ratelaar
Vaatplanten
GE
schaars
N12.03, N12.01
92
Kleine ruit
Vaatplanten
TNB
zeer zeldzaam
N11.01
93
kleine rupsklaver
Vaatplanten
TNB
zeer zeldzaam
N11.01
94
Kleine steentijm
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N11.01
95
Kleine valeriaan
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N10.02, N10.01
96
Kleine veenbes
Vaatplanten
TNB
zeldzaam
N06.06, N06.04, N06.03
97
Kleine wolfsmelk
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.05
Ak
98
Kleinste egelskop
Vaatplanten
BE
zeldzaam
N06.05
99
Klimopklokje
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N06.04
100
Klimopwaterranonkel
Vaatplanten
KW
schaars
N03.01
101
Klokjesgentiaan
Vaatplanten
GE
schaars
N06.01, N06.04, N10.01
102
Kluwenklokje
Vaatplanten
EB
zeer zeldzaam
N12.03, N12.01
103
Knikkend nagelkruid
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N14.03
104
Knolsteenbreek
Vaatplanten
BE
zeldzaam
N10.01, N12.03
Dv
105
Knopig doornzaad
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.01
106
Koprus
Vaatplanten
EB
zeer zeldzaam
N10.01
Dv
107
Korenbloem
Vaatplanten
GE
vrij algemeen
N12.05
Az,Dv,M
108
Korensla
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N12.05
Az,Dv,M
109
Krabbenscheer
Vaatplanten
GE
zeldzaam
N04.02, N04.01, N01.03
Lv
110
Kranskarwei
Vaatplanten
EB
zeer zeldzaam
N10.01
111
Kruipbrem
Vaatplanten
KW
vrij algemeen
N07.01, N11.01
112
Kruipend moerasscherm
Vaatplanten
EB
zeer zeldzaam
N12.04
Dv
113
Kruipende moerasweegbree
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N06.05, N10.01
114
Kruisbladwalstro
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N11.01
115
Kwelderzegge
Vaatplanten
TNB
zeer zeldzaam
N12.04
116
Lange ereprijs
Vaatplanten
TNB
schaars
N05.01, N01.03
117
Langstekelige distel
Vaatplanten
GE
zeer zeldzaam
N02.01, N01.03
118
Langstengelig fonteinkruid
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N02.01, N04.02, N01.03
Lv
119
Lavendelhei
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N06.06, N06.01, N06.03
120
Liggende ereprijs
Vaatplanten
EB
afwezig
N12.03, N12.01, N11.01
121
Liggende vleugeltjesbloem
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N07.01, N10.01
122
Loos blaasjeskruid
Vaatplanten
TNB
schaars
N04.02, N01.03
123
Maasraket
Vaatplanten
TNB
zeer zeldzaam
N02.01, N01.03
124
Melkviooltje
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N10.02, N10.01
125
Moerasbasterdwederik
Vaatplanten
GE
schaars
N10.02, N05.01, N01.03
126
Moerashertshooi
Vaatplanten
KW
vrij algemeen
N06.05
127
Moeraskartelblad
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N06.01, N10.02, N10.01
128
Moerassmele
Vaatplanten
EB
zeer zeldzaam
N06.05, N06.04
129
Moerasstreepzaad
Vaatplanten
TNB
zeldzaam
N10.02, N14.01, N10.01, N01.04
130
Moeraswespenorchis
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N10.01, N12.04
131
Moeraswolfsmelk
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N05.01, N01.03
132
Moesdistel
Vaatplanten
TNB
zeldzaam
N10.02, N10.01
133
Moeslook
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N12.03, N12.01
134
Muurbloem
Vaatplanten
EB
zeer zeldzaam
Ruderaal
135
Muurhavikskruid
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
Ruderaal
136
Naakte lathyrus
Vaatplanten
EB
zeer zeldzaam
N12.05
137
Oeverkruid
Vaatplanten
KW
schaars
N06.05
138
Ondergedoken moerasscherm
Vaatplanten
BE
schaars
N06.05
139
Ongelijkbladig fonteinkruid
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N03.01, N04.02, N06.05, N01.04, N01.03
Lv
140
Oosterse morgenster
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.03, N12.01
141
Overblijvende hardbloem
Vaatplanten
EB
zeer zeldzaam
N11.01
142
Paarbladig fonteinkruid
Vaatplanten
TNB
zeldzaam
N04.02, N02.01, N01.03
Lv,Ak,G
143
Parnassia
Vaatplanten
KW
Zeldzaam
N10.01, N12.04
Lv,Ak,G
144
Pilvaren
Vaatplanten
TNB
vrij zeldzaam
N06.05
145
Plat fonteinkruid
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N02.01, N03.01, N04.02, N01.04, N01.03
146
Rapunzelklokje
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N12.03, N12.01, N11.01
G,M
147
Rechte driehoeksvaren
Vaatplanten
GE
zeer zeldzaam
N14.03, N01.04
148
Rijstgras
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N05.01, N01.03
149
Rode ogentroost
Vaatplanten
GE
algemeen
N12.04, N10.02
150
Ronde zegge
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N10.01
151
Ronde zonnedauw
Vaatplanten
GE
schaars
N06.01, N06.04, N06.06
152
Rozetsteenkers
Vaatplanten
TNB
zeldzaam
N11.01, Ruderaal
153
Ruige anjer
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.03, N12.01, N11.01
154
Ruige leeuwentand
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N02.01, N12.04, N01.03
155
Ruige weegbree
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.03, N12.01
156
Selderij
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N05.01, N12.04, N01.03
157
Sierlijke vetmuur
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.04
158
Slijkzegge
Vaatplanten
VN
afwezig
N06.06
159
Slofhak
Vaatplanten
KW
schaars
N12.05, N11.01
160
Snavelruppia
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N04.04
161
Spaanse ruiter
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N06.04, N10.01
162
Spiesleeuwenbek
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.05
Ak,M
163
Spindotterbloem
Vaatplanten
TNB
zeer zeldzaam
N05.01, N14.01, N01.03
164
Spiraalruppia
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N04.04
165
Spits fonteinkruid
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N04.02, N01.03
Lv
166
Spits havikkruid
Vaatplanten
EB
zeer zeldzaam
N11.01
167
Steenanjer
Vaatplanten
KW
schaars
N11.01
168
Stekelbrem
Vaatplanten
GE
algemeen
N06.04, N07.01
169
Stijf vergeet-mij-nietje
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.05
170
Stijve moerasweegbree
Vaatplanten
BE
zeldzaam
N06.05
171
Stinkende kamille
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N12.05
Ak,M
172
Stippelvaren
Vaatplanten
TNB
zeldzaam
N15.02, N01.04
173
Stippelzegge
Vaatplanten
GE
zeer zeldzaam
N11.01
174
Stomp fonteinkruid
Vaatplanten
KW
schaars
N04.02, N01.03
175
Strandbiet
Vaatplanten
TNB
zeer zeldzaam
N11.01
176
Teer guichelheil
Vaatplanten
TNB
zeldzaam
N06.05, N10.01
177
Teer vederkruid
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N03.01, N06.05, N04.02, N01.04, N01.03
178
Tripmadam
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N12.01, N11.01
179
Trosdravik
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N10.02
180
Valse kamille
Vaatplanten
KW
schaars
N12.05
181
veenbies
Vaatplanten
KW
vrij zeldzaam
N06.04, N06.01
182
Veenbloembies
Vaatplanten
EB
zeer zeldzaam
N06.06
183
Veenmosorchis
Vaatplanten
EB
Zeer zeldzaam
N06.06, N06.01
184
Veenreukgras
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N10.01, N10.02
185
Veldgerst
Vaatplanten
TNB
zeldzaam
N10.01, N10.02
Ak,G,M
186
Veldsalie
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N12.03, N12.01, N11.01
187
Verfbrem
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N07.01, N11.01
188
Vetblad
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N10.01, N06.05
189
Vleeskleurige orchis
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N06.01, N05.01, N10.02, N10.01, N01.03
190
Vlottende bies
Vaatplanten
KW
vrij algemeen
N03.01, N06.05, N01.04
191
Vlottende waterranonkel
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N03.01, N01.04
192
Vlozegge
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N10.01
193
Voorjaarszegge
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N11.01
194
Voszegge
Vaatplanten
TNB
zeldzaam
N12.04, N05.01, N12.03, N01.03
195
Waterdrieblad
Vaatplanten
GE
vrij algemeen
N14.02, N06.01, N05.01, N10.01, N01.04, N01.03
196
Waterlepeltje
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N06.05, N05.01, N01.03
197
Waterlobelia
Vaatplanten
EB
zeer zeldzaam
N06.05
198
Weidekervel
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N10.02, N10.01
199
Welriekende nachtorchis
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N06.01, N06.04, N10.01
200
Wijdbloeiende rus
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N06.04, N10.01
Dv
201
Wilde averuit
Vaatplanten
EB
zeer zeldzaam
N12.01, N11.01
G,M
202
Wilde gagel
Vaatplanten
GE
vrij algemeen
N14.02, N06.01, N06.04, N01.04, N01.03
203
Wilde ridderspoor
Vaatplanten
EB
zeer zeldzaam
N12.05
Az,M
204
Wilde/ Grote? tijm
Vaatplanten
TNB
vrij zeldzaam
N11.02, N12.01
205
Witte rapunzel
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N14.01, N14.03
206
Witte snavelbies
Vaatplanten
KW
vrij zeldzaam
N06.06, N06.04, N06.03
207
Witte waterranonkel
Vaatplanten
BE
zeldzaam
N06.05
208
Wondklaver
Vaatplanten
TNB
zeer zeldzaam
N11.01
209
Zacht loogkruid
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N11.01
210
Zandwolfsmelk
Vaatplanten
EB
zeer zeldzaam
N12.01, N11.01
211
Zeealsem
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.04
212
Zeegerst
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N12.04
213
Zeerus
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.04
214
Zeeweegbree
Vaatplanten
KW
zeer zeldzaam
N12.04
215
Zeewinde
Vaatplanten
TNB
zeer zeldzaam
N12.01
216
Zilt torkruid
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N05.01, N12.04, N01.03
217
Zwartblauwe rapunzel
Vaatplanten
BE
zeer zeldzaam
N10.02, N14.01, N14.03
218
Zwartsteel
Vaatplanten
TNB
schaars
Ruderaal
219
Sikkel klaver
Vaatplanten
KW
Zeldzaam
N12.03, N02.01, N01.03
220
Waterscheerling
Vaatplanten
KW
zeldzaam
N05.02, N05.01, N01.03
221
Slanke sleutelbloem
Vaatplanten
TNB
Vrij zeldzaam
N17.01, N14.01, N12.03, N14.03
Dv,
222
Baardman
Vogels
TNB
Zeldzaam
N05.01, N05.02, N01.03
223
Blauwborst
Vogels
TNB
Vrij zeldzaam
N05.01, N05.02, N06.01, N12.06, N06.03, N01.03
224
Blauwe kiekendief
Vogels
GE
zeer zeldzaam
N09.01, N05.01, N05.02, N01.03
225
Bontbekplevier
Vogels
KW
zeer zeldzaam
N04.04, N09.01
226
Bonte vliegenvanger
Vogels
TNB
schaars
N14.01, N 14.03, N15.02, N17.03, N01.04, N01.03
227
Boomleeuwerik
Vogels
TNB
schaars
N07.01, N07.02
228
Brilduiker
Vogels
GE
zeer zeldzaam
N04.02, N04.04, N01.03
229
Bruine kiekendief
Vogels
TNB
zeldzaam
N05.01, N05.02, N04.04, N01.03
230
Dodaars
Vogels
TNB
schaars
N04.04, N06.05, N06,06
231
Draaihals
Vogels
EB
zeer zeldzaam
N07.01, N07.02
232
Dwergstern
Vogels
KW
zeer zeldzaam
N04.04, N09.01
233
Geelgors
Vogels
TNB
schaars
N07.01, N17.02, N16.01
Az,Dv,M
234
Gele kwikstaart
Vogels
GE
vrij algemeen
N13.01, N12.05
G,Ak,Az
235
Geoorde fuut
Vogels
TNB
zeldzaam
N04.04, N06.05, N06.06
236
glanskop
Vogels
TNB
Zeldzaam
N14.01, N14.03
237
Graspieper
Vogels
GE
algemeen
N06.04, N13.01, N07.01, N09.01
Lv,G,Ak,Az
238
Grauwe klauwier
Vogels
BE
zeer zeldzaam
N06.04, N07.01, N06.03
M
239
Groene specht
Vogels
KW
vrij algemeen
N14.03, N17.03, N15.02, N16.01, N16.02, N01.03
240
grote gele kwikstaart
Vogels
TNB
Schaars
N03.01
241
Grote karekiet
Vogels
BE
zeer zeldzaam
N05.01, N05.02, N01.03
242
Grutto
Vogels
GE
zeldzaam
N12.04, N13.01
G,(Az),(Lv)
243
Houtsnip
Vogels
TNB
Zeldzaam
N14.02, N15.02, N14.01, N01.04, N01.03
244
Huiszwaluw
Vogels
GE
vrij algemeen
Agrarisch
Lv,G,Ak,Az,Dv
245
Ijsvogel
Vogels
TNB
schaars
N03.01, N04.01, N14.01, N01.04, N01.03
246
Kemphaan
Vogels
EB
afwezig
N10.01, N10.02, N13.01
247
Kerkuil
Vogels
KW
schaars
Agrarisch
Lv,G,Ak,Az,Dv
248
Kievit
Vogels
TNB
algemeen
N12.05, N13.01, N13.02, Agrarisch
G,Ak,Az
249
klapekster
Vogels
EB
Schaars
N07.01, N07.02, N06.03, N06.04
250
Kleine bonte specht
Vogels
TNB
Schaars
N14.01, N14.02, N14.03, N17.03, N15.02, N01.04, N01.03
251
Kleine plevier
Vogels
TNB
vrij algemeen
N09.01, N04.04
252
Kleine zilverreiger
Vogels
GE
afwezig
N14.01, N14.03, N04.04, N01.04, N01.03
253
Kleine zwaan
Vogels
NB
Schaars
N13.02
Ak,G
254
Kluut
Vogels
TNB
zeer zeldzaam
N09.01, N12.04, N04.04
255
Kneu
Vogels
GE
algemeen
N12.06, N13.03
G,Ak,Az
256
Korhoen
Vogels
EB
afwezig
N07.01, N07.02, N06.04
257
Kraanvogel
Vogels
TNB
zeer zeldzaam
N06.03, N14.01, N01.04, N01.03
Az
258
Kuifduiker
Vogels
TNB
zeer zeldzaam
N04.04
259
Kwak
Vogels
VNW
zeer zeldzaam
N14.01, N05.01, N01.04, N01.03
260
Kwartel
Vogels
TNB
Schaars
N12.05, N13.01, N10.02
261
Kwartelkoning
Vogels
KW
zeer zeldzaam
N10.01, N10.02, N12.04
262
Lepelaar
Vogels
TNB
zeldzaam
N09.01, N04.04, N05.01, N01.03
263
Matkop
Vogels
GE
vrij algemeen
N14.02, N16.02, N16.01, N14.01, N01.04, N01.03
264
middelste bonte specht
Vogels
TNB
vrij algemeen
N14.03, N17.03, N15.02, N01.04
265
Nachtegaal
Vogels
KW
zeldzaam
N14.01, N12.06, N17.01, N14.02, N14.03, N16.02, N01.04, N01.03
266
Nachtzwaluw
Vogels
KW
zeldzaam
N06.04, N07.01, N07.02
267
Noordse stern
Vogels
TNB
zeer zeldzaam
N09.01, N04.04
268
Oehoe
Vogels
TNB
Zeldzaam
N14.03, N15.02, N01.04
269
Oeverzwaluw
Vogels
TNB
Vrij algemeen
N04.02, N04.04, N01.03
G,Az,(Ak,Av)
270
Paapje
Vogels
BE
zeer zeldzaam
N06.04, N10.01, N10.02
271
Patrijs
Vogels
KW
schaars
N12.05, N13.01
G,Ak,Az
272
Pijlstaart
Vogels
BE
zeer zeldzaam
N04.04
273
Porseleinhoen
Vogels
KW
zeer zeldzaam
N05.01, N10.02, N13.01, N01.03
274
Purperreiger
Vogels
BE
zeer zeldzaam
N05.01, N14.01, N01.04, N01.03
275
Raaf
Vogels
GE
Schaars
N15.02, N16.01, N14.03, N16.02, N01.04
276
Ransuil
Vogels
KW
schaars
N14.03, N15,02, N16.01, N01.04
Dv,M
277
Rietzanger
Vogels
TNB
Schaars
N05.01, N05.02, N01.03
278
Rode wouw
Vogels
TNB
Schaars
N14.03, N15.02, N14.01, N01.04
279
Roek
Vogels
TNB
Schaars
Agrarisch
Az,Dv,(G)
280
Roerdomp
Vogels
BE
zeer zeldzaam
N05.01, N05.02, N14.01, N01.03
281
Roodborsttapuit
Vogels
TNB
vrij algemeen
N06.04, N07.01, N12.06, N13.01, N13.02, N06.03
G,Az
282
scholekster
Vogels
TNB
Schaars
N09.01, N04.04
G,Ak,Az
283
Slobeend
Vogels
KW
schaars
N13.01, N04.04, N04.02, N01.03
Lv,G
284
Snor
Vogels
KW
zeer zeldzaam
N05.01, N05.02, N01.03
285
Spotvogel
Vogels
GE
Vrij algemeen
N17.01, N13.01, N14.03, N14.01, N01.04, N01.03
Dv,M
286
Steenuil
Vogels
KW
vrij algemeen
Agrarisch
Lv,G,Ak,Az,Dv,M
287
Steltkluut
Vogels
GE
zeer zeldzaam
N04.04, N09.01
288
Strandplevier
Vogels
BE
zeer zeldzaam
N04.04, N09.01
289
Taigarietgans
Vogels
TNB
Zeldzaam
Agrarisch
290
Tapuit
Vogels
BE
zeer zeldzaam
N07.02, N07.01
291
Tureluur
Vogels
GE
zeldzaam
N10.01, N10.02, N09.01, N13.01, N12.04, N04.04
G
292
Veldleeuwerik
Vogels
GE
algemeen
N06.04, N07.01, N13.01, N12.05
G,Ak,Az
293
Velduil
Vogels
EB
zeer zeldzaam
N09.01, N04.04
294
Visarend
Vogels
TNB
afwezig
N04.04, N14.01, zoetwater getijdegebied, N01.03
295
Visdief
Vogels
KW
zeldzaam
N09.01, N04.04, N05.01, N01.03
296
Waterral
Vogels
TNB
zeldzaam
N05.01, N05.02, N01.03
297
Watersnip
Vogels
BE
zeldzaam
N10.01, N10.02, N13.01, N05.01, N01.03
Lv,G
298
Wespendief
Vogels
TNB
schaars
N15.02, N14.03, N14.01, N01.04, N01.04, N01.03
299
Wielewaal
Vogels
KW
Schaars
N14.01, N14.02, N14.03, N17.03, N15.02, N16.02, N01.04, N01.03
300
Wintertaling
Vogels
KW
schaars
N13.01, N05.01, N06.05, N06.06, N04.02, N01.03
301
Woudaap
Vogels
EB
zeer zeldzaam
N05.01, N05.02, N04.02, N01.03
302
Wulp
Vogels
TNB
schaars
N06.04, N07.01, N13.01
G,Ak,Az
303
Zeearend
Vogels
TNB
zeer zeldzaam
N14.01, N04.04, N01.03
304
Zomertaling
Vogels
KW
zeldzaam
N13.01, N05.01, N03.01
305
Zomertortel
Vogels
KW
schaars
N14.01, N14.03, N15.02, N01.04, N01.03
Dv,M
306
Zwarte specht
Vogels
TNB
vrij algemeen
N14.03, N17.03, N15.02, N16.01, N01.04
307
Zwarte stern
Vogels
BE
zeer zeldzaam
N06.03, N06.06, N05.01, N01.03
Lv
308
Zwarte wouw
Vogels
TNB
zeldzaam
N14.01, N01.03, N04.04, N01.04, N01.03
309
Zwartkopmeeuw
Vogels
TNB
zeer zeldzaam
N06.05, N06.06, N04.04, N09.01
310
Boerenzwaluw
Vogels
GE
algemeen
Agrarisch
Lv,G,Ak,Az,Dv
311
Grote lijster
Vogels
TNB
zeldzaam
N14.01, N14.03, N15.02, N16.01, N16.02, N17.03, N01.04, N01.03
Dv,M
312
Houtduif
Vogels
TNB
algemeen
N14.01, N14.03, N15.02, N16.01, N16.02, N17.03, N01.04, N01.03
Az,Dv,M
313
Braamsluiper
Vogels
TNB
zeer zeldzaam
N10.02, N12.02, N13.01
M,Dv
314
Torenvalk
Vogels
TNB
schaars
N06.04, N07.01, N07.02
Lv,G,Ak,Az,Dv,M
315
Gekraagde roodstaart
Vogels
TNB
Vrij algemeen
N16.01, N07.01, N07.02
M,Dv
316
Ringmus
Vogels
GE
algemeen
Agrarisch
Az,Dv,M
317
Rotgans
Vogels
NB
zeer zeldzaam
N09.01, N04.04
Ak
318
Spreeuw
Vogels
TNB
Algemeen
N14.01, N14.03, N15.02, N17.03, N01.04, N01.03
Lv
319
Ruigpootbuizerd
Vogels
NB
zeer zeldzaam
N13.01, N13.02
G
320
Barbeel
Vissen
KW
zeer zeldzaam
N03.01, N02.01
321
Beekforel
Vissen
BE
zeer zeldzaam
N03.01, N04.01
322
Beekprik
Vissen
BE
zeer zeldzaam
N03.01, N04.01
323
Bittervoorn
Vissen
TNB
schaars
N04.01, N04.02, N04.04, N02.01, N01.04, N01.03, N03.01
Lv,G,Ak
324
Elft
Vissen
TNB
afwezig
N02.01, N04.04, N01.03
325
Elrits
Vissen
GE
afwezig
N03.01, N02.01, N01.03
326
Fint
Vissen
VN
afwezig
N02.01, N04.04, N01.03
327
Grote modderkruiper
Vissen
KW
zeer zeldzaam
N04.02, N04.04, N02.01, N01.04, N01.03, N03.01
Lv,Ak,G
328
Kleine modderkruiper
Vissen
TNB
vrij algemeen
N04.01, N04.02, N04.04, N02.01, N01.04, N01.03, N03.01
Lv,G,Ak
329
Kopvoorn
Vissen
KW
zeldzaam
N03.01, N02.01, N01.04, N01.03
330
Kroeskarper
Vissen
KW
zeldzaam
N04.02, N04.04, N02.01, N01.04, N01.03
Lv,G,Ak
331
Kwabaal
Vissen
EB
zeer zeldzaam
N04.01, N04.02, N03.01, N02.01, N04.04, N01.04, N01.03
332
Rivierdonderpad
Vissen
KW
zeldzaam
N04.01, N04.02, N03.01, N02.01, N04.04, N01.04
333
Riviergrondel
Vissen
TNB
vrij algemeen
N04.01, N04.02, N03.01, N02.01, N04.04, N01.04, N01.03
334
Rivierprik
Vissen
GE
zeer zeldzaam
N02.01, N04.04, N01.03
335
Serpeling
Vissen
KW
zeer zeldzaam
N03.01, N02.01, N01.04, N01.03
336
Sneep
Vissen
KW
zeer zeldzaam
N02.01, N01.03
337
Vetje
Vissen
TNB
schaars
N04.01, N04.02, N04.04, N02.01, N01.04, N01.03
338
Zalm
Vissen
TNB
afwezig
N02.01, N04.04, N01.04, N01.03
339
Zeeprik
Vissen
GE
zeer zeldzaam
N02.01, N04.04, N01.03
340
Houting
Vissen
GE
Zeldzaam
N02.01, N04.04, N01.03
341
Diklipharder
Vissen
NB
zeer zeldzaam
N02.01, N01.03
342
Paling
Vissen
TNB
Vrij zeldzaam
N02.01, N04.04, N01.04, N01.03, N03.01
343
Spiering
Vissen
KW
zeer zeldzaam
N02.01, N04.04, N01.03
344
Atlantische Steur
Vissen
VN
Zeldzaam
N02.01
345
Gestippelde alver
Vissen
KW
Afwezig
N02.01
346
Alver
Vissen
KW
Vrij zeldzaam
N02.01, N04.04, N01.04, N01.03, N03.01
347
Bont dikkopje
Dagvlinders
KW
Vrij zeldzaam
N11.01, N12.01, N12.02
Dv
348
Bruin blauwtje
Dagvlinders
GE
Vrij algemeen
N11.01, N12.01
349
Bruine eikenpage
Dagvlinders
BE
zeldzaam
N15.02
Dv,Az
350
Bruine vuurvlinder
Dagvlinders
KW
Zeer zeldzaam
N11.01
351
Donker pimpernelblauwtje
Dagvlinders
EB
Zeer zeldzaam
N10.01
352
Gentiaanblauwtje
Dagvlinders
BE
Zeldzaam
N06.04, N10.01
353
Grote weerschijnvlinder
Dagvlinders
EB
zeer zeldzaam
N14.01
354
Heideblauwtje
Dagvlinders
GE
Vrij algemeen
N06.04, N07.01
355
Heivlinder
Dagvlinders
GE
Vrij zeldzaam
N07.01, N07.02
356
Kleine ijsvogelvlinder
Dagvlinders
BE
Zeldzaam
N07.01, N11.01
357
Kommavlinder
Dagvlinders
BE
zeldzaam
N11.01, N07.01
358
Pimpernelblauwtje
Dagvlinders
EB
zeer zeldzaam
N10.01
359
Sleedoornpage
Dagvlinders
BE
zeer zeldzaam
Ruderaal
M
360
Spiegeldikkopje
Dagvlinders
BE
zeer zeldzaam
N06.03, N14.01
361
Grote parelmoervlinder
Dagvlinders
EB
Zeer zeldzaam
N10.01
363
Iepenpage
Dagvlinders
EB
Zeer zeldzaam
N14.01, Ruderaal
364
Argusvlinder
Dagvlinders
TNB
Vrij zeldzaam
N10.02, N11.01, N12.01, N12.05
Ak,
365
Groene glazenmaker
Libellen
KW
afwezig
N04.01, N03.01, N01.04
366
Bandheidelibel
Libellen
TNB
schaars
N03.01
367
Bosbeekjuffer
Libellen
BE
schaars
N03.01, N01.04
368
Bruine korenbout
Libellen
TNB
schaars
N05.01, N05.02, N04.01, N04.02, N01.03, N01.04, N03.01
369
Plasrombout
Libellen
TNB
schaars
N04.01, N04.02, N01.03, N01.04
370
Venglazenmaker
Libellen
KW
schaars
N06.06, N06.03, N01.04
371
Venwitsnuitlibel
Libellen
KW
vrij algemeen
N06.06, N06.03, N01.04
372
Vroege glazenmaker
Libellen
TNB
vrij algemeen
N05.01, N05.02, N06.05, N03.01, N04.01, N04.02, N01.03, N01.04
373
Gaffellibel
Libellen
BE
zeer zeldzaam
N02.01, N01.03
374
Gevlekte glanslibel
Libellen
BE
zeer zeldzaam
N05.01, N05.02, N01.04, N01.03, N14.01
375
Gewone bronlibel
Libellen
BE
zeer zeldzaam
N03.01
376
Hoogveenglanslibel
Libellen
EB
zeer zeldzaam
N06.03
377
Kempense heidelibel
Libellen
EB
zeer zeldzaam
N06.05, N01.04
379
Rivierrombout
Libellen
TNB
zeer zeldzaam
N02.01, N03.01
380
Speerwaterjuffer
Libellen
EB
zeer zeldzaam
N06.05, N01.04
381
Zuidelijke oeverlibel
Libellen
GE
zeer zeldzaam
N03.01
382
Beekoeverlibel
Libellen
TNB
zeldzaam
N03.01
383
Beekrombout
Libellen
BE
zeldzaam
N02.01, N03.01, N01.03, N01.04
384
Gevlekte witsnuitlibel
Libellen
KW
zeldzaam
N06.05, N04.01, N04.02, N05.01, N05.02, N01.04
385
Tengere pantser juffer
Libellen
TNB
vrij algemeen
N06.03, N06.06, N01.04
386
Bruine winterjuffer
Libellen
TNB
Algemeen
N06.05, N01.04, N01.03
387
Glassnijder
Libellen
TNB
Algemeen
N06.05, N05.01, N05.02, N01.03, N01.04
388
Blauwvleugelsprinkhaan
Sprinkhanen & krekels
TNB
zeldzaam
N07.02
389
Moerassprinkhaan
Sprinkhanen & krekels
TNB
vrij algemeen
N10.01, N10.02, N06.04
390
Schavertje
Sprinkhanen & krekels
TNB
zeer zeldzaam
N07.01
391
Veenmol
Sprinkhanen & krekels
TNB
zeer zeldzaam
N06.03
392
Veldkrekel
Sprinkhanen & krekels
KW
zeldzaam
N07.01
393
Wrattenbijter
Sprinkhanen & krekels
EB
verdwenen
N07.01
394
Zompsprinkhaan
Sprinkhanen & krekels
KW
zeer zeldzaam
N10.01, N10.02, N06.04
395
Wekkertje
Sprinkhanen & krekels
TNB
Zeer zeldzaam
N10.01, N10.02
396
Baardvleermuis
Vleermuis
TNB
Schaars
N04.02, N02.01, N15.02, N14.03, N01.03, N01.04
397
Bosvleermuis
Vleermuis
TNB
Zeer Zeldzaam
N15.02, N14.03, N01.04
398
Gewone grootoorvleermuis
Vleermuis
TNB
Vrij algemeen
N15.02, N14.03, N01.04
399
Franjestaart
Vleermuis
TNB
zeldzaam
N15.02, N14.03, N01.04
400
Gewone dwergvleermuis
Vleermuis
TNB
Algemeen
401
Grijze grootoorvleermuis
Vleermuis
KW
zeer zeldzaam
N12.02, N12.05
402
Ingekorven vleermuis
Vleermuis
KW
Zeer zeldzaam
403
Laatvlieger
Vleermuis
KW
vrij algemeen
N17.03
404
Meervleermuis
Vleermuis
TNB
schaars
N04.02, N12.05, N12.02, N01.03
406
Rosse vleermuis
Vleermuis
KW
vrij algemeen
N15.02, N14.03, N01.04
407
ruige dwergvleermuis
Vleermuis
TNB
Vrij algemeen
N15.02, N14.03, N01.04
408
tweekleurige vleermuis
Vleermuis
GE
Zeer zeldzaam
409
Watervleermuis
Vleermuis
TNB
Algemeen
N15.02, N14.03, N01.04
410
Bever
Zoogdieren
GE
zeldzaam
N02.01, N03.01, N05.01, N04.02, N01.03, N01.04
411
Boommarter
Zoogdieren
KW
zeer zeldzaam
N15.02, N16.01, N14.03, N01.04
412
Bunzing
Zoogdieren
OG
schaars
Agrarisch/natuurlijke overgangen
Lv,G,Ak,Az,Dv,M
413
Das
Zoogdieren
TNB
zeldzaam
Agrarisch/natuurlijke overgangen
Az,Dv,M
414
Dwergmuis
Zoogdieren
TNB
schaars
N05.02, N12.06, N12.05
415
Edelhert
Zoogdieren
TNB
zeer zeldzaam
N06.04, N07.01, N15.02, N14.03, N01.04
416
Hermelijn
Zoogdieren
GE
zeldzaam
Agrarisch/natuurlijke overgangen
Lv,G,Ak,Az,Dv,M
417
Lynx
Zoogdieren
VN
afwezig
N15.02
418
Noordse woelmuis
Zoogdieren
KW
afwezig
N05.01, N05.02, N01.03
419
Ondergrondse woelmuis
Zoogdieren
OG
schaars
N12.01, N12.03, N12.05
Dv,M
420
Otter
Zoogdieren
VN
zeer zeldzaam
N03.01, N05.01, N01.03, N01.04
421
Steenmarter
Zoogdieren
TNB
Schaars
Ruderaal
422
Waterspitsmuis
Zoogdieren
KW
zeldzaam
N02.01, N03.01, N01.03, N01.04
Lv,G,Ak,Dv,M
423
Wezel
Zoogdieren
GE
zeldzaam
N11.01, N12.01, N12.05, N12.06, N15.02, N01.04
Lv,G,Ak,Az,Dv,M
424
Wild zwijn
Zoogdieren
TNB
zeldzaam
N15.02, N14.03, N01.04
425
Wilde kat
Zoogdieren
VN
zeer zeldzaam
N06.04, N07.01, N15.02, N16.01, N01.04
426
Wisent
Zoogdieren
TNB
Zeldzaam
N15.02, N07.01, N12.01, N14.03, N01.04
427
Boomkikker
Amfibieën
BE
zeldzaam
N10.01, N10.02, L01.01, N01.04
Dv,M
428
Knoflookpad
Amfibieën
BE
zeer zeldzaam
N12.05, N10.02, L01.01, N01.04
429
Rugstreeppad
Amfibieën
GE
schaars
N12.03, N01.04, N12.04, N01.04
Lv,G,Ak
430
Kamsalamander
Amfibieën
KW
schaars
N06.05, N15.02, L01.01, N01.04
Dv,M
431
Vinpootsalamander
Amfibieën
KW
vrij algemeen
N06.06, N06.05
M
433
Heikikker
Amfibieën
TNB
vrij algemeen
N06.06, N06.04, N06.03, N06.01
434
Poelkikker
Amfibieën
TNB
schaars
N06.05, N06.06
Dv,M
435
Alpenwatersalamander
Amfibieën
TNB
Algemeen
N14.03, N14.01, L01.01, N01.04
Dv,M
436
Kleine watersalamander
Amfibieën
TNB
Algemeen
N14.03, L01.01, N06.04, N01.04
437
Gladde slang
Reptielen
BE
zeer zeldzaam
N06.04, N07.01, N06.03, N01.04
438
Levendbarende hagedis
Reptielen
GE
vrij algemeen
N06.04
439
Zandhagedis
Reptielen
KW
zeer zeldzaam
N07.01, N07.02, N01.04
440
Adder
Reptielen
KW
Afwezig
N06.04, N07.01, N06.03, N01.04
441
Hazelworm
Reptielen
TNB
zeldzaam
N15.02, N06.04, N07.01, N01.04
445
Ringslang
Reptielen
KW
Afwezig
N01.03, N01.04
446
Beekdikkopmos
Brachythecium rivulare
Mossen
KW
zeldzaam
N03.01, N14.01, N01.03, N01.04
447
Beekschoffelmos
Scapania undulata
Mossen
BE
zeer zeldzaam
N03.01, N01.04
448
Blauw boomvorkje
Metzgeria fruticulosa
Mossen
TNB
zeldzaam
N14.03, N14.02, N14.01, N01.03, N01.04
449
Bol gladkelkje
Leiocolea badensis
Mossen
GE
zeer zeldzaam
N12.04
450
Boompjesmos
Climacium dendroides
Mossen
TNB
schaars
N10.01, N05.01, N10.02, N01.03
451
Bosschoffelmos
Scapania nemorea
Mossen
BE
schaars
N06.04, N15.02, N14.03, N01.04
452
Cederhoutmos
Lophozia bicrenata
Mossen
BE
schaars
N07.01, N15.02, N01.04
453
Dicht stompmos
Cladopodiella francisci
Mossen
BE
zeldzaam
N06.04
454
Dof veenmos
Sphagnum majus
Mossen
BE
zeer zeldzaam
N06.06
455
Dwerghaarmuts
Orthotrichum pumilum
Mossen
TNB
zeldzaam
N14.02, N14.03, N15.02, N01.03, N01.04
456
Dwergwratjesmos
Cololejeunea minutissima
Mossen
TNB
zeldzaam
N14.01, N14.02, N01.03, N01.04
457
Echt vleugelmos
Nardia scalaris
Mossen
BE
schaars
N06.04
458
Eekhoorntjesmos
Leucodon sciuroides
Mossen
KW
zeldzaam
N14.02, N14.01, N01.03, N01.04
459
Flesjesroestmos
Frullania tamarisci
Mossen
BE
zeer zeldzaam
N14.01, N01.03
460
Gedrongen schoffelmos
Scapania compacta
Mossen
EB
zeer zeldzaam
N07.01, N07.02
461
Geel boogsterrenmos
Plagiomnium elatum
Mossen
KW
zeer zeldzaam
N14.01, N10.01, N10.02, N01.03, N01.04
462
Geel hauwmos
Phaeoceros carolinianus
Mossen
TNB
Vrij zeldzaam
Pionier
463
Gekromd vedermos
Fissidens incurvus
Mossen
TNB
zeer zeldzaam
N14.01, N12.04, N01.03, N01.04
464
Gerimpeld gaffeltandmos
Dicranum polysetum
Mossen
KW
vrij zeldzaam
N15.02, N07.01, N01.04
465
Gestekeld tandmos
Barbilophozia hatcheri
Mossen
EB
zeer zeldzaam
N07.02, N07.01
466
Getande haarmuts
Orthotrichum scanicum
Mossen
GE
zeldzaam
N14.01, N15.02, N17.01, N01.03, N01.04
467
Geveerd sikkelmos
Warnstorfia exannulata
Mossen
KW
zeldzaam
N06.05, N10.01
468
Gewoon appelmos
Bartramia pomiformis
Mossen
EB
zeer zeldzaam
N15.02, N01.04
469
Gewoon hauwmos
Anthoceros agrestis
Mossen
TNB
Vrij zeldzaam
N12.05
470
Gewoon pelsmos
Porella platyphylla
Mossen
TNB
zeldzaam
N17.01, N15.02, N14.01, N01.03, N01.04
471
Gewoon tuitmos
Lejeunea cavifolia
Mossen
VN
Zeer zeldzaam
N17.01, N15.02, N14.01, N01.03
472
Glad kringmos
Neckera complanata
Mossen
TNB
zeer zeldzaam
N14.03, N17.01, N01.04
473
Glanzend tandmos
Barbilophozia barbata
Mossen
BE
zeldzaam
N07.01
474
Glanzend veenmos
Sphagnum subnitens
Mossen
KW
zeldzaam
N06.03, N06.06, N10.01
475
Goudklauwtjesmos
Hypnum imponens
Mossen
EB
zeer zeldzaam
N06.04
476
Goudsikkelmos
Drepanocladus polygamus
Mossen
KW
zeldzaam
N05.01, N10.01, N01.03
477
Grof snavelmos
Eurhynchium angustirete
Mossen
GE
zeer zeldzaam
N15.02, N01.04
478
Groot gaffeltandmos
Dicranum majus
Mossen
TNB
zeer zeldzaam
N15.02, N01.04
479
Groot touwtjesmos
Anomodon viticulosus
Mossen
KW
zeer zeldzaam
N17.01, N14.01, N01.03, N01.04
480
Groot varentjesmos
Plagiochila asplenioides
Mossen
BE
zeer zeldzaam
N14.03, N01.04
481
Groot vedermos
Fissidens adianthoides
Mossen
KW
zeldzaam
N05.01, N10.01, N01.03
482
Grote viltmuts
Pogonatum urnigerum
Mossen
TNB
Vrij zeldzaam
N06.04
483
Heidefranjemos
Ptilidium ciliare
Mossen
KW
schaars
N06.04, N15.02, N01.04
484
Hoogveenveenmos
Sphagnum magellanicum
Mossen
KW
zeer zeldzaam
N06.03, N06.01, N06.06
485
Ijl stompmos
Cladopodiella fluitans
Mossen
BE
zeldzaam
N06.03, N06.04, N06.06, N06.01
486
Kaal tandmos
Barbilophozia kunzeana
Mossen
BE
zeer zeldzaam
N07.01, N06.04
487
Kalksnavelmos
Oxyrrhynchium schleicheri
Mossen
BE
zeer zeldzaam
N14.03, N01.04
488
Klein kantmos
Lophocolea minor
Mossen
EB
zeer zeldzaam
N14.01, N01.03
489
Klein kringmos
Neckera pumila
Mossen
KW
zeer zeldzaam
N14.01, N01.04
490
Klein oortjesmos
Jungermannia caespiticia
Mossen
BE
zeer zeldzaam
N06.04
491
Klein schoffelmos
Scapania curta
Mossen
EB
zeer zeldzaam
N15.02, N07.01, N01.04
492
Klein touwtjesmos
Anomodon attenuatus
Mossen
KW
zeer zeldzaam
N17.01, N14.01, N01.03
493
Klein tuitmos
Microlejeunea ulicina
Mossen
EB
zeer zeldzaam
N15.02, N14.01, N01.03, N01.04
494
Klein vleugelmos
Nardia geoscyphus
Mossen
BE
schaars
N06.04, N15.02, N01.04
495
Kortharig kronkelsteeltje
Campylopus brevipilus
Mossen
EB
zeer zeldzaam
N06.04
496
Kroosmos
Ricciocarpos natans
Mossen
TNB
Zeldzaam
N02.01, N05.01, N10.01, N01.03
497
Krulbladmos
Nowellia curvifolia
Mossen
TNB
Zeer zeldzaam
N15.02, N01.04
498
Kussentjesmos
Leucobryum glaucum
Mossen
TNB
vrij algemeen
N14.03, N15.02, N05.01, N10.01, N01.03, N01.04
499
Kussentjesveenmos
Sphagnum compactum
Mossen
KW
Vrij zeldzaam
N06.04, N10.01
500
Langhalsmos
Trematodon ambiguus
Mossen
GE
zeer zeldzaam
N06.04
501
Moerasdikkopmos
Brachythecium mildeanum
Mossen
TNB
schaars
N05.01, N10.01, N01.03
502
Moerasgaffeltandmos
Dicranum bonjeanii
Mossen
BE
zeer zeldzaam
N05.01, N10.01, N05.02, N06.04, N01.03
503
Noors mos
Oligotrichum hercynicum
Mossen
TNB
zeldzaam
N06.04, 07.01, N15.02, N01.04
504
Ongezoomd ertsmos
Scopelophila cataractae
Mossen
GE
zeer zeldzaam
Ruderaal
505
Recht palmpjesmos
Isothecium alopecuroides
Mossen
TNB
schaars
N14.03, N01.04
506
Reuzenpuntmos
Calliergon giganteum
Mossen
BE
zeer zeldzaam
N05.01, N10.01, N01.03
507
Ronde haarmuts
Orthotrichum patens
Mossen
TNB
zeldzaam
N15.02, N17.01, N14.01, N01.03, N01.04
508
Rood oortjesmos
Jungermannia hyalina
Mossen
GE
zeer zeldzaam
N06.04
509
Rood sterrenmos
Mnium marginatum
Mossen
BE
zeldzaam
N17.01, N14.01, N01.03
510
Rood veenmos
Sphagnum rubellum
Mossen
BE
zeer zeldzaam
N06.01, N06.03, N06.06
511
Ruig boomvorkje
Metzgeria temperata
Mossen
GE
zeer zeldzaam
N15.02, N01.04
512
Schubmos
Myrinia pulvinata
Mossen
GE
zeer zeldzaam
N17.01
513
Slank veenmos
Sphagnum flexuosum
Mossen
KW
zeldzaam
N06.01, N14.02, N01.03, N01.04
514
Sparrig veenmos
Sphagnum teres
Mossen
KW
zeer zeldzaam
N06.01, N05.01, N10.01, N01.03
515
Stekeltjesmos
Pterigynandrum filiforme
Mossen
GE
zeer zeldzaam
N17.01, N15.02, N14.01, N01.04
516
Sterrengoudmos
Campylium stellatum
Mossen
BE
zeer zeldzaam
N05.01, N10.01, N06.04, N01.03
517
Stijf kroesmos
Ulota coarctata
Mossen
GE
zeer zeldzaam
N17.01, N14.01, N01.03, N01.04
518
Stijf veenmos
Sphagnum capillifolium
Mossen
KW
zeer zeldzaam
N14.02, N06.04, N06.01, N01.03, N01.04
519
Stomp boogsterrenmos
Plagiomnium ellipticum
Mossen
TNB
schaars
N17.01, N05.01, N10.01, N14.01, N01.03, N01.04
520
Stomp zaagmos
Diplophyllum obtusifolium
Mossen
BE
zeldzaam
N06.04
521
Stompe haarmuts
Orthotrichum obtusifolium
Mossen
TNB
zeldzaam
N15.02, N01.04
522
Tonghaarmuts
Orthotrichum rogeri
Mossen
GE
zeer zeldzaam
N17.01, N14.01, N15.02, N01.03, N01.04
523
Trilveenveenmos
Sphagnum contortum
Mossen
BE
zeer zeldzaam
N10.01, N06.01, N05.01, N01.03
524
Uitgebeten veenmos
Sphagnum riparium
Mossen
GE
zeer zeldzaam
N06.05, N06.01, N14.02, N01.03, N01.04
525
Veendubbeltjesmos
Odontoschisma sphagni
Mossen
KW
Zeldzaam
N06.06, N06.04
526
Vierkantsmos
Preissia quadrata
Mossen
KW
zeer zeldzaam
N05.01, N10.01, N01.03
527
Violet veenmos
Sphagnum russowii
Mossen
TNB
zeer zeldzaam
N06.01, N06.06, N14.02, N01.03, N01.04
528
Vlierhaarmuts
Orthotrichum consimile
Mossen
GE
zeer zeldzaam
N17.01, N14.01, N01.03, N01.04
529
Week veenmos
Sphagnum molle
Mossen
KW
zeer zeldzaam
N06.04
530
Weerhaakmos
Antitrichia curtipendula
Mossen
TNB
zeldzaam
N17.01, N15.02, N01.04
531
Wrattig veenmos
Sphagnum papillosum
Mossen
KW
schaars
N06.03, N06.06
532
Zacht veenmos
Sphagnum tenellum
Mossen
KW
zeldzaam
N06.04, N10.01
533
Zanddubbeltjesmos
Odontoschisma denudatum
Mossen
EB
zeer zeldzaam
N07.01, N07.02
534
Zandschoffelmos
Scapania irrigua
Mossen
BE
zeer zeldzaam
N06.04
535
Zwart hauwmos
Anthoceros punctatus
Mossen
KW
zeer zeldzaam
N12.05, N10.02
536
Zwartsteelsterrenmos
Pseudobryum cinclidioides
Mossen
BE
zeer zeldzaam
N06.05, N06.01, N14.01, N01.04
537
Bataafse stroommossel
Aquatische weekdieren
VN
afwezig
N02.01, N01.03
538
Kleverige poelslak
Aquatische weekdieren
EB
zeer zeldzaam
N03.01, N01.04
Lv,G,Ak
539
Platte schijfhoorn
Aquatische weekdieren
KW
zeer zeldzaam
N06.05, N06.06, N06.01
Lv
540
Platte zwanenmossel
Aquatische weekdieren
BE
zeer zeldzaam
N02.01, N01.03
541
Sphaeriumvormige erwtenmossel
Aquatische weekdieren
BE
zeldzaam
N05.01, N06.01, N01.03
542
Fijngeribde grasslak
Terrestrische weekdieren
BE
zeer zeldzaam
N12.02
543
Gestreepte korfslak
Terrestrische weekdieren
BE
zeer zeldzaam
N14.03, N01.04
544
Grofgestreepte glimslak
Terrestrische weekdieren
EB
zeer zeldzaam
N14.03, N01.04
545
Knotwilgslak
Terrestrische weekdieren
BE
zeer zeldzaam
N15.02, N17.01, N01.04
546
Zeggekorfslak
Terrestrische weekdieren
KW
afwezig
N10.01, N05.01, N01.03
547
wijngaardslak
Terrestrische weekdieren
KW
zeer zeldzaam
N11.01
548
Nauwe korfslak
Terrestrische weekdieren
BE
zeer zeldzaam
N15.02, N14.03, N14.01, N01.03, N01.04
549
Kleine blinkslak
Terrestrische weekdieren
BE
N14.03, N01.04
550
Schorshorentje
Terrestrische weekdieren
BE
zeldzaam
N17.01
551
Kleine karthuizerslak
Terrestrische weekdieren
BE
zeldzaam
N12.02
552
Oever-loofslak
Terrestrische weekdieren
BE
zeer zeldzaam
N14.01, N12.03, N01.03, N01.04
553
Gladde clausilia
Terrestrische weekdieren
KW
zeer zeldzaam
N14.03, N14.02, N14.01, N01.03, N01.04
554
Tandloze korfslak
Terrestrische weekdieren
KW
zeldzaam
N05.01, N05.02, N06.01, N01.03
555
Dikke korfslak
Terrestrische weekdieren
KW
zeldzaam
N05.01, N05.02, N06.01, N01.03
556
Dwerg korfslak
Terrestrische weekdieren
KW
algemeen
N12.03, N14.01, N05.01, N01.03, N01.04
557
Oorvormige glasslak
Terrestrische weekdieren
GE
zeer zeldzaam
N14.02, N14.01, N14.03, N01.03, N01.04
558
Turfsnelloper
Agonum ericeti
Loopkevers
zeer zeldzaam
N06.03
559
Glanzende drietandglimmer
Amara kulti
Loopkevers
zeer zeldzaam
N10.02, N12.02
560
Heideroodkruin
Anisodactylus nemorivagus
Loopkevers
Zeer zeldzaam
N06.03, N06.04
561
Schoudervlekpriemkever
Bembidion humerale
Loopkevers
zeer zeldzaam
N06.03
562
Boszandloopkever
Cicindela sylvatica
Loopkevers
zeldzaam
N07.01, N15.02
563
Duintandklauw
Calathus mollis
Loopkevers
zeer zeldzaam
N07.02
564
Kale heidenachtloper
Cymindis humeralis
Loopkevers
zeer zeldzaam
N07.01
565
Harige heidenachtloper
Cymindis macularis
Loopkevers
Afwezig
N07.01, N07.02
566
Duitse zandloopkever
Cylindera germanica
Loopkevers
zeer zeldzaam
N06.06, N06.05
567
Grote oeverloopkever
Blethisa multipunctata
Loopkevers
Zeer zeldzaam
N06.06, N06.05
568
Goudrandschallebijter
Carabus nitens
Loopkevers
Zeldzaam
N06.04, N07.01
569
Gele kruiper
Harpalus flavescens
Loopkevers
Zeer zeldzaam
N07.02
570
Smaragdkruiper
Harpalus smaragdinus
Loopkevers
zeldzaam
N11.01, N07.01
571
Blauwe baardloper
Leistus spinibarbis
Loopkevers
zeldzaam
N07.01, N11.01
572
Noordelijke steelhals
Miscodera arctica
Loopkevers
zeer zeldzaam
N07.01
573
Moerasschallebijter
Carabus clatratus
Loopkevers
Zeldzaam
N06.06, N06.03
574
Veenzwartschild
Pterostichus aterrimus
Loopkevers
zeldzaam
N06.03
575
Strandzandloopkever
Cicindela maritima
Loopkevers
Zeer zeldzaam
N07.02
576
Bolletjesgeleimos
Collema fuscovirens
Korstmossen
BE
Zeer zeldzaam
Ruderaal
577
Bruin hunebedschildmos
Parmelia loxodes
Korstmossen
BE
Zeer zeldzaam
Ruderaal
578
Groot takmos
Ramalina fraxinea
Korstmossen
BE
Zeer zeldzaam
N15.02, L01.07, N01.04
579
Muurdaalder
Diploschistes scruposus
Korstmossen
BE
Zeer zeldzaam
Ruderaal
580
Oosters schildmos
Parmelia flaventior
Korstmossen
BE
Zeer zeldzaam/afwezig
N15.02, L01.07, N01.04
581
Stuifzandkorrelloof
Stereocaulon condensatum
Korstmossen
BE
Zeer zeldzaam
N07.01, N07.02
582
Wollig korrelloof
Stereocaulon saxatile
Korstmossen
BE
Zeer zeldzaam
N07.01, N07.02
583
Sierlijk rendiermos
Cladonia ciliata
Korstmossen
BE
Zeer zeldzaam
N07.01, N07.02, N11.01
584
Pijpenragerbaardmos
Usnea fulvoreagens
Korstmossen
EB
Zeer zeldzaam
N15.02, L01.07, N01.04
585
Behaard schildmos
Melanelixia subargentifera / Parmelia subargentifera
Korstmossen
GE
Zeer zeldzaam
L01.07
586
Groen schorssteeltje
Chaenotheca brachypoda
Korstmossen
GE
Zeer zeldzaam
N14.01, N16.02, N01.03
587
Grof bekermos
Cladonia monomorpha
Korstmossen
GE
Zeer zeldzaam
Steen
588
Hol takmos
Ramalina baltica
Korstmossen
GE
Zeer zeldzaam
L01.07
589
Klein schorssteeltje
Chaenotheca chlorella
Korstmossen
GE
Zeer zeldzaam/afwezig
N15.02, N14.03, N16.01, N16.02, N01.04
590
Muurglimschoteltje
Lecania cuprea
Korstmossen
GE
Verdwenen
Steen
591
Muurrozijnenmos
Lempholemma polyanthes
Korstmossen
GE
Zeer zeldzaam
Steen
592
Papilleus schildmos
Melanohalea exasperata / Parmelia exasperata
Korstmossen
GE
Zeer zeldzaam/afwezig
L01.07
593
Bleek baardmos
Usnea hirta
Korstmossen
KW
Zeer zeldzaam
N15.02, L01.07, N01.04
594
Gebogen rendiermos
Cladina arbuscula
Korstmossen
KW
Zeldzaam
N07.01, N07.02, N15.02, N01.04
595
Gewoon baardmos
Usnea subfloridana
Korstmossen
KW
Zeldzaam
N15.02, N14.03, N16.01, N16.02, N01.04
596
Hamerblaadje
Cladonia strepsilis
Korstmossen
KW
Zeldzaam
N07.01, N07.01
597
Klein baardmos
Usnea esperantiana
Korstmossen
KW
Zeer zeldzaam
N14.02, N17.01, N01.03, N01.04
598
Lindeschildmos
Parmelia tiliacea
Korstmossen
KW
Zeer zeldzaam
L01.07
599
Geelwit bekermos
Cladonia luteoalba
Korstmossen
OG
Verdwenen
N07.01, N07.02
600
Grijze wortelkorst
Psilolechia clavulifera
Korstmossen
OG
Verdwenen
Boswallen
601
Vals glimschoteltje
Gyalidea hyalinescens
Korstmossen
OG
Verdwenen
Onbestendig
602
Breekbaar heidestaartje
Cladonia callosa
Korstmossen
TNB
Zeer zeldzaam
N07.01, N07.02
603
Duindaalder
Diploschistes muscorum
Korstmossen
TNB
Zeer zeldzaam
N07.01, N07.02
604
Ezelspootje
Cladonia zopfii
Korstmossen
TNB
Schaars
N07.01, N07.02
605
Groen boomspijkertje
Calicium viride
Korstmossen
TNB
Zeer zeldzaam
N14.02, N17.01, N01.03, N01.04
606
Kerkkringkorst/Kerkmuurkorst?
Dirina massiliensis / Dirina stenhammarii
Korstmossen
TNB
Zeer zeldzaam
Ruderaal
607
Lepelschildmos
Melanohalea exasperatula
Korstmossen
TNB
schaars
L01.07
608
Maleboskorst
Lecanactis abietina
Korstmossen
TNB
Zeer zeldzaam
N15.02, N01.04
609
Open heidestaartje
Cladonia crispata
Korstmossen
TNB
Schaars
N07.01, N07.02, N15.02, N06.04, N01.04
610
Plomp bekermos
Cladonia borealis
Korstmossen
TNB
Zeldzaam
N07.01, N07.02
611
Slank stapelbekertje
Cladonia rappii
Korstmossen
TNB
Schaars
N07.01, N07.02
612
Zuidelijke citroenkorst
Caloplaca albolutescens
Korstmossen
TNB
Zeer zeldzaam
Ruderaal
613
Open rendiermos
Cladonia portentosa
Korstmossen
TNB
Vrij algemeen
N07.01, N07.02
614
Zomersneeuw
Cladonia foliacea
Korstmossen
TNB
Schaars
N07.01, N07.02
615
Gewimperd schildmos
Parmotrema pseudoreticulatum
Korstmossen
TNB
Zeer zeldzaam
L01.07
616
Moerashoningzwam
Armillaria ectypa
Paddenstoelen
BE
afwezig
N05.01, N06.01, N01.03
617
Koraalspoorstekelzwam
Kavinia alboviridis
Paddenstoelen
BE
zeer zeldzaam
N07.01, N07.02
618
Gezoneerde stekelzwam
Hydnellum concrescens
Paddenstoelen
BE
schaars
N15.02, N01.04
619
Eikenweerschijnzwam
Pseudoinonotus dryadeus
Paddenstoelen
BE
zeer zeldzaam
N15.02, N17.03, N01.04
620
Gele ridderzwam
Tricholoma equestre
Paddenstoelen
BE
zeer zeldzaam
N15.02, N01.04
621
Gewoon houtskoolbekertje
Anthracobia melaloma
Paddenstoelen
BE
zeer zeldzaam
N15.02, N14.03, N01.04
622
Goudporieboleet
Boletus impolitus
Paddenstoelen
BE
zeer zeldzaam
N14.03, N01.04
623
Kaal veenmosklokje
Galerina tibiicystis
Paddenstoelen
BE
zeer zeldzaam
N06.03
624
Prachtamaniet
Amanita ceciliae
Paddenstoelen
BE
zeer zeldzaam
N14.03, N01.04
625
Slijmige spijkerzwam
Gomphidius glutinosus
Paddenstoelen
BE
zeer zeldzaam
N15.02, N01.04
626
Indigoboleet
Gyroporus cyanescens
Paddenstoelen
BE
zeldzaam
N15.02
627
Pruikzwam
Hericium erinaceus
Paddenstoelen
BE
zeldzaam
N15.02, N17.03, N01.04
628
Brandplekribbelzwam
Faerberia carbonaria
Paddenstoelen
EB
zeer zeldzaam
N15.02, N14.03, N01.04
629
Armbandgordijnzwam
Cortinarius armillatus
Paddenstoelen
EB
zeer zeldzaam
N14.03, N14.01, N01.03, N01.04
630
Hanenkam
Cantharellus cibarius
Paddenstoelen
GE
vrij algemeen
N15.02, N16.01, N01.04
631
Papegaaizwammetje
Hygrocybe psittacina
Paddenstoelen
GE
zeldzaam
N10.01, N10.02
632
Heideknotszwam
Clavaria argillacea
Paddenstoelen
KW
schaars
N07.01, N07.02
633
Peperbus
Myriostoma coliforme
Paddenstoelen
KW
zeer zeldzaam
N12.06
634
Appelrussula
Russula paludosa
Paddenstoelen
KW
zeldzaam
N15.02, N01.04
635
Dunne weerschijnzwam
Inonotus cuticularis
Paddenstoelen
KW
zeldzaam
N15.02, N14.03, N01.04
636
Schaapje
Lactifluus vellereus
Paddenstoelen
KW
zeldzaam
N15.02, N17.03, N01.04
637
Athripsodes albifrons
Kokerjuffers
N02.01, N01.03
638
Brachycentrus subnubilus
Kokerjuffers
N03.01, N01.04
639
Ceraclea nigronervosa
Kokerjuffers
N02.01, N01.03
640
Grammotaulius nigropunctatus
Kokerjuffers
L01.01
641
Grammotaulius nitidus
Kokerjuffers
L01.01
642
Halesus tesselatus
Kokerjuffers
N03.01, N01.04
643
Hydroptila sparsa
Kokerjuffers
N03.01, N01.04
644
Limnephilus elegans
Kokerjuffers
N06.05
645
Limnephilus fuscicornis
Kokerjuffers
N03.01, N01.04
646
Limnephilus griseus
Kokerjuffers
L01.01
647
Limnephilus incisus
Kokerjuffers
N05.01, N01.03
648
Limnephilus nigriceps
Kokerjuffers
N05.01, N01.03
649
Limnephilus stigma
Kokerjuffers
N05.01, N01.03
650
Odontocerum albicorne
Kokerjuffers
N03.01, N01.04
651
Oecetis notata
Kokerjuffers
N02.01, N01.03
652
Medicinale bloedzuiger
Hirudo medicinalis
Bloedzuigers
zeer zeldzaam
N03.01, N04.02, N06.05, N06.06, N05.01, N01.03, N01.04
653
Ephemera glaucops
Haften
zeer zeldzaam
N02.01, N01.03
654
Heptagenia longicauda
Haften
N02.01, N01.03
655
Heptagenia sulphurea
Haften
N03.01, N01.04
656
Kageronia fuscogrisea
Haften
N03.01, N01.04
657
Heptagenia flava
Haften
N03.01, N01.04
658
Oranje-blauw zwemmend geraamte
Eubranchipus grubii
Kieuwpootkreeften
zeer zeldzaam
N03.01
659
Behaarde bosmier
Formica rufa
Mieren
schaars
N15.02, N01.04
660
Bosslankmier
Leptothorax nylanderi
Mieren
schaars
N15.02, N01.04
661
Glanzende gastmier
Formicoxenus nitidulus
Mieren
zeer zeldzaam
N15.02, N01.04
662
Kale bosmier
Formica polyctena
Mieren
schaars
N15.02, N01.04
663
Mosslankmier
Leptothorax muscorum
Mieren
Vrij zeldzaam
N07.01
664
Veenmier
Formica transkaucasica
Mieren
Vrij zeldzaam
N06.03, N06.04
665
Woekermier
Anergates atratulus
Mieren
afwezig/zeer zeldzaam
N11.01
666
Zwartrugbosmier
Formica pratensis
Mieren
zeer zeldzaam
N15.02, N11.01, N01.04
667
Bronplatworm
Crenobia alpina
Platwormen
afwezig/zeer zeldzaam
N03.01, N01.04
668
Schele engerd
Bdellocephala punctata
Platwormen
zeer zeldzaam
N05.01, N01.03
670
Gerande oeverspin
Dolomedes fimbriatus
Spinnen
zeldzaam
N05.01, N06.04, N01.03
671
Leuctra nigra
Steenvliegen
afwezig
N03.01, N01.04
672
Nemoura dubitans
Steenvliegen
zeer zeldzaam
N03.01, N01.04
673
Gestreepte waterroofkever
Graphoderus bilineatus
Waterkevers
afwezig
N03.01, N01.04
674
Berookte bladloper
Xylota meigeniana
Zweefvliegen
zeldzaam
N14.03, N01.04
675
Grote grijze bladloper
Xylota florum
Zweefvliegen
zeer zeldzaam
N15.03, N14.01, N01.04
676
Kleine gevlekte langlijf
Sphaerophoria fatarum
Zweefvliegen
zeer zeldzaam
N06.04, N10.01, N06.03
677
Kleine grijze bladloper
Xylota abiens
Zweefvliegen
zeldzaam
N14.03, N01.04
678
Kleinvlekplatbek
Trichopsomyia flavitarsis
Zweefvliegen
zeldzaam
N06.04, N10.01
679
Sneeuwspringer
Boreus hyemalis
Schorpioenvlieg
zeldzaam
N15.02, N07.01, N07.02, N01.04
681
waterwants
Ilyocoris cimicoides
Waterkevers
Vrij zeldzaam
N03.01, N01.04
682
Knotszweefvlieg
Doros profuges
Zweefvliegen
zeldzaam
N15.02, N01.04
683
snavelzeggeplatvoetje
Platycheirus perpallidus
Zweefvliegen
zeldzaam
N06.05, N06.06
684
Populierenblad
Gastropacha populifolia
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N15.02
685
Wikke-uil
Lygephila Pastinum
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N10.01, N10.02
686
Bruine bosrankspanner
Horisme vitalbata
Nachtvlinders
BE
zeer zeldzaam
N15.02
687
Brummelspanner
Mesoleuca albicillata
Nachtvlinders
KW
Algemeen
N14.03
688
Groene weide-uil
Calamia tridens
Nachtvlinders
KW
Algemeen
N07.01
689
Nachtpauwoog
Saturnia pavonia
Nachtvlinders
KW
Algemeen
N07.01, N06.04
690
Varenspanner
Petrophora chlorosata
Nachtvlinders
KW
Algemeen
N14.03, N05.01
691
Bont halmuiltje
Oligia versicolor
Nachtvlinders
KW
Schaars
N10.01, N10.02
692
Paddenstoeluil
Parascotia fuliginaria
Nachtvlinders
KW
Schaars
N14.03
693
Populierenvoorjaarsuil
Orthosia populeti
Nachtvlinders
KW
Schaars
N14.03
694
Russenuil
Coenobia rufa
Nachtvlinders
KW
Schaars
N06.04
695
Seringenvlinder
Apeira syringaria
Nachtvlinders
KW
Schaars
N14.03
696
Sneeuwbeer
Spilosoma urticae
Nachtvlinders
KW
Schaars
N05.01
697
Zwarte-w-vlinder
Macaria wauaria
Nachtvlinders
KW
Schaars
Ruderaal
698
Eikenvoorjaarsuil
Orthosia miniosa
Nachtvlinders
TNB
Schaars
N15.02
699
Elzenuil
Acronicta alni
Nachtvlinders
TNB
Schaars
N14.03, N14.01
700
Essengouduil
Atethmia Centrago
Nachtvlinders
TNB
Schaars
N14.01, N14.03
701
Grijze herfstuil
Paradiarsia glareosa
Nachtvlinders
TNB
Schaars
N06.04, N10.02
702
Groenige orvlinder
Polyploca ridens
Nachtvlinders
TNB
Schaars
N14.03, N15.02
703
Kamperfoelie-uil
Xylocampa areola
Nachtvlinders
TNB
Schaars
N14.03
704
Maansikkeluil
Omphaloscelis lunosa
Nachtvlinders
TNB
Schaars
N12.02, N12.03, N10.02
705
Moeras-micro-uil
Hypenodes humidalis
Nachtvlinders
TNB
Schaars
N06.04, N05.01
706
Rietluipaard
Phragmataecia castaneae
Nachtvlinders
TNB
Schaars
N05.01
707
Scherphoekbandspanner
Euphyia unangulata
Nachtvlinders
TNB
Schaars
N06.04, N07.01, N15.02
708
Springzaadbandspanner
Xanthorhoe biriviata
Nachtvlinders
TNB
Schaars
N14.03, N14.01
709
Wederikdwergspanner
Anticollix sparsata
Nachtvlinders
TNB
Schaars
N14.03, N14.01
710
Helmkruidvlinder
Shargacucullia scrophulariae
Nachtvlinders
BE
vrij algemeen
N15.02
711
Esdoorntandvlinder
Ptilodon cucullina
Nachtvlinders
GE
vrij algemeen
N14.03
712
Boterbloempje
Pseudopanthera macularia
Nachtvlinders
TNB
Vrij algemeen
N12.02, N15.02
713
Geblokte zomervlinder
Thalera fimbrialis
Nachtvlinders
TNB
Vrij algemeen
N11.01, N06.04
714
Gemarmerd heide-uiltje
Elaphria venustula
Nachtvlinders
TNB
Vrij algemeen
N06.04, N07.01
715
Glasvleugelpijlstaart
Hemaris fuciformis
Nachtvlinders
TNB
Vrij algemeen
N07.01, N07.02
716
Groene korstmosuil
Cryphia muralis
Nachtvlinders
TNB
Vrij algemeen
Ruderaal
717
Hopsnuituil
Hypena rostralis
Nachtvlinders
TNB
Vrij algemeen
N14.01, N14.03
718
Papegaaitje
Chloroclysta siterata
Nachtvlinders
TNB
Vrij algemeen
N15.02
719
Satijnstipspanner
Idaea subsericeata
Nachtvlinders
TNB
Vrij algemeen
N14.03, N12.02
720
Tweestreepgrasuil
Mythimna turca
Nachtvlinders
TNB
Vrij algemeen
N06.04, N10.01, N10.02
721
Witte hermelijnvlinder
Cerura erminea
Nachtvlinders
TNB
Vrij algemeen
N14.01, N14.02
722
Witte-l-uil
Mythimna l-album
Nachtvlinders
TNB
Vrij algemeen
N12.02
723
Zwartvlekwinteruil
Conistra rubiginosa
Nachtvlinders
TNB
Vrij algemeen
N14.03, N15.02
724
Phegeavlinder
Amata phegea
Nachtvlinders
TNB
Zeer algemeen
N15.02
725
Absintmonnik
Cucullia absinthii
Nachtvlinders
BE
zeer zeldzaam
N12.02
726
Astermonnik
Cucullia asteris
Nachtvlinders
BE
zeer zeldzaam
N12.04, N12.03
727
Bruine heispanner
Selidosema brunnearia
Nachtvlinders
BE
zeer zeldzaam
N06.04, N07.01, N07.02
728
Donkere grasuil
Tholera cespitis
Nachtvlinders
BE
zeer zeldzaam
N12.02
729
Eenstreepgrasuil
Mythimna conigera
Nachtvlinders
BE
zeer zeldzaam
N11.01
730
Eikenblad
Gastropacha quercifolia
Nachtvlinders
BE
zeer zeldzaam
N06.03, N14.02, N06.04
731
Grote berberisspanner
Rheumaptera cervinalis
Nachtvlinders
BE
zeer zeldzaam
Ruderaal
732
Lariksspanner
Macaria signaria
Nachtvlinders
BE
zeer zeldzaam
N15.02
733
Lindeherculesje
Selenia lunularia
Nachtvlinders
BE
zeer zeldzaam
N15.02
734
Pijlkruidspanner
Perizoma didymata
Nachtvlinders
BE
zeer zeldzaam
N06.04
735
Rozenspanner
Anticlea badiata
Nachtvlinders
BE
zeer zeldzaam
Ruderaal
736
Tandjesuil
Sideridis Albicolon
Nachtvlinders
BE
zeer zeldzaam
N07.01, N07.02
737
Vlasbekuiltje
Calophasia lunula
Nachtvlinders
BE
zeer zeldzaam
N07.01
738
Wegedoornspanner
Philereme transversata
Nachtvlinders
BE
zeer zeldzaam
N11.01
739
Wit spannertje
Asthena albulata
Nachtvlinders
BE
zeer zeldzaam
N14.03
740
Adusta-uil
Mniotype adusta
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N15.03, N07.01
741
Bruin spannertje
Minoa murinata
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N11.01
742
Bruine heide-uil
Polia bombycina
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N12.02
743
Duizendbladdwergspanner
Eupithecia millefoliata
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N12.02
744
Eppedwergspanner
Eupithecia selinata
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N10.02
745
Fruitboomdwergspanner
Eupithecia insigniata
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
Ruderaal
746
Gageluil
Lithophane lamda
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N05.01, N06.04
747
Geelbruine houtuil
Lithophane socia
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N15.02
748
Gemarmerde oogspanner
Cyclophora pendularia
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N06.04, N12.02
749
Grote boomspanner
Triphosa dubitata
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N11.01
750
Hoekstipvlinder
Orgyia recens
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N05.01, N06.04
751
Hoogveenvlekuil
Amphipoea lucens
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N06.03, N05.01
752
Late bremspanner
Scotopteryx luridata
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N07.01
753
Loofboomdwergspanner
Eupithecia exiguata
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N14.03
754
Maansnuituil
Zanclognatha lunalis
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N15.02
755
Moerasbos-uil
Acronicta strigosa
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N14.01
756
Moerasspinner
Laelia coenosa
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N05.01
757
Oranje bremspanner
Isturgia limbaria
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N07.01
758
Prunusspanner
Aleucis distinctata
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N14.01
759
Steenrode grasuil
Apamea lateritia
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
Ruderaal
760
Variabele silene-uil
Hadena perplexa
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N11.01, N12.05
761
Witbandspanner
Spargania luctuata
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N15.02
762
Zandstofuil
Paradrina selini
Nachtvlinders
EB
zeer zeldzaam
N07.01, N07.02
763
Bochtige smele-uil
Photedes minima
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N05.01, N10.02
764
Drievlekdwergspanner
Eupithecia trisignaria
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N05.01, N10.02
765
Frambozenglasvlinder
Pennisetia hylaeiformis
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
Ruderaal
766
Geel grasbeertje
Spiris striata
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N07.01
767
Geringde spikkelspanner
Cleora cinctaria
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N06.04
768
Grijs weeskind
Minucia lunaris
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N15.02
769
Groot-hoefbladboorder
Hydraecia petasitis
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N10.02, N14.01, N05.01
770
Heidedaguil
Heliothis maritima
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N10.02, N06.04
771
Hulstblad
Phyllodesma ilicifolia
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N06.04, N15.02
772
Late heide-uil
Xestia agathina
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N06.04
773
Moerasplantenboorder
Archanara algae
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N12.03, N05.01
774
Moeraszeggeboorder
Sedina buettneri
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N12.03, N05.01
775
Rouwrandspanner
Lycia zonaria
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N10.01, N10.02
776
Schapengrasuil
Apamea furva
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N07.02
777
Spardwergspanner
Eupithecia abietaria
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N15.02
778
Speerpuntspanner
Rheumaptera hastata
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N14.02, N05.01
779
Wollegras-uil
Celaena haworthii
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N05.01, N06.03
780
Zuidelijke tandvlinder
Drymonia velitaris
Nachtvlinders
GE
zeer zeldzaam
N15.02
781
Baardsnuituil
Pechipogo strigilata
Nachtvlinders
KW
zeer zeldzaam
N15.02
782
Bruine grasuil
Rhyacia simulans
Nachtvlinders
KW
zeer zeldzaam
N12.04
783
Geelblad
Ennomos quercinaria
Nachtvlinders
KW
zeer zeldzaam
N15.02
784
Bleke grasworteluil
Apamea lithoxylaea
Nachtvlinders
TNB
zeer zeldzaam
N11.01
785
Espenblad
Phyllodesma tremulifolia
Nachtvlinders
TNB
zeer zeldzaam
N14.01, N14.03
786
Koekoeksbloemspanner
Perizoma affinitata
Nachtvlinders
TNB
zeer zeldzaam
787
Ligusterstipspanner
Scopula imitaria
Nachtvlinders
TNB
Zeer zeldzaam
788
Ratelaarspanner
Perizoma albulata
Nachtvlinders
TNB
Zeer zeldzaam
N10.02
789
Vijfvlek-sint-jansvlinder
Zygaena trifolii
Nachtvlinders
TNB
Zeer zeldzaam
N12.02
790
Eikenwespvlinder
Synanthedon vespiformis
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N15.02
791
Geelbruine bandspanner
Plagodis pulveraria
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N15.02
792
Geelbruine rietboorder
Archanara dissoluta
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N05.01
793
Gele uil
Enargia paleacea
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N14.01
794
Gevlamde rietuil
Mythimna flammea
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N05.01
795
Gevlamde vlinder
Endromis versicolora
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N15.02
796
Gevlekte pijluil
Pachetra sagittigera
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N07.01, N07.02
797
Kamillevlinder
Cucullia chamomillae
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
Ruderaal, N12.05
798
Lichte blokspanner
Lobophora halterata
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N15.02
799
Moerasgoudvenstertje
Plusia putnami
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N05.01, N13.01
800
Populierenwespvlinder
Paranthrene tabaniformis
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N14.01, N14.02
801
Roodbruine vlekuil
Amphipoea oculea
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N05.01, N06.04, N10.02
802
Tere zomervlinder
Hemistola chrysoprasaria
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N15.02
803
Trapeziumuil
Xestia Ditrapezium
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N14.01, N14.02
804
Vroege eikenuil
Spudaea ruticilla
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N15.02
805
Walstropijlstaart
Hyles gallii
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N11.01
806
Wilgenhermelijnvlinder
Furcula bifida
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N14.01, N14.02
807
Witband-silene-uil
Hadena compta
Nachtvlinders
BE
zeldzaam
N11.01, N12.01, N12.03
808
Gerande marmeruil
Polia hepatica
Nachtvlinders
EB
zeldzaam
N06.04, N05.01, N12.03
809
Witringuil
Cerastis leucographa
Nachtvlinders
EB
zeldzaam
N14.01, N14.02
810
Heidewitvlakvlinder
Orgyia antiquoides
Nachtvlinders
GE
zeldzaam
N06.04, N07.01
811
Pijpenstro-uil
Apamea aquila
Nachtvlinders
GE
zeldzaam
N05.01, N06.04, N06.03
812
Springzaadspanner
Ecliptopera capitata
Nachtvlinders
GE
zeldzaam
N14.02, N14.02
813
Zwarte witvleugeluil
Aporophyla nigra
Nachtvlinders
GE
zeldzaam
N07.01, N11.01
814
Brede-w-uil
Lacanobia w-latinum
Nachtvlinders
KW
zeldzaam
N07.01, N11.01
815
Getande spanner
Odontopera bidentata
Nachtvlinders
KW
zeldzaam
N15.02
816
Gevlamde uil
Actinotia Polyodon
Nachtvlinders
KW
zeldzaam
N07.01, N07.02
817
Grijsbandspinner
Trichiura crataegi
Nachtvlinders
KW
zeldzaam
N14.02, N4.03
818
Smalvleugelrietboorder
Chilodes maritima
Nachtvlinders
KW
zeldzaam
N05.01, N06.01
819
Wilgentandvlinder
Notodonta tritophus
Nachtvlinders
KW
zeldzaam
N14.02, N14.01
820
Zwartpuntvolgeling
Noctua orbona
Nachtvlinders
KW
zeldzaam
N11.01, N15.02
821
Elzenwespvlinder
Synanthedon spheciformis
Nachtvlinders
TNB
Zeldzaam
N05.01, N14.02, N06.04
822
Iepengouduil
Xanthia Gilvago
Nachtvlinders
TNB
Zeldzaam
N14.02 N14.03
823
Klein muisbeertje
Pelosia obtusa
Nachtvlinders
TNB
Zeldzaam
N05.01, N14.01
824
Kompassla-uil
Hecatera dysodea
Nachtvlinders
TNB
Zeldzaam
Ruderaal, N12.05
825
Kuifvlinder
Shargacucullia verbasci
Nachtvlinders
TNB
Zeldzaam
N07.01
826
Populierengouduil
Xanthia ocellaris
Nachtvlinders
TNB
Zeldzaam
N14.01
827
Smaragdgroene zomervlinder
Chlorissa viridata
Nachtvlinders
TNB
Zeldzaam
N06.04, N14.02
828
Sporkehoutspanner
Philereme vetulata
Nachtvlinders
TNB
Zeldzaam
N14.03
829
Veenheide-uil
Acronicta menyanthidis
Nachtvlinders
TNB
Zeldzaam
N05.01, N06.04
830
Walstrospanner
Costaconvexa polygrammata
Nachtvlinders
TNB
Zeldzaam
N07.01, N15.02
831
Witkraagrietboorder
Archanara neurica
Nachtvlinders
TNB
Zeldzaam
N05.01
832
Witroze stipspanner
Scopula emutaria
Nachtvlinders
TNB
Zeldzaam
N05.01
833
Spaanse vlag
Euplagia quadripunctaria
Nachtvlinders
TNB
Zeldzaam
N11.01
834
Teunisbloempijlstaart
Nachtvlinders
TNB
Zeldzaam
N14.03
835
Karwijselie
Selinum carvifolia
Vaatplanten
EB
Zeer zeldzaam
N10.01, N10.02
836
Addertong
Ophioglossum vulgatum
Vaatplanten
TNB
Zeer zeldzaam
N10.01
837
Paardenhaarzegge
Carex appropinquata
Vaatplanten
KW
Zeldzaam
N10.01
838
Welriekende agrimonie
Agrimonia procera
Vaatplanten
KW
Vrij zeldzaam
N10.02
839
Grote Vos
Dagvlinders
EB
Zeer zeldzaam
N10.01
840
Kleine heivlinder
Dagvlinders
EB
Zeer zeldzaam
N07.02
841
veldparelmoervlinder
Dagvlinders
EB
Zeer zeldzaam
N11.01
842
Kleine parelmoervlinder
Dagvlinders
KW
Vrij algemeen
N11.01
843
Boswitje
Dagvlinders
GE
Zeer zeldzaam
N11.01
844
Groot dikkopje
Dagvlinders
GE
Zeer algemeen
N10.01, N10.02
845
Donkere wilgenzandbij
Andrena apicata
Bijen
KW
Zeldzaam
N07.01, N07.02, N14.01, N14.02
846
Zilveren zandbij
Andrena argentata
Bijen
BE
Zeer zeldzaam
N07.01, N07.02
847
Sporkenhoutzandbij
Andrena fulvida
Bijen
BE
Zeldzaam
N15.02
848
Gelderse zandbij
Andrena gelriae
Bijen
EB
Zeer zeldzaam
N11.01
849
Donkere zomerzandbij
Andrena nigriceps
Bijen
KW
Zeldzaam
N11.01
850
Koolzwarte zandbij
Andrena pilipes
Bijen
BE
Zeldzaam
N12.05, N12.06
851
Breedbanddwergzandbij
Andrena pusilla
Bijen
BE
Afwezig
?
852
Roodstaartklaverzandbij
Andrena similis
Bijen
BE
Zeer zeldzaam
N11.01
853
Kleine sachembij
Anthophora bimaculata
Bijen
VN
Afwezig
N07.01, N12.02
854
Blauwe ertsbij
Ceratina cyanea
Bijen
TNB
Zeer zeldzaam
Weinig kieskeurig
855
Zuidelijke bronsgroefbij
Halictus leucaheneus
Bijen
EB
Afwezig
N11.01
856
Zesbandgroefbij
Halictus sexcinctus
Bijen
EB
Afwezig
N11.01, N12.06
857
Gestippelde maskerbij
Hylaeus clypearis
Bijen
BE
Afwezig
N12.06
858
Rinks maskerbij
Hylaeus rinki
Bijen
TNB
Zeldzaam
N07.01, N10.01, N11.01
859
Rode maskerbij
Hylaeus variegatus
Bijen
EB
Afwezig
N11.01
860
Kortsrietgroefbij
Lasioglossum brevicorne
Bijen
KW
Afwezig
N11.01
861
Viltige groefbij
Lasioglossum prasinum
Bijen
TNB
Zeldzaam
N06.04, N07.01
862
Zwartbronzen houtmetselbij
Osmia niveata
Bijen
BE
zeldzaam
N12.01, N12.02, N12.03
863
Grote harsbij
Trachusa byssina
Bijen
VN
Afwezig
?
864
Zadeldwergzandbij
Andrena falsifica
Bijen
TNB
Afwezig
N11.01
865
Knautiabij
Andrena hattorfiana
Bijen
BE
Afwezig
N12.01, N12.03
866
Roodrandzandbij
Andrena rosae
Bijen
EB
Vrij zeldzaam
N12.02, N12.03, N14.03
867
Rode zandbij
Andrena schenki
Bijen
VN
Afwezig
?
868
Tormentilzandbij
Andrena tarsata
Bijen
EB
Afwezig
N10.01
869
Heidehommel
Bombus humilis
Bijen
BE
Zeldzaam
N06.04, N10.01
870
Late hommel
Bombus soroeensis
Bijen
EB
Zeer zeldzaam
N10.01, N11.01
871
Boshommel
Bombus sylvestris
Bijen
EB
Vrij zeldzaam
Weinig kiekeurig
872
Zandhommel
Bombus veteranus
Bijen
BE
Zeer zeldzaam
N12.01, N12.02, N12.03
873
Zuidelijke langhoornbij
Eucera nigriscens
Bijen
EB
Afwezig
N12.03
874
Blokhoofdgroefbij
Halictus maculatus
Bijen
BE
Zeer zeldzaam
N12.03, N12.06
875
Vierbandgroefbij
Halictus quadricinctus
Bijen
VN
Afwezig
N11.01
876
Breedbuikgroefbij
Lasioglossum lativentre
Bijen
BE
Afwezig
Weinig kieskeurig
878
Borstelgroefbij
Lasioglossum nitidiusculum
Bijen
BE
Afwezig
Lemige steilwanden, N11.01
879
Kleine bandgroefbij
Lasioglossum quadrinotatum
Bijen
BE
Zeer zeldzaam
N11.01
880
Bergbehangersbij
Megachile alpicola
Bijen
BE
Afwezig
N14.01, N14.03
881
Kauwende metselbij
Osmia leaiana
Bijen
BE
Zeer zeldzaam
N14.01, N14.03, N15.02
882
Blauwzwarte houtbij
Xylocopa violacea
Bijen
KW
Zeldzaam
N14.03, N15.02
883
vermiljoenkever
Cucujus cinnaberinus
Platte schorskever
Zeer zeldzaam
N16.02
884
bronsgravertje
Dyschirius semistriatus
Loopkevers
N03.01
885
tweekleurige kielspriet
Poecilus kugelanni
Loopkevers
N11.01
886
stuifzandglimmer
Amara quenseli
Loopkevers
N07.02
887
vale heidenachtloper
Cymindis vaporariorum
Loopkevers
N07.01
888
klein schrijvertje
Gyrinus minutus
Adephaga
N06.06
889
-
Gyrinus aeratus
Adephaga
N02.01, N03.01
890
-
Haliplus fulvicollis
Adephaga
N05.01
891
-
Hydroporus rufifrons
Adephaga
N05.01
892
noordse geelgerande waterroofkever
Dytiscus lapponicus
Adephaga
N06.06, N06.05
893
-
Aderus populneus
Polyphaga
N15.02, N14.03
894
-
Dorcatoma flavicornis
Polyphaga
N15.02
895
-
Anthribus fasciatus
Polyphaga
N15.02
896
twijgenboktor
Anaesthetis testacea
Polyphaga
N15.02
897
zwarte grootoogboktor
Arhopalus ferus
Polyphaga
N15.02
898
naaldreuzenboktor
Ergates faber
Polyphaga
N15.02
899
gulden bloesemboktor
Grammoptera ustulata
Polyphaga
N15.02
900
weverboktor
Lamia textor
Polyphaga
N14.01, N17.01
901
houtwespboktor
Necydalis major
Polyphaga
N14.01
902
gele wespenboktor
Plagionotus detritus
Polyphaga
N15.02
903
slanke smalboktor
Strangalia attenuata
Polyphaga
N15.02
904
grote helmkruidhaan
Chrysolina kuesteri
Polyphaga
N12.02, N11.01
905
-
Cryptocephalus bipunctatus
Polyphaga
N15.02
906
-
Cryptocephalus coryli
Polyphaga
N14.02, N15.02
907
gestreept steilkopje
Cryptocephalus vittatus
Polyphaga
N11.01, N12.02
908
-
Donacia aquatica
Polyphaga
N05.01
909
-
Neocrepidodera motschulskii
Polyphaga
N10.01, N05.01
910
gebandeerd moerashaantje
Prasocuris hannoveriana
Polyphaga
N05.01
911
bosmierlieveheersbeestje
Coccinella magnifica
Polyphaga
N15.02, N14.01
912
schijnvlekglanskapoentje
Hyperaspis pseudopustulata
Polyphaga
N07.01
913
-
Bagous lutosus
Polyphaga
N05.01
914
-
Bagous rotundicollis
Polyphaga
N06.05
915
-
Dorytomus edoughensis
Polyphaga
N16.02
916
-
Glocianus moelleri
Polyphaga
N10.02
917
bruine zuringsnuitkever
Lixus bardanae
Polyphaga
N05.01
918
-
Ampedus pomonae
Polyphaga
N06.03
919
-
Paraphotistus nigricornis
Polyphaga
N15.02
920
-
Helophorus tuberculatus
Polyphaga
N06.03, N06.06
921
-
Notolaemus unifasciatus
Polyphaga
N15.02
922
gewone oliekever
Meloe proscarabaeus
Polyphaga
N11.01, N12.02
923
blauwe oliekever
Meloe violaceus
Polyphaga
N11.01, N12.02
924
-
Cryptarcha strigata
Polyphaga
N15.02
925
-
Meligethes coeruleovirens
Polyphaga
N10.02
926
-
Meligethes subrugosus
Polyphaga
N11.01
927
-
Sphaeriestes reyi
Polyphaga
N14.01, N16.02
928
-
Aegialia rufa
Polyphaga
N07.02
929
koemestpillendraaier
Onthophagus vacca
Polyphaga
N11.01
930
aaskortschildkever
Emus hirtus
Polyphaga
N11.01
Aanvulling soorten loopkevers
Habitattype
Boszandloopkever
droge heide, stuifzand, bosranden
Strandzandloopkever
Stuifzand
Duitse zandloopkever
droog schraalland
Moerasloopkever
natte heide, vochtig schraalland
Goudrandloopkever
hoogveen, natte heide
Leistus spinibarbis
droge heide, bosranden
Blethisa multipunctata
Vennen
Miscodera arctica
droog schraalland, droge heide
Bembidion humerale
hoogveen, natte heide
Pterostichus aterrimus
vennen, laagveenmoerassen
Calathus mollis
Stuifzand
Agonum ericeti
hoogveen, natte heide
Amara kulti
vochtig schraalland
Harpalus flavescens (syn. rufus)
stuifzanden; droog schraalland
Harpalus smaragdinus
droge, zandige terreinen
Anisodactylus nemorivagus
hoogveen, natte heide
Bijlage 2 als bedoeld in de artikelen 3.6, tweede lid, onder a, en 3.8, onder i, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Overzicht subsidiabel inheems plantmateriaal
Subsidiabel bosplantsoen
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Appel, wilde
Malus sylvestris
Berk, ruwe
Betula pendula
Berk, zachte
Betula pubescens
Bes, aal-
Ribes rubrum
Bes, zwarte
Ribes nigrum
Beuk
Fagus sylvatica
Bosroos
Rosa arvensis
Eglantier
Rosa rubiginosa
Eik, zomer-
Quercus robur
Eik, winter-
Quercus petrea
Els, zwarte
Alnus glutinosa
Gagel
Myrica gale
Gelderse roos
Viburnum opulus
Haagbeuk
Carpinus betulus
Hazelaar
Corylus avellana
Heggeroos
Rosa corymbifera
Hondsroos
Rosa canina
Hulst
Ilex aquifolium
Iep, steel-
Ulmus laevis
Kardinaalsmuts
Euonymus europaeus
Kastanje, tamme
Castanea sativa
Kers, zoete
Prunus avium
Kornoelje, rode
Cornus sanguinea
Kornoelje, gele
Cornus mas
Kraagroos
Rosa agrestis
Krenteboompje
Amelanchier lamarckii
Liguster, wilde
Ligustrum vulgare
Linde, kleinbladige
Tilia cordata
Linde, Hollandse
Tilia vulgaris
Lijsterbes
Sorbus aucuparia
Meidoorn, eenstijlige
Crataegus monogyna
Meidoorn, tweestijlige
Crataegus laevigata
Mispel
Mespilus germanica
Peer, wilde
Pyrus communis
Sleedoorn
Prunus spinosa
Veldesdoorn
Acer campestre
Vlier, gewone
Sambucus nigra
Vlier, tros
Sambucus racemosa
Vogelkers, inheemse
Prunus padus
Vuilboom
Rhamnus frangula
Wegedoorn
Rhamnus catharticus
Wilg, amandel-
Salix triandra
Wilg, bittere
Salix purpurea
Wilg, bos-
Salix caprea
Wilg, grauwe
Salix cinerea
Wilg, kat-
Salix viminalis
Wilg, geoorde
Salix aurita
Wilg, kraak-
Salix fragilis
Wilg, laurier-
Salix pentandra
Wilg, schiet-
Salix alba
Subsidiabele laanbomen
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Abeel, grauwe
Populus canescens
Berk, ruwe
Betula pendula
Beuk
Fagus sylvatica
Eik, zomer-
Quercus robur
Eik, winter-
Quercus petrea
Els, zwarte
Alnus glutinosa
Esdoorn, gewone
Acer pseudoplatanus
Haagbeuk
Carpinus betulus
Iep
Ulmus
Kastanje, tamme
Castanea sativa
Kers, zoete
Prunus avium
Linde, kleinbladige
Tilia cordata
Linde, Hollandse
Tilia vulgaris
Noot
Juglans regia
Populier, zwarte
Populus nigra
Populier – ‘Canadapopulier’
Populus x canadensis
Wilg, schiet-
Salix alba
Hoogstamfruitbomen
Diverse soorten
Bijlage 3 als bedoeld in artikel 3.6, tweede lid, onder b, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Overzicht vereisten voor aanleg van beplantingen
Beplantings-groep*
Minimale leeftijd/maat
Maximaal te subsidiëren aantal per oppervlakte- /of lengte eenheid
Te
subsidiëren sortiment
Maximaal aantal te subsidiëren per project
Bosplantsoen
2-jarig bosplantsoen, minimaal maat 60-80 cm
plantverband minimaal 1,25m x 1,25m of 1,50m x 1,00m
Zie bijlage 2, onder bosplantsoen
n.v.t.
Bosplantsoen voor hagen
2-jarig bosplantsoen, minimaal maat 60-80 cm
4st per meter haag
Zie bijlage 2, onder bosplantsoen
Bij 100% beuk Fagus sylvatica) maximaal 100 meter of 400 st
Veren
Lengte minimaal 150 cm
12st per 100 meter; plantafstand minimaal 8 meter
Zie bijlage 2, onder laanbomen
n.v.t.
Laanbomen
Minimaal maat 10-12 cm; 2x verplant
12st per 100 meter; plantafstand minimaal 8 meter, tenzij sprake is van aanplant in een solitaire boomgroep als vrijliggend element
Zie bijlage 2, onder laanbomen
n.v.t.
Hoogstamfruitbomen
Minimaal maat 8-10 cm
plantafstand minimaal 10 meter
Zie bijlage 2, diverse soorten hoogstamfruitbomen
Maximaal 10 st
Knotwilgen
Onbewortelde of bewortelde stek
20st per 100 meter; plantafstand minimaal 5 meter
Schietwilg (Salix alba)
n.v.t.
Snelgroeiend loofhout
Onbewortelde of bewortelde stek
625st per hectare
Zwarte populier (Populus nigra), Canadapopulier (Populus x canadensis) en schietwilg (Salix alba)
n.v.t.
* Per beplantingsvak komt in beginsel slechts één beplantingsgroep voor subsidie in aanmerking. Alleen voor beplantingsvakken die smaller zijn dan 7 meter komen twee beplantingsgroepen voor subsidie in aanmerking.
Bijlage 4 behorende bij artikel 3.7 van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Lumpsum bedragen voor de aanleg van beplantingen, het plaatsen van rasters en de aanleg van poelen en natuuroevers
Onderdeel
Eenheid
Bedrag per eenheid inclusief BTW
Bedrag per eenheid exclusief BTW
Aanleg beplantingen en plaatsen rasters
aanplant bosplantsoen; conventioneel geteeld en nl-herkomst (excl. dijktaluds)
stuks
€ 2,97
€ 2,59
aanplant bosplantsoen; conventioneel geteeld en nl-herkomst op dijktaluds
stuks
€ 3,69
€ 3,21
aanplant hoogstamfruitbomen
stuks
€ 114,29
€ 99,89
aanplant laanbomen
stuks
€ 114,29
€ 99,89
aanplant knotwilgenstek/ populieren 10-12 /veren 200-250 cm
stuks
€ 15,06
€ 12,80
plaatsen rundveeraster; onbehandelde palen van duurzaam hout op 4 meter afstand en minimaal 2 puntdraden
meter
€ 7,60
€ 6,28
plaatsen elektrisch rundveeraster; onbehandelde palen van duurzaam hout op 10 meter afstand en minimaal 2 draden
meter
€ 5,47
€ 4,52
plaatsen schapenraster; onbehandelde palen van duurzaam hout op 3 meter afstand en zwaar gelijkmatig ursusgaas van 100 cm hoogte
meter
€ 16,38
€ 13,54
plaatsen boomkorf; type schaap
stuks
€ 30,00
€ 24,79
plaatsen boomkorf; type rund
stuks
€ 82,91
€ 68,52
verplaatsen van bestaand rundveeraster
meter
€ 3,97
€ 3,29
verplaatsen van bestaand schapenraster
meter
€ 7,31
€ 6,04
Aanleg poelen en natuuroevers
ontgraven poel en verwerken vrijkomende grond
m3
€ 10,53
€ 8,70
ontgraven bouwvoor en verwerken van vrijkomende grond t.b.v. ontwikkeling schraalland
m3
€ 5,51
€ 4,55
ontgraven natuuroever en verwerken vrijkomende grond
m3
€ 10,53
€ 8,70
Bijlage 4a behorende bij artikel 4.6, eerste lid, onder a, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Deze kaart kan digitaal worden geraadpleegd op het Loket (www.brabant.nl)
Bijlage 4b behorende bij artikel 5.6, onder c en k, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Vereisten voedselbos
A. Verplichte onderdelen projectplan voedselbossen
Het projectplan, bedoeld in artikel 5.6, onderdeel k, omvat ten minste de volgende documenten en informatie:
1Ontwerp
Het ontwerp bevat ten minste:
•een leesbare kaart op schaal minimaal 1:1500, met daarop:
○ perceelsgrenzen;
○ zones en vegetatielagen;
○ ligging van wegen, watergangen en andere relevante structuren;
•aanduiding van alle vegetatielagen inclusief:
○ kroonlaag;
○ lagere bomenlaag;
○ struiklaag;
○ windhagen;
○ ecologische hagen;
•aansluiting op het beplantingsplan en de plantlijst.
2Beplantingsplan
Het beplantingsplan bevat:
•de ligging van alle te planten soorten;
•een fasering voor de eerste 5 jaar;
•een onderbouwing van de keuzes voor kroonbomen, pioniersbomen en overige lagen;
•aantallen per soort, passend bij de normen in deze bijlage.
3Plantlijst
De plantlijst bevat ten minste:
•Nederlandse soortnaam;
•aantal stuks per soort;
•verwachte groeihoogte;
•toewijzing aan vegetatielaag of type haag;
•verwijzing naar tabellen B1, B2 en B3 waar relevant.
4Planning en betrokken partijen
•een planning met concrete data voor de eerste 5 jaar;
•beschrijving van verantwoordelijkheden van eigenaren, uitvoerders en overige betrokken partijen.
B. Vereisten kroonbomen en kroonlaag
1Hoogte en levensduur
○ Kroonbomen bereiken op de specifieke standplaats naar verwachting minimaal 10 meter hoogte.
○ Minimaal de helft van de kroonbomen betreft soorten met een levensverwachting van minimaal 100 jaar.
2Blijvend karakter
○ Kroonbomen vormen de blijvende structuur van het voedselbos en worden niet kort gehouden voor oogstdoeleinden.
○ Fruitbomen worden in beginsel niet als kroonboom aangemerkt (met enkele uitzonderingen, afhankelijk van soort en groeivorm).
○ Winterlinde en Toona sinensis (Chinese mahonie / uiensoepboom) gelden niet als kroonboom, omdat deze doorgaans kort worden gehouden voor oogst.
3Combinatie met pioniersbomen
○ Iedere kroonboom wordt aangeplant in combinatie met minimaal één pioniersboom uit tabel B3, ter bevordering van groei, bodemontwikkeling en bescherming.
○ Pioniers worden na circa 10 jaar gefaseerd verwijderd indien nodig voor de kroonontwikkeling.
4Differentiatie naar oppervlakte
Minima per hectare en per omvangscategorie zijn uitgewerkt in tabel B1.
Tabel B1 – Minimumeisen kroonbomen per omvang van het voedselbos
Omvang voedselbos
Min. aantal kroonbomen/ha
Min. soorten kroonbomen
Min. stuks per soort
Min. langlevende kroonbomen/ha (>100 jaar)
Min. soorten langlevend
1–<2 ha
35
4
2
17
2
2–<3 ha
35
6
2
17
3
3–<4 ha
35
8
2
17
3
4–<5 ha
35
8
2
17
4
≥5 ha
35
10
2
17
4
Tabel B2 – Handreiking keuzelijst kroonbomen
Deze lijst is richtinggevend; afwijkingen worden in vooroverleg besproken en in het ontwerp onderbouwd.
Boomvormers op standplaats locatie >10m.
Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
Voorwaarde
Acer saccharum
Suikeresdoorn
geen witte esdoorn of zilveresdoorn
Araucaria araucana
Slangenden
Carya illinoinensis
Pecannoot
Carya illinoinensis x laciniosa
Hican
Carya illinoinensis x ovata
Hican
Carya laciniosa
Koningsnoot
Carya ovata
Hickory bitternoot
Carya ovata x cordiformis
Hickory hybride
Carya ovata x laciniosa
Hickory hybride
Castanea mollissima
Chinese kastanje
Castanea mollissima x sativa
Kastanje hybride
Castanea sativa
Tamme kastanje
Castanea sativa x crenata
Tamme kastanje
Corylus x colurnoides
Trazel
Crataegus tanacetifolia
Fruit meidoorn
Ginkgo biloba
Ginkgo
Gleditsia triacanthos
Valse christusboom
Juglans ailanthifolia
Japanse walnoot (hartnoot)
Juglans cinerea
Witte walnoot
Juglans nigra
Zwarte walnoot
Juglans regia
Walnoot
Morus nigra
Zwarte moerbei
Pinus koraiensis
Koreaanse den
Prunus avium
Zoete kers
op onderstam Limburgse Boskriek of F12.1
Prunus domestica
Pruim
wilde soort
Pyrus communis
Peer
op onderstam Pyrus communis of Kirchensaller
Quercus ilex
Steeneik
Sophora japonica
Honingboom
Sassafras spp.
Sassafras
Sorbus domestica
Peervormige lijsterbes
Sorbopyrus auricularis
Peerlijsterbes
Ziziphus jujuba
Chinese dadelboom
Tabel B3 – Handreiking keuzelijst pioniersbomen
Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
Acer campestre
Veldesdoorn
Acer pseudoplatanus
Gewone esdoorn
Acer saccharinum
Zilveresdoorn
Aesculus hippocastanum
Paardenkastanje
Alnus cordata
Italiaanse els
Alnus glutinosa
Zwarte els
Alnus incana
Witte els
Betula pendula
Ruwe berk
Betula pubescens
Zachte berk
Carpinus betulus
Haagbeuk
Fagus sylvatica
Gewone beuk
Fraxinus excelsior
Gewone es
Malus sylvestris
Wilde appel
Populus nigra
Zwarte populier
Populus tremula
Ratelpopulier
Prunus padus
Vogelkers
Quercus petreae
Wintereik
Quercus robur
Zomereik
Rhamnus frangula
Sporkehout
Salix alba
Schietwilg
Salix caprea
Boswilg
Salix fragilis
Kraakwilg
Sorbus aucuparia
Wilde lijsterbes
Tilia cordata
Winterlinde
Tilia platyphyllos
Zomerlinde
Ulmus laevis
Fladderiep
C. Minimumeisen voedselbos
In aanvulling op de definitie van voedselbos in artikel 5.1 omvat het voedselbos waarvoor subsidie wordt aangevraagd minimaal de basisopbouw van een bos-ecosysteem. Deze basis wordt in de eerste vijf jaar gerealiseerd en bestaat uit:
•een kroonlaag met blijvende kroonbomen;
•een lagere bomenlaag;
•een struiklaag;
•één of meerdere windhagen;
•één of meerdere ecologische hagen;
•een laag van pioniersbomen.
Het voedselbos voldoet aan de volgende minimumeisen:
1Aaneengesloten oppervlakte
○ Minimaal 1 hectare aaneengesloten.
2Soortenrijkdom
○ Minimaal 50 unieke productieve soorten in de lagen van kroonbomen, lagere bomen en struiken samen.
○ De telling tussen soorten vindt plaats op basis van taxonomische indeling (cultivars/rassen tellen niet als aparte soorten).
3Plantdichtheid blijvende beplanting
○ Minimaal 700 blijvende planten per hectare (kroonbomen, lagere bomen en struiken).
○ Windhagen, ecologische hagen en pioniersbomen tellen niet mee voor deze norm.
4Pioniersbomen
○ Minimaal 250 pioniersbomen per hectare, geselecteerd uit tabel B3.
○ Pioniersbomen vervullen een systeemondersteunende functie en worden na circa 10 jaar, waar nodig, gefaseerd verwijderd om ruimte te maken voor de blijvende kroonlaag.
5Hagen
○ Minimaal één windhaag per perceel, aangelegd als gesloten haag op eigen terrein, bestaande uit bladverliezende soorten.
○ Minimaal één ecologische haag per perceel, bestaande uit minimaal 10 inheemse soorten en aangelegd met minimaal 100 meter haag per hectare.
Tabel C1 – Minimumeisen oppervlakte en soorten
Vereiste
Minimum
Aantal soorten kroonbomen, lagere bomen, struiken
50soorten
Aantal planten/ha (blijvend)
700stuks
Aantal soorten ecologische haag
10soorten
Minimale lengte ecologische haag
100m/ha
Pioniersbomen
250stuks/ha
Toelichting (niet normatief): Voedselbossen met een rijke aanplant van pionierssoorten ontwikkelen aantoonbaar sneller een stabiele bodemstructuur en een robuuste bosopbouw. Afhankelijk van ontwerp en bodemtype kan het raadzaam zijn meer pioniers aan te planten.
D. Vooroverleg en maatwerk
Indien een ontwerp afwijkt van de handreikingen in tabellen B2 en B3 of indien alternatieve soorten worden voorgesteld, wordt dit vooraf besproken in een vooroverleg met de provincie.
Alle keuzes worden vervolgens zichtbaar gemaakt in het definitieve ontwerp én onderbouwd in het projectplan conform artikel 5.6, onderdeel k.
Bijlage 6 behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant: inrichtingskosten als bedoeld in artikel 7.7, onder c, inclusief BTW, per hectare c.q. stuk, per natuurbeheertype en indien van toepassing landschapsbeheertype.
Natuurbeheertype
Inrichtingskosten/ha
Opmerking
Beek en bron
€ 38.268
Kranswierwater
€ 35.848
Zoete plas
€ 35.848
Moeras
€ 33.212
Gemaaid rietland
€ 33.212
Veenmosrietland en moerasheide
€ 15.592
Hoogveen
€ 26.310
Vochtige heide
€ 26.206
Zwakgebufferd ven
€ 35.658
Zuur ven of hoogveenven
€ 35.658
Droge heide
€ 26.224
Nat schraalland
€ 30.992
Vochtig hooiland
€ 30.994
Droog schraalgrasland
€ 22.638
Bloemdijk
€ 9.764
Kruiden- en faunarijk grasland
€ 5.582
Glanshaverhooiland
€ 13.362
Zilt- en overstromingsgrasland
€ 13.648
Kruiden- en faunarijke akker
€ 7.086
Ruigteveld
€ 4.366
Vochtig weidevogelgrasland
€ 4.232
Rivier- en beekbegeleidend bos
€ 7.772
Hoog- en laagveenbos
€ 17.306
Haagbeuken- en essenbos
€ 16.926
Dennen- eiken en beukenbos
€ 16.926
Droog bos met productie
€ 16.926
Vochtig bos met productie
€ 16.604
Landschapsbeheertype
Inrichtingskosten/stuk
Opmerking
Aanplant laanbomen
€ 65
Bijlage 7 behorende bij de artikelen 1.6, 1.7, 9.6, 9.7, 11.6 en 11.7 van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant Maatregelenkaart voor biodiversiteit en leefgebieden Noord-Brabant
Maatregelenkaart voor biodiversiteit en leefgebieden in Noord-Brabant
De Maatregelenkaart Biodiversiteit en leefgebieden in Noord-Brabant, tevens digitaal raadpleegbaar, bestaat uit de onderstaande kaartlagen:
Maatregelen landschaps- en systeemniveau
Maatregelen ecotoopniveau
Maatregelen soortniveau
Maatregelkaart - Maatregelen overige
Maatregelkaart – Maatregelen binnen PAS-gebieden
Maatregelkaart - gebiedsindelingen
Bijlage 8 behorende bij de artikelen 1.6, 1.7, 9.6, 9.7, 11.6 en 11.7 van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant Toelichting Maatregelenkaart voor biodiversiteit en leefgebieden in Noord-Brabant
Toelichting Maatregelenkaart voor biodiversiteit en leefgebieden in Noord-Brabant
De toelichting Maatregelenkaart voor biodiversiteit en leefgebieden ligt overeenkomstig artikel 136 Provinciewet ter inzage op het Provinciehuis Noord-Brabant.
Bijlage 8a behorende bij artikel 10.7, onder c en d, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
De kaartlaag ‘Landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen’ van de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE)
Deze kaart kan digitaal worden geraadpleegd op het Loket (www.brabant.nl) en via de website https://rce.webgis.nl/nl/map/groen-erfgoed.
Bijlage 8b behorende bij artikel 10.7, onder c, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
NB. Kies voor gecertificeerd autochtoon plantsoen (voorzien van een NAK-certificaat).
Nederlandse Naam
Wetenschappelijke naam
Bittere wilg subsp. lambertiana
Salix purpurea subsp. lambertiana
Boswilg
Salix caprea
Eenstijlige meidoorn
Crataegus monogyna
Fladderiep
Ulmus laevis
Gaspeldoorn
Ulex europaeus
Gelderse roos
Viburnum opulus
Geoorde wilg
Salix aurita
Gewone es
Fraxinus excelsior
Gewone vlier
Sambucus nigra
Gewone vogelkers
Prunus padus subsp. padus
Haagbeuk
Carpinus betulus
Heggenroos
Rosa corymbifera
Hondsroos
Rosa canina
Jeneverbes
Juniperus communis
Ratelpopulier
Populus tremula
Rode kornoelje subsp.sanguinea
Cornus sanguinea
Ruwe berk
Betula pendula
Schietwilg
Salix alba
Sleedoorn
Prunus spinosa
Sporkehout
Frangula alnus
Tweestijlige meidoorn
Crataegus laevigata
Wilde gagel
Myrica gale
Wilde hazelaar
Corylus avellana
Wilde kamperfoelie
Lonicera periclymenum
Wilde kardinaalsmuts
Euonymus europaeus
Wilde lijsterbes
Sorbus aucuparia
Wilde zwarte bes
Ribes nigrum
Zachte berk
Betula pubescens
Zomereik
Quercus robur
Zwarte els
Alnus glutinosa
Zwarte populier
Populus nigra
Bijlage 8c behorende bij artikel 10.7, onder d, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Nederlandse Naam
Wetenschappelijke naam
Beuk
Fagus sylvatica
Bittere wilg
Salix purpurea
Boswilg
Salix caprea
Eenstijlige meidoorn
Crataegus monogyna
Europese vogelkers
Prunus padus
Fladderiep
Ulmus laevis
Gelderse roos
Viburnum opulus
Gele kornoelje
Cornus mas
Geoorde wilg
Salix aurita
Gewone es
Fraxinus excelsior
Gewone esdoorn
Acer pseudoplatanus
Gewone vlier
Sambucus nigra
Gewone walnoot
Juglans regia
Grauwe wilg
Salix cinerea
Grove den
Pinus sylvestris
Haagbeuk
Carpinus betulus
Hazelaar
Corylus avellana
Hulst
Ilex aquifolium
Kraakwilg
Salix fragilis
Ratelpopulier
Populus tremula
Rode kornoelje
Cornus sanguinea
Ruwe berk
Betula pendula
Schietwilg
Salix alba
Sleedoorn
Prunus spinosa
Sporkehout
Frangula alnus
Tamme kastanje
Castanea sativa
Taxus
Taxus baccata
Trosvlier
Sambucus racemosa
Tweestijlige meidoorn
Crataegus laevigata
Veldesdoorn
Acer campestre
Wegedoorn
Rhamnus cathartica
Wilde appel
Malus sylvestris
Wilde kardinaalsmuts
Euonymus europaeus
Wilde kers
Prunus avium
Wilde lijsterbes
Sorbus aucuparia
Wilde peer
Pyrus pyraster
Wintereik
Quercus petraea
Winterlinde
Tilia cordata
Witte abeel
Populus alba
Zachte berk
Betula pubescens
Zomereik
Quercus robur
Zomerlinde
Tilia platyphyllos
Zwarte abeel
Populus nigra
Zwarte den
Pinus nigra
Zwarte els
Alnus glutinosa
Zwarte walnoot
Juglans nigra
Bijlage 8d behorende bij artikel 10.15, eerste lid, onder d, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Water- en oeverplanten
Nederlandse Naam
Wetenschappelijke naam
Alligatorkruid
Alternanthera philoxeroides
Egeria
Egeria densa
Grote kroosvaren
Azolla filiculoides
Grote vlotvaren
Salvinia molesta
Grote waternavel
Hydrocotyle ranunculoides
Hydrilla
Hydrilla verticillata
Kleine waterteunisbloem
Ludwigia peploides
Moeraslantaarn
Lysichiton americanus
Ongelijkbladig vederkruid
Myriophyllum heterophyllum
Parelvederkruid
Myriophyllum aquaticum
Smalle waterpest
Elodea nuttallii
Smalle theeplant
Gymnocoronis spilanthoides
Verspreidbladige waterpest
Lagarosiphon major
Watercrassula
Crassula helmsii
Waterhyacint
Eichhornia crassipes
Watersla
Pistia stratiotes
Waterteunisbloem
Ludwigia grandiflora
Waterwaaier
Cabomba caroliniana
Schijngenadekruid
Lindernia dubia
Terrestrische planten
Nederlandse Naam
Wetenschappelijke naam
Afghaanse duizendknoop
Persicaria wallichii
Alsemambrosia
Ambrosia artemisiifolia
Amerikaans bezemgras
Andropogon virginicus
Amerikaanse eik
Quercus rubra
Amerikaanse tulpenboom
Liriodendron tulipifera
Amerikaanse vogelkers
Prunus serotina
Anna Paulownaboom
Paulownia tomentosa
Aziatische duizendknopen
Fallopia spp.
Ballonrank
Cardiospermum grandiflorum
Bont springzaag
Impatiens edgeworthii
Canadese kornoelje
Cornus sericea
Chinese struikklaver
Lespedeza cuneata
Chinese tulpenboom
Liriodendron chinese
Driedelige ambrosia
Ambrosia trifida
Dwergmispels
Cotoneaster spp.
Fraai lampenpoetsergras
Pennisetum setaceum
Gestekelde duizendknoop
Persicaria perfoliata
Gewone gunnera
Gunnera tinctoria
Grijs kronkelsteeltje
Campylopus introflexus
Hartbladige els
Alnus cordata
Hemelboom
Ailanthus altissima
Hoog pampagras
Cortaderia jubata
Japanse klimvaren
Lygodium japonicum
Japans steltgras
Microstegium vimineum
Klein springzaad
Impatiens parviflora
Kudzu
Pueraria montana var. Lobata
Laurierkers
Prunus laurocerasus
Mesquite
Prosopis juliflora
Oosterse hop
Humulus scandens
Oranje springzaad
Impatiens capensis
Pennsylvaanse es
Fraxinus pennsylvanica
Perzische berenklauw
Heracleum persicum
Reuzenbalsemien
Impatiens glandulifera
Reuzenberenklauw
Heracleum mantegazzianum
Rimpelroos
Rosa rugosa
Robinia
Robinia pseudoacacia
Roze rimpelgras
Ehrharta calycina
Schijnambrosia
Parthenium hysterophorus
Sosnowsky's berenklauw
Heracleum sosnowskyi
Struikaster
Baccharis halimifolia
Talgboom
Triadica sebifera
Trosbosbes
Vaccinium corymbosum
Tweekleurig springzaad
Impatiens balfourii
Westelijke hemlockspar
Tsuga heterophylla
Weymouthden
Pinus strobus
Wilgacacia
Acacia saligna
Zandambrosia
Ambrosia psilostachya
Zijdeplant
Asclepias syriaca
Bijlage 9 behorende bij artikel 1.6 van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Monitoring venherstel
Projectmonitoring venherstel
De projectmonitoring is bedoeld om de resultaten van het herstelproject in beeld te brengen, te evalueren en zo nodig gedurende het project nog te kunnen bijsturen. De monitoring maakt integraal onderdeel uit van het herstelproject. Voor de projectmonitoring zijn de volgende keuzes gemaakt:
Welke vennen?
In alle vennen waar maatregelen worden uitgevoerd dient projectmonitoring plaats te vinden.
Wat meten?
De effectmeting beperkt zich tot de per ven te benoemen doelsoorten (gewenste soorten) en overige aandachtsoorten (bijvoorbeeld soorten die juist zouden moeten verdwijnen). In de meeste gevallen zal het gaan om hogere planten (macrofyten), libellen of amfibieën. Het monitoren van fytoplankton, fytobenthos en macrofauna is alleen zinvol als daarvoor concrete doelen zijn opgenomen. Aangezien de aanwezigheid van flora en fauna in vennen vooral wordt bepaald door de fysisch-chemische waterkwaliteit en de vegetatiestructuur worden ook deze parameters gemeten. Daar waar grote variaties aan vegetaties in het ven voorkomen, is het zinvol op twee plaatsen in het ven de waterkwaliteit te meten. Bij de uitvoering van hydrologische maatregelen worden ook de effecten op de waterhoudendheid van het ven, het grondwaterpeil en grondwaterkwaliteit gemeten. Tabel 1 geeft een overzicht van te meten parameters.
Tabel 1 Overzicht projectmonitoring venherstel
Wat meten?
Te meten parameters zijn afhankelijk van de doelstellingen per ven.
De parameters met * hoeven alleen in specifieke gevallen te worden gemeten (zijn afhankelijk van het type ven)
pH
Buffercapaciteit
Totaal-P (zomergem)
Totaal-N (zomergem)
Orthofosfaat
Ammonium (indicator verzuring)
Macro-ionen (invloed grondwater)
HCO3- (Bicarbonaat) mate voor buffering
Nitraat
Waterdiepte/watervoerendheid
Dikte sliblaag
Grondwaterstand
pH grondwater*
Nitraat grondwater*
Sulfaat grondwater*
Fosfaat grondwater*
HCO3- grondwater*
Macro-ionen grondwater*
Fe (ijzer) grondwater*
Macrofyten (soorten SNL monitoring)
Vegetatiebeeld/structuur
Amfibieën*
Libellen*
Overige fauna*
Frequentie
2momenten: vóór en 4 jaar na uitvoering van de maatregelen
Frequentie
Er worden 2 meetrondes en een veldcheck onderscheiden:
1Vóór de uitvoering een meetronde. Meestal zijn de gegevens al aanwezig in de vorm van een onderzoeksrapport, dat de basis vormt voor het uitvoeringsplan. Zo niet, dan zal de meting alsnog voordat de uitvoering start moeten gebeuren.
22 jaar na uitvoering een veldcheck op de ontwikkeling van planten en bosopslag op de oevers. Hiermee kan eventueel bijsturing richting de gewenste ontwikkeling plaatsvinden.
3Een herhalingsmeetronde 4 jaar na uitvoering. Hiermee worden effecten op de langere termijn in beeld gebracht.
Omdat de fysisch-chemische waterkwaliteit en grondwaterstanden door het jaar heen behoorlijk kunnen fluctueren moet bij onderzoeksronde 1 en 3 op meerdere data worden bemonsterd. Voor de fysisch-chemische waterkwaliteit is het gebruikelijk dat dit op 4 data per jaar gebeurt (éénmaal in maart; éénmaal in april - begin mei; éénmaal eind mei - begin juni; éénmaal in juli – augustus). (Grond)Waterstanden wordt 2 keer per maand gemeten. Ook voor libellen en amfibieën is het zinvol op meerdere momenten in het betreffende jaar het ven te onderzoeken.
Meten, databeheer en rapportage
Alle meetgegevens en de bijbehorende rapportage worden in een overzichtelijk format aangeleverd aan de provincie bij de vaststelling van de subsidiebeschikking. Ze vormen de input voor de provincie brede rapportage over de voortgang van venherstel. Ook worden de gegevens die worden verzameld over het voorkomen van planten en dieren in de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) ingevoerd, zodat ze ook voor andere doeleinden beschikbaar zijn.
Bijlage 10 behorende bij de artikelen 12.6 en 12.11 van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Lijst invasieve exoten
DEEL A
Landplanten
Aziatische duizendknopen *
Fluweelboom *
Hemelboom
Trosbosbes *
Reuzenbalsemien
Reuzenberenklauw
Water- en oeverplanten
Grote waternavel
Ongelijkbladig vederkruid
Parelvederkruid
Schijngenadekruid *
Smalle waterpest
Verspreidbladige waterpest
Watercrassula *
Waterteunisbloem
Waterwaaier
Overige planten *
Populaties woekerende tuin- en cultuurplanten, indien deze:
a.een gevaar kunnen zijn voor het voortbestaan van dier- of plantensoorten die van nature in Nederland voorkomen; of
b.een aanmerkelijke verslechtering kunnen veroorzaken van omstandigheden die noodzakelijk zijn voor het voortbestaan van soorten als bedoeld in onderdeel a.
Reptielen/amfibieën
Lettersierschildpad: ondersoorten:
a.Geelbuikschildpad
b.Geelwangschildpad
c.Roodwangschildpad
Vissen
Amerikaanse hondsvis *
Blauwband
*Brabantse zorgsoorten
DEEL B
Landplanten
Zijdeplant
Water- en oeverplanten
Kleine waterteunisbloem
Waterhyacint
Vissen
Amoergrondel
Zonnebaars
Bijlage 11 behorende bij artikel 14.6, onder e, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Tabel Natura 2000-gebieden en drukfactoren
Bijlage 12 behorende bij artikel 14.7, onderdeel d, onder 2º, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
[vervallen]
Bijlage 13 behorende bij artikel 14.8, tweede lid, onder b, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Natuurbeheertype
Hoogwaardig
Beek en bron
x
Kranswierwater
x
Zoete plas
x
Moeras
x
Gemaaid rietland
x
Veenmosrietland en moerasheide
x
Hoogveen
x
Vochtige heide
x
Zwakgebufferd ven
x
Zuur ven of hoogveenven
x
Droge heide
x
Nat schraalland
x
Vochtig hooiland
x
Droog schraalgrasland
x
Bloemdijk
x
Kruiden- en faunarijk grasland
Glanshaverhooiland
x
Zilt- en overstromingsgrasland
x
Kruiden- en faunarijke akker
Ruigteveld
Vochtig weidevogelgrasland
x
Rivier- en beekbegeleidend bos
x
Hoog- en laagveenbos
x
Haagbeuken- en essenbos
x
Dennen- eiken en beukenbos
x
Droog bos met productie
Vochtig bos met productie
Aanvullende hydrologische inrichting tbv wijst
ONNB
Bijlage 14 behorende bij artikel 5.6, onderdeel k, onder 5°, en artikel 17.6, eerste lid, onderdeel j, onder 7°, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Natuurgebieden aangewezen voor natuurbrandbeheersing
Deze kaart kan digitaal worden geraadpleegd op het Loket (www.brabant.nl).
Bijlage 15 behorende bij artikel 14.16, eerste lid, onder d, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Water- en oeverplanten
Alligatorkruid (Alternanthera philoxeroides)
Egeria (Egeria densa)
Grote kroosvaren (Azolla filiculoides)
Grote vlotvaren (Salvinia molesta)
Grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides)
Hydrilla (Hydrilla verticillata)
Kleine waterteunisbloem (Ludwigia peploides)
Moeraslantaarn (Lysichiton americanus)
Ongelijkbladig vederkruid (Myriophyllum heterophyllum)
Parelvederkruid (Myriophyllum aquaticum)
Smalle waterpest (Elodea nuttallii)
Smalle theeplant (Gymnocoronis spilanthoides)
Verspreidbladige waterpest (Lagarosiphon major)
Watercrassula (Crassula helmsii)
Waterhyacint (Eichhornia crassipes)
Watersla (Pistia stratiotes)
Waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora)
Waterwaaier (Cabomba caroliniana)
Schijngenadekruid (Lindernia dubia)
Terrestrische planten
Afghaanse duizendknoop (Persicaria wallichii)
Alsemambrosia (Ambrosia artemisiifolia)
Amerikaans bezemgras (Andropogon virginicus)
Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina)
Aziatische duizendknopen (Fallopia spec.)
Ballonrank (Cardiospermum grandiflorum)
Bont springzaad (Impatiens edgeworthii)
Canadese kornoelje (Cornus sericea)
Chinese struikklaver (Lespedeza cuneata)
Driedelige ambrosia (Ambrosia trifida)
Dwergmispels (Cotoneaster spp.)
Fraai lampenpoetsersgras (Pennisetum setaceum)
Gestekelde duizendknoop (Persicaria perfoliata)
Gewone gunnera (Gunnera tinctoria)
Grijs kronkelsteeltje (Campylopus introflexus)
Hemelboom (Ailanthus altissima)
Hoog pampagras (Cortaderia jubata)
Japanse klimvaren (Lygodium japonicum)
Japans steltgras (Microstegium vimineum)
Klein springzaad (Impatiens parviflora)
Kudzu (Pueraria montana var. lobata)
Mesquite (Prosopis juliflora)
Oosterse hop (Humulus scandens)
Oranje springzaad (Impatiens capensis)
Perzische berenklauw (Heracleum persicum)
Reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera)
Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum)
Rimpelroos (Rosa rugosa)
Roze rimpelgras (Ehrharta calycina)
Schijnambrosia (Parthenium hysterophorus)
Sosnowsky's berenklauw (Heracleum sosnowskyi)
Struikaster (Baccharis halimifolia)
Talgboom (Triadica sebifera)
Trosbosbes (Vaccinium corymbosum)
Tweekleurig springzaad (Impatiens balfourii)
Wilgacacia (Acacia saligna)
Zandambrosia (Ambrosia psilostachya)
Zijdeplant (Asclepias syriaca)
Bijlage 17 behorende bij artikel 16.6, onder b van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden met GGA-teams:
Brabantse wal
De Bult
Deurnsche Peel, Mariapeel en Groote Peel
Kampina en Oisterwijkse Vennen
Langstraat
Leenderbos, Groote Heide en De Plateaux
Kempenland-West
Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen
Regte Heide en Riels Laag
Strabrechttsche Heide en Beuven
Ulvenhoutse bos
Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek
Bijlage 18 behorende bij de artikelen 17.5, onder d, en 17. 6, onder d, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Landschapstypenkaart
De landschapstypenkaart, tevens digitaal raadpleegbaar, bestaat uit de onderstaande kaartlaag:
Bijlage 18a behorende bij artikel 17.6, eerste lid, onder e, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Lijst van inheemse boom- en struiksoorten van de provincie Noord-Brabant
Nederlandse Naam
Latijnse naam
Veldesdoorn
Acer campestre
Gewone esdoorn
Acer pseudoplatanus
Zwarte els
Alnus glutinosa
Ruwe berk
Betula pendula
Zachte berk
Betula pubescens
Haagbeuk
Carpinus betulus
Tamme kastanje
Castanea sativa
Gele kornoelje
Cornus mas
Rode kornoelje
Cornus sanguinea
Hazelaar
Corylus avellana
Tweestijlige meidoorn
Crataegus laevigata
Eenstijlige meidoorn
Crataegus monogyna
Wilde kardinaalsmuts
Euonymus europaeus
Beuk
Fagus sylvatica
Sporkehout
Frangula alnus
Es
Fraxinus excelsior
Hulst
Ilex aquifolium
Zwarte walnoot
Juglans nigra
Wilde appel
Malus sylvestris
Wilde peer
Pinus sylvestris
Witte abeel
Populus alba
Zwarte abeel
Populus nigra
Ratelpopulier
Populus tremula
Wilde kers
Prunus avium
Europese vogelkers
Prunus padus
Sleedoorn
Prunus spinosa
Wintereik
Quercus petraea
Zomereik
Quercus robur
Wegedoorn
Rhamnus cathartica
Schietwilg
Salix alba
Geoorde wilg
Salix aurita
Boswilg
Salix caprea
Grauwe wilg
Salix cinerea
Bittere wilg
Salix purpurea
Kraakwilg
Salix fragilis
Gewone vlier
Sambucus nigra
Trosvlier
Sambucus racemosa
Wilde lijsterbes
Sorbus aucuparia
Taxus
Taxus baccata
Winterlinde
Tilia cordata
Zomerlinde
Tilia platyphyllos
Fladderiep
Ulmus laevis
Gelderse roos
Viburnum opulus
Bijlage 19 behorende bij de artikelen 17.6, onder g, en 17.14, onder f, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Natuurbos
1Vochtig bos
Afbakening
•Bestaande uit een vlakvormig en aaneengesloten element met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken.
•Indien een element wordt doorsneden door een doorgang met een breedte van maximaal 5 meter kunnen de losse elementen als één geheel worden aangevraagd.
•Een vochtig bos is, eventueel in combinatie met droog bos, gelegen tegen een N2000 of EVZ en minimaal 10.000 m2 groot of ligt los van het NNN en N2000 en is minimaal 50.000 m2 groot.
•Groeiplaats en soortsamenstelling dienen conform één en of meerdere van de natuurbostypen uit de Index van Natuur en Landschap behorende tot N14 - Vochtige Bossen te zijn.
Element past binnen landschapstype opgenomen in bijlage 18:
•Beekdal en broekontginning
•Jonge zand- en/of veenontginning
•Komgebied
•Uiterwaarden
•Zeekleigebied
Inrichtingseisen bij aanleg vochtig bos
•De aanplant wordt uitgevoerd in de periode tussen 1 september en 1 april.
•Op locatie van aanplant is de afgelopen 5 jaar geen bos of struweel aanwezig geweest.
•Voor de aanplant dient gekozen te worden uit een van de hiernavolgende twee strategieën. Eventueel kan in samenspraak met de provincie en op basis van een ecologische onderbouwing een aangepaste strategie worden gehanteerd.
○ Aanplant met 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen, waarbij
○ Plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter tot 1,50 m x 1,50 meter.
○ Aanplant met meerjarig, zogenaamde veren, inheems bosplantsoen, waarbij:
○ Plantverband met minimaal 3,5 m x 3,5 meter tot 4,0 m x 4,0 meter.
○ In het geval van aanplant met meerjarig, zogenaamde veren, inheems bosplantsoen dan dient het aantal veren aangevuld te worden met 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen bestaande uit struikvormers tot een totaalaantal (veren + struikvormers) van 1.300 stuks/ha
•Ongeacht de gehanteerde strategie dient de soortenkeuze voor minimaal 95% van de totale aanplant via onderstaande onderverdeling opgebouwd te zijn.
○ Pionierssoorten zoals populieren, wilgen en berken zijn erg belangrijk in de initiële fasen van de bosontwikkeling. Ze zijn essentieel voor een snelle vorming van de bosstructuur, bosklimaat en ontwikkeling van de bosbodem. Minimaal 20% van de voorgestelde aanplant dient uit deze pionierssoorten te bestaan
Pionierssoorten:
Klei- en basenrijke leem: Populieren en wilgen
Zandgronden en basenarme leem: ratelpopulier, boswilg en berken
○ De zuurbuffering van landbouwgronden is hoger dan bij vergelijkbare gronden zonder landbouwvoorgeschiedenis. Op zandgronden en basenarme leem zal na bosaanleg snel verzuring plaatsvinden. Om deze verzuring te voorkomen is een goede strooiselafbraak en daarmee de aanplant met rijk-strooiselsoorten belangrijk. Een hoge dominantie van zuur-strooiselsoorten als eik en beuk moet worden vermeden. Minimaal 50% van de aanplant dient uit deze rijkstrooiselsoorten te bestaan
Rijkstrooiselsoorten: esdoorns (veldesdoorn/gewone esdoorn), iepen, es, kers, haagbeuk, winterlinde/zomerlinde/Hollandse linde, hazelaar, meidoorns, vlier, kardinaalsmuts,
○ In bossen op landbouwbodems kunnen ruigtekruiden vaak lang het aspect in de ondergroei bepalen. In een schaduwrijk bos zal op den duur deze verruiging van braam en brandnetel onderdrukt worden.
Schaduwsoorten: beuk, linden, iepen, haagbeuk, hazelaar
○ In het kader van klimaatadaptatie dient een menging van minimaal 3 boomsoorten en minimaal 2 struiksoorten gehanteerd te worden. Menging kan individueel plaatsvinden maar ook in kleinere of grotere groepen of willekeurig.
•Maatregelen die tijdens de eerste 2 jaar zorgen dat de aanplant ook daadwerkelijk aanslaat, en daarmee de instandhouding van de nieuwe natuur waarborgen, maken onderdeel uit van de inrichting.
○ Verwijderen ongewenste vegetatie. Kleinschalig verwijderen van snelgroeiende en/of rankende vegetaties om te voorkomen dat de aanplant overwoekerd wordt en daardoor afsterft.
○ In extreem droge jaren water geven om verdroging en afsterven te voorkomen.
○ Inboeten van de aanplant indien er meer dan 10% uitval optreedt.
Beheervoorschriften
•Overhangende takken over perceelsgrenzen kunnen gedurende het gehele jaar worden teruggesnoeid.
•Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover overige vegetatie niet schaadt. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.
•Bemesting van het element door middel van mest en/of kunstmest is niet toegestaan.
•Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop.
•Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en robinia mogen mechanisch (uitgraven, afzagen, uitfrezen) worden bestreden.
•Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element.
•Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in het element.
•Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het element bevestigd worden.
•Niet branden in of in de directe omgeving van het element.
2Droog bos
Afbakening
•Bestaande uit een vlakvormig aaneengesloten element met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken.
•Indien een element wordt doorsneden door een doorgang met een breedte van maximaal 5 meter kunnen de losse elementen als één geheel worden aangevraagd.
•Een droog bos is, eventueel in combinatie met vochtig bos, gelegen tegen een N2000 of EVZ en minimaal 10.000 m2 groot of ligt los van het NNN en N2000 en is minimaal 50.000 m2 groot
•Groeiplaats en soortsamenstelling dienen conform één en of meerdere van de natuurbostypen uit de Index van Natuur en Landschap behorende tot N15 - Droge Bossen te zijn.
Element past binnen landschapstype(n) opgenomen in bijlage 18:
•Jonge zand- en/of veenontginning
•Oude zandontginning
Inrichtingseisen bij aanleg droog bos
•De aanplant wordt uitgevoerd in de periode tussen 1 september en 1 april.
•Op locatie van aanplant is de afgelopen 5 jaar geen bos of struweel aanwezig geweest.
•Voor de aanplant dient gekozen te worden uit een van de hierna volgende twee strategieën. Eventueel kan in samenspraak met de provincie en op basis van een ecologische onderbouwing een aangepaste strategie worden gehanteerd.
○ Aanplant met 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen, waarbij
○ Plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter tot 1,50 m x 1,50 meter.
○ Aanplant met meerjarig, zogenaamde veren, inheems bosplantsoen, waarbij:
○ Plantverband met minimaal 3,5 m x 3,5 meter tot 4,0 m x 4,0 meter.
○ In het geval van aanplant met meerjarig, zogenaamde veren, inheems bosplantsoen dan dient het aantal veren aangevuld te worden met 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen bestaande uit struikvormers tot een totaalaantal (veren + struikvormers) van 1.300 stuks/ha
•Ongeacht de gehanteerde strategie dient de soortenkeuze voor minimaal 95% van de totale aanplant via onderstaande onderverdeling opgebouwd te zijn.
○ Pionierssoorten zoals populieren, wilgen en berken zijn erg belangrijk in de initiële fasen van de bosontwikkeling. Ze zijn essentieel voor een snelle vorming van de bosstructuur, bosklimaat en ontwikkeling van de bosbodem. Minimaal 20% van de voorgestelde aanplant dient uit deze pionierssoorten te bestaan
Pionierssoorten:
Klei- en basenrijke leem: Populieren en wilgen
Zandgronden en basenarme leem: ratelpopulier, boswilg en berken
○ De zuurbuffering van landbouwgronden is hoger dan bij vergelijkbare gronden zonder landbouwvoorgeschiedenis. Op zandgronden en basenarme leem zal na bosaanleg snel verzuring plaatsvinden. Om deze verzuring te voorkomen is een goede strooiselafbraak en daarmee de aanplant met rijk-strooiselsoorten belangrijk. Een hoge dominantie van zuur-strooiselsoorten als eik en beuk moet worden vermeden. Minimaal 50% van de aanplant dient uit deze rijkstrooiselsoorten te bestaan
Rijkstrooiselsoorten: esdoorns (veldesdoorn/gewone esdoorn), iepen, es, kers, haagbeuk, winterlinde/zomerlinde/Hollandse linde, hazelaar, meidoorns, vlier, kardinaalsmuts,
○ In bossen op landbouwbodems kunnen ruigtekruiden vaak lang het aspect in de ondergroei bepalen. In een schaduwrijk bos zal op den duur deze verruiging van braam en brandnetel onderdrukt worden.
Schaduwsoorten: beuk, linden, iepen, haagbeuk, hazelaar
○ In het kader van klimaatadaptatie dient een menging van minimaal 3 boomsoorten en minimaal 2 struiksoorten gehanteerd te worden. Menging kan individueel plaatsvinden maar ook in kleinere of grotere groepen of willekeurig.
•Maatregelen die tijdens de eerste 2 jaar zorgen dat de aanplant ook daadwerkelijk aanslaat, en daarmee de instandhouding van de nieuwe natuur waarborgen, maken onderdeel uit van de inrichting.
○ Verwijderen ongewenste vegetatie. Kleinschalig verwijderen van snelgroeiende en/of rankende vegetaties om te voorkomen dat de aanplant overwoekerd wordt en daardoor afsterft.
○ In extreem droge jaren water geven om verdroging en afsterven te voorkomen.
○ Inboeten van de aanplant indien er meer dan 10% uitval optreedt.
Beheervoorschriften
•Overhangende takken over perceelsgrenzen kunnen gedurende het gehele jaar worden teruggesnoeid.
•Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het overige vegetatie niet schaadt. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.
•Bemesting van het element door middel van mest en/of kunstmest is niet toegestaan.
•Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop.
•Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en robinia mogen mechanisch (uitgraven, afzagen, uitfrezen) worden bestreden.
•Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element.
•Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in het element.
•Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het element bevestigd worden.
•Niet branden in of in de directe omgeving van het element.
Bijlage 20 behorende bij artikel 17.7, eerste lid, onder a, onder 1°, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Regioprijs per hectare
De regioprijs per hectare bedraagt voor geheel Noord-Brabant: € 108.990.
De regioprijs is gebaseerd op door het Kadaster berekende kengetallen betreffende de agrarische grondmarkt in Noord-Brabant.
De regioprijs is als volgt berekend. Per landbouwgebied zijn door het Kadaster de bruikbare agrarische transacties uit de twee voorafgaande gehele kalenderjaren gegroepeerd. De berekende kengetallen beslaan de periode 01-01-2023 t/m 31-12-2024. Verder is door het Kadaster per landbouwgebied voor deze agrarische transacties een statistische spreiding uitgevoerd voor de grondprijs op basis van het totaal verhandelde oppervlak.