Aanhef
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;
Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten in het gebied van de grenscorridor N69 de ruimtelijke kwaliteit willen versterken;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten op de te subsidiëren projecten van de paragrafen 1 en 2 het Besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid , van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (PbEU 2012, L 7) van toepassing verklaren;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten op de te subsidiëren projecten van paragraaf 3 gebruik willen maken van de Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën van steun van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB EU L 193 van 1 juli 2014) en voor het onderdeel erfbeplanting in deze paragraaf gebruik willen maken van de Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb EU L 352/9 van 24 december 2013;
Besluiten vast te stellen de volgende regeling:
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
grondkosten: kosten voor grondverwerving tot maximaal de waardedaling van de grond, kosten voor functieverandering en transactiekosten;
Integraal Gebiedsplan Grenscorridor N69: plan door de Stuurgroep Grenscorridor N69 op 8 juli 2014 als richtinggevend kader vastgesteld, te raadplegen via www.brabant.nl/onderwerpen/ruimtelijke-ontwikkeling/gebiedsontwikkeling/n69-grenscorridor;
Natuur Netwerk Brabant: samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is opgenomen en begrensd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant;
Stuurgroep Grenscorridor N69: bestuurlijk overleg bestaande uit bestuurlijke vertegenwoordigers van de provincie Noord-Brabant en de in het gebied van de Grenscorridor N69 liggende gemeenten, waterschappen en belangengroeperingen.
Artikel 1.2 Doelgroep
1Subsidie voor een project als bedoeld in artikel 1.4, onder a tot en met c, kan worden aangevraagd door:
a.gemeenten;
b.waterschappen;
c.rechtspersonen die natuurbeheer als doel hebben.
2Subsidie voor een project als bedoeld in artikel 1.4, onder d, kan worden aangevraagd door:
a.gemeenten;
b.waterschappen.
Artikel 1.3 Subsidievorm
1Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.
2Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:
a.het versterken van de herkenbaarheid en beleefbaarheid van het beekdal;
b.het versterken van de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit;
c.het versterken van het leefgebied voor flora en fauna;
d.het versterken van de klimaatrobuustheid.
Artikel 1.5 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
a.eerder dan zes maanden voor indiening van de aanvraag begonnen is met de daadwerkelijke uitvoering van het project;
b.de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 5.000.
Artikel 1.6 Subsidievereisten
1Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.het project wordt uitgevoerd in de deelgebieden Einderheide, Dommel-Noord, Dommel-Zuid, Keersop, of Run, zoals weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze regeling;
b.het project past binnen de visie van het Integraal Gebiedsplan Grenscorridor N69;
c.de Stuurgroep Grenscorridor N69 heeft over het project een advies uitgebracht;
d.de subsidieaanvrager geeft inzicht in:
1°. de voor het project benodigde vergunningen;
2°. de bij het project betrokken partners;
3°. de rollen en verantwoordelijkheden van de partners bij de uitvoering van het project;
e.aan het project ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen:
1°. op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;
2°. een sluitende begroting inclusief een gedekte financiering.
2Indien het project betrekking heeft op de aanleg van beplantingen, wordt onverminderd het eerste lid voldaan aan de volgende vereisten:
a.het betreft inheems plantmateriaal zoals opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling;
b.de aanleg van de beplantingen vindt plaats overeenkomstig de vereisten zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling.
Artikel 1.7 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten, mits betrekking hebbend op niet-economische activiteiten, voor subsidie in aanmerking:
a.kosten voor voorbereiding en planvorming, gemaakt vanaf 1 juli 2014;
b.grondkosten, voor zover het gaat om gronden gelegen buiten het Natuur Netwerk Brabant en deze kosten absoluut noodzakelijk zijn voor het uit te voeren project;
c.uitvoeringskosten.
Artikel 1.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
a.kosten voor beheer en onderhoud;
b.kosten voor inzet interne personele capaciteit van de subsidieaanvrager en inhuur van extra personele capaciteit door de subsidieaanvrager;
c.kosten voor inrichting van gronden binnen het Natuur Netwerk Brabant waarvoor:
1°. reeds een financiële bijdrage door Groen Ontwikkelfonds Brabant B.V. is verstrekt; of
2°. waarvoor subsidie is verstrekt of die subsidiabel zijn op grond van paragraaf 1 van de Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant;
d.kosten voor uitvoering van wettelijke taken, een bestaand convenant of een bestaande regeling of afspraak;
e.kosten voor investeringen in of aan gebouwen, bouwwerken en woonhuizen;
f.kosten voor investeringen in wegen, fiets-, wandel- en ruiterpaden inclusief de daarvoor benodigde kunstwerken;
g.kosten voor aansprakelijkheid en verhaal;
h.kosten voor reguliere activiteiten van de aanvrager;
i.kosten die reeds op basis van een andere provinciale subsidieregeling zijn of worden gesubsidieerd zodanig dat de totale financiering van de subsidiabele kosten meer dan 100% bedraagt.
Artikel 1.9 Vereisten subsidieaanvraag
Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 augustus 2017 tot en met 2 december 2024.
Artikel 1.10 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 1.4, voor de periode genoemd in artikel 1.9 vast op € 2.354.000.
Artikel 1.11 Subsidiehoogte
1De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 1.4, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten.
2Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 5.000, wordt de subsidie niet verstrekt.
Artikel 1.12 Verdelingswijze
1Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.
5De subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen in de rangschikking die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel 1.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
1De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:
a.het project wordt binnen drie jaar na de datum van beschikking tot subsidieverlening gerealiseerd;
b.hij neemt in zijn administratie maatregelen om te voorkomen dat de subsidie naar economische activiteiten vloeit;
c.hij laat eventuele opbrengsten van economische activiteiten van het project ten goede komen aan het project;
d.bij subsidies van € 25.000 en hoger overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;
e.bij subsidies van € 125.000 en hoger houdt de subsidieontvanger een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.
2Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal 1 jaar.
3[vervallen]
Artikel 1.14 Prestatieverantwoording
1Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van het overleggen van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.indien van toepassing fotomateriaal of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
c.indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
2Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.indien van toepassing fotomateriaal of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
c.indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
3Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
c.indien van toepassing een proces verbaal van oplevering;
d.een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1˚, van de Asv;
e.een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2˚, van de Asv.
4[vervallen]
Artikel 1.15 Bevoorschotting en betaling
Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag. Het voorschot wordt in één keer betaald.
Artikel 2.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
grenscorridor N69: deelgebieden Einderheide, Dommel-Noord, Dommel-Zuid, Keersop en Run, zoals opgenomen op de kaart in bijlage 2 bij deze regeling;
grondkosten: kosten voor grondverwerving tot maximaal de waardedaling van de grond, kosten voor functieverandering en transactiekosten;
Integraal Gebiedsplan Grenscorridor N69: plan door de Stuurgroep Grenscorridor N69 op 8 juli 2014 als richtinggevend kader vastgesteld, te raadplegen via www.brabant.nl/onderwerpen/ruimtelijke-ontwikkeling/gebiedsontwikkeling/n69-grenscorridor;
Natuur Netwerk Brabant: samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is opgenomen en begrensd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant;
ontbrekende schakel: gedeelte van een doorgaande route waar nog geen fietsinfrastructuur is aangelegd;
Stuurgroep Grenscorridor N69: bestuurlijk overleg bestaande uit bestuurlijke vertegenwoordigers van de provincie en de in het gebied van de Grenscorridor N69 liggende gemeenten, waterschappen en belangengroeperingen;
utilitaire fietspaden: fietspaden die woonwijken, scholen, werkgelegenheidsconcentraties of centra in dorpen en steden met elkaar verbinden.
Artikel 2.2 Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:
a.gemeenten;
b.waterschappen;
c.rechtspersonen die natuurbeheer als doel hebben.
Artikel 2.3 Subsidievorm
1Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.
2Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:
a.de aanleg of verbetering van fietspaden;
b.de aanleg of verbetering van voetpaden;
c.de aanleg of verbetering van ruiterroutes;
d.de aanleg of verbetering van bruggen, tunnels of trekpontjes ten behoeve van fiets- of voetpaden;
e.de aanleg van informatievoorzieningen ten behoeve van recreatie;
f.de aanleg of verbetering van kleine recreatieve plekken.
Artikel 2.5 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien eerder dan zes maanden voor indiening van de aanvraag begonnen is met de daadwerkelijke uitvoering van het project.
Artikel 2.6 Subsidievereisten
1Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a.het project wordt uitgevoerd in het gebied grenscorridor N69, zoals weergegeven op de kaart in bijlage 2 bij deze regeling;
b.het project past binnen de visie van het Integraal Gebiedsplan Grenscorridor N69;
c.de Stuurgroep Grenscorridor N69 heeft over het project een advies uitgebracht;
d.de subsidieontvanger geeft inzicht in:
1°. de voor het project benodigde vergunningen;
2°. de bij het project betrokken partners;
3°. de rollen en verantwoordelijkheden van de partners bij de uitvoering van het project;
e.aan het project ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen:
1°. op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;
2°. een sluitende begroting inclusief een gedekte financiering.
2Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:
a.indien sprake is van de aanleg van een fietspad heeft het project betrekking op de invulling van de ontbrekende schakels van het fietsnetwerk;
b.indien sprake is van de aanleg of verbetering van een utilitair fietspad voldoet het project aan de CROW-richtlijnen.
Artikel 2.7 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
a.kosten voor voorbereiding en planvorming, gemaakt vanaf 1 juli 2014.
b.grondkosten voor gronden gelegen buiten het Natuur Netwerk Brabant, voor zover absoluut noodzakelijk voor het uit te voeren project;
c.uitvoeringskosten.
Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 2.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
a.kosten voor beheer en onderhoud;
b.kosten voor inzet van interne personele capaciteit van de subsidieaanvrager en inhuur van extra personele capaciteit door de subsidieaanvrager;
c.kosten voor uitvoering van wettelijke taken, een bestaand convenant of een bestaande regeling of afspraak;
d.kosten voor investeringen in of aan gebouwen en woonhuizen;
e.kosten voor aansprakelijkheid en verhaal;
f.kosten voor reguliere activiteiten van de aanvrager.
Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag
Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 augustus 2017 tot en met 2 december 2024.
Artikel 2.10 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.4, voor de periode genoemd in artikel 2.9, vast op € 5.032.000.
Artikel 2.11 Subsidiehoogte
1De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.4, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten.
2Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 5.000, wordt de subsidie niet verstrekt.
Artikel 2.12 Verdelingswijze
1Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.
5De subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen in de rangschikking die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
1De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:
a.het project wordt binnen drie jaar na de datum van beschikking tot subsidieverlening gerealiseerd;
b.bij subsidies van € 25.000 en hoger overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;
c.bij subsidies van € 125.000 en hoger houdt de subsidieontvanger een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.
2Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal 1 jaar.
3[vervallen]
Artikel 2.14 Prestatieverantwoording
1Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van het overleggen van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.indien van toepassing fotomateriaal of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
c.indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
2Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.indien van toepassing fotomateriaal of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
c.indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
3Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
a.een activiteitenverslag;
b.indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
c.indien van toepassing een proces verbaal van oplevering;
d.een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1˚, van de Asv;
e.een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2˚, van de Asv.
4[vervallen]
Artikel 2.15 Bevoorschotting en betaling
Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag. Het voorschot wordt in één keer betaald.
Artikel 4.1 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.
Artikel 4.2 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van1 augustus 2017.
Artikel 4.3 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling gebiedsimpuls grenscorridor N69 Noord-Brabant.
Bijlage 3 behorende bij artikel 1.6, tweede lid, onder a, van de Subsidieregeling gebiedsimpuls grenscorridor N69 Noord-Brabant
Overzicht subsidiabel inheems plantmateriaal
Subsidiabel bosplantsoen
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Appel, wilde
Malus sylvestris
Berk, ruwe
Betula pendula
Berk, zachte
Betula pubescens
Bes, aal-
Ribes rubrum
Bes, zwarte
Ribes nigrum
Beuk
Fagus sylvatica
Bosroos
Rosa arvensis
Egelantier
Rosa rubiginosa
Eik, zomer-
Quercus robur
Eik, winter-
Quercus petrea
Els, zwarte
Alnus glutinosa
Gagel
Myrica gale
Gelderse roos
Viburnum opulus
Haagbeuk
Carpinus betulus
Hazelaar
Corylus avellana
Heggeroos
Rosa corymbifera
Hondsroos
Rosa canina
Hulst
Ilex aquifolium
Iep, steel-
Ulmus laevis
Kardinaalsmuts
Euonymus europaeus
Kastanje, tamme
Castanea sativa
Kers, zoete
Prunus avium
Kornoelje, rode
Cornus sanguinea
Kornoelje, gele
Cornus mas
Kraagroos
Rosa agrestis
Krenteboompje
Amelanchier lamarckii
Liguster, wilde
Ligustrum vulgare
Linde, kleinbladige
Tilia cordata
Linde, Hollandse
Tilia vulgaris
Lijsterbes
Sorbus aucuparia
Meidoorn, eenstijlige
Crataegus monogyna
Meidoorn, tweestijlige
Crataegus laevigata
Mispel
Mespilus germanica
Peer, wilde
Pyrus communis
Sleedoorn
Prunus spinosa
Veldesdoorn
Acer campestre
Vlier, gewone
Sambucus nigra
Vlier, tros
Sambucus racemosa
Vogelkers, inheemse
Prunus padus
Vuilboom
Rhamnus frangula
Wegedoorn
Rhamnus catharticus
Wilg, amandel-
Salix triandra
Wilg, bittere
Salix purpurea
Wilg, bos-
Salix caprea
Wilg, grauwe
Salix cinerea
Wilg, kat-
Salix viminalis
Wilg, geoorde
Salix aurita
Wilg, kraak-
Salix fragilis
Wilg, laurier-
Salix pentandra
Wilg, schiet-
Salix alba
Subsidiabele laanbomen
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Abeel, grauwe
Populus canescens
Berk, ruwe
Betula pendula
Beuk
Fagus sylvatica
Eik, zomer-
Quercus robur
Eik, winter-
Quercus petrea
Els, zwarte
Alnus glutinosa
Esdoorn, gewone
Acer pseudoplatanus
Haagbeuk
Carpinus betulus
Iep
Ulmus
Kastanje, tamme
Castanea sativa
Kers, zoete
Prunus avium
Linde, kleinbladige
Tilia cordata
Linde, Hollandse
Tilia vulgaris
Noot
Juglans regia
Populier, zwarte
Populus nigra
Populier – ‘Canadapopulier’
Populus x canadensis
Wilg, schiet-
Salix alba
Hoogstamfruitbomen
Diverse soorten
Bijlage 4 behorende bij artikel 1.6, tweede lid, onder b, van de Subsidieregeling gebiedsimpuls grenscorridor N69 Noord-Brabant
Overzicht vereisten voor aanleg van beplantingen
Beplantings-groep*
Minimale leeftijd/maat
Maximaal te subsidiëren aantal per oppervlakte- /of lengte eenheid
Te
subsidiëren sortiment
Maximaal aantal te subsidiëren per project
Bosplantsoen
2-jarig bosplantsoen, minimaal maat 60-80 cm
plantverband minimaal 1,25m x 1,25m of 1,50m x 1,00m
Zie bijlage 3, onder subsidiabel bosplantsoen
n.v.t.
Bosplantsoen voor hagen
2-jarig bosplantsoen, minimaal maat 60-80 cm
4st per meter haag
Zie bijlage 3, onder subsidiabel bosplantsoen
Bij 100% beuk (Fagus sylvatica) maximaal 100 meter of 400 st
Veren
Lengte minimaal 150 cm
12st per 100 meter; plantafstand minimaal 8 meter
Zie bijlage 3, onder subsidiabele laanbomen
n.v.t.
Laanbomen
Minimaal maat 10-12 cm; 2x verplant
12st per 100 meter; plantafstand minimaal 8 meter, tenzij sprake is van aanplant in een solitaire boomgroep als vrijliggend element
Zie bijlage 3, onder subsidiabele laanbomen
n.v.t.
Hoogstamfruitbomen
Minimaal maat 8-10 cm
plantafstand minimaal 10 meter
Zie bijlage 3, onder subsidiabele laanbomen
Maximaal 10 st
Knotwilgen
Onbewortelde of bewortelde stek
20st per 100 meter; plantafstand minimaal 5 meter
Schietwilg (Salix alba)
n.v.t.
Snelgroeiend loofhout
Onbewortelde of bewortelde stek
625st per hectare
Zwarte populier (Populus nigra), Canadapopulier (Populus x canadensis) en Schietwilg (Salix alba)
n.v.t.
* Per beplantingsvak komt in beginsel slechts één beplantingsgroep voor subsidie in aanmerking. Alleen voor beplantingsvakken die smaller zijn dan 7 meter komen twee beplantingsgroepen voor subsidie in aanmerking.