Provinciale wetgeving

Reglement van orde voor de vergaderingen van gedeputeerde staten 2003

Provincie Limburg · geldt sinds 25 september 2025

Aanhef

REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN VAN GEDEPUTEERDE STATEN 2003

Inhoud

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Hoofdstuk 2 Beraadslaging en besluitvorming

Hoofdstuk 3 Verslaglegging

Hoofdstuk 4 Taakverdeling

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 De voorzitter

1De voorzitter is belast met:

a.het bevorderen van de eenheid van beleid van gedeputeerde staten;

b.het doen naleven van dit reglement van orde;

c.hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt.

2De voorzitter leidt de vergadering, verleent het woord en formuleert de conclusies.

3De voorzitter kan de vergadering sluiten of voor een door hem te bepalen tijd schorsen.

Artikel 2 De secretaris

1De secretaris is in elke vergadering van gedeputeerde staten aanwezig.

2Bij zijn afwezigheid wordt de secretaris vervangen door de eerste waarnemend secretaris, en indien ook deze afwezig is, door de tweede waarnemend secretaris en indien ook deze afwezig is, door een derde waarnemend secretaris.

Artikel 3 Vergaderplaats en -frequentie

1Gedeputeerde staten vergaderen als regel in het Gouvernement te Maastricht.

2De vergaderingen vinden als regel elke week plaats op een vast tijdstip.

3Indien de voorzitter of een lid van gedeputeerde staten een extra vergadering nodig acht, roept hij deze bijeen, respectievelijk verzoekt hij de voorzitter deze bijeen te roepen, zulks onder opgave van redenen.

Artikel 4 Beslotenheid vergadering

1De vergaderingen van gedeputeerde staten worden met gesloten deuren gehouden, tenzij gedeputeerde staten anders hebben besloten.

2Indien gedeputeerde staten besluiten dat een vergadering of een gedeelte daarvan openbaar is, brengt de voorzitter dit ter openbare kennis door publicatie in het Provinciaal Blad onder vermelding van de plaats, de dag en het tijdstip van aanvang.

Artikel 5 Quorum

1In de vergadering van gedeputeerde staten kan slechts worden beraadslaagd of besloten, indien ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

2Indien zulks niet het geval is belegt de voorzitter opnieuw een vergadering.

3Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het quorumvereiste niet van toepassing.

4In afwijking van het bepaalde in lid 3, kunnen gedeputeerde staten over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

Artikel 6 Presentielijst

De leden plaatsen hun naam op de presentielijst, welke aan het einde van de vergadering door de voorzitter en de secretaris door ondertekening wordt vastgesteld.

Artikel 7 De agenda

1De secretaris maakt ten behoeve van elke vergadering een agenda bevattende per onderwerp de van ambtelijke zijde uitgebrachte openbare voorstellen, de zogenaamde A-stukken.

De van ambtelijke zijde uitgebrachte vertrouwelijke voorstellen worden op een separate agenda geplaatst, welke vertrouwelijk is.

2De van ambtelijke zijde uitgebrachte voorstellen die in beginsel geen bespreking behoeven, de zogenaamde B-stukken, worden in de vorm van een lijst voor elke vergadering op de agenda met de van ambtelijke zijde uitgebrachte openbare voorstellen geplaatst.

3De voorzitter en de leden van gedeputeerde staten kunnen ieder voorafgaand aan of staande de vergadering onderwerpen ter bespreking en besluitvorming aan een agenda toevoegen.

4De voorzitter kan ten aanzien van geagendeerde onderwerpen een eigen voorstel voorleggen aan gedeputeerde staten.

Hoofdstuk 2 Beraadslaging en besluitvorming

Artikel 8 De beraadslaging

1Met betrekking tot elk onderwerp stelt de voorzitter de leden in de gelegenheid hun gevoelen kenbaar te maken.

2Wanneer de voorzitter van oordeel is, dat een onderwerp voldoende is toegelicht, stelt hij voor de beraadslaging te sluiten.

3Gedeputeerde Staten kunnen op voorstel van de voorzitter, van een der leden of van de secretaris niet leden uitnodigen aanwezig te zijn bij de behandeling van een of meer agendapunten.

Artikel 9 Besluit

Nadat de beraadslaging over een onderwerp is gesloten wordt tot stemming overgegaan, indien de voorzitter of een der leden dat verlangt. Indien noch de voorzitter, noch een der leden stemming verlangt is het voorstel, al dan niet gewijzigd, aangenomen.

Artikel 10 Stemming

1De stemming geschiedt mondeling, tenzij de voorzitter of een der leden schriftelijke stemming verlangt.

2Bij schriftelijke stemming wordt de inhoud van elk stembriefje door de voorzitter voorgelezen en door de secretaris aangetekend.

3Indien een stembriefje onduidelijk is en deze stem van invloed kan zijn op de uitslag, wordt een nieuwe stemming gehouden.

4De uitkomst van de stemming wordt door de secretaris medegedeeld.

5Indien bij een stemming, anders dan over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen, de stemmen staken, wordt opnieuw gestemd.

6Staken de stemmen andermaal over hetzelfde voorstel, dan beslist de stem van de voorzitter.

Artikel 11 Stemming bij benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen

1Met betrekking tot de benoeming, voordracht of aanbeveling van personen, hebben er zo veel stemmingen plaats als personen te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen zijn.

2Indien een aantal personen tegelijk moet worden benoemd, voorgedragen of aanbevolen, kan dit geschieden met één stembriefje, mits dit zodanig is ingericht dat voldaan wordt aan het bepaalde in het vorige lid.

3Wanneer niemand bij de eerste stemming de volstrekte meerderheid krijgt wordt een herstemming gehouden.

4De herstemming vindt plaats over de twee personen die het grootste aantal stemmen hebben verkregen.

5Indien bij de eerste stemming niet is uitgemaakt over welke twee personen de herstemming moet plaatshebben, wordt bij een tussenstemming beslist wie van degenen die een gelijk aantal stemmen verkregen in de herstemming komen.

6Wanneer bij herstemming geen volstrekte meerderheid wordt verkregen dan wordt een tweede herstemming gehouden.

7Wanneer bij tweede herstemming de geldig uitgebrachte stemmen gelijkelijk over twee personen zijn verdeeld beslist de voorzitter.

8De secretaris draagt er zorg voor dat de stembriefjes na de vaststelling van de uitkomst onmiddellijk worden vernietigd.

Hoofdstuk 3 Verslaglegging

Artikel 12 Besluitenlijst

1De secretaris draagt er zorg voor dat een besluitenlijst van de vergaderingen van gedeputeerde staten wordt opgesteld. Op deze lijst wordt in beknopte vorm per onderwerp het voorstel en daarbij behorend besluit vermeld.

2Besluiten ten aanzien waarvan geheimhouding als bedoeld in artikel 84 van de Provinciewet is opgelegd of besluiten waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang worden niet op de besluitenlijst als bedoeld in het eerste lid geplaatst.

3De secretaris houdt aantekening van de besluiten ten aanzien waarvan gedeputeerde staten geheimhouding hebben opgelegd als bedoeld in artikel 84 van de Provinciewet.

4De besluitenlijst als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld door gedeputeerde staten in de vergadering volgend op die waarin de besluiten zijn genomen.

Artikel 13 Communicatie over genomen besluiten

1De secretaris draagt er zorg voor dat van de vergaderingen van gedeputeerde staten een lijst wordt gemaakt, die het volgende bevat:

a) een samenvatting van de besluiten die gedeputeerde staten hebben genomen ten aanzien van de van ambtelijke zijde uitgebrachte openbare voorstellen;

b) een samenvatting van de besluiten die gedeputeerde staten hebben genomen ten aanzien van zogenaamde B-stukken, indien dit naar het oordeel van gedeputeerde staten relevant is.

2De lijst als bedoeld in het eerste lid wordt geacht te zijn vastgesteld door gedeputeerde staten aan het eind van de vergadering waarin de betreffende besluiten zijn genomen.

Hoofdstuk 4 Taakverdeling

Artikel 14 Portefeuilleverdeling

1Na elke periodieke benoeming van de leden verdelen gedeputeerde staten onderling hun taken.

2De taakverdeling kan tussentijds worden gewijzigd door gedeputeerde staten.

3Gedeputeerde staten geven kennis van de taakverdeling en eventuele tussentijdse wijzigingen daarin aan de leden van provinciale staten.

Artikel 15 Vervanging

1Gedeputeerde staten regelen de onderlinge vervanging in geval van verhindering of ontstentenis van één der gedeputeerden.

2Gedeputeerde staten regelen de vervanging van de Commissaris der Koningin in geval van diens verhindering of ontstentenis.

Artikel 16 Overdracht uitoefening bevoegdheden

1Gedeputeerde staten kunnen de uitoefening van een of meer van hun bevoegdheden opdragen aan een of meer van hun leden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet.

2Gedeputeerde staten kunnen de secretaris of een door hen aan te wijzen ambtenaar opdragen om namens hen besluiten uit te voeren.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 17 Uitleg reglement

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van het reglement beslissen gedeputeerde staten op voorstel van de voorzitter.

Artikel 18 Citeertitel

Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement van orde voor de vergaderingen van gedeputeerde staten van Limburg 2003”.

Artikel 19 Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking met ingang van 12 maart 2003. Per gelijke datum wordt het reglement van orde voor de vergaderingen van Gedeputeerde Staten van 1 januari 1996 ingetrokken.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.