Aanhef
Gedeputeerde Staten van Limburg maken bekend dat zij in hun vergadering van 30 januari 2018 het volgende besluit hebben genomen:
Gedeputeerde Staten van Limburg,
BESLUITEN
Gewijzigd vast te stellen de volgende regeling
Regeling Ontwikkelingsruimte Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum
Deel I Toelichting
1.1 Inleiding
In het verleden is veel ruimte, aan de Maas onttrokken. Ter plaatse van de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum kun je dit bijvoorbeeld goed zien in Wanssum, waar nauwelijks ruimte is voor een goede doorstroming van de Maas. De overstromingen in 1993 en 1995, hebben duidelijk gemaakt dat anders omgegaan moet worden met de Maas. Het is gebleken dat (meer) ruimte moet worden gegeven aan de rivier. Zo worden daarom bij de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum twee hoogwatergeulen aangelegd die bij hoogwater met de Maas kunnen mee stromen. Bovendien wordt de Oude Maasarm gereactiveerd waardoor bij hoogwater de rivier meer water kan afvoeren. Deze rivierverruimende maatregelen leiden tot aanzienlijk meer ruimte voor de Maas in de omgeving van Horst aan de Maas en Venray.
De nieuwe visie op hoogwaterbescherming is in de loop der jaren in strengere regelgeving vervat. De regelgeving is te vinden in de Beleidslijn Grote Rivieren (BGR) en het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Omgeving (BARRO) en is bedoeld om de ruimte die de rivier nodig heeft, en de veiligheid van het achterland te waarborgen.
In deze Regeling Ontwikkelingsruimte komen twee projectdoelstellingen van de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum samen: de hoogwaterbeschermingsdoelstelling en de ambitie om economische activiteiten te bevorderen en mogelijk te maken. Onder bepaalde omstandigheden staan deze twee doelstellingen elkaar feitelijk in de weg. In het kader van de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum worden deze doelen met elkaar gecombineerd zodat aan beide projectdoelstellingen wordt voldaan.
1.2 Ontwikkelingsmogelijkheden
In het kader van de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum geldt voor wat betreft de hoogwaterbeschermingsdoelstelling, een taakstelling voor het behalen van 35 cm waterstandsdaling. Daarnaast is het de bedoeling meer ruimtelijke ontwikkelingen voor economische initiatieven mogelijk te maken in het rivierbed. De provincie, als regisseur van de gebiedsontwikkeling, heeft daarom de ambitie om meer centimeters waterstandsdaling te realiseren dan nodig is om de taakstelling te halen. De extra centimeters bieden de mogelijkheid om nieuwe economische ontwikkelingen in het stroomvoerende deel van de rivier in het gebied toe te staan.
Ontwikkelingsmogelijkheden worden ook gerealiseerd door meer compenserende maatregelen te treffen, waardoor extra ruimte voor de rivier ontstaat om water te bergen. Het extra gecreëerde bergende volume maakt nieuwe ontwikkelingen in het bergende deel van de rivier mogelijk. De extra cm ‘s ‘waterstandsdaling’ en de kubieke meters ‘extra gecreëerd bergend volume’ noemen we de ‘Ontwikkelingsruimte’.
1.3 Initiatievenloket
Het Projectbureau Ooijen-Wanssum, te Wanssum, voert in opdracht van de provincie, de gebiedsontwikkeling uit. In verband met de economische projectdoelstelling van de gebiedsontwikkeling, is door het projectbureau in 2013 een Initiatievenloket opengesteld in 2013. Ondernemers met (uitbreidings)plannen zijn uitgenodigd hun plannen kenbaar te maken. Bij het loket, dat geopend was van 1 februari 2013 tot en met 15 mei 2013, zijn meer dan vijftig initiatieven ingediend. Van al deze initiatieven is het opstuwend effect onderzocht en is berekend hoeveel ontwikkelingsruimte nodig is om de aangemelde initiatieven, die aan de gestelde randvoorwaarden voldoen, te faciliteren. De verwachting is dat er ruim voldoende Ontwikkelingsruimte wordt gerealiseerd om deze aangemelde initiatieven te faciliteren.
Figuur 1: Contour initiatievenloket 2013
‘Gele gebied’ : “Hoewel er geen sprake is van een vergunningplicht, bestaat er nog steeds kans op hoogwater en (daaraan gerelateerde) schade. Bouwactiviteiten zijn voor eigen risico.
1.4 Ontwikkelingsruimte
De gerealiseerde ‘Ontwikkelingsruimte’ wordt in een ‘Ontwikkelingsfonds’ gereserveerd, waarbij de ontwikkelingsruimte wordt verdeeld over twee deelfondsen.
‘Deelfonds 1’ is de reservering van Ontwikkelingsruimte voor de aangemelde initiatieven, die aan de gestelde voorwaarden voldoen
1De voorwaarden vindt u in de Spelregels van deze regeling.
Dit fonds bestaat uit ontwikkelingsruimte voor zowel initiatieven in het bergende deel als in het stroomvoerende deel van de Maas.
Het fonds wordt gevuld met mm ’s ‘extra gecreëerde waterstandsdaling’, waardoor ruimtelijke initiatieven in het stroomvoerende deel van de Maas ontwikkeld kunnen worden. Bovendien wordt voor initiatieven in het bergende deel van de Maas ‘extra gecreëerd bergend volume’ gereserveerd. Dit deelfonds zal ruim voldoende ‘ontwikkelingsruimte’ bevatten voor de aangemelde initiatieven uit het Initiatievenloket.
‘Deelfonds 1’ wordt gedurende drie jaren na inwerkingtreding van deze Regeling exclusief gereserveerd voor de aangemelde initiatieven uit het Initiatievenloket, die aan de gestelde voorwaarden voldoen.
‘Deelfonds 2’ bestaat uit aanvullende Ontwikkelingsruimte voor (nieuwe) initiatieven in het stroomvoerende en bergende deel van de Maas. Vanaf inwerkingtreding van deze Regeling kunnen initiatiefnemers voor nieuwe initiatieven (niet-aangemelde initiatieven Initiatievenloket) aanspraak maken op Ontwikkelingsruimte uit ‘deelfonds 2’. Dit, op basis van het principe ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’.
Drie jaren na inwerkingtreding van deze Regeling worden beide fondsen samengevoegd. De restanten van beide fondsen vormen dan de resterende Ontwikkelingsruimte waar initiatiefnemers in het aangeduide gebied aanspraak op kunnen maken.
Opgelet: de initiatiefnemers van de aangemelde initiatieven in het Initiatievenloket hebben dus drie jaar lang een voordeel ten opzichte van ‘nieuwe’ initiatiefnemers. Na die drie jaar maken echter alle initiatiefnemers, los van een aanmelding bij een initiatievenloket, onder dezelfde voorwaarden aanspraak op de gerealiseerde ontwikkelingsruimte: Wie het eerst komt, die het eerst maalt.
‘Wie het eerst komt, die het eerst maalt’ komt tot uiting in de verlening van de PIAV, ‘de Provinciale Instemmings- en Akkoordverklaring’. De datum van de PIAV is bepalend voor de vraag wie als eerste ‘maalt’. Meer over de PIAV in de Spelregels, deel II van deze regeling.
De Ontwikkelingsruimte en de twee deelfondsen worden beheerd door de provincie.
1.5 De Regeling Ontwikkelingsruimte
Deze regeling bestaat naast deze toelichting, uit Afspraken over, en Spelregels voor de verdeling van de Ontwikkelingsruimte voor ruimtelijk-economische initiatieven. De Spelregels zijn de voorwaarden die gelden wanneer een initiatiefnemer aanspraak wil maken op Ontwikkelingsruimte. In deel III van deze regeling het convenant tussen Rijkswaterstaat (RWS) en provincie, waarin de overeengekomen werkwijze, in verband met de uitvoering van deze regeling, is geregeld
De regeling is van toepassing op het gearceerde gebied zoals weergegeven in figuur 2 en geldt in beginsel tien jaar. De regeling houdt op te bestaan indien er geen Ontwikkelingsruimte meer is. De inwerkingtreding van deze regeling wordt bekendgemaakt door Gedeputeerde Staten van Limburg, en geldt nadat een start is gemaakt met de rivier verruimende maatregelen van de gebiedsontwikkeling.
Het toepassingsgebied van deze regeling is sinds mei 2013 ( sluiting Initiatievenloket) op kleine onderdelen aangepast. De aanpassingen volgen op de verdere uitwerking van het ruimtelijk ontwerp en de begrenzing van het inpassingsplan. De verschillen tussen het plangebied van het initiatievenloket van mei 2013 en het toepassingsgebied van deze regeling zijn goed zichtbaar in figuur 3.
Figuur 2: Toepassingsgebied Regeling Ontwikkelingsruimte
Figuur 3: Toepassingsgebied Regeling Ontwikkelingsruimte met wijzigingen
Spelregels Ontwikkelingsruimte
Deel II Spelregels Ontwikkelingsruimte
2.1 Voor wie zijn deze spelregels bedoeld?
Bedrijven:
•In eerste instantie voor bedrijven die nu of in de toekomst (uitbreidings)plannen hebben in het stroomvoerende dan wel bergende deel van de Maas, én hun initiatieven hebben aangemeld bij het Initiatievenloket van het projectbureau Ooijen-Wanssum, én die gesitueerd zijn in het gebied van het gearceerde deel van figuur 1. Zie hiervoor de Toelichting, Deel I van deze regeling;
•In tweede instantie, voor bedrijven die nu of in de toekomst (uitbreidings)plannen hebben in het stroomvoerende dan wel bergende deel van de Maas, én hun initiatieven niet hebben aangemeld bij het initiatievenloket, én die gesitueerd zijn in het gebied van het gearceerde deel van figuur 3. Zie hiervoor de Toelichting, Deel I van deze regeling.
Een bedrijf wordt als bedrijf beschouwd indien het beschikt over een actuele inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
2.2 Voor wie zijn deze spelregels niet bedoeld?
De spelregels zijn niet bedoeld voor particulieren met particuliere initiatieven. De gebiedsontwikkeling richt zich op het creëren van ruimtelijke ontwikkelingsruimte voor economische initiatieven van ondernemers in het gearceerde gebied van figuur 3.
2.3 Voor welke activiteiten zijn de spelregels van belang?
De spelregels zijn van belang voor niet-riviergebonden activiteiten in het stroomvoerende deel van de Maas, en voor activiteiten in het bergende deel van de rivier. Het gaat om ruimtelijk economische activiteiten van bedrijven.
Uit de Handreiking Beleidslijn Grote Rivieren:
De begrenzing van het rivierbed van de onbedijkte Maas wordt gevormd door hoge gronden. Van oudsher werd in dit deel van de Maas bij de vergunningverlening in het kader van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (nu: Waterwet) een onderscheid gemaakt tussen het stroomvoerend en bergend gedeelte van het rivierbed. Dit onderscheid is in de Beleidslijn grote rivieren overgenomen, waarbij respectievelijk het stroomvoerend en het bergend afwegingsregime van toepassing is.
In het gedeelte van het rivierbed waar het stroomvoerend regime geldt worden in principe alleen riviergebonden activiteiten toegestaan. Hiervoor geldt een ‘ja, mits’ afweging hetgeen betekent dat riviergebonden activiteiten zijn toegelaten mits aan rivierkundige voorwaarden wordt voldaan.
Voor niet- riviergebonden activiteiten in het deel van het rivierbed waar het stroomvoerend regime van toepassing is, geldt een ‘nee, tenzij’ toetsingsregime. Dat wil zeggen dat uitbreiding of nieuw vestiging van niet-riviergebonden activiteiten in principe niet mogelijk is, tenzij voorafgaand onderzoek aantoont dat specifieke omstandigheden van toepassing zijn. Activiteiten in het bergend deel van de rivier zijn toegestaan mits aan rivierkundige voorwaarden wordt voldaan en voldoende compenserende maatregelen worden getroffen.
2.4 Voor welke activiteiten zijn deze spelregels niet bedoeld?
Deze spelregels zijn niet bedoeld voor de activiteiten als genoemd in art. 3 van de Beleidsregels grote rivieren. Het gaat hier om kleine, tijdelijke of voor het rivierbeheer noodzakelijke activiteiten.
De Beleidslijn grote rivieren
Het uitgangspunt van de Beleidslijn grote rivieren is het waarborgen van een veilige afvoer en berging van rivierwater, onder normale en onder maatgevende hoogwaterstanden, en het bieden van voldoende ontwikkelingsmogelijkheden voor overheden om te zorgen voor een goede ruimtelijke ordening. De beleidslijn gaat uit van een eigen risico en verantwoordelijkheid ten aanzien van ontstane schade door hoogwater voor activiteiten in het rivierbed. Initiatiefnemers in het rivierbed zijn zelf aansprakelijk voor schade en zelf verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen om zich tegen potentiële schade te beschermen. De Beleidslijn grote rivieren heeft als doelstelling om:
-de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed te behouden;
-ontwikkelingen tegen te gaan die de mogelijkheid tot rivierverruiming door verbreding en verlaging nu en in de toekomst feitelijk onmogelijk maken (de zogenaamde feitelijke belemmeringenzone). Het afwegingskader in deze beleidslijn is bedoeld om te kunnen beoordelen of activiteiten kunnen plaatsvinden in het rivierbed, en zo ja, onder welke voorwaarden. De beleidslijn zelf is geen instrument om actief rivierverruiming uit te voeren. Daarvoor bestaan andere kaders en procedures. Wel biedt het afwegingskader mogelijkheden om binnen de gestelde voorwaarden initiatieven voor rivierverruimende maatregelen uit te voeren.
2.5 Waar, op welk gebied is de Regeling van toepassing?
De regeling is van toepassing op het gebied dat is weergegeven in figuur 3. Op termijn, na uitvoering van de gebiedsontwikkeling, wordt een aanpassing van de kaarten van de beleidslijn Grote Rivieren verwacht. Als gevolg van deze aanpassing kan het toepassingsgebied van de Regeling Ontwikkelingsruimte ook wijzigen omdat de figuren in deze regeling op deze kaarten is gebaseerd. Wanneer de aanpassing van de kaarten van de Beleidslijn Grote Rivieren in werking is getreden, volgt, zo nodig wijziging van deze regeling door aanpassing van het toepassingsgebied zoals weergegeven in figuur 2. Deze aanpassing zal via de sites van de provincie en het projectbureau worden bekendgemaakt: www.ooijen-wanssum.nl , en www.limburg.nl, onder het kopje ‘Bekendmakingen’.
2.6 Vanaf welk moment kunt u van deze regeling gebruik maken?
De ‘Regeling Ontwikkelingsruimte gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum’ treedt in werking voor aanvragen om ‘Ontwikkelingsruimte’, vanaf het moment, dat in het kader van de realisatie van de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum, ‘de eerste schop’ in de grond gaat en daarmee een start gemaakt wordt met de aanleg van de rivierverruimende maatregelen van de gebiedsontwikkeling.
Dat moment, ‘de eerste schop in de grond’ is het moment dat feitelijk een start wordt gemaakt met de uitvoering van de gebiedsontwikkeling. In dit kader, bestaat ‘dat moment’ eigenlijk uit twee afzonderlijke momenten, afhankelijk van waar het ruimtelijk initiatief wordt beoogd. Er geldt het moment van ‘eerste schop in de grond’ voor de inwerkingtreding van de Regeling voor initiatieven in het stroomvoerende deel én een moment van ‘eerste schop in de grond’ voor de initiatieven die beoogd worden in het bergende deel van de Maas. Met andere woorden, wanneer feitelijk gestart is met de werkzaamheden die bijdragen aan het bereiken van extra waterstandsdaling, dat is het moment waarop de Regeling openstaat voor de initiatieven die beoogd worden in het stroomvoerende deel van de Maas. Het gaat dan om de aanleg van de hoogwatergeulen Ooijen en Wanssum en de reactivering van de Oude Maasarm. Zodra feitelijk gestart wordt met de werkzaamheden die bijdragen aan het creëren van extra bergend vermogen van de rivier, dat is het moment dat de initiatiefnemers van initiatieven in het bergende deel van de Maas aanspraak kunnen maken op Ontwikkelingsruimte uit de Regeling.
De inwerkingtreding van de ’Regeling Ontwikkelingsruimte gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum’ zal via de websites van de provincie en het projectbureau worden bekendgemaakt: www.ooijen-wanssum.nl , en www.limburg.nl, onder het kopje ‘Bekendmakingen’.
2.7 Hoe kunt u aanspraak maken op Ontwikkelingsruimte?
Om uw initiatief te kunnen ontwikkelen heeft u waarschijnlijk verschillende besluiten, toestemmingen, ontheffingen nodig. Een van die toestemmingen betreft de watervergunning waardoor het u wordt toegestaan activiteiten in het rivierbed te ontplooien. De gerealiseerde Ontwikkelingsruimte wordt, indien u dit aanvraagt bij Rijkswaterstaat en aan de voorwaarden ingevolge de Waterwet en deze regeling voldoet, in deze vergunning aan u vergund.
Opgelet: de initiatiefnemers van de aangemelde initiatieven in het Initiatievenloket hebben drie jaar lang een voordeel ten opzichte van ‘nieuwe’ initiatiefnemers. Na die drie jaar maken echter alle initiatiefnemers, los van een aanmelding bij het Initiatievenloket, onder dezelfde voorwaarden aanspraak op de gerealiseerde ontwikkelingsruimte: Wie het eerst komt, die het eerst maalt. U leest hierover meer in Deel I, de Toelichting.
Een aanvraag om een watervergunning waarbij aanspraak gemaakt wordt op een deel van de Ontwikkelingsruimte, kan worden gedaan indien de initiatiefnemer beschikt over een ‘Provinciale Instemmings- en Akkoordverklaring’ (PIAV) van de provincie. De PIAV, de Provinciale Instemmings- en Akkoordverklaring is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Met deze PIAV is voor Rijkswaterstaat duidelijk dat de provincie er mee in stemt en akkoord gaat met het ‘afstaan’ van ‘ontwikkelingsruimte’ in de watervergunning van de provincie, ten behoeve van een watervergunning voor een ruimtelijke ontwikkeling van een initiatiefnemer. Deze instemming betreft geen planologische beoordeling. Ook natuur- en milieuaspecten als flora en fauna, geluid, bodem, externe veiligheid e.d. die bij de voorgenomen ontwikkeling aan de orde kunnen zijn, worden niet betrokken bij de PIAV. De PIAV betreft puur de boekhouding van de beschikbare ontwikkelingsruimte uit deelfonds 1 en 2.
Tegen het niet al dan niet afgeven van een PIAV staat derhalve geen bezwaar of beroep open. Ook niet voor derden.
2.8 Waar kan het verzoek voor een PIAV worden ingediend?
Zodra de Regeling Ontwikkelingsruimte Gebiedsontwikkeling Ooijen Wanssum in werking is getreden, zal op de website van de Provincie Limburg (www.limburg.nl) en van Gebiedsontwikkeling Ooijen Wanssum (www.ooijen-wanssum.nl) een formulier beschikbaar worden gesteld waarmee het verzoek kan worden gedaan. De initiatiefnemer stuurt het ingevulde PIAV-verzoek vervolgens naar:
Provincie Limburg
Cluster Ruimte
Postbus 5700
6202 MA MAASTRICHT
2.9 Wanneer kan een PIAV worden verleend?
U kunt als initiatiefnemer een watervergunning aanvragen zodra u over een ‘Provinciale Instemmings- en Akkoordverklaring’ beschikt. De PIAV wordt door de provincie verstrekt indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
•De Regeling Ontwikkelingsruimte Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is in werking getreden;
•Er is nog voldoende ‘Ontwikkelingsruimte’ voor de betreffende ontwikkeling;
•Het initiatief is voldoende concreet: duidelijkheid moet bestaan over de locatie van het bouwwerk, de oppervlakte van de bebouwing, de hoogte en het volume van de bebouwing;
•De gemeente heeft schriftelijk verklaard in beginsel in planologische zin te willen meewerken aan het initiatief;
•Voor Initiatieven die in de beschermingszone van de bestaande en/of nieuwe waterkeringen komen, geldt dat er een verklaring is van het waterschap waaruit blijkt dat er in beginsel geen waterstaatkundige bezwaren bestaan tegen het initiatief, op de beoogde locatie;
•De hydraulische effecten van het initiatief zijn in beeld gebracht. Dit geldt alleen voor de nieuwe initiatieven (dit zijn de niet-aangemelde initiatieven bij het initiatievenloket ).
Let op: Vaak is er ook een watervergunning nodig voor andere activiteiten, zoals het onttrekken van grondwater, het in brengen van, of onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam en lozen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam. Meer informatie is te vinden op verschillende websites, zoals: http://www.rijkswaterstaat.nl/rws-loket/vergunningen/ en www.helpdeskwater.nl en www.waternet.nl.
2.10 Waar dien ik de aanvraag voor een watervergunning in?
De aanvraag voor een watervergunning dient u in via het digitale Omgevingsloket, onder vermelding van ‘Regeling Ontwikkelingsruimte Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum’. Vóór dat u de aanvraag formeel indient, is het raadzaam om vooraf contact op te nemen met Rijkswaterstaat, voor vooroverleg over uw aanvraag. Neemt u hiervoor contact op met nr. 043-3294444.
Bij uw aanvraag voegt u een kopie van de Provinciale Instemmings- en Akkoordverklaring, de PIAV.
In het Waterbesluit en de Waterregeling is opgenomen hoe de watervergunning moet worden aangevraagd. De aanvraag wordt gedaan via het digitale omgevingsloket bekend onder de naam Omgevingsloket Online (OLO). www.omgevingsloket.nl
Wanneer voor uw initiatief een PIAV is verleend, heeft u om uw initiatief daadwerkelijk te kunnen ontwikkelen, naast een watervergunning mogelijk ook nog andere besluiten nodig. Denk daarbij aan een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’. Ook deze aanvraag wordt gedaan via het OLO.
Neemt u hiervoor contact op met de gemeente Venray via nr. 0478 - 523 333 of met de gemeente Horst aan de Maas, via nr. 077 - 477 97 77.
2.11 Toetsing van de aanvraag voor een watervergunning door Rijkswaterstaat en het Waterschap
Rijkswaterstaat is het bevoegd gezag voor het verlenen van de watervergunning en als bevoegd gezag maakt zij haar eigen afweging, op grond van wet- en regelgeving. Mogelijk heeft u daarnaast toestemming nodig van het waterschap. Ook het waterschap maakt haar eigen afweging als bevoegd gezag, binnen de grenzen van wet- en regelgeving.
Op de verlening van de vergunning op grond van de Waterwet is de Algemene wet bestuursrecht (Awb) eveneens van toepassing. Dat betekent dat ook derden bezwaar of beroep kunnen instellen tegen de verleende vergunning. Dit geldt ook voor de eventueel andere benodigde besluiten, zoals de hiervoor genoemde omgevingsvergunning.
2.12 Welke initiatieven ‘kosten’ Ontwikkelingsruimte?
De Ontwikkelingsruimte bestaat uit extra ‘gecreëerde waterstandsdaling’ en extra ‘gecreëerde bergend volume'. De extra ‘gecreëerde waterstandsdaling’ drukken we uit in cm ’s of mm ‘s. Het extra ‘gecreëerde bergend volume’ wordt weergegeven in aantallen kubieke meter (m3).
Initiatieven die worden gerealiseerd in het stroomvoerende deel van de rivier ‘kosten’ mm ‘s aan extra 'gecreëerde waterstandsdaling'. Dit is de extra gerealiseerde waterstandsdaling, bovenop de taakstelling van 35 cm, gemeten in de as van de rivierkilometer 123.
Initiatieven die worden aangelegd in het bergende deel van de rivier ‘verbruiken’ m3 aan gecreëerde bergend volume voor de Maas.
Het is mogelijk dat sprake is van een initiatief waarvan de beoogde locatie is gelegen in het bergende deel én in het stroomvoerende deel van de Maas. Voor dit initiatief is zijn zowel mm ‘s extra 'gecreëerde waterstandsdaling', als kubieke meters ‘gecreëerd bergend volume’ nodig.
2.13 Hoe lang is de regeling van kracht?
De regeling heeft in beginsel een duur van 10 jaar. Indien na de duur van tien jaar nog ‘Ontwikkelingsruimte’ resteert, volgt een evaluatie en zo nodig aanpassing van de Regeling. De Regeling vervalt in ieder geval als ‘de Ontwikkelingsruimte’ op is.
Indien gedurende de looptijd van deze regeling, de Waterwet en/of onderliggende regelingen worden gewijzigd, dan wordt deze regeling, voor zover nodig, daarmee in overeenstemming gebracht.
2.14 Wat is de juridische status van de Regeling Ontwikkelingsruimte?
Deze regeling is informatief en toelichtend van aard. Het betreft hier geen beleidsregel in de zin van art. 4:81 Awb.
Het convenant in de regeling is een overeenkomst tussen Gedeputeerde Staten en Rijkswaterstaat Zuid Nederland.
2.15 Ben ik verplicht om van deze regeling gebruik te maken?
Nee. U bent niet verplicht om van deze regeling gebruik te maken. Het staat u steeds vrij om zelfstandig uw eigen initiatief te ontwikkelen en in procedure te brengen. Het is verstandig dat u vooraf hierover in gesprek gaat met uw gemeente en Rijkswaterstaat en/of het waterschap.
2.16 Contactgegevens
Voor meer informatie over de regeling kunt u terecht bij het projectbureau Ooijen –Wanssum, telefoonnummer: 0478 – 853 888 of bij Cluster Ruimte van de Provincie Limburg, telefoonnummer: 043-389 99 99.
Bijlage 1: Stroomschema Regeling Ontwikkelingsruimte
Bijlage 2: Rekenregel 6 d Beleidslijn Grote Rivieren (BGR)
De extra te bereiken waterstandsdaling en het extra te creëren bergend vermogen, zorgen er voor dat ruimte voor economische initiatieven in het bergende en stroomvoerende deel van de Maas mogelijk worden. Onderstaande formule en toelichting maken duidelijk hoeveel ontwikkelingsruimte ontstaat in het stroomvoerende deel van de Maas als gevolg van de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum.
De 6d-formule maakt gebruik van de volgende variabelen:
•Oppervlakte initiatief (ha)
•Vrije ruimte (ha)
•Taakstelling (cm)
•Waterstanddaling (cm)
De volgende variabelen zijn in dit gebied bekend:
•Taakstelling = 45 centimeter. Dit is de taakstelling voor Ooijen-Wanssum (35 cm) aangevuld met de resterende taakstelling vanuit het Deltaprogramma (8 cm) en de ‘overruimte’ (2 cm).
•Vrije ruimte = 474 ha. Dit is de oppervlakte van het stroomvoerende gebied binnen de projectgrens Ooijen-Wanssum minus de oppervlakte die i.h.k.v. de gebiedsontwikkeling wordt vergraven en/of omgevormd tot natuur en minus de 250 m brede strook langs de Maas die gereserveerd is voor toekomstige rivierverruiming.
•De beschikbare waterstanddaling (lees overruimte) van de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum bedraagt 2 centimeter (vastgelegd in contract met aannemer)
Conclusie:
De beschikbare ontwikkelingsruimte voor initiatieven bedraagt 21 ha.