Aanhef
Gedeputeerde Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in art. 3.12 Algemene wet bestuursrecht (Awb) bekend dat zij in hun vergadering van 25 augustus 2026 het volgende besluit hebben genomen:
Gedeputeerde Staten van Limburg,
Kennisgeving vaststelling Natuurbeheerplan Limburg 2027
Gedeputeerde Staten van Limburg maken bekend dat zij op 25 augustus 2026 het Natuurbeheerplan Limburg 2027 definitief hebben vastgesteld. De wijzigingen betreffen zowel de kaarten als het tekstuele deel van het Natuurbeheerplan. De overwegingen met betrekking tot de wijzigingen zijn opgenomen in de ‘Nota van Wijzigingen 2027’ evenals de behandelingen van de zienswijzen in de ‘Nota van Zienswijzen’. De locaties van de wijzigingen zijn tevens ruimtelijk weergegeven in de digitale viewer van de provincie Limburg.
Het Natuurbeheerplan vormt het beleidskader voor de realisatie van het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid. Het plan vormt tevens het kader voor subsidieverlening uit het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer.
Procedure
De voorbereiding en vaststelling van de wijzigingen van het Natuurbeheerplan Limburg 2027 volgen de uniforme openbare voorbereidingsprocedure volgens afdeling 3.4 van de Awb.
Inzage stukken
Het besluit en de bijbehorende stukken, waaronder de Nota van Wijzigingen 2027 en de Nota van Zienswijzen, liggen vanaf de dag na deze publicatie gedurende zes weken ter inzage bij de Provincie Limburg, Limburglaan 10 te Maastricht, en zijn in te zien via: https://www.limburg.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/beleid-data/natuur-subsidies/
3. Subsidiestelsel Natuur en Landschap 2016
3.2. Natuurbeheerplan: de Beheertypenkaart, de Ambitiekaart en de agrarische zoekgebiedenkaart
3.2.1. Beheertypenkaart
Op de Beheertypenkaart is per natuurterrein aangegeven welke natuurtypen (N01-N17) of landschapselementtypen (L01 – L04) aanwezig zijn en waarvan het behoud wordt nagestreefd. Per (deel van het) natuurterrein is één beheertype toegekend. Indien er nog geen bestaand beheertype aanwezig is, betekent dit dat hier ontwikkeling tot een gewenst beheertype uit de Ambitiekaart nodig is. Voor het bepalen van het dan gewenste beheertype moet in sommige gevallen nog aanvullend onderzoek plaatsvinden.
Op bestaande of gerealiseerde areaaluitbreiding van natuur kan ook subsidie voor landschapsbeheer worden verstrekt. Op de beheertypenkaart is aangegeven voor welke landschapselementen subsidies landschapsbeheer kunnen worden verstrekt. Individuele landschapselementen die in natuurbeheergebied liggen en door de provincie als zodanig worden erkend, zijn op de beheertypenkaart aangegeven.
De beheertypenkaart volgt de ontwikkeling van de natuurbeheertypen die in het veld voorkomen. Dit houdt in dat Gedeputeerde Staten de kaart kunnen actualiseren, bijvoorbeeld op basis van een recente vegetatiekartering. Beheerders dienen er daarom rekening mee te houden dat de beheertypen op hun percelen kunnen wijzigen. Beheerders worden om die reden geadviseerd de beheertypenkaart regelmatig te controleren, ook tijdens een lopende subsidietermijn. Indien zij dit nodig achten, kunnen beheerders bij een herziening van het natuurbeheerplan een verzoek indienen voor wijziging van de beheertypenkaart. Dit geldt vooral in de jaren voorafgaand aan een nieuwe aanvraag voor beheersubsidie.
Let op: De beheerder/aanvrager is nadrukkelijk zelf verantwoordelijk voor het (tijdig) signaleren van noodzakelijke wijzigingen en het indienen van een wijzigingsverzoek alvorens beheersubsidie aan te vragen.
3.2.2. Agrarische zoekgebieden - Beheersubsidie voor Agrarische natuur- en landschapsbeheer (ANLb)
Voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) onderscheidt de provincie de volgende drie leefgebieden: open grasland, open akkerland en dooradering. Deze drie leefgebieden zijn de drie agrarische natuurtypen van de Index Natuur en Landschap. Daarnaast wordt gewerkt met een categorie water en een categorie klimaat.
In het Natuurbeheerplan worden deze drie agrarische natuurtypen en de categorieën water en klimaat als agrarische zoekgebieden op kaart aangeduid. Alleen binnen de begrenzing van de zoekgebieden is subsidie voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer mogelijk.
Voor de drie agrarische natuurtypen en categorieën worden subsidiecriteria meegegeven. Deze criteria beschrijven de instapeisen voor een ecologisch effectieve subsidieaanvraag.
De agrarische collectieven werken dit verder uit naar beheerpakketten voor verschillende typen beheer en sluiten met hun deelnemers contracten af voor de beheeractiviteiten die zij zullen uitvoeren.
In de provinciale viewer zijn de kaarten te vinden voor de agrarische leefgebieden en de categorieën waterbeheergebied en klimaatbeheergebied. De leefgebieden en de categorie water kennen op hun beurt ‘deelgebieden’. Daarom is in de benaming steeds aangeven tot welk leefgebied een deelgebied behoort. Bijvoorbeeld het deelgebied ‘Broedende akkervogels in leefgebied Open akkerland’. De ‘Deelgebieden’ zoals bedoeld in dit natuurbeheerplan zijn in feite gebieden met uitgewerkte specifieke voorwaarden, zoals verder uitgewerkt in paragraaf 4.3 en 4.4 en in Bijlagen van dit Natuurbeheerplan.
Het doel binnen de leefgebieden is om populaties van bedreigde (agrarische) doelsoorten te beschermen en te versterken, waarvoor specifiek agrarisch natuurbeheer wordt gevoerd. Welke specifieke doelstellingen de provincie heeft met betrekking tot soorten of soortengroepen wordt beschreven in hoofdstuk 4 en de bijlagen.
Bij de begrenzing van de agrarische leefgebieden/zoekgebieden in het Natuurbeheerplan en de keuze voor doelsoorten, is rekening gehouden met aanwezige waarden in aangrenzende natuur, aangrenzende provincies en het buitenland.
Het streven is om het beheer in te zetten in de meest kansrijke leefgebieden, voor stabiele populaties. Hierbij is de versterking, buffering en/of verbinding van het Limburgse Natuur Netwerk een belangrijk uitgangspunt. Tevens is het gericht op kansrijkheid voor soorten die (deels) afhankelijk zijn van het agrarische cultuurlandschap. Vanaf 2027 wordt het ANLb aanvullend versterkt met Rijksmiddelen uit het programma Agrarisch Natuurbeheer (ANB). Deze middelen worden conform een gezamenlijk (LVVN en IPO) opgestelde Leidraad ingezet in de prioritaire gebieden. De Leidraad wordt specifiek omschreven in hoofdstuk 4 paragraaf 4.3 en 4.4.
In het openstellingsbesluit worden de subsidiemogelijkheden voor agrarische collectieven aangegeven, zoals het subsidieplafond, de beheerperiode en de zoekgebieden. De afbakening van de zoekgebieden is op kaart te zien in de digitale kaartviewer van het natuurbeheerplan. Specifieke subsidievoorwaarden en verplichtingen zullen in de subsidiebeschikking worden vastgelegd. Individuele beheerders kunnen geen ANLb subsidie bij de provincie aanvragen, enkel gecertificeerde agrarische collectieven kunnen dat. De voorwaarden en mogelijkheden voor beheervergoedingen van de individuele beheerders krijgen zij van het agrarische collectief waarbij zij als lid zijn aangesloten.
3.2.2.1Mogelijkheden agrarisch natuurbeheer binnen het Natuurnetwerk
Het agrarisch natuurbeheer binnen het Natuurnetwerk is alleen mogelijk binnen de op de Agrarische Leefgebiedenkaart aangewezen leefgebieden op nog te realiseren areaaluitbreiding natuur (C1 of C2 gronden). Op deze hoofdregel bestaat één uitzondering wanneer het agrarisch natuurbeheer een wezenlijke bijdrage levert aan het te realiseren natuurdoel (eindbeheer). Hieronder valt, maar is niet beperkt tot, terreinen waarop wordt ingezet op instandhouding en uitbreiding van de prioritaire soort de hamster en het donker pimpernelblauwtje. Daarnaast is het mogelijk om het agrarische natuur- en landschapsbeheer, waar dat afgelopen jaar is uitgevoerd, te continueren tot aan de definitieve omvorming naar natuur. Op deze manier kan het agrarisch natuurbeheer een overgang vormen bij de omvorming van landbouwgrond naar natuurgrond. In afstemming met het agrarische natuurcollectief wordt aangestuurd op de realisatie van het prioritair nog te realiseren natuurareaal.
3.2.3. Ambitiekaart
De Ambitiekaart geeft weer op welke terreinen het de ambitie is om tot ontwikkeling te komen van terreinen anders dan natuur naar natuur, dan wel het verbeteren van de kwaliteit van de aanwezige natuur in een natuurterrein of op landbouwgrond.
3.2.3.1Gebiedscategorieën
Op de Ambitiekaart zijn de terreinen ingedeeld in gebiedscategorieën. De Ambitiekaart kent de volgende gebiedscategorieën:
Tabel 1: Beschrijving van de gebiedscategorieën binnen het Provinciaal Natuurbeheerplan.
Gebiedscategorie
Omschrijving
Bestaande natuur
B
Bestaand natuurterrein
Areaaluitbreiding natuur (verwerving & functieverandering gerealiseerd)
C
Areaaluitbreiding natuur (C): verworven & ingericht door provincie of het rijk of door een derde reeds gerealiseerd
Areaaluitbreiding natuur (verwerving)
Cni
Areaaluitbreiding natuur (Cni): blijvend beschikbaar voor natuur door verwerving door provincie of het rijk of een derde (deze laatste met vestiging KV ten gunste van de provincie), waarbij de inrichting nog moet plaatsvinden.
Areaaluitbreiding natuur (nog te realiseren verwerving/functieverandering)
C1
Areaaluitbreiding nog niet gerealiseerde prioritaire natuur (C1): functieverandering: subsidiabel SKNL (indien opengesteld)
Areaaluitbreiding natuur (zoekgebied natuurcompensatie)
C2
Areaaluitbreiding nog niet gerealiseerde verwerving of functieverandering minder prioritaire natuur/zoekgebied natuurcompensatie(C2): functieverandering en inrichting niet subsidiabel SKNL/zoekgebied natuurcompensatie
Nog agrarisch verpachte begrensde natuur
Cp1
Vóór 2011 door de Staat en/of Provincie in verpachte staat gefinancierde prioritaire natuurgronden, met status natuur, in bezit van terreinbeheerders: ontpachting subsidiabel SKNL (indien opengesteld)
Nog agrarisch verpachte begrensde natuur
Cp2
Vóór 2011 door de Staat en/of Provincie in verpachte staat gefinancierde natuurgronden, met status natuur, in bezit van terreinbeheerders: ontpachting niet subsidiabel SKNL*
Aanvullende categorieën
Cm
Areaaluitbreiding natuur: functieverandering en inrichting door derden gerealiseerd of nog te realiseren binnen Grensmaasgebied: beheer subsidiabel.
Cs
Areaaluitbreiding natuur: gerealiseerd door provincie of rijk binnen Grensmaasgebied: beheer niet subsidiabel
Co
Areaaluitbreiding natuur: realisatie of nog te realiseren natuur als gevolg van vereiste natuurcompensatie en/of gefinancierd door een derde partij).
Cob
Areaaluitbreiding natuur: realisatie of nog te realiseren natuur als gevolg van vereiste natuurcompensatie en/of gefinancierd door een derde partij op terreinen die onderdeel zijn van de ontwikkelopgave natuur.
*Tenzij GS in het openstellingbesluit wel tot (gedeeltelijke) openstelling besluiten
Bovenstaande indeling (bestaande natuur, areaaluitbreiding natuur, beheersgebied) komt grotendeels overeen met de opbouw van het Natuurnetwerk Limburg in de Provinciale Omgevingsvisie (voorheen de Goudgroene natuurzone in het POL-2014), waarvan het Provinciaal Natuurbeheerplan een nadere uitwerking is.
3.2.3.2Streefbeheertypen
Op de Ambitiekaart zijn voor (toekomstige) natuurterreinen streefbeheertypen opgenomen. De streefbeheertypen zijn een weergave van de ambitie voor die specifieke terreinen. Nadat de streefbeheertypen zijn gerealiseerd, worden deze overgenomen op de beheertypenkaart. Het gaat met name om terreinen die nog omgevormd moeten worden naar natuur of terreinen waar een kwaliteitsimpuls wenselijk is. Opname van de streeftypen in de ambitiekaart is ook de basis voor het eventuele openstellingsbesluit voor functieverandering, inrichting en kwaliteitsverbetering op grond van de SKNL.
Voor de streefbeheertypen wordt aangesloten bij de Index Natuur en Landschap.
3.2.4. Beschikbaarheid van het Provinciaal Natuurbeheerplan en kaartmateriaal
De teksten, tabellen en het kaartmateriaal van het Natuurbeheerplan zijn enkel digitaal te raadplegen via de provinciale website (zie hieronder). Voor het bekijken van het kaartmateriaal is een kaartviewer beschikbaar. In deze viewer zijn de kaarten van het natuurbeheerplan, alsmede diverse andere topografische ondergronden en beleidskaarten te raadplegen.
Het Natuurbeheerplan is te raadplegen via onderstaande website (rechter kolom):
https://www.limburg.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/beleid-data/natuur-subsidies/
3.2.5. Monitoring
Er wordt gewerkt aan het provinciaal monitoringplan. De provincie heeft in 2015 het provinciaal meerjarenprogramma monitoring vastgesteld met als belangrijk onderdeel daarin de rapportagecyclus. Op basis van dit meerjarenprogramma wordt periodiek (jaarlijks tot eens in de zes jaar) de monitoring voor zowel natuur in de natuurgebieden als natuur in de agrarische gebieden uitgevoerd.
Monitoring is een essentieel onderdeel van de beheercyclus. De uitvoering van het beleid en het beheer dient onderzocht te worden om te weten of de afgesproken doelen ook gehaald en zo nodig bijgesteld moeten worden. Behalve informatie over de gerealiseerde hectares en het daarvoor benodigde geld (kwantiteit), is ook informatie nodig over de resultaten in termen van bijv. aantallen dieren en planten (kwaliteit).
Voor de monitoring van het (agrarisch) natuurbeheer is een uniforme landelijke systematiek ontworpen.
Natuurbeheer
Voor de monitoring van het natuurbeheer is door de gezamenlijke provincies in overleg met de natuurbeheerders een methodiek vastgesteld, die is beschreven in de “Werkwijze Monitoring en Beoordeling Natuurnetwerk en Natura 2000/PAS”, die te vinden is op de website van BIJ12 (https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/productencatalogus/methodieken/werkwijze-monitoring/). Hierin wordt per beheertype beschreven welke monitoring noodzakelijk is en hoe deze moet worden uitgevoerd. Op de website van BIJ12 zijn ook bijlagen en achtergronddocumenten te downloaden.
Gecertificeerde natuurbeheerders hebben het recht om de monitoring zelf uit te (laten) voeren en krijgen daarvoor een monitoringssubsidie gebaseerd op de monitoringstarieven zoals vastgesteld in het openstellingsbesluit. Voor de overige natuurbeheerders voert de provincie de monitoring uit.
Agrarisch natuur- en landschapsbeheer
Voor de monitoring van het agrarisch natuurbeheer is in 2016 een systematiek ontwikkeld. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen beheermonitoring (het verzamelen van natuurgegevens die nodig zijn om het beheer (beter) uit te voeren) en beleidsmonitoring (het verzamelen van gegevens om de realisatie van de beleidsdoelen (op provinciaal, landelijk en Europees niveau) te evalueren).
De verantwoordelijkheid voor de beheermonitoring bij het agrarisch natuurbeheer ligt bij de agrarische collectieven. De provincies zijn verantwoordelijk voor de beleidsmonitoring.
Water
De blauwe diensten worden ingezet op het leveren van een bijdrage aan de waterkwaliteit van de KRW-watergangen en het verhogen van het waterbergend vermogen. Hiervoor is een bestaand monitoringsprogramma van waterschappen en provincies (kwaliteit en kwantiteit) via welke lijn de toestand en ontwikkeling van de betreffende parameters worden gemonitord. Dit betekent dat voor blauwe diensten niet een apart monitoringsprogramma ontwikkeld hoeft te worden.
Klimaat
Klimaatmaatregelen worden ingezet om een bijdrage te leveren aan CO2 vastlegging en het reduceren van broeikasgassen. Daarnaast wordt er ingezet op klimaatadaptatie door middel van vernatting, het opvangen van waterpieken en droogte en omgaan met verzilting.
Er is voor klimaatmaatregelen (ANLb) momenteel geen specifiek beleidsmonitoringsprogramma ontwikkeld.
4. Natuur- en Landschapsdoelen
4.4. Beleidsdoelen en criteria water en klimaat
4.4.1. Water
Het waterbeleid van de provincie Limburg is opgenomen in het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027. Het programma is een uitwerking van de Omgevingsvisie Limburg en bevat de doelstellingen die de Provincie de komende periode samen met onze partners willen bereiken op het gebied van water. Centraal staat hierbij het realiseren van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem. Het waterprogramma geeft uitwerking aan de provinciale belangen:
-Een integrale en realistische benadering van hoogwaterbescherming, wateroverlast, watertekort, verdroging en de verbetering van de waterkwaliteit in het stroomgebied van de Maas.
-Het in samenhang bezien en aanpakken van de zoetwatervoorziening (voor drinkwater en andere functies), natuurherstel, watersysteemherstel, waterveiligheid, landbouw en de stikstofproblematiek.
-Een ecologisch gezond, veerkrachtig en adaptief watersysteem om weersextremen zoveel mogelijk op een natuurlijke wijze op te vangen.
Deze waterdoelen zijn ook het uitgangspunt voor het agrarisch natuurbeheer in Limburg.
De waterdoelen sluiten aan bij de Stimuleringsregeling Water vasthouden landbouwpercelen Zuid-Limburg 2022. Het zijn diverse maatregelen die aansluiten op de verschillende teelten van gewassen die plaatsvinden in Zuid-Limburg. Door de maatregelen toe te passen, wordt er extra water op een landbouwperceel vastgehouden. De genoemde maatregelen dragen bij aan het duurzaam bergen van water maar hebben daarnaast ook deels invloed op andere opgaven die spelen in het landelijk gebied zoals droogte, waterkwaliteitsverbetering en biodiversiteit. De waterdoelen sluiten ook aan bij de uitvoeringsovereenkomst ‘Propositie Heuvelland’ die tot doel heeft samen te werken aan de verduurzaming van water- en bodembeheer door agrariërs in het Heuvelland.
In dit Natuurbeheerplan komen de doelen van het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 tot uiting in onder andere de bijdrage die wordt geleverd aan de verbetering van oppervlaktewaterkwaliteit en verbetering van de grondwaterkwaliteit, alsook het verminderen van nutriëntenuitspoeling en –afstroming (vooral naar natuurgebieden) en het opvangen en langer vasthouden van water als gevolg van weersextremen.
De gedefinieerde zoekgebieden voor de waterdoelen, en de gekoppelde gebieden met voorwaarden, zijn weergegeven op de Agrarische zoekgebieden-kaart.
Code
Omschrijving 'gebieden met voorwaarden' (deelgebieden)
DG67
Vermindering uitspoeling naar natuurgebieden
DG68
Vermindering afstroming naar natuurgebieden
DG69
Vermindering verdroging van natuurgebieden
DG70
Vermindering uitspoeling en afstroming naar waterlopen
DG71
Vermindering verdroging van beekdalen
4.4.2 Klimaat
De categorie Klimaat is gericht op klimaatbeheermaatregelen die CO2-vastlegging, het verminderen van broeikasgassen en het vasthouden en afvoeren van water als doelstelling hebben. Deze doelstelling is opgesplitst in klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Het rapport ‘Advies inzake verdeling GLB-middelen voor verbreed subsidiestelsel Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer’ van de Commissie Beukema uit november 2021 biedt houvast bij de invulling van de hierboven genoemde doelen.
Het rapport Beukema onderscheidt de volgende maatregelen binnen klimaatmitigatie die in beheerfuncties vertaald worden:
a) Verhogen gehalte organische stof in akkerbouwbodems;
b) Aanpassing gewaskeuze en teelttechniek in akkerbouw en weidebouw, inclusief onderhoud en beheer van nieuwe boomrijen, nieuwe struweellinten, het toepassen van agroforestry, het toepassen van meer CO2-bindende gewassen en precisie-landbouw;
c) Vermindering oxidatie van veenbodems, onder andere via verhoging grondwaterpeil en/of overstap naar natte teelten/paludicultures.
Voor klimaatadaptatie gelden de volgende maatregelen die in beheerfuncties vertaald worden:
a.Meer water vasthouden in beekdalen en infiltratiegebieden;
b.Adaptatie aan de verwachte hogere frequentie van inundaties in beekdalen en in laaggelegen akker- en weidegebieden.
Een wat uitgebreidere toelichting op de categorie Klimaat staat in Bijlage 2. Zoekgebieden, en gekoppelde gebieden met voorwaarden, voor klimaatmaatregelen via het ANLb worden weergegeven in de Agrarische zoekgebieden-kaart.
Code
Omschrijving 'gebieden met voorwaarden' (deelgebieden)
DG72
Erosiebeperking op steile hellingen
DG73
Brede klimaatdoelen
5. Subsidiemogelijkheden en openstelling van de subsidieregelingen
5.2. Subsidiemogelijkheden natuur- en landschapsbeheer op basis van de Beheertypenkaart
5.2.1. Voorwaarden en beperkingen beheersubsidie in SVNL
In paragraaf 2 van de SVNL is onder andere bepaald door welke partijen natuur- of landschapsbeheersubsidie kan worden aangevraagd, welke activiteiten en kosten subsidiabel zijn, welke absolute weigeringsgronden er zijn en onder welke voorwaarden subsidie kan worden verleend.
5.2.2. Invulling kan-bepaling SVNL het Natuurbeheerplan
In artikel 2.3, tweede lid, van de SVNL is opgenomen dat een subsidie kan worden geweigerd indien het natuurterrein aan de subsidieontvanger is overgedragen door een overheidsinstantie (uitgezonderd Staatsbosbeheer) of een waterleidingmaatschappij. De hoofdregel is dat subsidie wordt geweigerd als het natuurterrein is verkregen van een overheidsinstantie (met uitzondering van Staatsbosbeheer) of een waterleidingmaatschappij, tenzij sprake is van een van de onderstaande uitzonderingen.
Uitzondering 1: nieuw gerealiseerde natuur met gebiedscategorie C.
De voorwaarden om onder deze uitzondering te vallen, onverminderd de andere voorwaarden in de verordening en het Natuurbeheerplan:
1Op het natuurterrein is een Kwalitatieve Verplichting ten gunste van de Provincie Limburg gevestigd waarin het gerealiseerde Natuurbeheertype is geborgd.
2Op de Ambitiekaart is het natuurterrein aangeduid als areaaluitbreiding Natuurnetwerk Limburg met de code C.
3Op de Beheertypenkaart is voor het natuurterrein het natuurbeheertype en eventuele landschapselementen opgenomen.
In het geval een Kwalitatieve Verplichting is gevestigd voor een natuurterrein dat voldoet aan de voorwaarden 1 en 2 wordt de Beheertypenkaart ambtshalve aangepast. Door deze aanpassing wordt aan alle 3 de voorwaarden voldaan en kan voor het natuurterrein beheersubsidie worden verleend. Of daadwerkelijk beheersubsidie wordt verleend is afhankelijk van het voldoen aan de andere voorwaarden in de SVNL en het Openstellingsbesluit SVNL.
Uitzondering 2: terreinen waarvoor overheden of waterleidingmaatschappij in het verleden natuurbeheersubsidie (SVNL2016, of de rechtsvoorganger) hebben ontvangen:
1De overheid of waterleidingmaatschappij waarvan het terrein is verkregen, heeft eerder op grond van paragraaf 2 van de SVNL2016 natuurbeheersubsidie ontvangen.
Uitzondering 3: niet subsidiabele terreinen waarvoor een gelijkwaardig (financieel gezien; op basis van de vigerende beheertypenkaart) subsidiabel terrein is geruild met een overheid dat daardoor niet meer subsidiabel is:
1Het natuurterrein is onderdeel van een grondruil tussen subsidieontvanger en een overheid of waterleidingmaatschappij.
2Op het natuurterrein is een Kwalitatieve Verplichting ten gunste van de provincie Limburg gevestigd waarin het Natuurbeheertype of Landschapselementtype is geborgd.
3De terreinen die geruild worden of zijn moeten volgens de subsidietarieven behorende bij het meest recente openstellingsbesluit per saldo gelijk, dan wel lager zijn vergeleken met de nieuwe met subsidie in beheer te nemen terreinen.
4Deze wijziging van subsidiabiliteit moet middels een wijzigingsverzoek van het Natuurbeheerplan worden aangevraagd, waarbij een shapefile van de geruilde percelen wordt aangeleverd tezamen met een berekening van de uitkomst als bedoeld onder voorwaarde 3.
Deze voorwaarden borgen de hoofdregel dat overheidsinstanties (uitgezonderd Staatsbosbeheer) en de waterleidingmaatschappijen een eigen verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van natuurbeheer. De uitzondering zorgt ervoor dat gronden in principe subsidiabel zijn voor beheer daar waar dat billijk wordt geacht vanwege de realisatie van de provinciale ambitie (ontwikkelopgave).
5.2.3. Openstellingsbesluit SVNL
Alvorens daadwerkelijk subsidie kan worden aangevraagd en verstrekt dient de SVNL te worden opengesteld middels een openstellingsbesluit. De bepalingen uit de SVNL, het Natuurbeheerplan en het openstellingsbesluit bepalen gezamenlijk het kader voor het al dan niet verstrekken van beheersubsidie.
In het openstellingsbesluit wordt het subsidieplafond of -plafonds vastgesteld die gelden voor de verschillende deelgebieden, onderdelen en pakketten van de SVNL De subsidieplafonds bepalen het budget dat voor de beheersubsidies of uitbreidingen van lopende beheersubsidies onder de ingediende openstelling beschikbaar is voor beheer van natuur en landschap. Wanneer het subsidieplafond wordt uitgeput, zullen de ingediende aanvragen (deels) worden afgewezen. Daarnaast wordt in het openstellingsbesluit ook de maximale subsidietermijn vastgesteld.
5.3. Agrarisch natuur- en landschapsbeheer, agromilieu- en klimaatdiensten
5.3.1. Subsidiemogelijkheden op basis van de zoekgebiedenkaart
De agrarische leefgebieden-/zoekgebiedenkaart geeft de afbakening aan van de gebieden waarvoor subsidie kan worden aangevraagd en voor welk type leefgebied of categorie.
5.3.2. Voorwaarden en beperkingen beheersubsidie in SVNL
In paragraaf 3 van de SVNL is onder andere bepaald door welke partijen agrarische natuur- of landschapsbeheersubsidie kan worden aangevraagd, welke activiteiten en kosten subsidiabel zijn, welke weigeringsgronden er zijn en onder welke voorwaarden subsidie wordt verleend.
Alleen een gecertificeerd agrarisch collectief kan uit de SVNL-regeling subsidie krijgen voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Een agrarisch collectief is een gecertificeerde (coöperatieve) vereniging / een samenwerkingsverband in een (zelfgekozen) begrensd gebied die bestaat uit agrariërs en andere beheerders met gebruiksrecht van landbouwgrond in een gebied.
Het collectief is eindbegunstigde van de subsidie.
Voor het verkrijgen van subsidie is een samenhangende gebiedsaanvraag vereist. Deze aanvraag is in afstemming met gebiedspartners tot stand gekomen, en vormt een ecologisch effectief en economisch efficiënt plan van een agrarisch collectief voor het uitvoeren van agrarisch natuur- en landschapsbeheer en/of agrarisch waterbeheer in een bepaald gebied. Subsidieaanvragen door individuele agrariërs zijn binnen dit stelsel niet mogelijk. Per gebied wordt er maar 1 aanvraag gehonoreerd.
De eisen die gesteld worden aan de gebiedsaanvraag staan in de subsidieverordening.
5.3.3. Openstellingsbesluit SVNL
Alvorens subsidie kan worden aangevraagd en verstrekt dient de SVNL te worden opengesteld middels een openstellingsbesluit. De bepalingen uit de SVNL, Natuurbeheerplan en het openstellingsbesluit bepalen gezamenlijk het kader voor subsidieaanvragen. Of daadwerkelijk aanspraak gemaakt kan worden op deze subsidies is afhankelijk van het openstellingsbesluit en de beoordeling van de aanvragen, welke beiden door Gedeputeerde Staten worden vastgesteld.
5.4. Kwaliteitsimpuls: investeringen en functieverandering
5.4.1. Subsidiemogelijkheden kwaliteitsimpuls op basis van de Ambitiekaart
Investeringssubsidies voor inrichting en kwaliteitsverbetering op grond van de SKNL kunnen gericht zijn op:
a.de realisatie van een natuurbeheertype op grond die een functieverandering heeft ondergaan;
b.de realisatie en bescherming van een landschapsbeheertype op grond die een functieverandering heeft ondergaan;
c.de verhoging van de natuurkwaliteit van het bestaande natuurbeheertype;
d.de verhoging van de natuurkwaliteit van het bestaande landschapsbeheertype;
e.de omzetting van een natuurterrein met een bestaand natuurbeheertype in een natuurterrein met een overeenkomstig de ambitiekaart gewenst natuurbeheertype; of
f.de realisatie of verhoging van de natuurkwaliteit van een habitattype.
Op de ambitiekaart is aangegeven in welke gebieden gebruik kan worden gemaakt van een subsidie voor inrichting van landbouwgronden tot natuur, of een kwaliteitsimpuls van bestaande natuur en agrarische natuur. Voor die gronden is een streefbeheertype opgenomen op de ambitiekaart. Op de beheertypenkaart kan nu bijvoorbeeld bos zijn aangegeven, terwijl het de wens is om hier heide te ontwikkelen. De subsidie voor kwaliteitsimpuls kan dan worden gebruikt voor de verandering van bos naar heide. Subsidie kan worden verstrekt mits de gronden opengesteld zijn in het openstellingsbesluit/subsidieplafond.
Na het toekennen van de subsidie (vanuit SKNL) en het uitvoeren van de inrichtingsmaatregelen zal de beheertypenkaart en daarmee het natuurbeheerplan moeten worden aangepast zodat er voor heide beheersubsidie kan worden aangevraagd op basis van de SVNL.
Subsidie functieverandering op grond van de SKNL is gericht op landbouwgronden die binnen de ambitiekaart in de categorie "areaaluitbreiding natuur" vallen, en waarop nog geen natuurontwikkeling heeft plaatsgevonden. Deze gronden kunnen definitief worden omgevormd tot natuur, waarbij de waardevermindering van de grond aan de eigenaar wordt vergoed. Naast terrein beherende natuurorganisaties komen ook particulieren (of samenwerkingsverbanden van particulieren) voor deze vergoeding in aanmerking. Subsidie kan worden verstrekt mits de gronden opengesteld zijn in het openstellingsbesluit/subsidieplafond. De eigenaren behouden in dat geval het eigendom van de gronden. Voor deze functieverandering bestaat sinds 2005 een fiscale vrijstelling.
Omdat in de praktijk blijkt dat veel kadastrale percelen niet geheel binnen de categorie “areaaluitbreiding” liggen, is bij een subsidieaanvraag een beperkte afwijking toegestaan van 20% met een maximum van 0,5 hectare per aanvraag. Dit houdt in dat een terrein waarvoor subsidie functieverandering wordt aangevraagd maximaal 20% (met een maximum van 0,5 hectare) buiten de categorie areaaluitbreiding mag liggen. Op dit terrein is dan tevens investeringssubsidie mogelijk voor inrichting als natuur. Voorwaarde is dat het terrein één geheel vormt met een om te vormen terrein dat binnen de categorie “areaaluitbreiding natuur” valt. Verder moet het terrein voldoen aan alle overige voorwaarden die gelden voor het verkrijgen van een subsidie functieverandering. Aan deze richtlijn voor het toestaan van een beperkte afwijking kunnen geen rechten worden ontleend, Gedeputeerde Staten beoordelen per geval of met deze afwijkingen de doelen ten aanzien van natuurrealisatie nog voldoende worden gediend. Het Natuurbeheerplan wordt in dergelijke gevallen met terugwerkende kracht aangepast; bij de eerstvolgende herziening van het Natuurbeheerplan wordt de afwijking opgenomen in de categorie “areaaluitbreiding natuur”, zodat de oppervlakte meegerekend wordt in de realisatie van de provinciale natuuropgave.
5.4.2. Beoordelingscriteria voor SKNL subsidie inrichting, kwaliteitsimpuls en functieverandering
De inhoudelijke beoordeling van een subsidieaanvraag SKNL vindt plaats aan de hand van de abiotische omstandigheden van het terrein in combinatie met de in het aanwijzingsbesluit en beheerplan Natura-2000 (Wet natuurbescherming) geformuleerde instandhoudings- en uitbreidingsdoelstellingen en de bescherming van prioritaire soorten. Onder prioritaire soorten wordt verstaan:
•Soorten die vanuit Europees perspectief bescherming behoeven en de voor Limburg kenmerkende en tevens bedreigde soorten;
•De bedreigde van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten op de Rode Lijsten.
Vanaf het Natuurbeheerplan 2021 is de Provincie Limburg begonnen om bovenstaande beleid te vertalen in de streefbeheertypen in de ambitiekaart voor de gronden die voor de verschillende subsidiemogelijkheden in aanmerking komen. Aangezien dit een veelomvattend proces is, zal dit de komende jaren verder ingevuld worden. Dit betekent dat in de ambitiekaart de algemene code N00.01: ‘nog om te vormen naar natuur’ geleidelijk vervangen zal worden in concrete streefbeheertypen. Daar waar deze algemene codes nog aanwezig zijn, blijft toetsing plaatsvinden op basis van bovenstaande criteria.
5.4.3. Openstellingsbesluit SKNL
Alvorens daadwerkelijk subsidie kan worden aangevraagd en verstrekt, dient de SKNL te worden opengesteld middels een openstellingsbesluit. De bepalingen uit de SKNL, Natuurbeheerplan en het openstellingsbesluit bepalen gezamenlijk het kader voor het al dan niet verstrekken van subsidie voor inrichting en/of functieverandering.
In het openstellingsbesluit wordt het subsidieplafond of -plafonds vastgesteld die gelden voor de verschillende deelgebieden en onderdelen van de SKNL. De subsidieplafonds bepalen het budget dat voor subsidie beschikbaar is. Wanneer het subsidieplafond wordt uitgeput, zullen de ingediende aanvragen (deels) worden afgewezen. Daarnaast kan in het openstellingsbesluit ook de subsidietermijn worden vastgesteld.