Aanhef
Provinciale Staten van Limburg
Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 29 juni 2021;
gelet op de artikelen 40c, tweede lid, en 68, tweede lid, van de Provinciewet;
gezien het advies van de Commissie Integriteit van <datum>;
besluiten
in de vergadering van 12 november 2021 voor de commissaris van de Koning en voor de gedeputeerden de navolgende gedragscode integriteit vast te stellen:
Gedragscode integriteit commissaris van de Koning en gedeputeerden Provincie Limburg 2021
1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
De gedragscode geldt voor de commissaris van de Koning en voor de gedeputeerden, maar richt zich ook tot de bestuursorganen.
Artikel 1.2
De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.
2. Voorkomen van belangenverstrengeling
Artikel 2.1.1
1De commissaris van de Koning levert de provinciesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het ambt. Voor de definitie van de term nevenfunctie als bedoeld in dit artikel wordt verwezen naar bijlage 3 bij deze gedragscode.
2Als gedurende de ambtsperiode een nieuwe nevenfunctie aanvaard wordt of de omstandigheden met betrekking tot een bestaande nevenfunctie wijzigen, meldt de commissaris van de Koning in het College van Gedeputeerde Staten zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie en wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één maand aangeleverd bij de provinciesecretaris.
3Het is de commissaris van de Koning niet toegestaan niet ambts-gebonden dan wel persoonsgebonden nevenfuncties of nevenactiviteiten te aanvaarden bij organisaties die actief zijn binnen de provincie Limburg. Nevenfuncties of -activiteiten bij organisaties buiten de provinciegrenzen zijn aanvaardbaar voor zover deze organisaties in geen enkele relatie staan tot de provincie Limburg.
4De op grond van dit artikel aan te leveren informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, wat het (verwachte) tijdsbeslag is en wat de inkomsten daaruit zijn.
5De provinciesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Artikel 2.1.2
1Gedeputeerden leveren de provinciesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het ambt. Voor de definitie van de term nevenfunctie als bedoeld in dit artikel wordt verwezen naar bijlage 3 bij deze gedragscode.
2Als gaande het lidmaatschap een nieuwe nevenfunctie aanvaard wordt of de omstandigheden met betrekking tot een bestaande nevenfunctie wijzigen, meldt de gedeputeerde in het College van Gedeputeerde Staten zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie en wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één maand aangeleverd bij de provinciesecretaris.
3Het is een gedeputeerde niet toegestaan niet ambts-gebonden dan wel persoonsgebonden nevenfuncties of nevenactiviteiten te aanvaarden bij organisaties die actief zijn binnen de provincie Limburg. Nevenfuncties of -activiteiten bij organisaties buiten de provinciegrenzen zijn aanvaardbaar voor zover deze organisaties in geen enkele relatie staan tot de provincie Limburg.
4De op grond van dit artikel aan te leveren informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, of het al dan niet een nevenfunctie uit hoofde van het ambt betreft, wat het (verwachte) tijdsbeslag is, of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is, dan wel – voor zover die openbaar gemaakt moeten worden – wat de inkomsten daaruit zijn.
5De provinciesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Artikel 2.1.3
1De commissaris van de Koning en de gedeputeerden doen bij de provinciesecretaris opgave van hun belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de Provincie Limburg betrekkingen onderhoudt.
2Ten aanzien van de in het eerste lid genoemde belangen worden beheersafspraken gemaakt, die worden gemeld aan Provinciale Staten.
Artikel 2.2
1De commissaris van de Koning en de gedeputeerden handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden.
2Een gedeputeerde bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden met de commissaris van de Koning.
3De commissaris van de Koning bespreekt de tussentijdse aanvaarding van een functie met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel 2.3
1Het college van Gedeputeerde Staten sluit de commissaris van de Koning en gedeputeerden gedurende twee jaar na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de provincie.
2De uitsluiting geldt eveneens voor twee jaar bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de provincie waar hij commissaris van de Koning, dan wel gedeputeerde was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de provincie zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing.
3Gedeputeerde Staten vragen meerdere offertes aan voor opdrachten waarvoor dit op grond van het vigerende inkoop- en aanbestedingenbeleid van de Provincie Limburg noodzakelijk is.
4In het geval bij een offerteaanvraag ook oud-bestuurders (gedeputeerde/commissaris van de Koning) van de Provincie Limburg of bevriende relaties zijn betrokken, worden altijd meerdere offertes aangevraagd. In het geval bij een offerteaanvraag ook partijen of personen betrokken zijn, waarvan bekend is dat zij in een persoonlijke of bevriende relatie staan met de portefeuillehouder van Gedeputeerde Staten, worden meerdere offertes aangevraagd. In zeer uitzonderlijke gevallen kunnen Gedeputeerde Staten besluiten gemotiveerd van het bepaalde in dit lid af te wijken, in welk geval Gedeputeerde Staten hierover na opdrachtverlening schriftelijk rapporteren aan Provinciale Staten.
5Gedeputeerde Staten hanteren een afwegingskader op voor selectie en benoemingen van externen en informeren de Staten regelmatig over de toepassing in de praktijk.
Artikel 2.4
1Het college van Gedeputeerde Staten draagt de commissaris van de Koning en een gedeputeerde niet eerder dan twee jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. Deze termijn geldt eveneens voor het door of namens de Provincie Limburg bekrachtigen c.q. goedkeuren van een benoeming van een voormalige commissaris van de Koning of gedeputeerde tot commissaris, lid van een Raad van Advies of bestuurslid van een verbonden partij, indien voordracht vanuit een andere partij plaatsvindt.
2Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in het Besluit begroting en verantwoording provincies.
Artikel 2.5
1Een lid van het college van Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning heeft binnen twee jaar na diens aftreden geen zakelijk contact met medewerkers die werkzaam zijn voor of namens de Provincie Limburg.
2Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet indien een functie wordt vervuld binnen de publieke en semi-publieke sector.
3Het college van Gedeputeerde Staten kan in zeer uitzonderlijke gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. Het college van Gedeputeerde Staten maakt binnen twee weken na verlening de ontheffing openbaar.
3. Omgangsvormen
Artikel 3
Van een politieke ambtsdrager wordt correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie.
4. Informatie
Artikel 4.1
De commissaris van de Koning respectievelijk de gedeputeerde zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard.
Artikel 4.2
De commissaris van de Koning respectievelijk de gedeputeerde maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.
Artikel 4.3
De commissaris van de Koning respectievelijk de gedeputeerde is gehouden, ook na aftreden, geen gebruik te maken van tijdens het ambt verkregen niet openbare informatie.
5. Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen
Artikel 5.1
1Een commissaris van de Koning respectievelijk een gedeputeerde accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten aan als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.
2Geschenken die de commissaris van de Koning respectievelijk de gedeputeerde uit hoofde van zijn ambt ontvangt worden niet aangenomen tenzij:
a.het weigeren, teruggeven of terugsturen de gever ernstig zou kwetsen of bijzonder in verlegenheid zou brengen;
b.het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is;
c.het gaat om een incidentele, kleine attentie waarbij de schijn van corruptie ontbreekt.
Twijfel hierover wordt besproken in het college van Gedeputeerde Staten.
3Geschenken die niet worden of kunnen worden teruggestuurd, worden geregistreerd en eigendom van de provincie.
4De provinciesecretaris legt een register aan van de geschenken die op grond van lid 3 van dit artikel eigendom van de provincie zijn geworden. In het register is aangegeven welke bestemming de provincie hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
5De commissaris van de Koning respectievelijk de gedeputeerde ontvangt geen geschenken op het woon/huisadres.
Artikel 5.2
1Een commissaris van de Koning respectievelijk een gedeputeerde accepteert geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel.
2Bij twijfel legt de commissaris van de Koning respectievelijk de gedeputeerde de uitnodiging ter bespreking voor aan het college van Gedeputeerde Staten.
Artikel 5.3
1Invitaties voor buitenlandse reizen voor rekening van anderen dan de provincie worden in principe niet aanvaard. In uitzonderingsgevallen legt de commissaris van de Koning respectievelijk de gedeputeerde dit vooraf ter bespreking voor aan Gedeputeerde Staten, waarna Gedeputeerde Staten besluiten.
2Invitaties voor excursies, evenementen op rekening van anderen dan de provincie legt de commissaris van de Koning respectievelijk de gedeputeerde vooraf ter bespreking voor aan het college van Gedeputeerde Staten.
3De commissaris van de Koning, dan wel de gedeputeerde maakt de excursies en evenementen die hij heeft aanvaard openbaar binnen één maand nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden, onder vermelding van wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/hebben genomen. De informatie is via internet beschikbaar.
4De informatie over buitenlandse reizen voor rekening van derden wordt binnen één maand na terugkeer in Nederland opgenomen in het register, bedoeld in artikel 6.3, tweede lid.
6. Gebruik van voorzieningen van de provincie
Artikel 6.1
1Het college van Gedeputeerde Staten richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de provincie.
2De commissaris van de Koning en de gedeputeerden verantwoorden zich over hun gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgestelde regels en procedures.
Artikel 6.2
1Een commissaris van de Koning respectievelijk een gedeputeerde meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het college van Gedeputeerde Staten. Hij geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.
2De commissaris van de Koning dan wel de gedeputeerde meldt daarbij tevens als hij voornemens is om de buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening.
3Het college van Gedeputeerde Staten betrekt alle aspecten in de besluitvorming en informeert Provinciale Staten zo spoedig mogelijk over het genomen besluit.
Artikel 6.3
1Een commissaris van de Koning respectievelijk een gedeputeerde legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen. Hij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de provincie.
2De provinciesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Artikel 6.4
Voor de toepassing van de artikelen 6.2 en 6.3 wordt onder buitenlandse dienstreis niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling, een buurprovincie in het buitenland, Nordrhein-Westfalen of de Benelux.
Artikel 6.5
Een commissaris van de Koning respectievelijk een gedeputeerde declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed.
Artikel 6.6
Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de provincie ten eigen bate of ten bate van derden is niet toelaatbaar, behoudens en voor zover het gebruik daarvan op grond van de Verordening rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers Provincie Limburg 2019 en eventueel bijbehorende gebruikersovereenkomsten is toegestaan.
7. Uitvoering gedragscode
Artikel 7.1
Provinciale Staten bevorderen de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorzien Provinciale Staten daarin.
Artikel 7.2
1Op voorstel van commissaris van de Koning maken Provinciale Staten met hem afspraken over de navolgende onderwerpen:
a.de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en van de gedragscode in het bijzonder;
b.de periodieke bespreking van het overzicht van nevenfuncties en neveninkomsten in de Staten;
c.de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit;
d.de processtappen die worden gevolgd in geval van een vermoeden van een integriteitschending van een politieke ambtsdrager van de provincie;
e.in het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van gecertificeerde onderzoeksbureaus.
2De afspraken als bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden vastgelegd in een bijlage die onderdeel uitmaakt van deze gedragscode.
Artikel 7.3
De Gedragscode integriteit commissaris van de Koning en gedeputeerden Provincie Limburg 2021 treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Provinciaal Blad, onder gelijktijdige intrekking van de Gedragscode Integriteit Gedeputeerde Staten Provincie Limburg 2021, Provinciaal Blad 1458.
Bijlage 1 – Juridische grondslag / wettelijk kader
Paragraaf 1 – Algemene bepalingen
Provinciale Staten stellen een gedragscode vast voor de voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur (artikelen 40c, tweede lid, en 68, tweede lid, Provinciewet).
Paragraaf 2 – Voorkomen van belangenverstrengeling
Afleggen eed of belofte (artikelen 40a en 64 Provinciewet)
Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt de commissaris van de Koning en de gedeputeerde de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot het ambt benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen.”
Persoonlijke belangen
•Een bestuurder neemt niet deel aan de stemming over:
-een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;
-de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort.
(artikel 58 jo artikel 28 Provinciewet)
•Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).
Toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot stemonthouding:
•Artikel 28 Provinciewet wordt als volgt gewijzigd:
1In het eerste lid wordt “de stemming” vervangen door “de beraadslaging en stemming”.
2Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot derde tot en met vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2Op de beraadslaging en stemming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Incompatibiliteiten en nevenfuncties:
•Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar de provincie(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de provincie bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend.
(artikelen 40c, eerste lid, en 68, eerste lid, jo artikel 15, eerste en tweede lid, Provinciewet).
•Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een bestuurder sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikelen 35c en 67 Provinciewet).
•Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk de sanctie van ontslag (artikelen 45, tweede lid, en 46 Provinciewet).
•Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Voor commissarissen van de Koning is daaraan toegevoegd dat zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van de nevenfunctie aan de volksvertegenwoordiging.
Voor de commissaris van de Koning geldt deze meldverplichting niet voor ambtshalve nevenfuncties (artikelen 40b en 66 Provinciewet).
•In aanvulling hierop is bij de Provincie Limburg in de voorliggende gedragscode vastgelegd dat het de commissaris van de Koning en gedeputeerde niet is toegestaan persoonsgebonden nevenfuncties of - activiteiten te aanvaarden bij organisaties die actief zijn binnen de provincie Limburg. Nevenfuncties of - activiteiten bij organisaties buiten de provinciegrenzen zijn aanvaardbaar voor zover deze organisaties in geen enkele relatie staan tot de provincie Limburg.
•Openbaarmaking nevenfuncties: bestuurders maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. Voor commissarissen van de Koning zijn ambtshalve nevenfuncties daarvan uitgezonderd. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het provinciehuis (artikelen 40b en 66 Provinciewet).
•Openbaarmaking inkomsten nevenfuncties: fulltime bestuurders maken hun inkomsten uit nevenfuncties openbaar; de opgave van neveninkomsten wordt ter inzage gelegd op het provinciehuis, uiterlijk 1 april na het jaar waarin de inkomsten zijn genoten (artikelen 40b en 66 Provinciewet). In de geest van deze bepaling geldt deze openbaarmaking eveneens voor bestuurders bij de Provincie Limburg die nagenoeg fulltime werken (vanaf 85%).
•Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de provinciekas gestort. Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde verrekeningssystematiek als voor leden van de Tweede Kamer (artikelen 43 en 65 Provinciewet).
Paragraaf 3 – Informatie
Informatieplicht
Gedeputeerde Staten en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn haar taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikelen 167 en 179 Provinciewet).
Het Reglement van Orde voor Provinciale Staten kan bepalingen bevatten die betrekking hebben op informatieverstrekking en de omgang met informatie.
Geheimhouding
•Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).
•Gedeputeerde Staten kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de commissaris van de Koning heeft die bevoegdheid. De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging, als het stukken betreft die met de volksvertegenwoordiging worden gedeeld. Ook Provinciale Staten dan wel, (de voorzitter van) een commissie kunnen/kan geheimhouding opleggen (artikelen 25, 55 en 91 Provinciewet).
•De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien het aan de volksvertegenwoordiging is overgelegd – de volksvertegenwoordiging de geheimhouding opheft.
•Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).
Paragraaf 4 – Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen
Afleggen eed of belofte
De eed of belofte die op grond van de artikelen 40a en 64 van de Provinciewet, de artikelen 41a en 65 van de Gemeentewet en de artikelen 45 en 50 van de Waterschapswet moet worden afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken.
Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.
Paragraaf 5 – Gebruik van voorzieningen van de provincie
Geen andere inkomsten
Een bestuurder geniet geen andere vergoedingen ten laste van provincie dan die bij of krachtens de wet zijn toegestaan (artikelen 43 en 66 Provinciewet).
Procedure van declaratie (modelverordening rechtspositie IPO)
Er zijn voor gedeputeerden voorschriften opgenomen in de provinciale verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten bij de provincie. Ook zijn in de provinciale verordening voor gedeputeerden voorschriften opgenomen over het (zakelijk) gebruik van een provinciale creditcard.
Buitenlandse dienstreis voor gedeputeerden (modelverordening IPO)
1Als de gedeputeerde in het provinciaal belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed.
2Voor een reis in het provinciaal belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van Gedeputeerde Staten vereist.
3Provinciale Staten kunnen aan deze toestemming voorwaarden verbinden.
Bijlage 2 – Artikelsgewijze toelichting
Artikel 2.1.1 en 2.1.2
Zoals uit het opgenomen wettelijk kader blijkt zijn er enkele verschillen in de wetgeving ten aanzien van de openbaarmaking van (inkomsten uit) nevenfuncties tussen commissarissen van de Koning enerzijds en gedeputeerden anderzijds. De nadere invulling daarvan in 2.1.1 en 2.1.2 is in lijn hiermee dan ook niet exact gelijk. De bepalingen betreffen een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. De ambtsdrager is zelf verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan. Hoewel aan het ambt gerelateerde nevenfuncties (q.q.-functies) wettelijk niet openbaar gemaakt hoeven te worden, verdient het aanbeveling deze wel op te nemen in het overzicht van nevenfuncties.
Het is de commissaris van de Koning en de gedeputeerden niet toegestaan niet-ambtsgebonden dan wel persoonsgebonden nevenfuncties of nevenactiviteiten te aanvaarden bij organisaties die actief zijn binnen de provincie Limburg. Nevenfuncties of -activiteiten bij organisaties buiten de provinciegrenzen zijn aanvaardbaar voor zover deze organisaties in geen enkele relatie staan tot de provincie Limburg.
De definiëring van de term nevenfuncties en de nadere afspraken betreffende nevenfuncties bij de Provincie Limburg zijn opgenomen in bijlage 3, die onderdeel uitmaakt van deze gedragscode.
Artikel 2.1.3.
Het gaat hier om zakelijke belangen van een lid van GS of de CdK in ondernemingen en organisaties waarmee de Provincie Limburg zakelijke betrekkingen onderhoudt. Het betreft zakelijke belangen zowel in publiek- rechtelijke als privaatrechtelijke zin. Het kan daarbij gaan om het bezit van effecten, vorderingsrechten, onroerend goed alsook om financiële deelnemingen in ondernemingen e.d. Een bestuurder is tevens verantwoordelijk voor het adequaat melden van wijzigingen in deze gegevens. De in het tweede lid gemaakte beheersafspraken worden gemaakt tussen de gedeputeerde en de Commissaris van de Koning. De Commissaris van de Koning maakt ten aanzien van mogelijke belangen beheersafspraken met de minister van BZK.
Artikelen 2.3, 2.4 en 2.5
Burgers en samenleving stellen niet alleen tijdens de uitoefening van het ambt maar ook na afloop hoge eisen aan de integriteit van bestuurders. De artikelen 2.3 tot en met 2.5 zien op het zorgvuldig scheiden van belangen na het aftreden als bestuurder, zodat er geen (schijn van) belangenverstrengeling ontstaat. Het uitgangspunt blijft dat de verantwoordelijkheid voor het scheiden van belangen ligt bij de voormalige bestuurder zelf. De genoemde artikelen hebben voor de betrokken partijen in dit verband een preventieve functie, activeren de bewustwording en bieden handelingsperspectief.
Draaideurverbod
In deze bepalingen 2.3 en 2.4 is het de zogenaamde draaideurverbod geregeld. Dit verbod draaideurconstructie geldt niet bij aanvaarding van het statenlidmaatschap.
In artikel 2.3 is de uitsluiting geregeld van betaalde werkzaamheden ten behoeve van de provincie gedurende twee jaar na aftreden. Bij offerteverzoeken en opdrachtverleningen is extra alertheid in de procedure geboden wanneer blijkt dat ook oud-bestuurders van de Provincie Limburg of bevriende relaties zijn betrokken, mede om iedere schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan. In dat geval worden meerdere offertes aangevraagd en vergeleken, ook wanneer dit op grond van het vigerende inkoop- en aanbestedingenbeleid van de Provincie Limburg niet noodzakelijk zou zijn. ‘Oud-bestuurders’ is hierbij gedefinieerd als voormalige gedeputeerden of voormalige commissaris van de Koning.
Dit artikel beoogt te voorkomen dat de bestuurder kennis en contacten opgedaan uit hoofde van zijn functie als bestuurder van de provincie, na beëindiging van zijn betrekking bij de provincie gebruikt voor commerciële of persoonlijke doeleinden. De reikwijdte van dit artikel is niet beperkt tot de bestuurder die een eenmanszaak heeft of als zzp’er werkzaamheden voor de provincie verricht, maar strekt zich tevens uit tot die situaties waarin de voormalige bestuurder overheersende feitelijke zeggenschap heeft over de werkzaamheden die ten behoeve van de provincie worden verricht of daar anderszins overwegende invloed op kan uitoefenen. Daarbij is de juridische (rechts)vorm waarin die werkzaamheden worden verricht geen relevante maatstaf. Zo geldt dit artikel bijvoorbeeld ook voor de bestuurder die werkzaam is bij een vennootschap en de (overwegende) feitelijke zeggenschap heeft over de werkzaamheden ten behoeve van de provincie of daarbij anderszins een (persoonlijk of commercieel) belang heeft.
Wat betreft opdrachtverleningen is primair van belang dat individuele leden van Gedeputeerde Staten zich te allen tijde onthouden van het beïnvloeden van het resultaat van aanbestedingen in het geval sprake is van familie- of vriendschapsbanden met een van de aanbieders, en zich onthouden van de besluitvorming in deze gevallen. Dit zou de morele grenzen overschrijden.
Lid 4 veronderstelt niet dat de ambtelijke organisatie te allen tijde kan achterhalen of er sprake is van een oud-bestuurder of bevriende relatie bij aanbieders. Het gaat derhalve om een inspanningsverplichting.
Artikel 2.4 betreft de uitsluiting voor een periode van twee jaar na aftreden van benoeming als commissaris van een ‘verbonden partij’, ofwel, kort samengevat, van een organisatie waarin de provincie een bestuurlijk en financieel belang heeft. Op grond van de tweede regel van artikel 2.4 eerste lid, is deze uitsluitingstermijn eveneens van toepassing indien de voordracht vanuit een andere partij plaatsvindt, bijvoorbeeld tijdens een aandeelhoudersvergadering. De Provincie Limburg zal dan niet kunnen instemmen met een dergelijk voorstel tot benoeming en zal dit evenmin anderszins kunnen bekrachtigen of goedkeuren.
Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijk of publiekrechtelijke organisatie is waarin de provincie of gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. En onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.
Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken organisatie ter beschikking gesteld bedrag dat niet die organisatie failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de organisatie haar verplichtingen niet nakomt.
Hiermee wordt mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden.
Aanvaarding van een dienstbetrekking bij de voormalige provincie is niet uitgesloten. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij de provincie gaat solliciteren.
In de eerste twee jaar na aftreden kunnen in elk geval oud-bestuurders van de Provincie Limburg niet worden aangetrokken om tegen beloning activiteiten voor de eigen provincie te verrichten.
Gedeputeerde Staten van Limburg hebben op 20 december 2016 reeds een afwegingskader vastgesteld voor selectie en benoemingen van externen. Het betreft het beleidskader “Selectie en benoemingen door Gedeputeerde Staten”. Het doel van dit beleidskader is om transparantie, diversiteit en integriteit bij het selectie- en benoemingsproces te bevorderen. Op grond van het vigerend beleidskader rapporteren Gedeputeerde Staten jaarlijks aan Provinciale Staten over de benoemingen conform de vastgestelde werkwijze. Dit benoemingenkader wordt medio 2021 geactualiseerd.
Het bepaalde in artikel 2.2, eerste lid (vooruitlopen op een nieuwe functie na aftreden), geldt uiteraard evenzeer voor een functie bij de voormalige provincie.
Met de artikelen 2.3 en 2.4 wordt tevens tegemoet gekomen aan een aantal aanbevelingen van de Zuidelijke Rekenkamer uit 2020 in het rapport naar aanleiding van de inzet van oud-politici in Limburg, voor wat betreft het verbeteren van de procesgang bij de inzet van oud-politici door Gedeputeerde Staten, het vergroten van de transparantie van de eerste stappen in de werving, het beperken van één-op-één gunnen en het (daarmee samenhangend) intensiveren van de zoektocht naar meerdere kandidaten.
Artikel 2.5
Een lobbyverbod beoogt te voorkomen dat een afgetreden bestuurder expertise, positie en netwerk uit de eerdere hoedanigheid als bestuurder op onwenselijke wijze benut voor het behartigen van de belangen van een organisatie waar hij na het aftreden in dienst is getreden. Bovendien kan er dan sprake zijn van oneerlijke concurrentie voor een dergelijke organisatie door een informatievoorsprong.
Het zakelijk contactverbod tussen oud-bestuurder en ambtenaar in artikel 2.5 geldt voor een periode van twee jaar. Deze periode is in lijn met de landelijke bepalingen hieromtrent. Het verbod is niet van toepassing indien het lid van GS of de commissaris van de Koning een functie vervult in de publieke sector of in de semi-publieke sector. Publieke functies zijn immers gericht op het algemeen belang. GS kunnen in uitzonderingsgevallen ontheffing verlenen van het lobbyverbod. Deze beslissing wordt openbaar gemaakt.
Het lobbyverbod wordt opgenomen vanwege de preventieve werking die dit verbod heeft. De provincie heeft immers geen zeggenschap over voormalige bestuurders. Desondanks is gekozen voor dit lobbyverbod om een signaal af te geven dat zakelijke contacten met provinciemedewerkers na beëindiging van een ambtsperiode niet wenselijk zijn. Als aanvulling hierop is in de Ambtelijke gedragscode een verbod opgenomen voor medewerkers om zakelijke contacten te onderhouden met de desbetreffende voormalige bestuurders.
Artikel 2.6 Omgangsvormen
Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar gaat ook over onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met de bewoners en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke en bestuurlijke inhoud en stijl, is van groot belang. ‘Op de persoon spelen’, grof taalgebruik, pesten, (seksuele) intimidatie, discriminatie, agressie en geweld zijn uitingen van ongewenste omgangsvormen en worden niet getolereerd. De uitingen kunnen zowel verbaal als non-verbaal zijn, mondeling of schriftelijk, of digitaal.
Politieke ambtsdragers vervullen een voorbeeldfunctie voor burgers en ambtenaren. De handel en wandel van politieke ambtsdragers heeft zijn weerslag op de hele organisatie, zowel in positieve als in negatieve zin. Politieke ambtsdragers zijn zelf verantwoordelijk voor de eigen integriteit en collectief voor de integriteit van hun organisatie. De politieke ambtsdrager heeft uiteraard net als iedere andere burger recht op een privéleven, maar hij leeft in een glazen huis. Daardoor kunnen privégedragingen ook onderwerp van (brede) publieke aandacht zijn. Daarom moet een politieke ambtsdrager 24 uur per dag alert zijn op handelingen of gedragingen die het aanzien en de integriteit van het politieke ambt kunnen schaden.
Respectvol, met behoud van eigen politieke stijl: een respectvolle omgang met inwoners en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke stijl, is van groot belang. Democratie bestaat bij de gratie van het meningsverschil. Het kan schuren op de inhoud. Het is daarbij niet wenselijk ‘op de persoon’ te spelen. Behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden. Verwacht wordt dat je elkaar hierin steunt en zo nodig corrigeert.
Zorg met elkaar voor het besef dat ongewenst gedrag niet acceptabel is door zelf het goede voorbeeld te geven en elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag. Politieke ambtsdragers hebben een belangrijke voorbeeldfunctie en dienen ongewenst gedrag te corrigeren. Iemand die het slachtoffer is van ongewenst gedrag, kan altijd contact opnemen met de commissaris van de Koning en/of met de provinciesecretaris. Voor een gesprek kan ook contact opgenomen worden met de externe adviseur integriteit.
Hoofdstuk 3 Informatie algemeen
Voor het omgaan met informatie gelden de volgende uitgangspunten:
•Openheid en transparantie waar mogelijk is het vertrekpunt;
•De vertrouwelijkheid van informatie dient te worden bewaakt;
•Doel gebonden informatie mag alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor de informatie is verstrekt.
Uitgangspunt binnen het openbaar bestuur is dat bij de uitvoering van taken de openbaarheid volgt zoals die in de wet is vastgelegd. Informatie over bestuurlijke aangelegenheden is in principe openbaar. Uit eigen beweging behoort de Provincie deze informatie te delen. Burgers hebben dus recht op goede informatie over alles wat door of namens het Provinciebestuur wordt gedaan of besloten; ook om de bestuurlijke argumenten en afwegingen te kennen. Het handelen van de overheid heeft immers grote invloed op het leven van de burgers. De overheid is daarom verplicht om te zorgen dat de burger nauwkeurig en op tijd op de hoogte is.
Dat neemt niet weg, dat er ook informatie is over overheidshandelen met bijvoorbeeld een privacygevoelig of een vertrouwelijk karakter. Deze informatie mag niet bekend worden. Het openbaar maken zou in dat geval leiden tot het schenden van de rechten van de burgers of het onevenredig schenden van de belangen van burgers, bedrijven of het publieke belang.
Als er sprake is van het verlies of lekken van (vertrouwelijke) informatie, dan wendt een politieke ambtsdrager zich wenden tot de commissaris van de Koning of diens eerste plaatsvervanger als het de commissaris van de Koning zelf betreft.
Artikel 3.1
Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.
Artikel 3.2
Ondanks het wettelijke verbod op het schenden van de geheimhoudingsplicht beoogt dit artikel richting te geven bij onder meer het maken van integriteitsafwegingen bij het aanvaarden van een maatschappelijke functie na aftreden en de bewustwording van de negatieve maatschappelijke gevolgen van een eventuele informatievoorsprong te vergroten.“
Artikel 4.1
In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd, omdat hiermee de onafhankelijke positie van de bestuurder kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om de redenen als genoemd in artikel 4.1, tweede lid, incidentele kleine attenties voor de bestuurder worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. De afweging over het al dan niet accepteren moet van geval tot geval worden gemaakt. Geschenken worden zo mogelijk geweigerd, terug gegeven of teruggestuurd. Als dit praktisch niet mogelijk is of ernstig kwetsend voor de gever, dan worden deze eigendom van de provincie die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken de provincie heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven.
Artikel 4.2
Dit geldt ook voor werkbezoeken, tenzij deze werkbezoeken vanwege hun aard in beginsel behoren tot de normale uitoefening van de functie en waarbij de aanwezigheid van de bestuurder als functioneel kan worden beschouwd. Dit laatste komt anders te liggen wanneer sprake is van het fêteren van een bestuurder tijdens een werkbezoek.
Artikel 4.3
Het gaat hier om excursies en evenementen die betrokkene als commissaris van de Koning, dan wel als gedeputeerde aanvaardt. Excursies en evenementen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier niet onder.
Bij de artikelen 4.2 en 4.3 dienen eveneens als afwegingskader voor de motieven van de uitnodigende partij beoordeeld te worden. Het mag er niet om gaan de onafhankelijke positie van de bestuurders te beïnvloeden.
Artikel 5.1
Aan bestuurders worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de bestuurders mogelijk maken.
Uitgangspunt is hier dat uitgaven door de bestuurder plaatsvinden op rekening en dat indien dat niet mogelijk is declaraties worden ingediend via het daarvoor geldende declaratieprotocol. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de bestuurder maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk.
De bestuurder zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden. Voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden ieder kwartaal op internet openbaar worden gemaakt.
Artikelen 5.2 en 5.3
Uitgangspunten zijn hier eigen verantwoordelijkheid, transparantie en bereidheid om verantwoording af te leggen. De beoordeling van de noodzaak van de buitenlandse dienstreis ligt bij het college van Gedeputeerde Staten.
Ingevolge artikel 5.4 gelden de bepalingen van de artikelen 5.2 en 5.3 niet voor de meer reguliere (buitenlandse) dienstreizen naar een Europese instelling, een dienstreis naar een buurprovincie in het buitenland, Nordrhein-Westfalen of de Benelux. Voor dergelijke (buitenlandse) reizen vormen deze bepalingen wel een belangrijk richtsnoer.
Buitenlandse reizen die worden gemaakt ten behoeve van de politieke partij zijn geen ‘dienstreizen’ en vallen dus niet onder artikelen 5.2 en 5.3 en komen niet ten laste van de provincie.
Zie paragraaf 6.3.1 ‘Algemene bestuurskosten’ van de Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij provincies, gemeenten en waterschappen, voor een uitgebreide toelichting over de regels met betrekking tot verlenging van dienstreizen (bijlage 4 bij deze gedragscode).
Het verlengen van de dienstreis voor privédoeleinden aan het begin van de dienstreis is niet toegestaan als eerder dan noodzakelijk wordt vertrokken om te herstellen van de reis of om te acclimatiseren aan de lokale omstandigheden.
Artikel 5.6
Stelregel is dat privé gebruik van provinciale voorzieningen en eigendommen niet is toegestaan, behoudens en voor zover het gebruik daarvan is toegestaan op grond van de Verordening rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers Provincie Limburg 2019 en eventueel bijbehorende gebruikersovereenkomsten. Het betreft hierbij onder meer:
-voorziening dienstauto;
-informatie- en communicatievoorzieningen; en
-gebruik creditcard.
Artikel 6.1
Provinciale Staten zijn het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden.
Artikel 6.2
De Provinciewet verplicht Provinciale Staten om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen.
Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De commissaris van de Koning heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar provincie te bevorderen (art. 175 lid 2 Provinciewet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten.
Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, van het thema integriteit, zowel met de volksvertegenwoordiging als binnen het bestuur.
Artikel 6.2, eerste lid sub e, betreft het integriteitsonderzoek. Voor daarvoor in te schakelen externe bureaus geldt een certificeringseis.
Deze bepaling sluit niet uit dat voor een integriteitsonderzoek ook wetenschappers kunnen worden benaderd, bijvoorbeeld op grond van hun specifieke expertise. De eis van certificering is in dit geval niet van toepassing.
Processuele en procedurele afspraken bij dit artikel worden opgenomen in een bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode. De onderwerpen, genoemd in artikel 6.2 zijn niet uitputtend.
Bijlage 3 – Nadere afspraken inzake nevenfuncties Provincie Limburg
Nevenfuncties
Een nevenfunctie is een activiteit die iemand naast zijn of haar hoofdberoep uitoefent. Deze functie kan ambtsgebonden (q.q.) of niet-ambtsgebonden, betaald of onbetaald zijn. Onder nevenfunctie wordt verstaan een functie die bij een andere (publieke of private) rechtspersoon dan de provincie wordt vervuld. Wettelijk is bepaald dat de gedeputeerden en de commissaris van de Koning geen nevenfuncties vervullen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het ambt.
Bij het aanvaarden van nevenfuncties zijn de volgende afwegingen van belang:
-het is de commissaris van de Koning en de gedeputeerden niet toegestaan niet-ambtsgebonden dan wel persoonsgebonden nevenfuncties of -activiteiten te aanvaarden bij organisaties die actief zijn binnen de provincie Limburg. Nevenfuncties of -activiteiten bij organisaties buiten de provinciegrenzen zijn aanvaardbaar voor zover deze organisaties in geen enkele relatie staan tot de provincie Limburg;
-tussen het ambt en de nevenfunctie mag geen (schijn van) belangenverstrengeling optreden;
-het vervullen van de nevenfunctie mag geen afbreuk doen aan het aanzien van het ambt en de geloofwaardigheid van de commissaris van de Koning of de gedeputeerde, in het bijzonder ook in relatie tot diens portefeuille;
-de nevenfunctie mag niet zoveel tijd kosten dat het functioneren als ambtsdrager in het geding komt;
-de (hoogte van de) honorering van de nevenactiviteiten mag niet exorbitant zijn.
Erefuncties zijn per definitie geen nevenfunctie zoals hierboven benoemd. Bij een erefunctie is er geen sprake van statutair vastgelegde bestuurlijke rechten/plichten ten opzichte van de organisatie. Het lidmaatschap geldt als een erefunctie, zoals beschermheer, comité van aanbeveling, ambassadeurschap. Bij een dergelijke functie verleent een bestuurder zijn of haar goede naam aan de organisatie of het comité dat zich beijvert voor een goed doel en te goeder naam en faam bekend staat. Bij erefuncties wordt geen onderscheid gemaakt tussen de commissaris van de Koning en gedeputeerden.
Om iedere schijn van belangenverstrengeling te voorkomen worden geen erefuncties geaccepteerd bij organisaties die financieel zijn gelieerd aan de provincie Limburg. Beschermheerschap vormt hierop een uitzondering, indien het beschermheerschap een traditionele verbinding met de Provincie Limburg betreft. Het accepteren van beschermheerschap is in dat geval alleen met instemming van Gedeputeerde Staten mogelijk. Met het oog op de noodzakelijke transparantie worden Provinciale Staten hierover geïnformeerd.
Bij het aanvaarden van een erefunctie wordt de betreffende organisatie standaard schriftelijk geïnformeerd dat van het accepteren van de erefunctie geen enkel financieel commitment van de Provincie Limburg kan uitgaan. Extra oplettendheid is geboden in het geval het een erefunctie betreft bij een organisatie die een financiële relatie met de Provincie Limburg onderhoudt; afhankelijk van de omstandigheden kan het vervullen van een erefunctie dan onwenselijk zijn.
Melding nevenfuncties
In de Provinciewet is in artikel 66, lid 2 opgenomen “de commissaris meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie, anders dan uit hoofde van het ambt van commissaris, aan provinciale staten”. Daarnaast stelt artikel 40b, lid 2 Provinciewet: “een gedeputeerde meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan provinciale staten”. Verder worden nevenfuncties en de inkomsten uit nevenfuncties openbaar gemaakt.
Momenteel wordt op de provinciale website (persoonlijke pagina’s van het College van GS) melding gemaakt van de nevenfuncties en is aangegeven of het bezoldigde (incl. inkomsten) of onbezoldigde functies betreft.
Commissaris van de Koning
-Conform artikel 2.1.1 van deze gedragscode levert de commissaris van de Koning de provinciesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het ambt. Als gaande de uitoefening van het ambt een nieuwe nevenfunctie aanvaard wordt of de omstandigheden met betrekking tot bestaande nevenfuncties wijzigen, meldt de commissaris van de Koning in het College van Gedeputeerde Staten zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie en wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één maand aangeleverd bij de provinciesecretaris.
-Op basis van artikel 65, lid 2 Provinciewet meldt de commissaris zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie, anders dan uit hoofde van het ambt van commissaris, aan Provinciale Staten.
-Het Kabinet van de commissaris van de Koning is verantwoordelijk voor melding van het voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie, anders dan uit hoofde van het ambt van de commissaris, aan Provinciale Staten.
-Het Kabinet is tevens verantwoordelijk voor plaatsing van nevenfuncties (incl. neveninkomsten) en up-to-date houden van de nevenfuncties op de provinciale persoonlijke website van de commissaris van de Koning.
-Neveninkomsten moeten jaarlijks voor 1 april opgegeven worden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in verband met de verrekenregels van deze neveninkomsten. In september neemt het College dan voor ieder GS lid afzonderlijk een besluit ter zake eventuele terugbetaling.
Gedeputeerden
-Conform artikel 2.1.2 van deze gedragscode levert de gedeputeerde de provinciesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het ambt. Als gaande de uitoefening van het ambt een nieuwe nevenfunctie aanvaard wordt of de omstandigheden met betrekking tot bestaande nevenfuncties wijzigen, meldt de gedeputeerde in het College van Gedeputeerde Staten zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie en wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één maand aangeleverd bij de provinciesecretaris.
-Op basis van artikel 40b, lid 2 Provinciewet meldt de gedeputeerde zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan Provinciale Staten.
-De melding van het voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan Provinciale Staten gebeurt via de reguliere verzending van de openbare besluitenlijst van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten en eenmaal per kwartaal via een verzameloverzicht.
-De bestuursadviseur is tevens verantwoordelijk voor openbaarmaking van de nevenfuncties (incl. neveninkomsten) door plaatsing en up-to-date houden van de nevenfuncties op de provinciale persoonlijke website.
-Neveninkomsten moeten jaarlijks voor 1 april opgegeven worden aan Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in verband met de verrekenregels van deze neveninkomsten. In september neemt het College dan voor ieder GS lid afzonderlijk een besluit ter zake eventuele terugbetaling.
Bijlage 4 – Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij provincies, gemeenten en Waterschappen
Zie voor de originele pdf de externe bijlage.