Provinciale wetgeving

Regeling Fonds Nazorg Stortplaatsen Gelderland

Provincie Gelderland · geldt sinds 15 juli 2026

Aanhef

Vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van 4 juni 2002, nr. MW2002.23425 (Provinciaal Blad nr. 2002/53 van 18 juni 2002). Laatstelijk gewijzigd bij besluit van Gedeputeerde Staten van 8 december 2009, zaaknummer 2009-021515 (Provinciaal Blad 2009//1730). In werking getreden op 16 december 2009.

Begripsbepaling

Artikel 1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.het fonds: het Fonds Nazorg Stortplaatsen Gelderland;

b.de wet: de Wet milieubeheer;

c.storten van afvalstoffen, stortplaats, gesloten stortplaats en bedrijfsgebonden stortplaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 8.47, eerste lid en tweede lid, van de wet met dien verstande dat onder storten van afvalstoffen en stortplaats niet worden begrepen storten en een stortplaats als bedoeld in artikel 15.43 van de wet;

d.nazorg: maatregelen als bedoeld in artikel 8.49, eerste lid, van de wet;

e.[vervallen]

f.de gedeputeerden: de gedeputeerde belast met de provinciale financiën en de gedeputeerde belast met de nazorg, dan wel in geval deze portefeuilles bij één persoon berusten, deze gedeputeerde en een door Gedeputeerde Staten aan te wijzen tweede gedeputeerde;

g.[vervallen]

Doel

Artikel 2.

1Het fonds heeft tot doel de werkzaamheden en taken te vervullen die de wet in artikel 15.47 voorschrijft of mogelijk maakt;

2Het fonds is gevestigd te Arnhem ten kantore van de provincie Gelderland.

Beheer en vertegenwoordiging

Artikel 3.

1De in artikel 1 onder f genoemde gedeputeerden zijn gemachtigd tot het dagelijks beheer van het fonds.

2De in artikel 1 onder f genoemde gedeputeerden vertegenwoordigen ieder afzonderlijk het fonds in en buiten rechte.

3Gedeputeerde Staten kunnen de manager belast met nazorg stortplaatsen machtigen tot het namens hen verrichten van beheersdaden.

Begroting en jaarrekening

Artikel 4.

Op de begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, de jaarrekening en het jaarverslag van het fonds is het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5.

1Gedeputeerde Staten doen jaarlijks aan Provinciale Staten een voorstel over een ontwerp voor de begroting van het fonds met toelichting én een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren.

2Ten laste van het fonds kunnen slechts uitgaven worden gedaan tot de bedragen die hiervoor op de begroting zijn gebracht.

3Het begrotingsjaar van het fonds is gelijk aan het kalenderjaar, met dien verstande dat het eerste begrotingsjaar aanvangt op het moment waarop het fonds wordt opgericht.

4Gedeputeerde Staten bieden aan Provinciale Staten, gelijktijdig met de begroting van de provincie, de begroting van het fonds ter vaststelling aan in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor deze begrotingen dienen.

5Voorstellen tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar aan Provinciale Staten ter vaststelling worden aangeboden.

Artikel 6.

1Gedeputeerde Staten leggen aan Provinciale Staten over elk begrotingsjaar verantwoording af van het gevoerde financieel beheer van het nazorgfonds onder overlegging ter vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag van het fonds, gelijktijdig met het overleggen aan Provinciale Staten van de rekening van de provincie.

2De jaarrekening van het fonds gaat vergezeld van een accountantsverklaring.

3Gedeputeerde Staten bieden aan Provinciale Staten, gelijktijdig met de rekening van de provincie, de rekening van het fonds ter vaststelling aan in het jaar volgend op het begrotingsjaar.

4De vastgestelde rekening van het fonds wordt toegezonden aan degenen aan wie een heffing is opgelegd als bedoeld in artikel 15.44 van de wet.

Geldmiddelen

Artikel 7.

Gedeputeerde Staten dragen zorg dat het vermogen van het fonds zodanig is samengesteld dat het fonds steeds aan zijn verplichtingen kan voldoen.

Beleggingen en geldleningen

Artikel 8.

1Gedeputeerde Staten beleggen de beschikbare gelden van het fonds overeenkomstig de regels die daarvoor door Provinciale Staten zijn vastgesteld.

2In het geval onvoorziene nazorgkosten opkomen en het fonds niet voldoende nazorgmiddelen ter beschikking staan om deze kosten te dekken kunnen Gedeputeerde Staten een vaste geldlening aangaan met een geldgever met dien verstande dat:

a.het rentepercentage niet hoger zal zijn dan de op de kapitaalmarkt geldende rentevoet;

b.de aflossing zal geschieden in ten hoogste veertig jaar;

3Gedeputeerde Staten kunnen ten behoeve van het fonds besluiten tot het aangaan van rekeningcourantovereenkomsten.

Bestedingen

Artikel 9.

Uit het fonds worden bestreden de kosten als bedoeld in artikel 15.47, zevende lid, van de wet.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.