1 Inleiding
1.4 Reikwijdte
1.4.1 Positionering ten opzichte van andere wetgeving, beleid en eerdere afspraken
Landelijk beleid
Het Klimaatakkoord is een overeenkomst tussen Nederlandse overheden, organisaties en bedrijven waarin is opgenomen dat er bij elk grootschalig energieproject gestreefd wordt naar 50% lokaal eigendom. Onder andere de branchevereniging voor windenergie, de landelijke koepel van energiecoöperaties en de provincie Gelderland onderschrijven de afspraken uit dit akkoord. Met dit beleid sluiten we daar expliciet bij aan. De Klimaatwet stelt de nationale klimaatdoelen vast; deze beleidsregel draagt bij aan het bereiken daarvan door kaders te bieden voor duurzame energie in Gelderland.
Deze beleidsregel geeft invulling aan de participatieplicht uit de Omgevingswet. Het zorgt ervoor dat initiatiefnemers van duurzame energieprojecten, waarvoor Gedeputeerde Staten bevoegd gezag zijn, in gesprek moeten gaan met de omgeving over wenselijke en haalbare vormen van lokaal eigendom, bewonersparticipatie en inclusiviteit.
De Energiewet biedt de provincie de instructieregels over de motivering van het percentage lokaal eigendom van een producent bij de aanleg of uitbreiding van een installatie voor de productie van energie uit duurzame bronnen.
Provinciaal beleid
In de Provinciale Omgevingsverordening staan regels die betrekking hebben op ruimtelijke ordening.
De Participatieverordening Meedoen met Gelderland vormt een kader voor het betrekken van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding en uitvoering van provinciale besluiten. Deze beleidsregel sluit hierop aan en geeft specifiek invulling aan participatie en lokaal eigendom bij duurzame energieprojecten.
De Beleidsregel windenergie beschrijft hoe en waar wij windturbines gerealiseerd willen zien en de hiervoor geldende provinciale benadering.
De Regionale Energiestrategieën 1.0 onderschrijven het streven naar 50% lokaal eigendom zoals beschreven in het Klimaatakkoord. Met dit beleid sluiten we daar expliciet bij aan.
1.4.2 Toepassingsbereik van deze regel
1Deze beleidsregel geeft een definitie van lokaal eigendom, inclusief enkele uitgangspunten voor lokaal eigendom en participatie voor duurzame energieprojecten waar de provincie het bevoegd gezag is. Binnen deze beleidsregel wordt onder duurzame energie de opwekking en benutting van energie afkomstig van waterkracht, groen gas, kernenergie, wind en zon verstaan.
2Als het bevoegd gezag wordt overgedragen, volgens onze Windladder, bespreken we de uitgangspunten van deze beleidsregel met de betreffende gemeente. Het gemeentelijk beleid is dan uitgangspunt. Een gemeente kan onze beleidsregel wel gebruiken, als de gemeente (nog) niet zelf beleid heeft vastgesteld over financiële participatie.
Het voldoen aan de uitgangspunten zoals beschreven in deze beleidsregel stellen we als voorwaarde voor het benutten van provinciale ondersteuning bij duurzame energieprojecten.
2 Participatie
2.1 Wat verstaan wij onder lokaal eigendom
2.1.1 Richtlijn participatie inzet
Wat de lokale omgeving van een project is, hangt af van de manier waarop de effecten van een duurzaam energieproject door de omgeving worden ervaren. Zo kan een project hoorbaar of zichtbaar zijn, wat invloed heeft op de reikwijdte van betrokkenheid. Daarom maken we onderscheid in verschillende groepen:
•Directe omgeving: Alle omwonenden en lokaal verankerde MKB’s en/of maatschappelijke organisaties gevestigd binnen een indicatieve straal van 750 meter rondom de plangrenzen van het project. De project specifieke straal wordt bepaald in overleg met het bevoegd gezag.
•Omgeving in de invloedssfeer: ten minste alle omwonenden en lokaal verankerde MKB’s en/of lokaal verankerde maatschappelijke organisaties gevestigd binnen een met het bevoegd gezag te bepalen straal (afhankelijk van het project en de omvang) rondom de plangrenzen van het project en bij windenergie in het gebied met een straal van 10x de tiphoogte van de windturbines. Deze afstand wordt door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gehanteerd als de grens waarbuiten geen sprake zal zijn van gevolgen van enige betekenis.
•Breder publiek: Minimaal de betreffende gemeente en aangrenzende gemeenten.
Voor lokaal eigendom geldt dat minimaal 50% van de deelnemers aan een coöperatie moet vallen binnen de drie genoemde categorieën (directe omgeving, invloedssfeer, breder publiek). Daarbij geldt voor eigendom dat het breder publiek beperkt blijft tot de betreffende gemeente en aangrenzende gemeenten.
Voor informatievoorziening en algemene participatieprocessen worden minimaal de betreffende gemeente en aangrenzende gemeenten betrokken. De keus ligt bij de initiatiefnemer hoe breed gecommuniceerd wordt, waarbij dit minimum in ieder geval gehanteerd wordt.
De directe omgeving moet door de initiatiefnemer bij alle vormen van participatie (zie paragraaf 2.2) actief worden betrokken. De omgeving in de invloedssfeer en het bredere publiek worden op maat, maar minder intensief betrokken. Tijdens het participatieproces met de directe omgeving kan worden bepaald of de afstanden in specifieke gevallen ruimer moeten worden genomen. Bijvoorbeeld als de indicatieve afstandsgrens van 750 meter een woonkern zou doorkruisen, waardoor er een ongelijk niveau van betrokkenheid ontstaat tussen direct omwonenden.
2.1.2 Eigendom
Voor verduidelijking van de term eigendom gaan we in op drie onderdelen:
•Coöperatieve principes;
•Maatschappelijk lokaal eigendom;
•Het betrekken van lokaal eigendom op de hele businesscase.
Coöperatieve principe
2Europese Commissie, Verordening (EG) nr. 1435/2003: Europese coöperatieve vennootschap (SCE)
We verwachten dat het lokale eigenaarschap wordt ingevuld met collectief eigenaarschap volgens drie coöperatieve principes, zoals gehanteerd door de Europese Commissie:
1open en vrijwillig lidmaatschap;
2democratische controle door de leden; en
3economische participatie door de leden.
Binnen deze principes zijn er verschillende vormen van eigenaarschap mogelijk (coöperatief, publiek of privaat), zolang de gekozen vorm open en vrijwillig lidmaatschap kent en er democratische zeggenschap is bij de leden. In de praktijk zal dit vaak een energiecoöperatie zijn. Daarom verwijzen we in deze beleidsregel regelmatig naar een coöperatie als partij die invulling geeft aan het lokaal eigendom. Als in de omgeving van een project geen lokale energiecoöperatie actief is, neemt de initiatiefnemer in overleg met het bevoegd gezag en de koepel van energiecoöperaties het initiatief om een onafhankelijke lokale coöperatie op te richten.
De coöperatie die invulling geeft aan het lokaal eigendom, is een groep van lokale bewoners die samen hun stad, dorp of wijk willen verduurzamen of bij willen dragen aan de lokale energie opwek. Daarnaast is het belangrijk dat deze groep onafhankelijk is van andere organisaties. In sommige gevallen kan de lokale coöperatie ondersteuning krijgen van een regionale, provinciale of landelijke organisatie (bijvoorbeeld een koepelcoöperatie). Ook kan een publieke organisatie zoals een gemeente, waterschap of lokaal verankerde MKB de coöperatie (financieel) ondersteunen en zo bijdragen aan de invulling van het lokaal eigendom.
Maatschappelijk lokaal eigendom
Bij maatschappelijk lokaal eigendom laat de coöperatie de opbrengsten van het duurzame energieproject ten goede komen aan de lokale samenleving en omgeving. We noemen het daarom maatschappelijk lokaal eigendom. Zo kunnen ook degenen uit de directe (of: lokale) omgeving zonder mogelijkheid om te investeren, meeprofiteren.
Lokaal eigendom heeft betrekking op de hele businesscase
Tot slot is het belangrijk dat het eigendom betrekking heeft op alle aspecten van de businesscase en alle fasen in het project. De coöperatie heeft dus (ook) zeggenschap over de elektriciteitsproductie van het deel waar het de eigenaar van is, ofwel zeggenschap over de Power Purchase Agreement (PPA): het langdurig contract tussen degene die de elektriciteit produceert en degene die dit koopt
Toelichting PPA
Een PPA biedt de producent zekerheid over afname van de stroom, waardoor investeren minder risicovol wordt. De afnemer krijgt de garantie dat de ingekochte stroom duurzaam is en een stabiele prijs over een langere periode. Door duurzame stroom af te nemen via een PPA, of door een contract bij een energieleverancier die dit heeft afgesloten financier je duurzame energieprojecten. Het is belangrijk om zowel de duurzame stroom als een gelijke hoeveelheid certificaten te hebben, omdat het anders niet als groene stroom verkocht kan worden. Bovendien hebben de certificaten ook een financiële waarde.
Bijlage 1. Definities
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat een vergunningaanvraag behandelt en/of het projectbesluit vaststelt en bevoegd is voor toezicht en handhaving;
duurzameenergieprojecten: initiatieven die energie produceren uit hernieuwbare, niet-fossiele bronnen;
energiecoöperatie: collectief van burgers of ondernemers die zich verenigd hebben om zelf aan de slag te gaan met duurzame energieprojecten, een warmtenet voor de wijk of energiebesparing; een coöperatie is een open en democratische vereniging die sterk lokaal verankerd is.
initiatiefnemer: persoon, onderneming of organisatie, bijvoorbeeld een energiecoöperatie of een samenwerking tussen een commerciële ontwikkelaar, grondeigenaren en een energiecoöperatie, die het initiatief neemt om een project te ontwikkelen en een aanvraag indient voor de benodigde omgevingsvergunning(en) of het benodigde projectbesluit.