Aanhef
Provinciale staten van Fryslân,
gelezen het voorstel van het Presidium van 11 oktober 2017
gelet op artikel 82 van de Provinciewet en artikel 42 van het reglement van orde voor de vergaderingen van provinciale staten van Fryslân 2017
overwegende dat
-provinciale staten op 21 juni 2017 hebben besloten om een onderzoekscommissie in te stellen met als titel “leereffect grote projecten”;
-provinciale staten van Fryslân geen verordening hebben voor onderzoekscommissies;
-het presidium voorstelt de verordening onderzoekscommissie Provinciale Staten van Fryslân 2017 vast te stellen
Besluiten
De Verordening op de onderzoekscommissie Provinciale Staten van Fryslân 2017 vast te stellen;
Artikel 1 Recht tot instelling van commissies
1Provinciale staten kunnen op voorstel van een of meer van hun leden een commissie instellen ten einde onderzoek te doen naar het door gedeputeerde staten (GS), provinciale staten (PS) of de Commissaris van de Koning gevoerde bestuur.
2Op een onderzoekscommissie als bedoeld in het eerste lid is het artikel 82, dan wel 151a van de Provinciewet van toepassing.
Artikel 2. Aanvang en werkzaamheden opdracht
1De onderzoekscommissie wordt ingesteld en vangt haar werkzaamheden aan nadat PS hebben besloten tot een onderzoek als bedoeld in artikel 1, eerste lid.
2PS bepalen bij het besluit tot het instellen van het onderzoek de termijn waarbinnen het onderzoek zal zijn afgerond. Deze termijn kan op voorstel van de onderzoekscommissie die het onderzoek verricht door PS worden verlengd.
3De onderzoekscommissie heeft een onderzoekstaak ten behoeve van PS.
4De onderzoekscommissie stelt een onderzoeksopzet op en legt deze ter vaststelling voor aan PS.
Artikel 3. Benoeming en samenstelling onderzoekscommissie
1PS bepalen per onderzoek uit hoeveel personen de onderzoekscommissie gaat bestaan.
2PS benoemen de leden, alsmede de voorzitter-en tevens lid- van de onderzoekscommissie, op voordracht van de fracties.
3Het lidmaatschap en voorzitterschap is uitsluitend voorbehouden aan statenleden.
Artikel 4. Einde lidmaatschap en opheffing van de onderzoekscommissie
1Het lidmaatschap van de onderzoekscommissie eindigt op het moment dat het betrokken lid ophoudt lid te zijn van PS.
2In het in het eerste lid genoemde geval neemt degene die in de opengevallen plaats als lid van PS wordt toegelaten in de onderzoekscommissie de plaats in van degene die heeft opgehouden lid te zijn van PS. Tenzij de voorzitter van de desbetreffende fractie een ander voordraagt.
3Een onderzoekscommissielid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij stelt de voorzitter van PS en de voorzitter van de onderzoekscommissie daarvan schriftelijk in kennis.
4De onderzoekscommissie houdt van rechtswege op te bestaan op het moment dat PS hebben besloten over de door de onderzoekscommissie uitgebrachte rapportage en aan de onderzoekscommissie decharge is verleend op grond van de verantwoording over de besteding van het gevoteerde budget.
Artikel 5. Plaatsvervangend voorzitter
De leden van de onderzoekscommissie kiezen uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter.
Artikel 6. Vergaderingen onderzoekscommissies
De vergaderingen van de onderzoekscommissie zijn niet openbaar, tenzij zij besluiten dat de vergadering openbaar is.
Artikel 7. Bevoegdheden onderzoekscommissie
1De onderzoekscommissie is bevoegd tot het opvragen en inzien van alle schriftelijke informatie die zij voor haar onderzoek: nodig acht, met inachtneming van de bepalingen van de Provinciewet ten aanzien van geheimhouding.
2De onderzoekscommissie is bevoegd tot het zelfstandig doen van onderzoek: indien zij dat in het belang van het onderzoek: nodig acht. Dat onderzoek kan zich mede uitstrekken tot alle archieven van de provincie.
3De onderzoekscommissie is bevoegd tot het houden van hoorzittingen.
4De onderzoekscommissie kan aan derden opdracht geven tot het doen van onderzoeken die zij voor de uitoefening van haar taak nodig acht.
Artikel 8. Ambtelijke ondersteuning
1De onderzoekscommissie heeft recht op ambtelijke ondersteuning.
2De onderzoekscommissie legt een eventueel verzoek voor ambtelijke ondersteuning neer bij de statengriffier. Dit verzoek bevat een inschatting van de tijd die het onderzoek naar verwachting in beslag gaat nemen.
3De statengriffier besluit, in overleg met de secretaris-directeur, hoeveel en op welke wijze ambtelijke ondersteuning wordt verleend. Op basis van de inschatting als bedoeld in het tweede lid, kan er door de statengriffier tijdelijk extra personeel worden aangenomen.
4Ten behoeve van ondersteuning van een onderzoek door de onderzoekscommissie kunnen ambtenaren (deels) worden vrijgesteld van hun reguliere werkzaamheden.
Artikel 9. Besluitvorming
1Bevindingen, conclusies, oordelen en aanbevelingen van de onderzoekscommissie komen tot stand bij meerderheid van stemmen.
2De voorzitter van de onderzoekscommissie heeft tevens stemrecht.
3Op verzoek van een lid van de onderzoekscommissie wordt zijn minderheidsstandpunt in het rapport opgenomen.
4Ten aanzien van stemmingen zijn de artikelen 27 tot en met 32 van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10. Rapportage
1De onderzoekscommissie legt haar bevindingen neer in een rapport waarin zij tevens conclusies en aanbevelingen opneemt.
2De onderzoekscommissie legt dit rapport voor aan PS en voegt daarbij een ontwerpbesluit waarin zij de naar haar oordeel door PS te nemen besluiten verwoordt.
3De onderzoekscommissie zendt een afschrift van het in het eerste lid genoemde rapport aan gedeputeerde staten.
4Gedeputeerde staten kunnen op het rapport van de onderzoekscommissie reageren en hun standpunt toevoegen aan de bevindingen en voorstellen van de onderzoekscommissie.
Artikel 11. Toelichting in de vergadering van PS
1Een lid of meerdere daartoe door de onderzoekscommissie aangewezen leden kunnen in de vergadering van PS het rapport als bedoeld in artikel 10 toelichten.
2PS discussiëren in eerste aanleg alleen met de leden van de onderzoekscommissie.
Artikel 12. Openbaarheid van hoorzittingen. Geheimhouding
1De hoorzittingen als bedoeld in artikel 7, derde lid, worden in het openbaar gehouden.
2De onderzoekscommissie kan om gewichtige redenen besluiten de hoorzitting of een gedeelte daarvan niet in het openbaar te houden.
3Als gewichtige redenen, genoemd in het tweede lid, kunnen onder andere gelden:
-private belangen van bij het onderzoek betrokkenen;
-betrokken bedrijfsbelangen.
4De leden van de onderzoekscommissie bewaren geheimhouding omtrent hetgeen hun tijdens een besloten zitting ter kennis komt. Artikel 91 van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing.
5Het verslag van een hoorzitting of een gedeelte van een hoorzitting, die niet in het openbaar is gehouden, wordt ter inzage gelegd ten behoeve van de leden van PS. De leden van PS bewaren geheimhouding omtrent de inhoud van dat verslag.
Artikel 13. Aankondiging hoorzittingen
Van de aankondiging van hoorzittingen van de onderzoekscommissie wordt mededeling gedaan aan GS, aan de leden van PS en, tenzij sprake is van een besluit in de zin van artikel 12, tweede lid, van deze verordening, aan de pers.
Artikel 14. Verslag
1Van een hoorzitting van de onderzoekscommissie wordt een kort verslag gemaakt. Dat wordt toegezonden aan GS, de leden van PS, degene(n) die is of zijn gehoord en, tenzij sprake is van een besluit in de zin van artikel 12, tweede lid, aan de pers.
2Toezending van het verslag aan de in het eerste lid genoemde personen en instanties vindt niet plaats dan nadat degenen die zijn gehoord in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze op het conceptverslag kenbaar te maken
Artikel 15. Openbaarheid van stukken
1De onderzoekscommissie kan PS verzoeken te besluiten, om redenen genoemd in de artikelen 10 en 11 van de Wet openbaarheid van Bestuur (WOB) om aan de onderzoekscommissie overlegde stukken of gedeelten daarvan, alsmede alle andere stukken die ter kennis zijn van of tot stand zijn gebracht door de onderzoekscommissie niet openbaar te maken.
2De leden van de onderzoekscommissie bewaren geheimhouding omtrent de inhoud van de stukken of gedeelten daarvan, die ingevolge een besluit als bedoeld in het eerste lid niet openbaar worden gemaakt.
3Voor zover de in het tweede lid bedoelde stukken deel uitmaken van het rapport van de onderzoekscommissie, worden deze ter inzage gelegd ten behoeve van de leden van PS.
4De leden bewaren omtrent de inhoud van deze stukken geheimhouding.
Artikel 16. Communicatie
1Gedurende het onderzoek en tot aan het moment van behandeling van het eindrapport door PS, verlopen perscontacten uitsluitend via de voorzitter.
2De leden en plaatsvervangend leden van de commissie en de secretaris onthouden zich van commentaar naar buiten toe tot aan de statenbehandeling van de eindrapportage.
3De leden en plaatsvervangend leden van de commissie onthouden zich van inhoudelijke mededelingen over het onderzoek in de fractievergaderingen.
4Het college van GS krijgt de eindversie van de rapportage van de commissie uiterlijk 8 werkuren voordat de perspresentatie ervan plaatsvindt. Dit om hen in de gelegenheid te stellen een reactie voor te bereiden op het moment dat het rapport openbaar wordt.
5Het eindrapport wordt niet onder embargo tevoren aan de pers verstrekt.
6Er wordt een persbericht opgesteld, dat een samenvatting van de conclusies en aanbevelingen bevat. Dit persbericht wordt wel van tevoren onder embargo aan de pers verstrekt
Artikel 17. Uitleg verordening
Bij twijfel omtrent de uitleg van deze verordening, zomede in de gevallen waarin deze niet voorziet, beslist de voorzitter van de onderzoekscommissie.
Artikel 18
1Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Onderzoekscommissie Provinciale Staten van Fryslân.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst.