Aanhef
Gedeputeerde staten van Fryslân, gelet op artikel 33, tweede lid, van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite, maken bekend dat de gemeenschappelijke regeling als volgt gewijzigd is vastgesteld.
Gemeenschappelijke regeling Marrekrite
Gedeputeerde staten van de provincie Fryslân en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslân, Opsterland, Smallingerland, Súdwest-Fryslân, Tytsjerksteradiel, Waadhoeke en Weststellingwerf, ieder voor zover zij bevoegd zijn,
gelet op:
hoofdstuk IV van de Wet gemeenschappelijke regelingen
BESLUITEN:
de gemeenschappelijke regeling Marrekrite gewijzigd vast te stellen als volgt:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
1In deze regeling wordt verstaan onder:
a.de regeling: de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Marrekrite;
b.openbaar lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;
c.de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;
d.colleges: gedeputeerde staten van Fryslân en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten;
2Waar de wet of de regeling bepalingen van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing verklaard wordt voor provinciale staten, gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning gelezen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
Artikel 2 Openbaar lichaam
1Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 51, eerste lid, juncto artikel 8, eerste lid, van de wet, genaamd: ‘Recreatieschap voor het Friese water en land De Marrekrite’, hierna: Recreatieschap Marrekrite.
2Recreatieschap Marrekrite is gevestigd te Uitwellingerga.
Artikel 3 Belangen
Recreatieschap Marrekrite behartigt binnen de opgedragen taken de gemeenschappelijke belangen van de colleges, met als doel een evenwichtige en gecoördineerde ontwikkeling van de recreatie in de provincie Fryslân, rekening houdende met de belangen van natuur en landschap.
Artikel 4 Taken openbaar lichaam
1Ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen oefent het openbaar lichaam de volgende taken uit:
Het bevorderen van waterrecreatie door het tot stand brengen, beheren en onderhouden van voldoende vrije aanlegplaatsen midden in de natuur. Dit omvat mede:
○ het zorgdragen voor een goede spreiding van de aanlegplaatsen;
○ het op diepte houden van de aanlegplaatsen;
○ het ophalen van recreatieafval bij de aanlegplaatsen; en
○ het verzorgen van het groenonderhoud bij de aanlegplaatsen.
Het bevorderen van landrecreatie door:
a.het tot stand brengen, beheren en onderhouden van bewegwijzering van recreatieve routestructuren, inclusief toeristische overstappunten; en
b.het beheren en coördineren van recreatieve routes in de digitale routedatabase.
Advisering en ontwikkeling (water- en landrecreatie):
a.advisering over uniforme brug- en sluisbediening.
b.het geven van voorlichting, het ontwerpen van plannen en het verstrekken van adviezen.;
c.het gevraagd en ongevraagd (doen) uitvoeren van onderzoek.
d.het initiëren, coördineren en organiseren van werkgroepen, (innovatieve) projecten en initiatieven.
2De taken als bedoeld in het eerste lid worden zo veel als mogelijk uitgevoerd in afstemming met de betreffende deelnemer(s) en voorts met inachtneming van het door de bestuursorganen van de provincie en de deelnemende gemeenten vastgestelde beleid, beleidsregels en instructies.
3Recreatieschap Marrekrite is bevoegd tot het ten behoeve van derden verrichten van diensten op het terrein van het beheer en onderhoud ten behoeve van water- en landrecreatie, voor zover het dagelijks bestuur daarin bewilligt.
Hoofdstuk 2 Inrichting en samenstelling bestuur
Afdeling 1 Het bestuur
Artikel 5 Het bestuur
1Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.
2Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het openbaar lichaam.
Afdeling 2 Het algemeen bestuur
Artikel 6 Samenstelling
1De colleges wijzen elk één lid en tenminste één plaatsvervangend lid aan van het algemeen bestuur. De aanwijzing vindt zo spoedig mogelijk plaats.
2Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het college uit wiens midden men is aangewezen.
3De zittingsduur van de leden van het algemeen bestuur is gelijk aan die van het college dat hen heeft aangewezen.
4Indien in het algemeen bestuur een vacature ontstaat wijst het betreffende college zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
Artikel 7 Werkwijze
1Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel ten minste een vijfde van het aantal leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt.
2De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Indien de voorzitter dan wel een vijfde gedeelte van de aanwezige leden het nodig oordeelt, dient het algemeen bestuur te besluiten of zal worden vergaderd met gesloten deuren.
3Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast.
4De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op.
5Tegelijkertijd met de oproeping brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de in artikel 23, tweede lid, van de wet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.
6De vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
7Indien ingevolge het zesde lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.
8Op de vergadering, bedoeld in het zevende lid, is het zesde lid niet van toepassing. Het algemeen bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het zesde lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
Artikel 8 Besluitvorming
1Elk lid van het algemeen bestuur, aangewezen door en uit de colleges van burgemeester en wethouders, heeft één stem. Het lid, aangewezen door en uit gedeputeerde staten heeft één stem.
2Een stemming is alleen geldig als meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft, en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. Artikel 29, tweede lid, van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing.
3Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming is de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht.
4Een lid neemt niet deel aan de stemming over:
a.een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;
b.de vaststelling of goedkeuring van de rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welk bestuur hij behoort.
Afdeling 3 Het dagelijks bestuur
Artikel 9 Samenstelling
1Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en vijf andere leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen.
2De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.
3Een lid van het dagelijks bestuur treedt af, zodra men ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn.
4Degene die tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.
5Indien in het dagelijks bestuur een vacature ontstaat, wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
Artikel 10 Werkwijze en besluitvorming
1Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of één van de leden dit nodig acht.
2Elk lid van het dagelijks bestuur heeft één stem.
3Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht.
4De vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
5Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, een nieuwe vergadering.
6Op de vergadering, bedoeld in het vijfde lid, is het vierde lid niet van toepassing. Het dagelijks bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerdere vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien alle zitting hebbende leden tegenwoordig zijn.
7Indien bij een stemming, anders dan over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen, de stemmen staken, wordt opnieuw gestemd. Staken de stemmen andermaal over hetzelfde voorstel, dan beslist de stem van de voorzitter.
8Het dagelijks bestuur kan voor zijn vergaderingen een reglement van orde vaststellen.
Afdeling 4 De voorzitter
Artikel 11 De voorzitter
1Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden het door gedeputeerde staten aangewezen lid als voorzitter.
2De voorzitter is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.
3De voorzitter wordt bij ontstentenis vervangen door een lid van het dagelijks bestuur, dat daartoe door het algemeen bestuur is aangewezen.
Afdeling 5 Commissies
Artikel 12 Adviescommissies
1Het algemeen bestuur kan, met toepassing van artikel 24 van de wet, commissies van advies instellen.
2Op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur, met toepassing van artikel 24a van de wet, een gemeenschappelijke adviescommissie in, die het algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden en deze bestuursorganen van advies kan voorzien.
3Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of de voorzitter worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. Het dagelijks bestuur respectievelijk de voorzitter regelt de bevoegdheden en de samenstelling.
Afdeling 6 De directeur
Artikel 13 De directeur
1De directeur is belast met de dagelijkse leiding van Recreatieschap Marrekrite.
2De directeur is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter behulpzaam bij de vervulling van hun taak.
3De directeur is bij de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig.
4De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden door de directeur mede ondertekend.
5Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.
Hoofdstuk 3 Taken en bevoegdheden van het bestuur
Afdeling 1 Taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur
Artikel 14 Taken en bevoegdheden algemeen bestuur
1Alle taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen, behoren aan het algemeen bestuur. Tot de taken en bevoegdheden behoren in elk geval:
a.het vaststellen van de begroting;
b.het vaststellen van de Jaarrekening en het Jaarverslag;
2Het algemeen bestuur kan besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, voor zover dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam te brengen.
3Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden van het algemeen bestuur overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen overdracht verzet. Het algemeen bestuur kan beperkingen stellen aan de uitoefening van de overgedragen bevoegdheid.
Afdeling 2 Taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur
Artikel 15 Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur
1Tot de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur behoren in elk geval:
a.het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast;
b.beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren;
c.regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam;
d.tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 14, tweede lid;
e.te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
f.het beheer van de financiële administratie;
g.de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;
h.het behartigen van de belangen van Recreatieschap Marrekrite bij andere overheden, instellingen, diensten of personen.
2Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit.
Afdeling 3 Taken en bevoegdheden van de voorzitter
Artikel 16 Taken en bevoegdheden voorzitter
1De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
2De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitgaan.
3De voorzitter vertegenwoordigt Recreatieschap Marrekrite in en buiten rechte. De voorzitter kan deze bevoegdheid opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.
Hoofdstuk 4 Inlichtingen en verantwoording
Artikel 17 Inlichtingen door het bestuur aan de raden en provinciale staten
1Het bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten alle inlichtingen die:
a.deze bestuursorganen nodig hebben voor de uitvoering van hun taken; of
b.door één of meer leden van die bestuursorganen worden verlangd.
2Het respectieve reglement van orde van de in het eerste lid genoemde bestuursorganen is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18 Algemeen bestuur
1Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan het college die dit lid heeft aangewezen, alle inlichtingen die door één of meer leden daarvan wordt verlangd op de binnen de betreffende gemeente en de provincie gebruikelijke wijze.
2Een lid van het algemeen bestuur kan door het college die dit lid heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid op de binnen de betreffende gemeente en de provincie gebruikelijke wijze.
3Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten.
4Het college kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit.
5Bij het verstrekken van inlichtingen of het afleggen van verantwoording verschaft een lid van het algemeen bestuur over zaken waaromtrent krachtens artikel 23 van de wet geheimhouding is opgelegd slechts informatie, indien krachtens het bepaalde voor het orgaan dat het lid heeft aangewezen geheimhouding is opgelegd. Laatstbedoelde geheimhouding kan eerst worden opgeheven, nadat door het algemeen bestuur tot opheffing van de geheimhouding is besloten.
Artikel 19 Dagelijks bestuur
1Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.
2Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
3Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop het algemeen bestuur tot ontslag van een lid van het dagelijks bestuur heeft besloten.
Artikel 20 Bericht en raad
1Over al hetgeen het openbaar lichaam betreft dient het dagelijks bestuur Onze Ministers desgevraagd van bericht en raad.
2Het dagelijks bestuur doet mededeling van het verzoek en de inhoud daarvan aan de colleges.
Hoofdstuk 5 Financiën en beheer
Artikel 21 Geldmiddelen
De geldmiddelen van Recreatieschap Marrekrite worden gevormd door:
a.bijdragen van de colleges;
b.subsidies, schenkingen en overige bijdragen;
c.overige inkomsten.
Artikel 22 Bijdrage
1Voor zover de kosten van Recreatieschap Marrekrite niet worden gedekt door de in artikel 21 sub b en c bedoelde inkomsten, wordt hierin als volgt voorzien:
a.gedeputeerde staten: 40%;
b.colleges van burgemeester en wethouders gezamenlijk: 60%.
2Het algemeen bestuur stelt de verdeelsleutel vast, op grond waarvan de in het eerste lid, onder b. bedoelde bijdrage over de colleges wordt omgeslagen.
3De deelnemers betalen de verschuldigde bijdrage bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 1 februari.
4Verrekening van het verschil tussen de begrote bijdrage en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats binnen twee maanden na vaststelling van de jaarrekening.
5De deelnemers dragen er zorg voor dat Recreatieschap Marrekrite te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen.
6Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat het bestuur van een deelnemende gemeente weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.
7Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat het provinciebestuur weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan de minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 198 en 199 Provinciewet.
Artikel 23 Financiële en beleidsmatige kaders
Het dagelijks bestuur zendt van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders in de vorm van een begrotingstoelichting en de voorlopige jaarrekening van het voorafgaande kalenderjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn.
Artikel 23a Begroting
1Het algemeen bestuur stelt de begroting vast voorafgaande aan het jaar dat waarvoor zij dient, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn voor toezending van de vastgestelde begroting aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2Het dienstjaar valt samen met het kalenderjaar.
3Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn.
Artikel 24 Zienswijzeprocedure begroting
1Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting, alsmede een meerjarenraming voor drie aaneengesloten jaren, voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn voor het geven van de in het derde lid bedoelde zienswijze. De ontwerpbegroting bevat een raming van de door de colleges verschuldigde bijdrage.
2De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemende gemeenten en de provincie voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
3De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
4Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de in het derde lid bedoelde zienswijze, alsmede van de conclusies die het daaraan verbindt.
5Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting zo nodig toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten, die ter zake bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
6Het eerste, derde en vierde lid zijn van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van volgende categorieën van begrotingswijzigingen:
a.die verband houden met aanpassingen van de ramingen in verband met loon- en prijsstijgingen;
b.die betrekking hebben op overboekingen van kredieten van één object naar één of meer andere, dan wel nieuwe objecten;
c.die betrekking hebben op nieuwe investeringen c.q. lasten daarvan, voor zover de post “onvoorzien” daartoe nog de ruimte biedt;
d.die betrekking hebben op overige lasten, voor zover de post “onvoorzien” daartoe nog de ruimte biedt;
e.die betrekking hebben op bijdragen van derden dan wel andere baten.
7Begrotingswijzigingen worden door het dagelijks bestuur toegezonden aan de colleges, indien en voor zover een wijziging van invloed is op de bijdrage.
Artikel 25 Jaarrekening en Jaarverslag
1Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking hebben, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn voor toezending van de vastgestelde jaarrekening aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
2Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn
3De jaarrekening en het jaarverslag worden ter kennisname aan de colleges, de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten gezonden.
Artikel 26 De administratie en de controle
1Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. De verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.
2Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. De verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst.
3Het algemeen bestuur wijst een accountant aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de jaarrekening en het daarbij verstrekken van een controleverklaring en het daarbij uitbrengen van een verslag van de bevindingen. Artikel 217, derde tot en met vijfde lid, van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 27 Tegemoetkoming in de kosten en vergoeding van werkzaamheden
vervallen.
Hoofdstuk 6 Archiefbescheiden
Artikel 28 Archief
1Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van Recreatieschap Marrekrite, overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995, vast te stellen Archiefverordening. Deze verordening moet aan gedeputeerde staten worden meegedeeld.
2Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen, overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Archiefwet 1995.
3De archiefbewaarplaats, voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden, is de provinciale archiefbewaarplaats.
4De directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
Hoofdstuk 7 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
Artikel 29 Toetreding
1Een bestuursorgaan dat wenst toe te treden, dient hiertoe een verzoek in bij het algemeen bestuur.
2Toetreding kan geschieden nadat de colleges hiertoe eensluidend hebben besloten.
3De toetreding gaat in op de eerste dag van het kalenderjaar volgende op het jaar waarin het in het tweede lid bedoelde besluit in werking is getreden. Het algemeen bestuur kan in afwijking van de vorige volzin een andere termijn voor toetreding vaststellen.
4Het algemeen bestuur regelt de gevolgen omtrent de toetreding.
Artikel 30 Uittreding
1Uittreding uit de regeling is mogelijk per 1 januari van enig jaar, na een periode van vijf jaren nadat het besluit tot toetreding in werking is getreden en vervolgens telkens om de vijf jaren. Daarbij wordt een opzegtermijn van ten minste één jaar in acht genomen.
2Het voornemen tot uittreding wordt door het betreffende college bij aangetekende kennisgeving aan het algemeen bestuur meegedeeld.
3Na ontvangst van de in het tweede lid vermelde kennisgeving wordt door het dagelijks bestuur een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke derde opdracht verleend een uittredingsplan op te stellen.
4Op grond van het in het derde lid opgestelde plan besluit het college dat een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid heeft gedaan of daadwerkelijk tot uittreding wordt overgegaan.
5Wanneer het betreffende college, na daartoe verkregen toestemming van de raad of provinciale staten, besluit uit te treden, stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De in het plan omschreven financiële verplichtingen zijn voor de uittredende deelnemer bindend.
6De kosten van het opstellen van het uittredingsplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden.
Artikel 31 Wijziging
1De colleges of het bestuur van Recreatieschap Marrekrite kunnen een voorstel tot wijziging van de regeling indienen bij het algemeen bestuur.
2Het algemeen bestuur zendt het wijzigingsvoorstel aan de colleges.
3Een wijziging komt tot stand indien tweederde van de colleges hiertoe heeft besloten.
4In afwijking van het derde lid komt een wijziging van de artikelen 3, 4, 11, eerste lid en 22, eerste lid, tot stand indien unaniem hiertoe is besloten.
Artikel 32 Opheffing
1De regeling wordt opgeheven wanneer tenminste tweederde van de colleges daartoe besluiten, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 9, derde lid, van de wet.
2De opheffing treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.
3In geval van opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie.
4Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan vast. Hierbij kan worden afgeweken van de bepalingen van de regeling. Het plan voorziet in de verdeling van de rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemende partijen op een in dat plan te bepalen wijze.
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen
Artikel 33 Citeertitel, bekendmaking en inwerkingtreding
1Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Marrekrite.
2Gedeputeerde staten van Fryslân dragen zorg voor de bekendmaking van besluiten tot het vaststellen, wijzigen, verlengen of opheffen van de regeling. Bekendmaking vindt plaats in het provinciaal blad.
3De regeling of een wijziging daarvan treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking, tenzij bij eensluidend besluit van de colleges anders is bepaald.