Aanhef
Provinciale Staten van Fryslân;
Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 16 juni 2026, 02525719;
Gelet op artikel 23, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
Overwegende:
dat gemeenteraden bevoegd zijn om binnen hun grondgebied, zowel gemeentelijke als provinciale wegen aan te wijzen als route waarover het vervoer van gevaarlijke stoffen moet plaatsvinden;
dat een gemeente de bij de provincie in beheer zijnde wegen alleen mag gebruiken voor routering, als deze wegen door Provinciale Staten zijn aangewezen, als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
dat provinciale wegen doorgaans de schakel vormen tussen gemeentelijke wegen en het Basisnet (rijkswegen);
dat de aanwijzing van provinciale wegen voor vervoer gevaarlijke stoffen dateert uit 1998;
dat sindsdien nieuwe provinciale wegen zijn aangelegd en gereconstrueerd en daardoor een actualisatie gewenst is;
dat uitsluitend de N910 (Dokkum – Kollum – N355) niet is aangewezen voor vervoer van gevaarlijke stoffen, vanwege het op deze weg geldende vrachtwagenverbod;
dat met dit besluit wordt bijgedragen aan de veiligheid van inwoners en kwetsbare gebieden, bij het vervoer van gevaarlijke stoffen op wegen in provincie Fryslân,
Besluiten vast te stellen het volgende besluit:
Aanwijzing provinciale wegen voor vervoer gevaarlijke stoffen Fryslân 2026
Artikel 1 Aanwijzing provinciale wegen
Als provinciale wegen als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, worden aangewezen de in bijlage 1 genoemde en in bijlage 2 visueel weergegeven provinciale wegen, in beheer bij de provincie Fryslân.
Artikel 2 Inwerkingtreding
1Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Provinciaal Blad. Van dit besluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant;
2Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad;
3Het ‘Rapport aanwijzing provinciale wegen voor routering van gevaarlijke stoffen’, gepubliceerd op 30 juli 1998, Provinciaal Blad nummer 31, wordt ingetrokken.
Artikel 3 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Besluit aanwijzing provinciale wegen voor vervoer gevaarlijke stoffen Fryslân 2026’.
Bijlage 1: omschrijving aangewezen provinciale wegen
Behorende bij artikel 1 van het besluit van Provinciale Staten van Fryslân van 30 september 2026, 02461122, tot aanwijzing van provinciale wegen voor vervoer gevaarlijke stoffen Fryslân 2026:
Wegnr.
Begrenzing wegvak
N351
vanaf aansluiting op de N381 bij Oosterwolde tot Wolvega, afslag Om den Noord
N351
vanaf Wolvega, Om den Noord tot provinciegrens met Overijssel
N353
vanaf provinciegrens met Drenthe tot bebouwde komgrens van Noordwolde
N353
vanaf bebouwde komgrens Noordwolde tot aansluiting op de N380
N354
vanaf aansluiting op A32 tot de Stadsrondweg Oost bij Sneek
N354
vanaf bebouwde komgrens Sneek tot aansluiting op de A6
N355
vanaf Leeuwarden, Anne Vondelingweg tot aansluiting op de N358 bij Buitenpost West
N355
vanaf aansluiting op de N358 Lutkepost tot provinciegrens met Groningen
N356
vanaf Veerdam Holwert tot bebouwde komgrens Dokkum Holwerderweg
N356
vanaf de aansluiting N361 tot aansluiting N31
N357
vanaf bebouwde komgrens Leeuwarden tot aansluiting N356 Holwert
N358
vanaf aansluiting N356 Holwert tot aansluiting A7
N359
vanaf aansluiting A6 bij Lemmer tot aansluiting N31 bij Leeuwarden
N361
vanaf provinciegrens Groningen tot aansluiting N355 bij Tytsjerk
N369
vanaf aansluiting N31 tot aansluiting N355
N380
vanaf aansluiting A32 tot aansluiting N381
N381
vanaf aansluiting A7 tot provinciegrens Drenthe
N383
vanaf aansluiting A31 tot afslag De Draai, Sint Annaparochie
N384
vanaf aansluiting N354 tot bebouwde komgrens Franeker
N384
vanaf aansluiting A31 tot aansluiting N393
N390
vanaf aansluiting A31 tot afslag Langelijnbaan bij Harlingen
N392
vanaf aansluiting A32 bij Akkrum tot aansluiting N380
N393
vanaf aansluiting N398 tot bebouwde komgrens Sint Annaparochie
N393
vanaf bebouwde komgrens Sint Annaparochie tot bebouwde komgrens Sint Jacobiparochie
N393
vanaf bebouwde komgrens Sint Jacobiparochie tot aansluiting N390
N913
vanaf aansluiting N356 tot aansluiting N31
N917
vanaf aansluiting N381 tot bebouwde komgrens Ureterp
N917
vanaf bebouwde komgrens Ureterp tot bebouwde komgrens Bakkeveen
N917
vanaf bebouwde komgrens Bakkeveen tot bebouwde komgrens Waskemeer
N917
vanaf bebouwde komgrens Waskemeer tot bebouwde komgrens Haulerwijk
N918
vanaf aansluiting N919 tot bebouwde grens Haulerwijk
N919
vanaf aansluiting N381 tot provinciegrens Drenthe
N924
vanaf bebouwde komgrens Heerenveen tot bebouwde komgrens Echtenerbrug
N924
vanaf bebouwde komgrens Echtenerbrug/Delfstrahuizen tot aansluiting A6
N927
vanaf aansluiting A6 tot aansluiting N354
N928
vanaf aansluiting N354 tot aansluiting N359
Toelichting op het besluit
Aanleiding
Op grond van artikel 23 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (hierna Wvgs), zijn Provinciale Staten verplicht een provinciaal netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen aan te wijzen. Na aanwijzing kunnen gemeenten deze wegen opnemen in hun routeringsbesluiten. Hiermee wordt beoogd deze transporten via de veiligste routes te laten verlopen.
Sinds de vaststelling door Provinciale Staten op 1 juli 1998 van het ‘Rapport aanwijzing provinciale wegen voor routering van gevaarlijke stoffen’, zijn een aantal nieuwe provinciale wegen en weggedeelten in gebruik genomen of gereconstrueerd. Daarnaast is wet- en regelgeving over vervoer gevaarlijke stoffen en externe veiligheid in de afgelopen jaren aangepast en vernieuwd.
Overwegingen voor het aanwijzen van provinciale wegen
Bij dit besluit zijn omgevings- en verkeersveiligheid, evenals de gemeentelijke planologische taken en bevoegdheden, belangrijke uitgangspunten. Door vrijwel alle provinciale wegen aan te wijzen, kunnen gemeenten hun routeringsbesluit adequaat afstemmen op lokale situaties, bebouwde kommen en planologische ontwikkelingen. Hierdoor is het aantal personen dat wordt blootgesteld aan risico’s in te perken. Kwetsbare gebieden en functies zoals woonwijken, scholen en ziekenhuizen, kunnen zo veel mogelijk worden ontzien. Kortom, het stelt gemeenten in staat om het vervoer van gevaarlijke stoffen effectief te reguleren en de veiligheid van hun inwoners te waarborgen.
Een uitzondering blijft de N910 tussen Dokkum en Kollum-N355, omdat op deze weg een vrachtwagenverbod geldt. T.o.v. de in 1998 genoemde criteria, zijn geen andere uitzonderingen meer gemaakt.
Overwegingen t.a.v. de uitgezonderde wegen in 1998
In het rapport van 1998 waren een achttal wegvakken uitgezonderd, waarbij is getoetst aan:
o externe veiligheidsrisico’s (omgevingsveiligheid)
o bestaande en toekomstige routering van gevaarlijke stoffen
o verkeersveiligheid weggebruikers (functie, inrichting en structuur van het wegennet)
o kwetsbaarheid gebieden (waterwin- en natuurgebieden)
Hierna wordt de huidige situatie getoetst aan de destijds toegepaste criteria.
o externe veiligheidsrisico’s (omgevingsveiligheid)
Dit criterium ziet op de veiligheid van de leefomgeving. In het rapport van 1998 was de conclusie dat de normering nergens werd overschreden. Destijds bleek, en uit tussentijdse evaluaties blijkt, dat sprake is van gering en zelfs afnemend vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierna volgen de resultaten voor de wegen uit de meest recente vervolgstudie (2016, Fries Uitvoeringsprogramma omgevingsveiligheid (2015-2018)):
Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt zoveel mogelijk plaats op het Basisnet, dat bestaat uit alle rijkswegen. Het Rijk monitort dit. In dit onderzoek zijn tellingen aangevuld met de meeste afslagen naar provinciale wegen vanaf het Basisnet. T.o.v. 2010 zijn in 2016 op de meeste wegen de transporten afgenomen. Een toename is geconstateerd op de DCA oftewel de N356 en op de N358 (Skieding / Uterwei).
Voor alle vervoersvormen (weg, water, spoor) is de conclusie dat risicoplafonds niet worden overschreden. Wel dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening met vervoer van gevaarlijke stoffen te worden gehouden.
o bestaande en toekomstige routering van gevaarlijke stoffen
Er is, voor zover bekend, momenteel geen gemeente in Fryslân die een routeringsplan heeft voor vervoer van gevaarlijke stoffen. Bij een toekomstige routering kunnen gemeenten gebruik maken van de aangewezen provinciale wegen.
Als toekomstige ontwikkeling is de energietransitie relevant. Uit het Eindrapport: ‘Omgevingsveiligheid van toekomstige stromen waterstofrijke energiedragers’, blijkt dat in ieder geval voor de periode tot 2035, de grote havens hier vooral een rol in spelen. De Eemshaven en de haven van Delfzijl vallen hier ook onder. Het gaat dan om transport van (gasvormige of vloeibare) waterstof of ammoniak. De productie van waterstof wordt verwacht nabij de grote industrieclusters bij deze havens. Concrete bestemmingen zijn Chemelot, gevestigd bij Geleen (producent ammoniak, wat de basis is voor productie van hernieuwbare waterstof) en Duitsland e.v..
Daarnaast verwacht men uitwisseling van waterstof tussen deze industrieclusters via het Hydrogen Network Netherlands (nog te realiseren buisleidingnetwerk voor waterstof). De verwachting is dat transport ook via spoor en water zal plaatsvinden.
Voor de provinciale en gemeentelijke wegen in Fryslân is er weinig invloed als gevolg van deze ontwikkeling. De belangrijkste bestemmingen liggen niet in provincie Fryslân of er is sprake van vervoer via buisleidingen.
Verder kunnen in de toekomst transporten van gevaarlijke stoffen nodig zijn voor defensie, als hiervoor in Fryslân opslaglocaties worden gerealiseerd.
o verkeersveiligheid weggebruikers (functie, inrichting en structuur van het wegennet)
In 1998 was sprake van wegen met hoge aantallen ongevallen en verkeersslachtoffers. Dit was soms reden om een wegvak niet aan te wijzen voor vervoer van gevaarlijke stoffen. De weginrichting, toekomstige functie van een weg en de mate waarin alternatieve routes aanwezig zijn, speelden hierin eveneens een rol.
Door de sinds 1998 genomen maatregelen aan het provinciale (en gemeentelijke) wegennet, is er een forse afname van verkeersongevallen en onveilige locaties (black spots). Er is vanuit verkeersveiligheid geen aanleiding meer om wegen uit te zonderen.
Destijds was de aanwezigheid van bebouwde kommen in provinciale wegen ook een aanleiding voor het uitzonderen van een weg. De Wvgs bepaalt echter al dat vervoerders bebouwde kommen zoveel mogelijk moeten mijden. Daarnaast biedt het onderliggende gemeentelijke wegennet niet altijd een goed alternatief. Het uitsluiten van provinciale wegen kan de meest veilige routering naar bestemmingen juist frustreren.
o kwetsbaarheid gebieden (waterwin- en natuurgebieden)
Enkele provinciale wegen doorsnijden dergelijke gebieden. In combinatie met andere criteria kan dit aanleiding zijn tot het niet aanwijzen van een weg. Net als in 1998 vormen de samenstelling en omvang van vervoer van gevaarlijke stoffen of de verkeersveiligheid, hier geen aanleiding toe.
Wettelijk kader
De wettelijke kaders zijn de Wvgs, het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen en de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen. Op grond van de Wvgs zijn de wegen die van nationaal belang zijn voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, aangewezen als Basisnet (voornamelijk rijkswegen).
Volgens artikel 24, tweede lid, van de Wvgs is de gemeenteraad bevoegd om de routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen binnen het grondgebied van de gemeente vast te stellen. Deze routes moeten aansluiten op het Basisnet. De gemeenteraad kan in haar routeringsbesluit gebruik maken van gemeentelijke wegen en van de door Provinciale Staten aangewezen wegen.
Geen gemeentelijke routering?
Wanneer er geen gemeentelijk routeringsbesluit is vastgesteld, is de vervoerder op grond van artikel 19 Wvgs verplicht om bebouwde kommen zoveel mogelijk te vermijden. Wanneer er wel een routering door de gemeente is vastgesteld, is het vervoer van gevaarlijke stoffen op de overige wegen automatisch niet toegestaan. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van dit verbod, indien dat noodzakelijk is voor het laden en lossen op grond van artikel 29 Wvgs.