Provinciale wetgeving

Treasurystatuut provincie Flevoland 2026

Provincie Flevoland · geldt sinds 19 maart 2026

Aanhef

Verordening voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de provincie Flevoland (artikel 217 Provinciewet)

Provincie Flevoland heeft een verordening gewijzigd. Hiervoor hebben Provinciale staten op 18 februari een besluit vastgesteld.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking in het Provinciaal Blad en luidt als volgt:

1 Inleiding

Tekst

In de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) is bepaald dat decentrale overheidslichamen voor de inrichting en uitvoering van hun treasuryfunctie (ook wel financieringsfunctie genoemd) verplicht moeten beschikken over een treasurystatuut. In de Financiële verordening van provincie Flevoland staat dat het te voeren beleid op het gebied van de treasury is vastgelegd in een door Provinciale Staten vastgesteld treasurystatuut.

In het Treasurystatuut staan de regels voor het beheer van de geldstromen, de beheersing van de risico’s daarvan en de informatievoorziening daarover. De wet stelt strenge eisen aan het aantrekken en uitzetten van gelden. Daarnaast staat in het statuut wie waarvoor bevoegd is en onder wiens verantwoordelijkheid het valt. Verder zijn de uitgangspunten voor de administratieve organisatie en de interne controle vastgelegd. Het doel is dat de provincie voldoet aan de wet- en regelgeving, altijd haar financiële verplichtingen kan nakomen en als dat nodig is geld kan lenen (kort en/of lang). Uitgangspunt is dat er niet meer geleend wordt dan noodzakelijk, afgestemd op de liquiditeitsplanning.

Aanleiding om het Treasurystatuut van 2014 te actualiseren is niet vanwege wijzigingen in de wet- en regelgeving. Het is met name om het statuut weer in lijn te brengen met de huidige organisatiestructuur en de bevoegdheden af te stemmen op de huidige functies.

In dit statuut wordt verstaan onder:

Betalingsbevoegde

Functionaris die gemachtigd is om namens de provincie betalingen uit te voeren.

Callgeld

Kortlopende dagelijks opvraagbare leningen. Het is geld dat wordt geleend maar direct opeisbaar blijft.

Financiering

Het aantrekken van benodigde financiële middelen. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.

Geldstromenbeheer

Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).

Kasgeldlening

Banklening met een korte looptijd, een vast rentepercentage en een aflossing ineens.

Kasgeldlimiet

Een gemaximaliseerd bedrag aan kasgeldlening(en) op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de provincie bij aanvang van het jaar.

Koersrisico

Het risico dat de koers een onverwachte (en vaak ongewilde) beweging maakt.

Kredietlimiet

Maximumbedrag waarover de kredietnemer mag beschikken.

Kredietrisico

De risico's op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit.

Kredietwaardigheid

De mate waarin het krediet (de lening) kan worden terugbetaald.

Liquiditeitenbeheer

Het aantrekken van benodigde en het uitzetten van overtollige liquide middelen voor een periode van maximaal één jaar.

Liquiditeitenplanning

Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per periode.

Liquiditeitsrisico

Het risico dat de provincie over onvoldoende liquide middelen beschikt om de lopende betalingen te verrichten.

Onderhandse geldlening

Lening waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld.

Projectfinanciering

Financieringsvorm die toegepast wordt bij grootschalige (infrastructuur)projecten.

Rekening courant

De mogelijkheid om zonder ingewikkelde procedures geld op te nemen tot een bepaalde limiet.

Renterisico

Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de provincie door rentewijzigingen.

Renterisiconorm

Een maximaal te herfinancieren bedrag per jaar gemaximeerd op een percentage van het begrotingstotaal. Met als doel het (rente) risico van herfinanciering te beperken.

Rentetypische looptijd

Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constant rentevergoeding.

Rentevisie

Toekomstverwachting over de renteontwikkeling.

Saldobeheer

Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen.

Treasurer

Functionaris die belast is met treasuryactiviteiten.

Treasury

Treasury is het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's.

Uitzetting

Het (tijdelijk) toevertrouwen van overtollige middelen aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen.

Vaste geldlening

Lening met een vaste rente en een vaste looptijd.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.