Provinciale wetgeving

Beleidsregel interbestuurlijk toezicht huisvesting vergunninghouders provincie Flevoland

Provincie Flevoland · geldt sinds 2 mei 2024

Aanhef

Gedeputeerde Staten van Flevoland maken overeenkomstig artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht bekend dat zij op 23 april 2024, onder nummer 3253142, het volgende besluit hebben genomen:

Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland,

Overwegende dat:

het wenselijk is om de Beleidsregel interbestuurlijk toezicht huisvesting vergunninghouders provincie Flevoland vast te stellen om aan te geven op welke wijze Gedeputeerde Staten van Flevoland invulling geven aan artikel 124 van de Gemeentewet ten aanzien van het de huisvesting van vergunninghouders (vluchtelingen met een verblijfsvergunning);

het noodzakelijk is de Beleidsregel interbestuurlijk toezicht huisvesting vergunninghouders provincie Flevoland te wijzigen op het punt dat zij in de plaats treden ten aanzien van de totaalopgave van de huisvesting van vergunninghouders;

zij hiermee wensen te voorkomen dat het gemeentebestuur en gedeputeerde staten voor respectievelijk de huidige reguliere opgave en de opgelopen achterstand tegelijkertijd concurrerend huisvesting zoeken in hetzelfde gebied voor vergunninghouders;

transparantie en eenduidigheid ontstaat inzake de uitoefening van het interbestuurlijk toezicht op gemeenten;

gelet op artikel 124 van de Gemeentewet in samenhang gelezen met artikel 4:81 en artikel 4:83 van de Algemene wet Bestuursrecht zijn Gedeputeerde Staten van Flevoland bevoegd om dit beleidskader aan te vullen.

Besluiten:

Vast te stellen de Beleidsregel interbestuurlijk toezicht huisvesting vergunninghouders provincie Flevoland;

In te trekken de Beleidsregel interbestuurlijk toezicht huisvesting vergunninghouders provincie Flevoland, Provinciaal Blad 2020 8713.

2. Uitgangspunten van het provinciaal toezicht

2.2 Benodigde informatie van het COA en gemeenten

2.2.1 Signalen van trage huisvesting

Naast de realisatiecijfers wordt ook rekening gehouden met signalen van het COA over omkoppelingen of ver oplopende gemiddelde wachttijden tussen koppeling aan gemeente en moment van huisvesting. Deze criteria worden door het COA gehanteerd bij het aanmerken van een gemeente als ‘stapelgemeente’, en informatie hierover wordt door het COA aan de toezichthouder verstrekt. Zowel de signalen over omkoppelingen als de aanmerking ‘stapelgemeente’ hebben geen invloed op de inschaling op de interventieladder, maar zijn voor de toezichthouder een belangrijk signaal dat de huisvesting van vergunninghouders niet goed verloopt. Dit signaal wordt meegenomen in het contact met de gemeenten.

Omkoppelingen vinden plaats wanneer een vergunninghouder te lang op een woning wacht in de gemeente waarin hij is gekoppeld. Onder omkoppelingen wordt staan dat het COA de vergunninghouder aan een andere gemeente kan koppelen die tijdiger voor huisvesting kan zorgen.

Een stapelgemeente is een gemeente waarbij de gemiddelde wachttijd van gekoppelde vergunninghouders in fase 2 (gemeente zoekt geschikt woning voor aan hen gekoppelde vergunninghouder) langer dan 120 dagen bedraagt. Bij het bepalen van het gemiddeld aantal dagen wordt geen rekening gehouden met grote gezinnen (8 personen of meer) en niet met personen of gezinnen waarvoor op medische gronden de huisvesting aan specifieke vereisten moet voldoen (denk aan woningaanpassingen op medische indicaties).

3. Toepassing van de interventieladder

3.1 Uitzonderingen op het toepassen van de interventieladder

3.1.1 Voorbeelden van uitzonderingen om niet over te gaan tot juridische interventie

–De gemeente kan aantoonbaar en overtuigend op korte termijn zelf haar opgave realiseren;

–Er speelt een bepaalde problematiek bij het huisvesten van vergunninghouders die niet kan worden opgelost door het nemen van een besluit tot indeplaatsstelling;

–Er is sprake van overmacht (zie ook paragraaf 1.3 Overmacht). De gemeente kan haar wettelijke taak niet uitvoeren vanwege een niet aan de gemeente toe te rekenen situatie. Bijvoorbeeld: ernstige wateroverlast binnen de gemeente, waardoor ook voor bewoners opvang gezocht moet worden.

3.1.2 Uitzonderingen om wel over te gaan tot juridische interventie

Er kunnen spoedeisende situaties ontstaan waarbij de toezichthouder het als noodzakelijk beschouwt om over te gaan tot juridische interventie. Op grond van artikel 124 van de gemeentewet behoudt de toezichthouder het recht om, mits gemotiveerd, af te wijken van de reguliere toepassing van de interventieladder zoals hierboven beschreven en de interventieladder versneld te doorlopen om eerder over te gaan tot de juridische stappen behorend bij indeplaatsstelling. Om een transparant proces te waarborgen wordt de gemeente tijdig geïnformeerd van dit besluit. De provincie zal niet lichtzinnig met dit recht omgaan, omdat het strijdig is met belangrijke uitgangsprincipes van het generiek toezicht (proportionaliteit, op afstand, vanuit onderling vertrouwen).

Bijlage 1 Halfjaarlijks toezichtverslag realisatie taakstelling huisvesting verblijfsgerechtigden gemeenten1 Verblijfsgerechtigden worden in de volksmond statushouders genoemd. Sinds de aanvullende taakstelling worden in de circulaires van het Rijk, waarin de halfjaarlijkse taakstellingen worden aangekondigd, verblijfsgerechtigden die onder de reguliere taakstelling vallen aangeduid als vergunninghouders en verblijfsgerechtigden die onder de aanvullende taakstelling vallen aangeduid als statushouders.

Voor een goed overzicht van de invulling van de wettelijke taak verblijfsgerechtigden in uw gemeente te huisvesten, vragen wij u vriendelijk onderstaande vragen te beantwoorden.

Blok 1:

Algemene gegevens

1.1 Verslag taakstellingsperiode:

1.2 Gemeente:

1.3 Verantwoordelijke portefeuillehouder:

1.4 Contactpersoon gemeente:

1.5 Telefoonnummer:

1.6 E-mail:

1.7 Ondertekening College van Burgemeester en Wethouders:

1.8 Datum:

Blok 2:

Realisering taakstelling vergunninghouders

2.1 Aantal achterstand/voorsprong begin taakstellingsperiode (incl. saldo vorige perioden):

2.2 Aantal te huisveste vergunninghouders deze taakstellingsperiode (de taakstelling):

2.3 Aantal gehuisveste vergunninghouders in taakstellingsperiode:

2.4 Aantal achterstand/voorsprong einde taakstellingsperiode:

Indien binnen de gemeente sprake is van een achterstand in de realisering van de gecumuleerde taakstelling ga dan door naar Blok 3, anders ga door naar Blok 4 (zie vraag 2.3).

Blok 3:

Reden achterstand realiseren taakstelling vergunninghouders

3.1 Heeft u voldoende woningen/woonruimten aangeboden?

Nee/ja, aantal.

3.2 Zijn er huisvestingen gerealiseerd die nog niet in de COA-registratiecijfers zijn verwerkt?

Nee/ja, aantal.

Weet u waarom zij niet zijn verwerkt? Ja/nee met reden waarom niet.

3.3 Heeft u tijdens de taakstellingsperiode te maken gekregen met woningweigeringen? Nee/ja, aantal woningweigeringen met reden weigering en datum melding COA:

3.4 Heeft u de hiervoor speciaal ontwikkelde weigeringsprocedure opgestart?

3.5 Zijn er andere niet verwijtbare omstandigheden die hebben geleid tot het niet tijdig realiseren van de taakstellingen?

Nee/ja, met omschrijving van deze omstandigheden.

3.6 Heeft u concrete afspraken gemaakt met de in uw gemeente werkzame woningcorporaties?

Ja/nee, met reden waarom dit niet is gebeurd.

3.7 Heeft u concrete afspraken gemaakt met andere binnen u gemeente werkzame verhuurders?

Ja/nee, met reden waarom dit niet is gebeurd.

3.8 Heeft u prestatieafspraken gemaakt met de woningcorporatie(s)?

Ja/nee, met reden waarom dit niet is gebeurd.

3.9 Gaat u dit jaar prestatieafspraken maken met de woningcorporatie(s)?

Ja/nee, met reden waarom dit niet is gebeurd.

3.10 Komen er binnen uw gemeente tijdig voldoende geschikte woningen/woonruimten vrij voor de huisvesting van vergunninghouders?

Ja/nee, met toelichting.

3.11 Heeft u structurele maatregelen getroffen om de huisvesting van vergunninghouders te garanderen?

Ja/nee met toelichting op de maatregelen.

3.12 Indien u 3.11 met nee heeft beantwoord, geef een omschrijving van de maatregelen die worden voorbereid of inmiddels zijn genomen om alsnog aan de taakstelling te voldoen.

3.13 Waarom heeft u met gemeenten in de regio geen afspraken gemaakt over een herverdeling van de taakstelling?

3.14 Toelichting op welke wijze de achterstanden het komende halfjaar worden ingelopen:

Blok 4:

Het COA geeft aan dat de toewijzingsprocedure in totaal 12 weken duurt. We willen graag weten of u binnen deze 12 weken verblijfsgerechtigden hebt gehuisvest. Om geen achterstanden te laten ontstaan is het daarnaast van belang dat het COA in elk geval 12 weken voor het aflopen van de halfjaarlijkse taakstellingsperiode voldoende verblijfsgerechtigden aan uw gemeente heeft gekoppeld.

4.1 Heeft u alle verblijfsgerechtigden binnen de 12-wekelijkse toewijzingsperiode gehuisvest?

Ja/nee met de reden waarom dit niet is gebeurd.

4.2 Hoeveel verblijfsgerechtigden heeft u binnen de 12-wekelijkse toewijzingsperiode gehuisvest?

4.3 Hoeveel verblijfsgerechtigden heeft u niet binnen de 12 wekelijkse toewijzingsperiode gehuisvest?

4.4 Heeft het COA alle volgens de taakstelling en een eventuele achterstand toe te wijzen verblijfsgerechtigden minimaal 12 weken voor het aflopen van de halfjaarlijkse taakstellingsperiode toegewezen/gekoppeld?

Ja/nee, met de reden waarom dit niet is gebeurd.

Blok 5:

Zijn er nog andere opmerkingen die u in dit kader kwijt wilt, zoals mogelijke verbeteringen die doorgevoerd zouden kunnen worden? Of mogelijke aanpassingen die het proces zouden kunnen ondersteunen waardoor dit kan worden gestroomlijnd en versneld?

Of heeft u nieuwe inzichten waarmee andere gemeenten hun voordeel kunnen doen?:

Ja/nee.

Indien ja dan svp toelichten.

Hartelijk dank voor het invullen van dit formulier.

Dit formulier moet binnen 4 weken na afloop van het kalenderhalfjaar worden gezonden aan:

College van GS Flevoland

Postbus 55

8200 AB Lelystad

Bijlage 2 Verschoonbare redenen (niet limitatief)

Reden

Verschoonbaar

Niet verschoonbaar

Azc in gemeente

n.v.t.

X

Complexe zorgvraag

Maatwerk

Maatwerk

Geen alternatieve huisvesting

n.v.t.

X

Geen BSN

X

n.v.t.

Geen woningen voor alleenstaanden

n.v.t.

X

Gemeentelijke herindeling

n.v.t.

X

Grote gezinnen met meer dan 7 personen

Maatwerk

Maatwerk

Lage mutatiegraad corporatie

n.v.t.

X

Leefbaarheid

n.v.t.

X

Nakomen geaccordeerd plan van aanpak GS en toch niet halen

n.v.t.

X

Ont- en doorkoppelen door COA

n.v.t.

X

Onvoldoende betaalbare woningen

n.v.t.

X

Onvoldoende koppelingen (per 1 april en 1 oktober)2

X

n.v.t.

Pasjes IND-registratie

X

n.v.t.

Passend toewijzen

n.v.t.

X

Te weinig vrijwilligers

n.v.t.

X

Tussentijdse extra taakstelling

X

n.v.t.

Uitstel aankomst hervestigers binnen taakstellingsperiode verschoven naar volgende periode

X

n.v.t.

Versterkingsopgave aardbevingsgebied

X

n.v.t.

Vertraging gezinshereniging (koppeling van de forecast)

X

n.v.t.

Woningbouw komt afspraken niet na

n.v.t.

X

Woningweigering

X

n.v.t.

Ziekte medewerker

n.v.t.

X

Dit betreft geen limitatieve lijst. De afweging is maatwerk en er kunnen zich andere redenen voordoen die verschoonbaar zijn waardoor de taakstelling niet kan worden gehaald.

Bijlage 3 Checklist

•1.

Nagaan hoeveel aanbiedingen (van vergunninghouders) de regievoerder aan de betreffende gemeente heeft gedaan.

•2.

Nagaan wat de samenstelling van het aanbod aan vergunninghouders is geweest: hoeveel alleenstaanden, hoeveel meerpersoonshuishoudens e.d.

•3.

Nagaan hoeveel personen de gemeente heeft afgenomen.

•4.

Nagaan tot hoeveel huisvestingen dit heeft geleid.

•5.

Nagaan hoe lang de termijn is geweest tussen aanbod door de regievoerder, de koppeling door de gemeente en de daadwerkelijke huisvesting.

•6.

Nagaan hoeveel huisvestingen al formeel zijn geregeld maar nog niet bij COA zijn geregistreerd.

•7.

Nagaan welke maatregelen de corporatie/gemeente heeft genomen om het aanbod van woningen aan te passen aan de vraag vanuit de vergunninghouders.

•8.

Nagaan of de gemeente samenwerking heeft gezocht met andere gemeenten in de regio om gezamenlijk de problematiek op te lossen.

•9.

Nagaan of de gemeente de taakstelling heeft gehaald; Zo nee, dan nagaan of er sprake is van verschoonbare/niet verschoonbare redenen.

•10.

Nagaan of de gemeente voldoende passende woningen heeft aangeboden (aantal, type woningen en huurprijs).

•11.

Nagaan of de gemeente alle opties geprobeerd heeft om voor voldoende passende woonruimte te zorgen (bv. tijdelijke huisvesting in containers of in leegstaande kantoren, etc.).

•12.

Nagaan of de gemeente woningen heeft aangeboden die qua locatie en kwaliteit acceptabel zijn voor de doelgroep (in grotere kern, nabij OV, voorzieningen, scholing vrijwilligers etc.).

•13.

Nagaan of de gemeente in de prestatieafspraken met corporaties afspraken heeft gemaakt over de huisvesting van vergunninghouders.

•14.

Nagaan of de gemeente bij vergunninghouders heeft geïnformeerd naar gezinshereniging.

•15.

Nagaan of de gemeente de coördinatie van de diverse relevante beleidsvelden (wonen, welzijn, leerplicht, inburgering, werk & inkomen) en externe partijen (Vluchtelingenwerk, corporaties) goed heeft geregeld.

•16.

Nagaan of de gemeente steekhoudende argumenten heeft dat zij op volkshuisvestelijke of ruimtelijke redenen (tijdelijk), niet (volledig) de taakstelling kan realiseren.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.