Provinciale wetgeving

Vaststelling Nota Grondbeleid

Provincie Drenthe · geldt sinds 4 juli 2024

Aanhef

Provinciale Staten van Drenthe;

gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van Drenthe van 7 februari 2024, kenmerk 6/5.3/2024000129;

gelet op de Financiële verordening provincie Drenthe 2020;

BESLUITEN:

1de Nota Grondbeleid vast te stellen;

2de Nota “Grondbeleid volgens provincie Drenthe 2016-2021” in te trekken.

Nota Grondbeleid Drenthe ‘Grond in transitie’

Voorwoord

Het grondbeleid van de provincie en de beschikbare grondinstrumenten zijn belangrijke randvoorwaarden voor realisatie van provinciale beleidsopgaven. Tegen het licht van de grote opgaven en transities die in het landelijk gebied aan de orde zijn en veranderende wet- en regelgeving, zoals onder andere de Omgevingswet, is geconstateerd dat de Nota Grondbeleid 2016 op onderdelen niet meer actueel is. Toekomstige grondvraagstukken verlangen een meer integrale benadering. Met de voorliggende Nota Grondbeleid Drenthe geven we daar invulling aan. Daarnaast voorziet deze nieuwe nota in verruiming van toepassingsmogelijkheden van grondbeleid bij provinciale taken.

Bijlage 1.

Wettelijke kaders voor provinciaal grondbeleid

Huidige wet- en regelgeving

De provincie Drenthe heeft de mogelijkheid om als publiekrechtelijk rechtspersoon privaatrechtelijk te handelen. Aankoop, beheer en verkoop van grond en vastgoed zijn een privaatrechtelijke aangelegenheid. Dit betekent dat twee partijen op basis van gelijkwaardigheid vrijwillig een overeenkomst kunnen aangaan. Binnen deze privaatrechtelijke handelingssfeer is de provincie als overheidsinstantie nader gebonden aan wet- en regelgeving. De voor het grondbeleid meest relevante en regelmatig voorbijkomende wet- en regelgeving (publiek- en privaatrechtelijk) wordt hieronder uiteengezet. De uiteenzetting is dus niet volledig. Er kan ook sprake zijn van rechtspraak die eenzelfde uitwerking heeft als wet- en regelgeving.

Europese wet- en regelgeving

De provincie handelt bij grondtransacties (aan- en verkoop) binnen de kaders van de Europese en nationale wet- en regelgeving. Hieronder beschrijven we de belangrijkste Europese wetgeving voor het grondbeleid.

Europese staatssteunregels zien toe op gelijke omstandigheden en concurrentievoorwaarden voor alle ondernemingen op de gemeenschappelijke markt. Overheidsmaatregelen die concurrentievervalsend uitpakken, zijn daarom niet toegestaan. Bij verhuur, (erf)pacht, schenking, koop/verkoop en leaseconstructies gelden twee procedures waarmee de overheid transacties kan uitvoeren zonder dat een vermoeden van staatssteun kan optreden: koop/verkoop middels een openbare biedprocedure of de prijs bij koop/verkoop onderbouwen met een onafhankelijke taxatie. De staatssteunregels vormen een belangrijk kader voor uitvoering van het provinciaal grondbeleid.

De Europese Richtlijn aanbestedingen en de Aanbestedingswet schrijven voor dat de provincie uitvoerende werkzaamheden zoveel mogelijk in de markt uitzet om alle partijen de kans te bieden om zich in te schrijven.

De Kaderrichtlijn Water heeft als doelstelling het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater.

De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming en zijn opgesteld om de biologische diverstiteit in Europa in stand te houden.

Nationale wet- en regelgeving

Naast Europese wetgeving is diverse nationale wet- en regelgeving van belang voor het grondbeleid. Hieronder volgt een overzicht van nationale wet- en regelgeving die van toepassing is op, of een rol van betekenis speelt bij het

provinciale grondbeleid. Omdat door de introductie van de Omgevingswet (en het aanvullingsspoor grondeigendom) diverse “bekende” wetten per 1 januari 2024 zijn opgeheven, geven we hieronder eerst een kort overzicht van de voor grondzaken belangrijkste thema’s en veranderingen.

Omgevingswet (aanvullingsspoor grondeigendom)

Met het aanvullingsspoor grondeigendom worden regels voor grondbeleid opgenomen in de Omgevingswet. De regels voor grondbeleid zijn beter op elkaar afgestemd en duidelijker in het gebruik. Hierdoor wordt het eenvoudiger om de verschillende instrumenten in samenhang te gebruiken. Het aanvullingsspoor grondeigendom bestaat uit de Aanvullingswet, het Aanvullingsbesluit en de Aanvullingsregeling.

De volgende thema’s zijn onder andere geïntegreerd maar kennen de nodige wijzingen ten opzichte van de oorspronkelijke wetgeving.

Voorkeursrecht

Met het vestigen van een voorkeursrecht op grond van de Omgevingswet, krijgt de overheid het eerste recht van koop op een onroerende zaak. Hiermee voorkomt de overheid dat bij geplande ontwikkelingen de grondprijzen worden opgedreven. Of dat particulieren of organisaties grondposities innemen die de ontwikkeling van gebieden belemmeren.

PS kan in bepaalde gevallen ten behoeve van de fysieke leefomgeving een voorkeursrecht vestigen. Vooruitlopend daarop kan GS een voorlopig voorkeursrecht vestigen. Het voorkeursrecht dwingt de eigenaar niet tot koop, deze kan zelf beslissen tot verkoop over te gaan. Bij verkoop moet de onroerende zaak echter eerst aan de provincie worden aangeboden.

De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op de grondslag een voorkeursrechtbeschikking te geven; over de bekendmaking; het tijdstip van inwerkingtreding; de vervaltermijn van 5 jaar en de geldingsduur op grondslag van een omgevingsplan.

Onteigening

Onteigenen is het ontnemen van grondeigendom in het algemeen belang voor het ontwikkelen, gebruiken of beheren van de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld voor de aanleg van een nieuwe weg. PS is het bevoegd gezag en past het instrument onteigening toe als aankoop niet of niet op tijd lukt. Voorwaarden zijn een algemeen belang, noodzaak en urgentie van de onteigening. PS neemt hiertoe een onteigeningsbeschikking die aan bepaalde voorwaarden moet voldoen en moet worden bekrachtigd door de bestuursrechter. De onteigeningsprocedure bestaat uit 3 fasen: de onteigeningsbeschikking en -bekrachtiging; de schadeloosstellingsprocedure en de inschrijving van de onteigeningsakte.

De belangrijkste wijzigingen zijn onder meer dat de onteigeningscriteria nu wettelijk zijn vastgelegd en dat het bestuursorgaan de onteigeningsbeschikking neemt en niet de Kroon. Tevens is het onderscheid in onteigeningstitels verdwenen en is er sprake van één uniforme procedure. Het onteigeningsbelang moet worden onderbouwd aan de hand van de aan de locatie toegedeelde functies. Hierbij kunnen het omgevingsplan de omgevingsvergunning en het projectbesluit de grondslag van het onteigeningsbelang zijn. Voorts is er een scherpere scheiding tussen de onteigenings- en schadeloosstellingsprocedure en gaat het eigendom over door inschrijving in de openbare registers in plaats van inschrijving van het vonnis.

Landinrichting

Landinrichting heeft als doel om de inrichting van het landelijk gebied te verbeteren in overeenstemming met de aan locaties toegedeelde functies. Landinrichting wordt gebruikt voor doelen op het gebied van landbouw, natuur, landschap, waterbeheer en recreatie. GS zijn bevoegd gezag voor de landinrichting, die voorheen vooral in de WILG was geregeld. GS stellen een gebiedsgericht inrichtingsprogramma vast na openbare voorbereiding en kunnen een inrichtingsbesluit nemen dat derde partijen bindt. Een herverkaveling kan onderdeel hiervan uitmaken, waarbij korting van maximaal 5% kan worden toegepast voor voorzieningen van openbaar nut. Voor de uitvoering van een herverkaveling is een ruilbesluit nodig en een besluit geldelijke regelingen.

De belangrijkste wijzigingen zijn dat het inrichtingsplan uit de WILG wordt vervangen door het inrichtingsprogramma en het inrichtingsbesluit; dat er in het belang van de landinrichting geen aparte onteigeningstitel is binnen de Omgevingswet (verloopt via de algemene regeling voor onteigening) en dat een gewijzigd inrichtingsbesluit nodig is om de begrenzing van het herverkavelingsblok te wijzigen.

Kavelruil

Kavelruil is een vorm van gebiedsinrichting waarbij minimaal 3 partijen vrijwillig hun onroerende zaken ruilen. In een kavelruilovereenkomst leggen zij de nieuwe verdeling van onroerende zaken vast. De eigendomsoverdracht vindt plaats door inschrijving van de kavelruilakte in de openbare registers. Het is voor agrarische ondernemers een snel een eenvoudig alternatief voor verplichte herverkaveling. Het is tevens een instrument om beleidsdoelen voor natuur, landschap, waterbeheer en recreatie te realiseren.

Een belangrijke wijziging ten opzichte van de Wilg is dat stedelijke kavelruil nu ook mogelijk is en dat Partijen ook in een kavelruil een appartementsrecht kunnen ruilen. Er is geen overgangsrecht,

Regels over kostenverhaal

Het aanvullingsspoor voegt regels toe over kostenverhaal door de overheid. Het gaat om kosten voor het aanleggen van publieke voorzieningen. Bijvoorbeeld wegen, riolering, straatverlichting en groenvoorzieningen.

Kosten worden ook verhaald bij organische ontwikkeling van een gebied. Of als de regie van de ontwikkeling meer bij initiatiefnemers ligt. Hierdoor kan de overheid inspelen op huidige en toekomstige ontwikkelingen, bijvoorbeeld op de woningmarkt.

Overgangsrecht Omgevingswet

Het aanvullingsspoor grondeigendom bevat regels voor een goede overgang van bestaande wetten, besluiten en regelingen naar de Omgevingswet.

Overige wetgeving

Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn): voor behoud van lucht- en waterkwaliteit. Deze wet is van kracht geworden op 10 maart 2021, als reactie op de vernietiging van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) door de Raad van State op 29 mei 2019. Doel van de invoering was om tot wijziging te komen van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet. De strekking is om de depositie van stikstof op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden te verminderen en daardoor de kwaliteit van de natuur in die gebieden te verbeteren. Dat gebeurt aan de hand van regelgeving voor de depositie van stikstof ten gevolge van activiteiten op onder andere bedrijfslocaties, bij de aanleg of reconstructie van infrastructurele werken en bij bouwprojecten. Activiteiten met stikstofemissie vallen onder de werking van de Wet natuurbescherming tenzij deze emissie niet leidt tot negatieve effecten binnen de Natura-2000 gebieden. Ook activiteiten die tijdelijk stikstofemissies veroorzaken (zoals binnen de bouwsector of bij evenementen) kunnen vergunningplichtig zijn. Vergunningen kunnen op dit moment nauwelijks worden afgegeven omdat eerst de kwalititeit van de natuur in de gebieden moet verbeteren.

Legalisatieprogramma PAS-meldingen: ingegaan op 28 februari 2022 en gepubliceerd in de Staatscourant. In het programma staat onder andere hoe ondernemers die in het verleden een PAS-melding hebben gedaan, maar voor wie toestemming door een uitspraak van de Raad van State is komen te vervallen, opnieuw toestemming krijgen voor de depositie van stikstof op de Natura 2000-gebieden. Binnen drie jaar na vaststelling van het programma moeten de maatregelen (zoals het realiseren van stikstofruimte) zijn getroffen waarmee legalisatie van alle PAS-meldingen mogelijk is.

Aanbestedingswet: regels voor aanbesteden. In de wet is beschreven hoe (semi)overheden moeten aanbesteden en welke voorwaarden hiervoor gelden.

Besluit begroting en verantwoording: gemeenten en provincies zijn altijd zelf verantwoordelijk voor hun financiële beheer, maar ze moeten zich wel houden aan financiële wetten en regels. Ook moeten ze transparant zijn over hun financiële gegevens. Er zijn regels voor het opstellen van financiële rapporten van gemeenten en provincies, bijvoorbeeld begroting, meerjarenraming, jaarverslag en jaarrekening. Deze moeten correct, begrijpelijk en volledig zijn. Gemeenten en provincies hebben de wettelijke plicht de jaarrekening te laten controleren door een accountant. De uitvoeringsverantwoordelijkheid voor grondbeleid in provinciale projecten berust bij GS. Bij het vaststellen van de begroting en jaarrekening stelt PS jaarlijks de verplichte paragraaf grondbeleid vast, met daarin de verantwoording over het beleid. De jaarlijks vast te stellen Meerjaren Investeringsprognose Grond (MIG) voorziet hierin.

Wet Vennootschapsbelasting: ingevoerd om een gelijk speelveld te creëren tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Bij een actieve rol van overheden rond grondbeleid moet worden getoetst in welke mate sprake is van een fiscale onderneming. Als dat van toepassing is, ontstaat een belastingplicht.

Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur: om uit te sluiten dat de overheid onbedoeld criminele activiteiten faciliteert. Deze wet geeft overheden de mogelijkheid om de achtergrond van bedrijven en personen met wie zij zakendoen, te screenen via een Bibob-onderzoek. Juist omdat vastgoedtransacties regelmatig onder een vergrootglas liggen, is dit relevant voor het provinciale grondbeleid.

Belastingwet: geeft inzicht in de verschillende belastingstelsels die van kracht zijn binnen het Nederlands rechtssysteem. Denk aan btw, overdrachtsbelasting en vennootschapsbelasting.

Wet Open Overheid (WOO): regelt het recht op informatie over alles wat de overheid doet en is sinds 1 mei 2022 opvolger van de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB).

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur: beginselen om de gedragsregels van de overheid ten aanzien van de burger te regelen. Deze spelregels van het bestuursrecht binden de overheid om zorgvuldig, duidelijk en op basis van de wet te handelen.

Algemene wet bestuursrecht: valt onder bestuursrecht. Dit rechtsgebied omvat alle bestuursactiviteiten van openbare bestuursorganen. Het gaat om algemene procedureregels voor het nemen van een besluit, maar ook om regels die burgers in acht moeten nemen bij het indienen van een bezwaar, beroep of klacht.

Burgerlijk Wetboek: verzameling van negen wetboeken die regels bevatten over de verschillende (rechts)verhoudingen tussen personen.

-Personen- en familierecht

-Rechtspersonen (Nederlands rechtspersonenrecht)

-Vermogensrecht in het algemeen

-Erfrecht

-Zakelijke rechten

-Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht

-Bijzondere overeenkomsten (inclusief 7A. Bijzondere overeenkomsten)

-Verkeersmiddelen en vervoer

-Internationaal privaatrecht

Diverse onderdelen van het Burgerlijk Wetboek zijn van belang voor provinciaal grondbeleid: o.a. contractenrecht, huurrecht en pachtrecht. Het Burgerlijk Wetboek bevat de kaders waarbinnen privaatrechtelijke overeenkomsten tot stand kunnen komen.

Bodemwetgeving

De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en Besluit uniforme saneringen zijn opgegaan in de Omgevingswet. Via de Aanvullingswet bodem Omgevingswet en Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet worden de regels voor bodem onderdeel gemaakt van de Omgevingswet. Het nieuwe wettelijke instrumentarium door bodem berust op drie pijlers:

1het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie)

2het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging over de kwaliteit van de leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies)

3het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer historische verontreinigingen)

Voor gevallen van bodemverontreiniging waarover onder de Wbb al een besluit is genomen, blijft de Wbb van kracht (overgangsrecht).

Het Drentse bodembeleid is beschreven in de strategie Bodem en Ondergrond (2021) en de nota Werk maken van eigen bodem (2014).

Relevante rechtspraak

Wet- en regelgeving leidt tot besluiten van de overheid. Die besluiten kunnen leiden tot bezwaar en beroep van belanghebbenden. Hieruit voortvloeiende uitspraken van rechtsorganen zijn bindend, voor zowel burgers als overheid. Daarmee hebben ze dezelfde strekking c.q. werking als wet- en regelgeving. De uitspraken worden gepubliceerd en vaak ook door deskundigen nader geduid. Deze rechtspraak (jurisprudentie), is daarmee van belang voor het provinciaal grondbeleid.

Jurisprudentie Onteigening

Op grond van de voormalige Onteigeningswet (nu Omgevingswet) heeft de overheid de mogelijkheid om grondeigendom te ontnemen. Dit is een zeer ingrijpende aangelegenheid. Vele rechtszaken en rechterlijke uitspraken hebben geleid tot omvangrijke jurisprudentie. Voor de inzet van provinciaal grondbeleid is het dus niet voldoende om alleen de wettekst in acht te nemen.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur waaronder het zogenaamde Didam-arrest

De Algemene beginselen van behoorlijk bestuur hangen sterk samen met rechtspraak c.q. jurisprudentie. De Hoge Raad heeft op 26 november 2021 een arrest gewezen dat nadere eisen stelt aan onderhandse (één-op-één) verkoop van onroerende zaken door overheden en dat daarmee gevolgen heeft voor provinciaal grondbeleid. Dit is het zogenaamde Didam-arrest (gepubliceerd met kenmerk ECLI:NL:HR:2021:1778).

De Hoge Raad stelt in het arrest dat het gelijkheidsbeginsel, als een van de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zo moet worden uitgelegd dat één-op-één verkoop van onroerende zaken niet zonder meer mogelijk is als verwacht mag worden dat er meerdere (potentiële) gegadigden zijn. De positie van de overheid verschilt daarmee van die van een private partij op de private markt.

In het Didam-arrest wordt een duidelijke uitzondering op de hoofdregel geformuleerd. De provincie mag afzien van een selectieprocedure als bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop. In dat geval is er geen strijd met het gelijkheidsbeginsel en is één-op-één verkoop wel toegestaan. Dan geldt wel de verplichting om het voornemen tot verkoop bekend te maken en te motiveren waarom er naar oordeel van de provincie slechts één gegadigde in aanmerking komt.

Natuurpact

Tot slot dient het Natuurpact vermeld te worden hetgeen een ondertekende verplichting inhoudt voor de provincie om de benoemde NNN opgaven daadwerkelijk en tijdig te realiseren.

Bijlage 2 Grondinstrumenten

Faciliterende grondinstrumenten

Instrument

Doel/inhoud

Randvoorwaarde(n)

1.

Provinciaal voorkeursrecht

Vestigen rechtvan eerste koopop gronden om de grondmarkt te reguleren.

Volgens vereisten Omgevingswet gemeenten Planologische voortgang.

2.

Zakelijke rechten

Vestigen beperkte rechten op gronden van derden t.b.v. een provinciaal belang.

Volgens vereisten wet- en regelgeving.

3.

Verzoek tot herbestemming

Functiewijziging van gronden (van derden) via herbestemming t.b.v. een provinciaal belang.

Onder meer volgens Omgevingswet

4.

Schadevergoeding o.b.v. een regeling

Vergoeding van schade (vooraf) op basis van een provinciale regeling.

Regeling als basis vereist (denk aan planschaderegeling).

5.

Samenwerkingsovereenkomsten

Vastleggen van afspraken met derden (partners) voor realisatie van zaken, waarbij ook het provinciaal belang wordt gediend.

Besluitvorming PS/GS.

Actievegrondinstrumenten

Instrument

Doel/inhoud

Randvoorwaarde(n)

1.

Aankoop grondenen/of gebouwen, of zakelijke rechten zoals erfpacht

Eigendomsverkrijging (of rechten op eigendom zoals erfpacht) door actieve grondaankopen voor eenprovinciale opgave m.u.v. infrastructuur.

Besluitvorming Beleidsvoorstel Grondstrategieplan Deelstrategieplan

2.

Zelfbeheerovereenkomst

Private afspraken over grond zonder eigendomsverkrijging voor provinciale opgave(veelal alternatief voor grondaankopen).

Besluitvorming Beleidsvoorstel Grondstrategieplan Deelstrategieplan

3.

Gedoogovereenkomst

Private afspraken over realisatie van maatregelen zonder eigendomsverkrijging voor provinciale opgave (voorkomen inzet gedoogplicht).

Besluitvorming Beleidsvoorstel Grondstrategieplan Deelstrategieplan Regeling als basis

4.

Ruilen of compenseren t.b.v. een provinciale opgave

Verkoop van grond in ruil voor medewerking aan realisatie van provinciale opgave. Medewerking kan op verschillende manieren, waaronder via inzet van instrumenten 1, 2 of 3.

Besluitvorming Beleidsvoorstel Grondstrategieplan Deelstrategieplan

5.

Losse kavelruil (vrijwillig)

Aankopen en/of verkopen van grond middels een ruiling met meerdere partijen voor provinciale opgave.

Besluitvorming Beleidsvoorstel Grondstrategieplan Deelstrategieplan Vereisten kavelruil volgens de Omgevingswet

6.

Planmatige kavelruil - wettelijk

Aankopen en/of verkopen van grond middels ruiling met meerdere partijen. Initiatief komt vanuit de streek. Grootschaliger vanopzet dan eenlosse kavelruil. Deelname provincie indien provinciale opgave(n) onderdeel zijn. Vooraf kan worden afgesproken om

het vrijwillige karakter om te zettennaar een wettelijke herverkaveling op verzoek van het gebied.

Besluitvorming Beleidsvoorstel Grondstrategieplan Deelstrategieplan Vereisten kavelruil volgens de Omgevingswet

7.

Wettelijke verkaveling (verplichtend karakter)

Aankopen en/of verkopen van grond middels ruiling met meerdere partijen. Basis is een door de overheid opgesteld verkavelings-/inrichtingsplan. In het gehele proces is sprakevan een grotemate van overheidssturing. Medewerking van grondeigenaren (ingezetenen genaamd) is afdwingbaar via de rechter.

Besluitvorming Beleidsvoorstel Grondstrategieplan Deelstrategieplan Vereisten volgens Omgevingswet

8.

Constructies van koop – pacht – verkoop

Gericht aankopen van gronden, het maken van afspraken over meerjarig gebruik van deze gronden met een koopplicht of koopoptie na afloop van de gebruiks- periode voor eenagrarisch ondernemer terrealisatie van provinciale opgaven.

Besluitvorming Beleidsvoorstel Grondstrategieplan Deelstrategieplan

9.

Onteigening

Onteigening is de gedwongen overdracht van het eigendomsrecht van particulieren aan de overheid. Als grond wordt onteigend, wordt alles wat daar vast op staat eigendom van de overheid. Onteigening kan alleen plaatsvinden als aan specifieke criteria wordt voldaan., Als er minnelijk geen overeenstemming kan worden bereikt, volgt de onteigeningsprocedure. De grondeigenaar heeft recht op volledige schadeloosstelling.

Besluitvorming Beleidsvoorstel (inachtneming Omgevingswet en Planologische voortgang)

10.

Gedoogplicht

Er bestaan verschillende gedoogplichten op basis van wetgeving. In het algemeen geldt dat de overheid met de gedoogplicht een werk van algemeen belang of werkzaamheden kan uitvoeren zonder toestemming van de grondeigenaar. Het gaat om publieke opgaven waartoe van onteigening geen sprake is. De grondeigenaar behoudt zijn grond en heeft recht op (volledige) schadeloosstelling.

Besluitvorming Beleidsvoorstel Grondstrategieplan Deelstrategieplan (inachtneming van Omgevingswet

11.

Subsidie bedrijfsverplaatsing of -beëindiging

De provincie heeft de mogelijkheid om grondaankopen te stimuleren door aanvullend subsidie te verstreken voor bedrijfsverplaatsing en bedrijfsbeëindiging.

Besluitvorming Beleidsvoorstel Grondstrategieplan V

Grondinstrumenten tijdelijk beheer

Instrument

Doel/inhoud

Randvoorwaarde(n)

1.

Geliberaliseerde pacht

Het kortlopend in pacht uitgeven van landbouwgronden, zodat de gronden worden gebruikt en beheerd met nut voor agrarisch ondernemers.

Uitvoeringskader

2.

Reguliere pacht

Het langdurig in pacht uitgeven van landbouwgronden, zodat de gronden gebruikt en beheerd worden met nut voor agrarisch ondernemers.

Uitvoeringskader

3.

Teeltpacht

Het in pacht uitgeven van landbouwgronden voor 1 of 2 jaar voor teelten waarbij vruchtwisseling nodig is.

Uitvoeringskader

4.

Hoevepacht

Het in pacht uitgeven van een of meer voorde landbouw in gebruik zijnde gebouwen met bijbehorende landbouwgronden.

Uitvoeringskader

5.

Bruikleen (om niet)

Het kortlopend (om niet) in gebruik gevenvan gronden, gebouwen, zodat ze worden gebruikt en beheerd.

Uitvoeringskader

6.

Verhuur

Het voorlangere tijd verhuren van gebouwen of gronden, zodat ze wordengebruikt en beheerd.

Uitvoeringskader

7.

Verhuur o.b.v. Leegstandswet

Het tijdelijk verhuren van gebouwen of gronden, zodat ze tegen een marktconforme prijs worden gebruikt en beheerd.

Uitvoeringskader

8.

Antikraak

Het in gebruik geven van gebouwen ter bewoning tegen een oppasvergoeding, zodatze worden gebruikt en beheerd.

Uitvoeringskader

9.

Voortgezet gebruik

Het beperkt om niet latenvoortduren van hetgebruik van gronden of gebouwen bij de (vorige) eigenaar na eigendomsoverdracht.

Uitvoeringskader

10.

Verhuur van jacht- en visrechten

Het tijdelijk verhuren van jacht-en visrechten voor het reguleren van de dierpopulatie en het zo nodig tegen- gaan van schade door wild.

Uitvoeringskader

NB: Verschil pacht en huur: bij pacht gaat het alleen om landbouwgronden (agrarisch bestemd). De pachter moet agrarisch ondernemer zijn, met het hoofdberoep in de landbouw. Bij huur gelden dergelijke kwalificaties niet als het gaat om de (aard van de) grond en de huurder.

Grondinstrumenten voor verkoop

Instrument

Doel/inhoud

Randvoorwaarde(n)

1.

Onderhandse verkoop

Het 1-op-1 verkopen van gronden of gebouwen, waaronder het verkoopdeel van een ruiling.

Grondstrategieplan Deelstrategieplan Verkoopstrategieplan Uitvoeringskader (Let op: Didam-arrest)

2.

Openbare verkoop

Het openbaar verkopen van gronden of gebouwen al dan niet via een belangstellendenregistratie vooraf.

Grondstrategieplan Deelstrategieplan Verkoopstrategieplan

3.

Openbare verkoop bij inschrijving

Het openbaar verkopen van gronden of gebouwen via een vooraf kenbaar gemaakte inschrijvingsprocedure (veelal via een makelaars-, rentmeesters- of notariskantoor).

Grondstrategieplan Deelstrategieplan Verkoopstrategieplan Uitvoeringskader

4.

Openbare verkoop via makelaar

Het openbaar verkopen van gronden of gebouwen via bemiddeling van een makelaars- of rentmeesterskantoor.

Grondstrategieplan Deelstrategieplan Verkoopstrategieplan Uitvoeringskader

5.

Openbare verkoop via veiling/inschrijving

Het openbaar verkopen van gronden of gebouwen via een vooraf kenbaar gemaakte veilingprocedure (veelal via een makelaars-, rentmeesters- of notariskantoor).

Grondstrategieplan Deelstrategieplan Verkoopstrategie Uitvoeringskader

6.

Verkoop via huurkoop of constructies van koop – pacht – verkoop

Het verkopen van gronden na afloop van de afgesproken gebruiksperiode onder de vooraf gestelde condities.

Grondstrategieplan Deelstrategieplan Verkoopstrategieplan Uitvoeringskader

7.

Alle vormen van ruiling/kavelruilen/ verkaveling

Zie ook ‘actieve grondinstrumenten’. Via deze instrumenten kan naast aankoop van gronden ook verkoop van gronden door inbreng plaatsvinden.

Grondstrategie, Deelstrategieplan Uitvoeringskader (Let op: Didam-arrest)

8.

Zakelijke rechten (waaronder erfpachtrecht en opstalrecht)

Het latenvestigen van zakelijke rechten, waaronder een opstalrecht voor een bouwwerk, of erfpachtrecht op grond, ten gunste van derdent.b.v. een provinciaal belang. Beperkte zakelijke rechten kunnenook aan de orde zijn,waarbij het eigendomsrecht daarvan geen hinder ondervindt (zakelijk recht voor eenondergrondse leiding bijvoorbeeld).

Grondstrategieplan Deelstrategieplan Uitvoeringskader

Overige Grondinstrumenten

Instrument

Doel/inhoud

Randvoorwaarde(n)

1.

Grondexploitatie

Een grondexploitatie is een begroting die wordt opgesteld om grondkosten en grondopbrengsten van een ruimtelijk ontwikkelingsplan (zoals een nieuw bestemmingsplan) in beeld te brengen.

Aande kostenkant staande aankoop van grond, het bouwrijp maken ervan, inrichting van de openbare ruimte en overhead (onder andere de kosten voorhet maken van het plan en begeleiding van de uitvoering ervan). Aan de opbrengstenkant staan de verkoop van bouwrijpe grond en alle eventuele subsidies en bijdragen.

Een grondexploitatie wordt opgesteld om inzicht te krijgen in de financiële gevolgen van een voorgenomen ruimtelijk plan. De begroting dient als kader voor onderhandelingen over mogelijke aan- en verkoop van gronden (en/of opstallen) en wordt als basis gebruikt om een exploitatieovereenkomst of exploitatieplan op te stellen.

Grondstrategieplan Planologische voortgang

2.

Kostenverhaal

Kostenverhaal kan aan de orde zijn bij gebiedsontwikkeling. Hieronder wordt verstaan het verrekenen van zogenaamde grondkosten. Dat wil zeggen: de kosten van de aanlegvan voorzieningen van openbaar nut (zoals straten, riolering, groen, parkeergelegenheid en waterpartijen met een openbare functie) binnen een bepaald ruimtelijk plan. Dat kan een bestemmingsplan (of PIP) zijn, een projectbesluit, een wijzigingsplan of een aanpassing van een beheersverordening.

Kostenverhaal kan plaatsvinden via gronduitgifte, exploitatieovereenkomst of exploitatieplan en is verplicht op basis van de grondexploitatiewet.

Grondstrategieplan Planologische voort- gang

3.

Deelneming

Het verkrijgen c.q. bezitten van aandelen in particuliere (Drentse) ondernemingen, vanwege een maatschappelijk en/of strategisch belang voor provinciale opgaven.

Beleidsvoorstel, Grondstrategieplan Nota verbonden partijen en Protocol verbonden partijen

4.

Grondbank

Het middels aankopen van gronden en/of gebouwen aanleggen van een voorraad ruilgronden voor de reali- satie van nognader te concretiseren provinciale opgaven in het ruimtelijke domein.

Beleidsvoorstel, Grondstrategieplan

Provinciale Staten voornoemd,

drs. J. Klijnsma, voorzitter

mr.drs. S. Buissink, griffier

Assen, 3 april 2024

Kenmerk 2024000516

Uitgegeven: 4 juli 2024

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.