Aanhef
Provinciale Staten van Drenthe;
gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van Drenthe van 22 oktober 2024, kenmerk 43/5.5/2024001499;
BESLUITEN:
de Nota Investeren, Activeren, Waarderen en Afschrijven 2024 vast te stellen.
2. Activeren
2.2 Criteria voor activeren van materiele activa
2.2.1 Bijzondere activa: Kunst
Het BBV (artikel 59) stelt dat alle investeringen worden geactiveerd, met uitzondering van kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde, deze worden niet geactiveerd. De provincie Drenthe bezit alleen kunst met cultuurhistorische waarde, er vindt derhalve geen activering plaats.
2.2.2 Bijzondere activa: Grond
De provincie Drenthe heeft haar grondbeleid vastgelegd in de nota grondbeleid “Grond in transitie”.
Hieronder volgen enkele specifieke aandachtsgebieden.
De NMVA stelt dat kosten van de ondergrond van de wegen horen tot de kosten van de totale weg en dienen derhalve het waarderingsregime van de weg te volgen. Kosten van grondaankopen ten behoeve van investeringen worden tot de kosten van de specifieke investering gerekend.
Het BBV doet geen uitspraak ten aanzien van ondergronden. De provincie Drenthe kiest er voor deze ook bij het betreffende actief te voegen en daarmee de waardering van het actief te volgen. Een specifieke categorie gronden zijn de gronden die aangekocht worden voor realisatie van doelen in het Landelijk Gebied (NNN, zie hiervoor paragraaf 3.3.1).
2.2.3 Bijzondere activa: Software
De commissie BBV geeft in de NMVA 2020 de regels aan voor de verwerkingswijze van software en financial en operational lease. Op dit vlak bestaat er geen beleidsvrijheid. Software wordt door het BBV als een afzonderlijk actief gezien dat onder materiele vaste activa valt. Licenties op software die in een keer in rekening worden gebracht vallen onder materiele vaste activa. De software die de provincie gebruikt in de vorm van een SaaS-oplossing wordt niet geactiveerd. Eventuele implementatiekosten worden zowel bij de aanschaf van de software als bij gebruik van de SaaS niet geactiveerd.
Omdat de regels met betrekking tot activering van software zo specifiek zijn is de Bijlage “Verwerken van software en kosten” toegevoegd aan deze beleidsnota.
2.2.4 Activeren van sloopkosten
De kosten van sloop van een gebouw kunnen als eenmalige kosten in de exploitatie worden genomen of mogen worden geactiveerd als de sloopkosten betrekking hebben op de nieuwe investering.
2.3 Activeren van Immateriële vaste activa
2.3.1 Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen
De NVMA 2020 van de Commissie BBV laat de keuze open om kosten van het sluiten van geldleningen wel of niet te activeren. De provincie Drenthe kiest ervoor om deze kosten niet te activeren maar rechtstreeks ten laste van de exploitatie te brengen, omdat de kosten ten opzichte van de investeringsgrens van € 50.000,-- gering zijn.
2.3.2 Bijdragen in activa in eigendom van derden
Het BBV (artikel 61) stelt dat aan alle onderstaande voorwaarden moet worden voldaan om een bijdrage aan activa in eigendom van derden te kunnen activeren:
a.er sprake is van een investering door een derde;
b.de investering bijdraagt aan de publieke taak;
c.de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en;
d.de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
e.de onder a t/m d genoemde voorwaarden moeten in een overeenkomst worden vastgelegd.
f.als aan de voorwaarden wordt voldaan waaronder bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, dan mag de afschrijvingsduur nooit langer zijn dan de derde zelf afschrijft.
De provincie Drenthe hanteert hiervoor uit praktisch overweging een termijn van maximaal twintig jaar.
3. Waarderen
3.2 Materiële vaste activa
3.2.1 Waardering vastgoed met maatschappelijke functie bij bestemmingswijziging of verkoop
Vastgoed met een maatschappelijke functie heeft betrekking op een provinciehuis of op gebouwen en terreinen met een functie op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, welzijn of maatschappelijke opvang en/of zorg.
De NMVA stelt dat indien de bestuurlijke intentie bestaat om vastgoed met een maatschappelijke functie te verkopen, of de bestemming ervan te wijzigen naar vastgoed met een bedrijfseconomische functie het verschil tussen marktwaarde en boekwaarde verwerkt moet worden op de balans.
3.2.2 Waardering vastgoed met bedrijfseconomische functie bij waardevermindering, buiten gebruikstelling of voornemen tot verkoop
Vastgoed met een bedrijfseconomische functie kenmerkt zich door de bestuurlijke intentie om bewust winst en/of waardestijgingen te realiseren. In deze situatie worden panden aangehouden en verhuurd en/of staan in de verkoop. Bij vastgoed met een bedrijfseconomische functie kan het “begrip duurzame waardevermindering” spelen.
Het BVV stelt dat een verwachte duurzame waardevermindering van vaste activa een schattingswijziging betreft die onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar direct moet worden verwerkt. Om vast te stellen of een duurzame waardevermindering moet worden toegepast, moet de directe opbrengstwaarde van het vastgoed worden bepaald, door middel van een onafhankelijke taxatie.
De NMVA stelt dat indien een object buiten gebruik wordt gesteld en/of wordt afgestoten dan moet afwaardering plaatsvinden indien de marktwaarde naar verwachting lager is dan de boekwaarde. Het NMVA stelt dat wanneer een actief daadwerkelijk wordt bestemd voor verkoop, een overboeking moet plaatsvinden naar de voorraden. Een eventueel verkregen opbrengst wordt als incidentele bate verantwoord in de jaarrekening. Indien het object nog een boekwaarde heeft, dan dient deze boekwaarde geheel afgeboekt te worden. Dit is een incidentele last in de jaarrekening. De verkoopopbrengst en het afboeken van de boekwaarde worden beide afzonderlijk verantwoord en mogen niet met elkaar worden verrekend. De verkoopopbrengst mag ook niet worden verrekend met de aanschafwaarde van een eventueel vervangingsobject.
3.3 Waardering grond
3.3.1 Gronden Natuur Netwerk Nederland
Binnen het natuurpact wordt landbouwgrond omgezet naar natuurgrond binnen de begrenzing van het Natuur Netwerk Nederland (NNN).
Het BBV stelt dat activa (dus ook gronden) moeten worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs of de lagere marktwaarde; dat geldt ook voor gronden die liggen binnen het NNN. De aangekochte NNN-gronden worden voor natuurwaarde op de balans gewaardeerd tegen 15% van de landbouwwaarde. De aangekochte ruilgronden buiten het NNN worden voor de agrarische waarde op de balans gewaardeerd. Jaarlijks vindt een beoordeling en eventueel aanpassing plaats van waardering van de natuur- en ruilgronden.
3.3.2 Erfpacht gronden
In mei 2017 heeft de Commissie BBV een aparte notitie Erfpacht gronden uitgebracht. Volgens het BBV moeten activa worden gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs of verkrijgingsprijs of de lagere marktwaarde. Voor erfpachtgronden (het Drents Landschap) wordt een uitzondering gemaakt in het BBV. Waardering vindt plaats op basis van de eerste uitgifteprijs (is dan de verkrijgingsprijs). Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde.