Provinciale wetgeving

Exploitatieplan provincie Drenthe

Provincie Drenthe · geldt sinds 16 september 2026

Aanhef

Gedeputeerde Staten van Drenthe;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

overwegende dat

-het beleidsmatig kader voor het beheer en de verpachting van provinciale grond is vastgelegd in de Nota grondbeleid Drenthe, vastgesteld door Provinciale Staten op 3 april 2024. Hierin is uitgewerkt op welke wijze de provincie haar grondpositie inzet ter ondersteuning van provinciale opgaven in het landelijk gebied, zoals natuurontwikkeling, landbouwstructuurverbetering, bodem en water;

-het exploitatieplan de beleidsmatige uitwerking vormt van het grondbeleid voor de tijdelijke uitgifte van gronden. In het exploitatieplan worden de kaders, uitgangspunten en voorwaarden voor verpachting nader geconcretiseerd en vastgesteld;

BESLUITEN:

1het Exploitatieplan Provincie Drenthe vast te stellen;

2per datum van inwerkingtreding van dit besluit, het besluit van 25 augustus 2026, kenmerk 4.3/2026001178, Provinciaal blad 2026, 14839 in te trekken;

3dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Exploitatieplan provincie Drenthe

Voorwoord

De provincie heeft grond in bezit voor de realisatie van verschillende opgaven in het landelijk gebied. De gronden zijn gelegen in het Natuurnetwerk (NNN) of daarbuiten, de ruilgronden. Gronden waar wij zuinig op moeten zijn, omdat zij bepaalde natuurwaarden bevatten of omdat ze moeten kunnen worden ingezet als ruilgrond. Deze gronden worden (kortlopend) verpacht of op een andere wijze tijdelijk in gebruik gegeven.

In afwijking van de afgelopen jaren, waarin het exploitatieplan een product was van Prolander, wordt het exploitatieplan opgesteld en vastgesteld door de provincie Drenthe. Er wordt een striktere scheiding aangebracht tussen beleid (provincie) en uitvoering (Prolander). Het beleid en de voorwaarden van de exploitatie zijn in dit plan verwoord en worden door Gedeputeerde Staten (GS) vastgesteld.

De uitvoering hiervan, waaronder het beheer en de gronduitgifte, is belegd bij Prolander en vindt plaats binnen een afzonderlijk uitvoeringskader.

Dit exploitatieplan vormt dus het beleidsmatig kader voor de tijdelijke inzet van provinciale gronden en wordt nader uitgewerkt in een uitvoeringskader van Prolander.

3. GRONDUITGIFTE

3.3 Gebruiksvoorwaarden

3.3.1 Gebruiksvoorwaarden ruilgrond (buiten NNN)

Voor gronden buiten het NNN staat het behoud van de landbouwkundige functie centraal, in combinatie met het beperken van negatieve effecten op bodem, water en biodiversiteit. Gebruik van deze gronden vindt plaats onder voorwaarden die zijn gericht op duurzaam bodembeheer, beperking van milieubelasting en het behoud van landschappelijke en ecologische waarden.

In bijlage 1 zijn de gebruiksvoorwaarden buiten het NNN weergegeven.

3.3.2 Gebruiksvoorwaarden gronden binnen het NNN

Voor gronden binnen het NNN zijn gebruiksvoorwaarden primair gericht op de realisatie van natuurdoelen, zoals vastgelegd in het vigerend natuurbeheerplan, vooruitlopend op de realisatie van Nieuwe Natuur. Het gebruik van deze gronden vindt plaats onder voorwaarden die aansluiten bij de beoogde natuurdoelen en kan variëren afhankelijk van het type beheer en de ontwikkelingsfase van de gronden. Voor gronden binnen het NNN kunnen specifieke (meerjarige) beheerafspraken worden gemaakt, passend bij de natuurdoelstelling en beschikbare instrumenten.

Binnen het NNN is het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan. Daarnaast geldt voor alle provinciale gronden een restrictief beleid ten aanzien van het gebruik van glyfosaat. Slechts in uitzonderlijke gevallen en na schriftelijke toestemming van de provincie kan hiervan worden afgeweken.

In bijlage 2 zijn de gebruiksvoorwaarden binnen het NNN weergegeven.

Bijlage 1 Gebruiksvoorschriften gronden buiten het NNN

Voor de gronden buiten het NNN is het verplicht om onderstaande bijzondere voorwaarden op te nemen.

Gebruik middelen

•Het gebruik van glyfosaat is niet toegestaan. Uitsluitend na afstemming met en na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de verpachter is pleksgewijze (be)handeling toegestaan. Het streven is erop gericht minder chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken.

Akkerranden

•De rand (beheereenheid) is minimaal 3 m breed. Het totale oppervlak aan beheereenheid (bij voorkeur randen) dient 4% van de oppervlakte van de kavel te zijn. De ligging en de invulling wordt op voordracht van het AND/beheermedewerker in samenspraak met de pachter bepaald.

•De beheereenheid wordt ingezaaid door de gebruiker met een door het AND of beheermedewerker geadviseerd voorgeschreven zaaizaadmengsel.

•De beheereenheid wordt niet bemest.

•Indien nodig wordt op een hoogte van minimaal 20 cm gemaaid, in de periode 1 september tot 1 maart, met inachtneming van de volgende uitgangspunten:

○ bij voorkeur wordt zo laat mogelijk gemaaid, zodat vogels ook in de winter voedsel kunnen vinden in de rand;

○ maaien gaat uitsluitend in overleg met de beheermedewerker/het AND om zo verruiging tegen te gaan en alleen ingeval van onkruidprobleem. Onderzoek de bufferstrook regelmatig of er sprake is van onkruiddruk. Beheer onkruid meteen. Als de onkruiddruk te hoog wordt, direct melden en ga in overleg met de beheermedewerker/het AND. Maaisel hoeft niet te worden afgevoerd;

○ er worden in principe geen bestrijdingsmiddelen gebruikt op de beheereenheid, echter naast maaien is beperkt gebruik van herbiciden soms noodzakelijk. In ANLb is tot 5% pleksgewijs zonder melding mogelijk, volvelds alleen na invullen protocol en goedkeuring/controle door AND/Beheermedewerker. Mogelijkheid tot bespuiting is van belang om te voorkomen dat, binnen een aantal jaren de randen zo sterk verruigd zijn dat akkerranden/gewassen er niet meer op zullen slagen;

○ de beheereenheid dient zo weinig mogelijk te worden bereden. Alleen bij (sloot) beheer, waarbij de uitvoering van slootbeheer en maaien van het talud na 1 september plaatsvindt. De slootbagger van hooguit één slootkant mag op de rand worden gedeponeerd. De voorkeur heeft afvoer of verspreiding over het land en niet op de rand; Uitsluitend pleksgewijze mechanische onkruidbestrijding is toegestaan bij haarden van akkerdistel, ridderzuring, haagwinde, heermoes, kleefkruid, kweek, melganzevoet, bijvoet of Japanse duizendknoop;

Grasranden

•De rand (beheereenheid) is minimaal 3 m breed. De totale beheereenheid dient 4% van het perceel te zijn. De ligging en de invulling wordt op voordracht van het AND/beheermedewerker in samenspraak met de pachter bepaald.

•De beheereenheid wordt het gehele jaar niet bemest.

•Maaien en beweiden van de beheereenheid na 15 juni.

•De beheereenheid dient zo weinig mogelijk te worden bereden. Alleen bij (sloot)beheer, waarbij de uitvoering van slootbeheer en maaien van het talud na 1 september plaatsvindt. De slootbagger van hooguit één slootkant mag op de rand worden gedeponeerd. De voorkeur heeft afvoer of verspreiding over het land en niet op de rand.

•Er worden in principe geen bestrijdingsmiddelen gebruikt op de beheereenheid;

Overige voorwaarden

•Gronden met een braakregeling: (af te halen bij het AND)

○ bouwland moet ingezaaid worden met een kruidenrijkmengsel;

○ graslanden moeten vanaf 1 september minimaal 1 maal gemaaid en afgevoerd worden.

•Voor percelen met een weidevogeldoelstelling buiten het NNN worden specifieke gebruiksvoorwaarden in de pachtovereenkomst opgenomen die gericht zijn op het behoud en uitbreiding van de weidevogelpopulatie.

Bijlage 2 Gebruiksvoorschriften gronden binnen het NNN

Gebruiksvoorschriften voor de pachtgronden binnen het NNN zijn:

•binnen het NNN is het de pachter niet toegestaan gebruik te maken van chemische gewasbeschermingsmiddelen op het gepachte. Uitsluitend na afstemming met en na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van verpachter is onder voorwaarden pleksgewijze behandeling met chemische gewasbeschermingsmiddelen mogelijk;

•voor het beheer van al ingerichte of in het seizoen in te richten gronden kunnen (eventueel meerjarige) beheerafspraken met de pachter worden gemaakt. De daarvoor geldende SNL-vergoedingen kunnen in overleg worden aangewend en ten laste worden gebracht van de provinciale subsidiemiddelen onder verrekening van de eigenaarslasten. Hiertoe zal jaarlijks een lijst van gronden worden vastgelegd in het exploitatieplan. Deze lijst vormt ook de basis voor het beschikbaar komen van de betreffende subsidiemiddelen;

•vooruitlopend op de realisatie van nieuwe natuur, worden voor de gronden binnen de begrenzing van het NNN-gebruiksvoorwaarden in het pachtcontract gehanteerd die zijn afgestemd op de doelen die in het vigerende Natuurbeheerplan zijn aangegeven. De gebruiksvoorwaarden zijn beschreven in verschillende pakketten. Pakket Rood, Blauw & Groen.

Pakket Rood

Gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen

•Het gebruik van dierlijke/organische mest en kunstmest op het gepachte is niet toegestaan.

•Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan.

Beheerbeperkingen

•Niet maaien voor 1 juni (vogels en planten).

•Beweiding is toegestaan in de periode van 1 juli tot 1 november, mits de draagkracht van de grond dit toelaat.

•Bijvoederen van dieren waarmee wordt beweid is niet toegestaan.

•Scheuren en doorzaaien van grasland is niet toegestaan.

•Het opslaan van balen op de percelen is niet toegestaan.

•Rollen en slepen is niet toegestaan in de periode 16 maart tot 15 juni.

Pakket Blauw

Gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen

•Het gebruik van ruige stalmest afkomstig van runderen, schapen, geiten of paarden is toegestaan met een maximum van 10 of 15 ton per ha. (Gunstig voor organische stof en in de bodem en weidevogels).

•Bemesting met drijfmest is niet toegestaan.

•Bemesting met kunstmest is niet toegestaan

•Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan.

Beheerbeperkingen

•De eerste snede dient na 1 juni te worden gemaaid en afgevoerd. Afhankelijk van het gebied en de vogels.

•Beweiding is toegestaan in de periode van 1 juli tot 1 november.

•Bijvoederen van dieren waarmee wordt beweid is niet toegestaan.

•Scheuren en doorzaaien van grasland is niet toegestaan.

•Het opslaan van balen op de gronden is niet toegestaan.

•Rollen en slepen is niet toegestaan in de periode 16 maart tot 1 juni.

Pakket Groen

Gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen

•Bemesting is uitsluitend toegestaan in de vorm van ruige stalmest afkomstig van runderen, schapen, geiten en of paarden, behalve in de periode van 1 april tot en met 15 juni.

•Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan.

Beheerbeperkingen

•De eerste snede dient na 15 juni te worden gemaaid en afgevoerd.

•Extensief weiden is toegestaan in de periode van 1 april tot en met 15 juni.

•Scheuren en doorzaaien van grasland is niet toegestaan.

•Het opslaan van balen op de gronden is niet toegestaan.

•Rollen en slepen is niet toegestaan in de periode van 1 april tot en met 15 juni of rollen en slepen is niet toegestaan in de periode 16 maart tot 1 juni.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.