Tekst
Inhoud
De voorzitter van de Noordelijke Rekenkamer;
overwegende dat het ten behoeve van het doelmatig functioneren van de Noordelijke Rekenkamer gewenst is dat de directeur wordt ge(vol)machtigd de Noordelijke Rekenkamer in en buiten rechte te vertegenwoordigen ten aanzien van het verrichten van (rechts)handelingen ter uitvoering van de aan de Noordelijke Rekenkamer opgedragen taken en bevoegdheden;
gelet op het bepaalde in artikel 3, eerste lid, van het Bevoegdhedenbesluit Commissaris van de Koningin voor de Noordelijke Rekenkamer;
BESLUIT:
de directeur van de Noordelijke Rekenkamer te (vol)machtigen de taken en bevoegdheden uit te oefenen die in artikel 2 van het Bevoegdhedenbesluit Commissaris van de Koningin voor de Noordelijke Rekenkamer aan de voorzitter zijn opgedragen.
De voorzitter van de Noordelijke Rekenkamer,
G.B. Nijhuis