Inhoud
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-voorzitter: de voorzitter van het bestuur als bedoeld in artikel 8 van de Gemeenschappelijke regeling De Noordelijke Rekenkamer;
-directeur: de directeur als bedoeld in artikel 21 van de Gemeenschappelijke regeling De Noordelijke Rekenkamer.
Artikel 2
Aan de voorzitter wordt de vertegenwoordiging van de provincie Drenthe in en buiten rechte opgedragen, voor zover deze betrekking heeft op het verrichten van (rechts)handelingen ter uitvoering van de aan de Gemeenschappelijke regeling De Noordelijke Rekenkamer opgedragen taak, waarvoor gedeputeerde staten van
Drenthe volmacht en machtiging hebben verleend.
Artikel 3
1De voorzitter is bevoegd de directeur te (vol)machtigen de in artikel 2 bedoelde bevoegdheid uit te oefenen.
2De directeur kan andere functionarissen van De Noordelijke Rekenkamer (vol)machtigen de in artikel 2 bedoelde bevoegdheden uit te oefenen.
Artikel 4
Dit besluit kan worden aangehaald als Bevoegdhedenbesluit Commissaris van de Koningin voor De Noordelijke Rekenkamer.