Uitspraak · Bestuursrecht

Raad van State, 28 oktober 2026

ECLI:NL:RVS:2026:6312Zaaknummer 202600108/1/R4

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28 oktober 2026
Publicatiedatum
28 oktober 2026
Zaaknummer
202600108/1/R4
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer zijn beslissing om op 11 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening gemeente Deventer aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 91,00, voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een vuilniszak, die op 11 oktober 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse container met zuilnummer 0181-4, bij de Nijhoffgaarde in Deventer. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de vuilniszak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een plastic verpakking van webwinkel Temu is aangetroffen met haar naam en adres op het adreslabel. [appellante] betwist niet dat de vuilniszak van haar afkomstig is, maar voert aan dat zij de klep van de ondergrondse container niet voldoende open kon krijgen om de vuilniszak erin te doen. Zij heeft voor het openen van de container wel € 3,00 betaald. [appellante] stelt dat haar buurvrouw dit zag terwijl zij op haar balkon stond.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. A.B. Blomberg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Hesselink, griffier.

w.g. Blomberg

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Hesselink

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2026

1187

Volledige tekst

202600108/1/R4.

Datum uitspraak: 28 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], wonend in Deventer,

appellante,

en

het college van burgemeester en wethouders van Deventer,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft het college zijn beslissing om op 11 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening gemeente Deventer aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 91,00, voor rekening van [appellante] komen.

Bij besluit van 17 december 2025 heeft het college het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een digitale zitting behandeld op 28 september 2026, waar het college, vertegenwoordigd door mr. A.M.M. Hutten-Bekemeier en G. Nikkels, is verschenen.

Overwegingen

1. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een vuilniszak, die op 11 oktober 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse container met zuilnummer 0181-4, bij de Nijhoffgaarde in Deventer. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de vuilniszak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een plastic verpakking van webwinkel Temu is aangetroffen met haar naam en adres op het adreslabel.

2. [appellante] betwist niet dat de vuilniszak van haar afkomstig is, maar voert aan dat zij de klep van de ondergrondse container niet voldoende open kon krijgen om de vuilniszak erin te doen. Zij heeft voor het openen van de container wel € 3,00 betaald. [appellante] stelt dat haar buurvrouw dit zag terwijl zij op haar balkon stond. De buurvrouw verklaarde aan [appellante] dat zij afvalinzamelaar Circulus al gebeld had omdat de container vol was. [appellante] stelt dat zij de vuilniszak vervolgens gedurende tien minuten naast de container heeft gezet terwijl zij haar hond uitliet. Het was haar bedoeling om de vuilniszak daarna mee terug naar huis te nemen en in haar schuurtje te zetten. Toen [appellante] na het uitlaten van haar hond terugkwam bij de container was de vuilniszak echter al weg.

2.1. De Afdeling stelt vast dat er geen discussie bestaat dat de vuilniszak van [appellante] is en zij de vuilniszak verkeerd heeft aangeboden door deze naast de container te zetten. Dat is in strijd met de Afvalstoffenverordening. Reeds hierom heeft het college [appellante] terecht als overtreder aangemerkt.

Het college heeft naar aanleiding van het betoog van [appellante] aan Circulus gevraagd of [appellante] op of rond 11 oktober 2025 haar afvalpas heeft aangeboden bij de ondergrondse container aan de Nijhofgaarde en of deze container op die datum een storing had omdat die bijvoorbeeld vol zat. Circulus heeft bij e-mail van 9 december 2025 gereageerd dat [appellante] haar pas niet heeft aangeboden bij de ondergrondse container en deze geen storing had of vol zat op of rond 11 oktober 2025.

Verder heeft het college op de zitting toegelicht dat pas een bedrag in rekening wordt gebracht als de container daadwerkelijk gebruikt wordt doordat er een vuilniszak door de schacht valt. [appellante] heeft haar stelling dat er geld van haar pas is afgeschreven niet met bewijs onderbouwd. Bovendien bestaat de verantwoordelijkheid om huisvuil op de juiste wijze aan te bieden ook als een inzamelvoorziening vol zit of door een storing niet kan worden gebruikt. [appellante] had haar vuilniszak ook in een andere container kunnen gooien of weer mee naar huis kunnen nemen. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3029, overweging 4.

Het betoog slaagt niet.

3. Het beroep is ongegrond.

4. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. A.B. Blomberg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Hesselink, griffier.

w.g. Blomberg

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Hesselink

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2026

1187

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.