Uitspraak · Bestuursrecht
Raad van State, 12 augustus 2026
ECLI:NL:RVS:2026:4687Zaaknummer 202602009/2/A2
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 12 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 19 augustus 2026
- Zaaknummer
- 202602009/2/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij beslissing van 26 april 2026 heeft de examencommissie van de Juridische Hogeschool Avans-Fontys een verzoek van [verzoeker] om een extra toetskans afgewezen. Bij beslissing van 30 juni 2026 heeft het CBE het door [verzoeker] hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft [verzoeker] beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. Van Loon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026
284-1197
Volledige tekst
202602009/2/A2.
Datum uitspraak: 12 augustus 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker,
en
het College van beroep voor de examens Avans-Fontys Kamer JHS (CBE),
verweerder.
Procesverloop
Bij beslissing van 26 april 2026 heeft de examencommissie van de Juridische Hogeschool Avans-Fontys een verzoek van [verzoeker] om een extra toetskans afgewezen.
Bij beslissing van 30 juni 2026 heeft het CBE het door [verzoeker] hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard.
Tegen die beslissing heeft [verzoeker] beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het CBE heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 6 augustus 2026, waar [verzoeker], en het CBE, vertegenwoordigd door mr. R.H.J. van Stokkom en mr. J.D. Wesseling, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag in zaak nr. 202602009/1/A2, ECLI:NL:RVS:2026:4669, heeft de Afdeling op het beroep beslist. Gelet op die uitspraak dient het verzoek te worden afgewezen.
2. Het CBE hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. Van Loon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026
284-1197
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.