Uitspraak · Bestuursrecht

Raad van State, 13 januari 2026

ECLI:NL:RVS:2026:410Zaaknummer 202407850/1/A2

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
202407850/1/A2
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Hoger beroep, Mondelinge uitspraak
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrech een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft uitvoerig gemotiveerd waarom het college geen urgentieverklaring aan [appellante] hoefde te verlenen. De Afdeling kan zich vinden in de motivering die de rechtbank in de rechtsoverwegingen 6.3 en 7.4 opgenomen overwegingen heeft gegeven. De Afdeling begrijpt dat [appellante] zich in een moeilijke situatie bevindt. Maar dit geldt helaas ook voor vele anderen. De Afdeling heeft in het bijzonder beoordeeld of het college de hardheidsclausule had moeten toepassen.

Volledige tekst

202407850/1/A2.

Datum uitspraak: 13 januari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in Dordrecht,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 december 2024 in zaak nr. 23/8028 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht.

Openbare zitting gehouden op 13 januari 2026 om 10:45 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. E.J. Daalder, voorzitter

griffier: mr. H.A. Komduur

Verschenen:

[appellante], bijgestaan door mr. Z.M. Nasir, advocaat in Rotterdam;

Het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht, vertegenwoordigd door M. van Groningen-Maaskant.

Als tolk trad op A. Solomon.

Bij besluit van 16 juni 2023 heeft het college een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 14 december 2024 van de rechtbank Rotterdam, waarbij de rechtbank het beroep van [appellante] tegen het besluit van 26 oktober 2023 ongegrond heeft verklaard.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellante] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Gronden:

De rechtbank heeft uitvoerig gemotiveerd waarom het college geen urgentieverklaring aan [appellante] hoefde te verlenen. De Afdeling kan zich vinden in de motivering die de rechtbank in de rechtsoverwegingen 6.3 en 7.4 opgenomen overwegingen heeft gegeven. De Afdeling begrijpt dat [appellante] zich in een moeilijke situatie bevindt. Maar dit geldt helaas ook voor vele anderen. De Afdeling heeft in het bijzonder beoordeeld of het college de hardheidsclausule had moeten toepassen. Daarvoor is tenminste nodig dat een medische verklaring van een behandelaar van een van de kinderen van [appellante] wordt overgelegd, waaruit volgt dat de medische problematiek van dat kind worden versterkt door de woonsituatie en die woonsituatie leidt tot een medische noodzaak om te verhuizen. Een dergelijke verklaring is niet overgelegd. De Afdeling weegt verder mee dat op het moment dat het besluit van 26 oktober 2023 werd genomen [appellante] onvoldoende eigen inspanningen heeft gedaan om het woningprobleem zelf op te lossen, door niet op woningen te reageren. Het enkele feit dat de kans bij reactie of deelneming aan loting niet groot is maakt nog niet dat het college niet aan deze eis voor toepassing van de hardheidsclausule heeft mogen vasthouden. Dat [appellante] sindsdien meer inspanningen heeft verricht kan, wat daar ook van zij, aan het voorgaande niet afdoen, omdat van de situatie ten tijde van het besluit van 26 oktober 2023 moet worden uitgegaan.

Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Daalder

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Komduur

griffier

809

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.