Uitspraak · Bestuursrecht
Raad van State, 13 maart 2026
ECLI:NL:RVS:2026:1761Zaaknummer 202405928/1/A3
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 13 maart 2026
- Publicatiedatum
- 1 april 2026
- Zaaknummer
- 202405928/1/A3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Hoger beroep, Mondelinge uitspraak
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoekster heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister van Buitenlandse Zaken krachtens artikel 8:75a van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan haar is tegemoetgekomen. Van tegemoetkomen is sprake indien het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit geheel of gedeeltelijk neemt, tenzij dit besluit kennelijk is genomen op andere gronden dan de indiener van het beroepschrift heeft aangevoerd.
Volledige tekst
202405928/1/A3.
Datum uitspraak: 13 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) op het verzoek van:
[verzoekster], wonend in [woonplaats] (Colombia),
verzoekster,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb).
Openbare zitting gehouden op 13 maart 2026 om 12:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. J.Th. Drop, voorzitter
Staatsraad mr. J.F. de Groot, lid
Staatsraad mr. J.A.W. Huijben, lid
griffier: mr. I.W.M.J. Bossmann
Verschenen:
De minister van Buitenlandse Zaken, vertegenwoordigd door mr. L.H.T. Geuzendam en mr. I.M. Wissenburgh.
Verzoekster heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75a van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan haar is tegemoetgekomen.
De Afdeling wijst het verzoek af.
Gronden:
1. Van tegemoetkomen is sprake indien het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit geheel of gedeeltelijk neemt, tenzij dit besluit kennelijk is genomen op andere gronden dan de indiener van het beroepschrift heeft aangevoerd.
2. De minister heeft geen nieuw besluit genomen. De minister heeft het besluit van 16 september 2022 nooit herroepen. Evenmin is het besluit op bezwaar van 8 mei 2023 door de minister vernietigd of ingetrokken. Dat het Openbaar Ministerie bij brief van 1 oktober 2024 aan [verzoekster] heeft medegedeeld dat er geen hernieuwd verzoek om opname in het Register Paspoortsignaleringen (RSP) zal worden gedaan kan ook niet worden toegerekend aan de minister en maakt niet dat er sprake is van tegemoetkomen door het verwerende bestuursorgaan.
3. Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Drop
voorzitter
w.g. Bossmann
griffier
314-1166
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.