Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Raad van State, 13 november 2025

ECLI:NL:RVS:2025:5519Zaaknummer 202406041/1/V3

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
202406041/1/V3
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluiten van 24 juli 2023, 14 augustus 2023 en 14 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de verzoeken van de Cypriotische autoriteiten om appellant op grond van de Dublinverordening over te nemen, afgewezen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Vos

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 november 2025

644

Volledige tekst

202406041/1/V3.

Datum uitspraak: 13 november 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 30 augustus 2024 in zaak nr. NL24.3308 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluiten van 24 juli 2023, 14 augustus 2023 en 14 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de verzoeken van de Cypriotische autoriteiten om appellant op grond van de Dublinverordening over te nemen, afgewezen.

Bij uitspraak van 30 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. I. Petkovski, advocaat in Apeldoorn, hoger beroep ingesteld.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft appellant zich nader uitgelaten.

Overwegingen

1. De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 6 september 2024. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen. Appellant heeft het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. Wat appellant heeft aangevoerd, is geen reden om het hoger beroep alsnog in behandeling te nemen.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Vos

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 november 2025

644

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.