Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 4 september 2025
ECLI:NL:RVS:2025:4285Zaaknummer 202503927/1/V3
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 4 september 2025
- Publicatiedatum
- 10 september 2025
- Zaaknummer
- 202503927/1/V3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 26 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.H.M. Boom, griffier.
w.g. Den Heyer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Boom
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2025
1058
Volledige tekst
202503927/1/V3.
Datum uitspraak: 4 september 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 12 juni 2025 in zaak nr. NL24.16721 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 26 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 12 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. B. Aydin, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het toepassen van het mvv-vereiste als zelfstandige afwijzingsgrond bij aanvragen van Turkse onderdanen die in Nederland arbeid als zelfstandige willen verrichten, een aanscherping is in de zin van artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EEG-Turkije, maar dat deze aanscherping kan worden gerechtvaardigd door dwingende redenen van algemeen belang, geschikt en evenredig is, en daarom is toegestaan. Zie de uitspraken van de Afdeling van 1 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2935, onder 10, en van 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3171, onder 8. Het betoog van appellant dat hij moet worden vrijgesteld van het mvv-vereiste wegens de problemen en verliezen die gaan ontstaan voor zijn bedrijf en/of zijn werkzaamheden als hij zijn arbeid als zelfstandige in Nederland moet stopzetten, faalt. Appellant heeft geen verblijfsrecht dat hem toestaat arbeid in Nederland te verrichten, waardoor zijn arbeid als zelfstandige illegaal is. Het voorkomen van illegale arbeid is juist een van de dwingende redenen van algemeen belang waarom de minister het mvv-vereiste weer is gaan toepassen. Zie de uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2025, onder 7.4.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.H.M. Boom, griffier.
w.g. Den Heyer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Boom
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2025
1058
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RVS:2026:286 Raad van State, 19 januari 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2026:296 Raad van State, 19 januari 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2026:297 Raad van State, 19 januari 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2026:298 Raad van State, 19 januari 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2026:300 Raad van State, 19 januari 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:26010 Rechtbank Den Haag, 12 december 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5893 Raad van State, 8 december 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5895 Raad van State, 8 december 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5896 Raad van State, 8 december 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5396 Raad van State, 12 november 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5269 Raad van State, 6 november 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5270 Raad van State, 6 november 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5271 Raad van State, 6 november 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5273 Raad van State, 5 november 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5300 Raad van State, 5 november 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5301 Raad van State, 5 november 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5302 Raad van State, 5 november 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5303 Raad van State, 5 november 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5304 Raad van State, 5 november 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5305 Raad van State, 5 november 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4756 Raad van State, 6 oktober 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4757 Raad van State, 6 oktober 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4758 Raad van State, 6 oktober 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4763 Raad van State, 6 oktober 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4764 Raad van State, 6 oktober 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4766 Raad van State, 6 oktober 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4767 Raad van State, 6 oktober 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4483 Raad van State, 24 september 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4484 Raad van State, 24 september 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4485 Raad van State, 24 september 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4486 Raad van State, 24 september 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4488 Raad van State, 24 september 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4489 Raad van State, 24 september 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4464 Raad van State, 19 september 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4465 Raad van State, 19 september 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4466 Raad van State, 19 september 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4467 Raad van State, 19 september 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4468 Raad van State, 19 september 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4469 Raad van State, 19 september 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4355 Raad van State, 11 september 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4356 Raad van State, 11 september 2025 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.