Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Raad van State, 24 juli 2025

ECLI:NL:RVS:2025:3357Zaaknummer 202503319/1/V3

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24 juli 2025
Publicatiedatum
30 juli 2025
Zaaknummer
202503319/1/V3
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij brief van 4 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit).

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.

w.g. De Poorter

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Weber

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2025

846-1122

Volledige tekst

202503319/1/V3.

Datum uitspraak: 24 juli 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 2 juni 2025 in zaak nr. NL25.6865 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij brief van 4 februari 2025 heeft de minister appellant in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit).

Bij uitspraak van 2 juni 2025 heeft de rechtbank het door appellant tegen het verlengingsbesluit ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. N.M. De Houwer-Van Wijk, advocaat in Echt, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Uit de stukken in het dossier volgt dat de overdrachtstermijn was opgeschort door het toegewezen verzoek om voorlopige voorziening in het beroep tegen het overdrachtsbesluit van 16 mei 2024. De rechtbank heeft in die zaak op 18 december 2024 uitspraak gedaan, waardoor de overdrachtstermijn tot 18 juni 2025 liep. Appellant is op 28 maart 2025 overgedragen aan Kroatië. De minister heeft dus binnen de oorspronkelijke overdrachtstermijn van zes maanden uitvoering gegeven aan het overdrachtsbesluit. De rechtmatigheid van het overdrachtsbesluit ligt in deze procedure niet ter beoordeling voor. Het gaat in deze procedure alleen over de vraag of de minister de overdrachtstermijn mocht verlengen. Maar omdat appellant al is overgedragen, hoeft deze vraag niet meer te worden beantwoord. Ook als de overdrachtstermijn niet verlengd had mogen worden, is hij immers op tijd overgedragen. Daarom heeft appellant geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.

w.g. De Poorter

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Weber

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2025

846-1122

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.