Uitspraak · Bestuursrecht
Raad van State, 29 januari 2025
ECLI:NL:RVS:2025:260Zaaknummer 202405679/2/R1
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 29 januari 2025
- Publicatiedatum
- 5 februari 2025
- Zaaknummer
- 202405679/2/R1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Heiloo van de gemeente Heiloo het bestemmingsplan "Westerweg 389, Heiloo" vastgesteld.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. G.J. Deen, griffier.
w.g. Knol
voorzieningenrechter
w.g. Deen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2025
604
Volledige tekst
202405679/2/R1.
Datum uitspraak: 29 januari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker A] en [verzoeker B], beiden wonend in Heiloo (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker],
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Heiloo,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 15 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Heiloo het bestemmingsplan "Westerweg 389, Heiloo" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 12 december 2024, waar [verzoeker A], en de raad, vertegenwoordigd door C. Ouwerkerk, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [partij], vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. S. Hartog, advocaat in Alkmaar, als partij gehoord
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2025:236, heeft de Afdeling op het beroep beslist. Daarmee is er geen aanleiding meer een voorziening hangende beroep te treffen. Gelet daarop dient het verzoek te worden afgewezen.
2. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. G.J. Deen, griffier.
w.g. Knol
voorzieningenrechter
w.g. Deen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2025
604
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.