Uitspraak · Bestuursrecht
Raad van State, 28 mei 2025
ECLI:NL:RVS:2025:2487Zaaknummer 202501716/3/A2
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 28 mei 2025
- Publicatiedatum
- 4 juni 2025
- Zaaknummer
- 202501716/3/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij beslissing van 27 maart 2025 heeft het college van bestuur van de Radboud Universiteit aan [verzoeker] met ingang van die dag voor drie maanden een campus- en onderwijsverbod aan de Radboud Universiteit opgelegd. Bij uitspraak van 8 april 2025 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening de beslissing van 27 maart 2025 onder voorwaarden geschorst.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
treft de voorlopige voorziening dat de behandeling van het bezwaar tegen de beslissing van 27 maart 2025 niet langer is opgeschort, zoals bepaald in voorwaarde drie van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1601.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.
w.g. Willems
voorzieningenrechter
w.g. Van Loon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2025
284-1062
Volledige tekst
202501716/3/A2.
Datum uitspraak: 28 mei 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake opheffing of wijziging (artikel 8:87, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van de bij uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1601, getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen:
[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker,
en
het college van bestuur van de Radboud Universiteit (hierna: het college)
verweerder.
Procesverloop
Bij beslissing van 27 maart 2025 heeft het college aan [verzoeker] met ingang van die dag voor drie maanden een campus- en onderwijsverbod aan de Radboud Universiteit opgelegd.
Bij uitspraak van 8 april 2025 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening de beslissing van 27 maart 2025 onder voorwaarden geschorst.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht deze voorlopige voorziening te wijzigen.
Overwegingen
1. Dit oordeel heeft een voorlopig karakter. Hiermee loopt de voorzieningenrechter niet vooruit op het uiteindelijke oordeel over het verzoek van [verzoeker].
2. De voorzieningenrechter ziet in het verzoek van [verzoeker] en gelet op de betrokken belangen aanleiding om bij wijze van ordemaatregel de getroffen voorlopige voorziening van 8 april 2025 zo te wijzigen dat voorwaarde drie komt te vervallen. Dit betekent dat de behandeling van het bezwaar tegen de beslissing van 27 maart 2025 niet langer is opgeschort. De voorzieningenrechter zal het verzoek op korte termijn op zitting behandelen.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
treft de voorlopige voorziening dat de behandeling van het bezwaar tegen de beslissing van 27 maart 2025 niet langer is opgeschort, zoals bepaald in voorwaarde drie van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1601.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.
w.g. Willems
voorzieningenrechter
w.g. Van Loon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2025
284-1062
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.