Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Raad van State, 9 april 2025

ECLI:NL:RVS:2025:1557Zaaknummer 202500956/1/V2

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
9 april 2025
Publicatiedatum
16 april 2025
Zaaknummer
202500956/1/V2
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.C.S. Heinen, griffier.

w.g. Van Gastel

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Heinen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 april 2025

Volledige tekst

202500956/1/V2.

Datum uitspraak: 9 april 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 20 januari 2025 in zaak nr. NL23.40550 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 12 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 29 november 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.Khalaf, advocaat in Zwolle, hoger beroep ingesteld.

Appellant heeft een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 5.4 tot en met 5.4.4, 6.2 en 6.3 van de uitspraak van de rechtbank over.

1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.C.S. Heinen, griffier.

w.g. Van Gastel

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Heinen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 april 2025

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.