Uitspraak · Bestuursrecht

Raad van State, 14 oktober 2024

ECLI:NL:RVS:2024:4327Zaaknummer 202301503/1/A3

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14 oktober 2024
Publicatiedatum
30 oktober 2024
Zaaknummer
202301503/1/A3
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Hoger beroep, Mondelinge uitspraak
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 23 januari 2023 waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 4 mei 2022 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de burgemeester het bezwaar tegen het besluit van 15 januari 2022, waarbij een noodbevel is uitgevaardigd, niet-ontvankelijk verklaard.

Beslissing:

1. de Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak;

2. wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Motivering:

1. [appellant] heeft in hoger beroep geen inhoudelijke gronden ingediend tegen de aangevallen uitspraak. Daarnaast heeft [appellant] zijn in beroep aangevoerde gronden in hoger beroep herhaald en ingelast. De Afdeling overweegt dat de rechtbank in haar uitspraak op die gronden is ingegaan. De verwijzing naar wat hij in bezwaar en beroep heeft aangevoerd kan niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.

2. Ook de overige verzoeken van [appellant], gedaan in het hoger beroepschrift, kunnen om die reden niet inhoudelijk worden beoordeeld. [appellant] heeft een verzoek om schadevergoeding gedaan, maar er is geen grondslag om dat toe te wijzen.

3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

4. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Bangma

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Bossmann

griffier

314-1104

Volledige tekst

202301503/1/A3.

Datum uitspraak: 14 oktober 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Dalfsen,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 23 januari 2023 in zaak nr. 22/827 in het geding tussen:

[appellant]

en

de burgemeester van Dalfsen.

Openbare zitting gehouden op 14 oktober 2024 om 14:30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: mr. I.W.M.J. Bossmann

Jurist: mr. J. Zonneveld

Verschenen:

de burgemeester, vertegenwoordigd door A.I. Pasma en mr. H. Al-Shusha.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 23 januari 2023 waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 4 mei 2022 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de burgemeester het bezwaar tegen het besluit van 15 januari 2022, waarbij een noodbevel is uitgevaardigd, niet-ontvankelijk verklaard.

Beslissing:

1. de Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak;

2. wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Motivering:

1. [appellant] heeft in hoger beroep geen inhoudelijke gronden ingediend tegen de aangevallen uitspraak. Daarnaast heeft [appellant] zijn in beroep aangevoerde gronden in hoger beroep herhaald en ingelast. De Afdeling overweegt dat de rechtbank in haar uitspraak op die gronden is ingegaan. De verwijzing naar wat hij in bezwaar en beroep heeft aangevoerd kan niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.

2. Ook de overige verzoeken van [appellant], gedaan in het hoger beroepschrift, kunnen om die reden niet inhoudelijk worden beoordeeld. [appellant] heeft een verzoek om schadevergoeding gedaan, maar er is geen grondslag om dat toe te wijzen.

3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

4. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Bangma

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Bossmann

griffier

314-1104

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.