Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Raad van State, 25 juli 2024

ECLI:NL:RVS:2024:3041Zaaknummer 202307017/1/V2

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25 juli 2024
Publicatiedatum
31 juli 2024
Zaaknummer
202307017/1/V2
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 8 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. J.H. van Breda, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier.

w.g. Sevenster

voorzitter

w.g. Graat

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2024

307/897-1048

Volledige tekst

202307017/1/V2.

Datum uitspraak: 25 juli 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 8 november 2023 in zaak nr. NL23.17979 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 8 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft op verzoek van de Afdeling schriftelijke inlichtingen gegeven.

De vreemdeling en de staatssecretaris hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 april 2024, waar de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. R.A. Visser, is verschenen. De vreemdeling is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. De zaak is ter zitting gelijktijdig behandeld met zaak nr. 202303430/1/V2 (ECLI:NL:RVS:2024:2604).

Overwegingen

1. De minister heeft de Afdeling laten weten dat de vreemdeling op 4 maart 2024 een vertrekverklaring heeft ondertekend waarmee hij verklaart ermee in te stemmen dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd. De gemachtigde van de vreemdeling heeft laten weten dat de vreemdeling inmiddels is teruggekeerd naar Marokko. Daaruit leidt de Afdeling af dat de vreemdeling niet langer bescherming zoekt. Daarom heeft hij geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. J.H. van Breda, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier.

w.g. Sevenster

voorzitter

w.g. Graat

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2024

307/897-1048

Samenhangende uitspraken

Deze uitspraak verwijst naar

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.