Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Raad van State, 5 juli 2024

ECLI:NL:RVS:2024:2738Zaaknummer 202304893/4/V2

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
5 juli 2024
Publicatiedatum
10 juli 2024
Zaaknummer
202304893/4/V2
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. van Kesteren, griffier.

De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

w.g. Van Kesteren

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2024

897-1048

Volledige tekst

202304893/4/V2

Datum uitspraak: 5 juli 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 5 juli 2023 in zaak nr. NL23.7982 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 27 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 8 maart 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 5 juli 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Bij besluit van 26 maart 2024 heeft de staatssecretaris het tegen het besluit van 27 november 2021 gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

De vreemdeling heeft daartegen beroepsgronden ingediend. Ook heeft hij een nader stuk ingediend en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening de minister op te dragen hem een mvv te verlenen voor de reis naar en het verblijf in Nederland.

2. Omdat de gevolgen van een dergelijke voorziening in de praktijk onomkeerbaar zullen zijn en het hoger beroep van de minister tegen de uitspraak van de rechtbank en het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 26 maart 2024 hun betekenis in dat geval grotendeels zouden verliezen, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.

3. Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. van Kesteren, griffier.

De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

w.g. Van Kesteren

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2024

897-1048

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.