Uitspraak · Bestuursrecht

Raad van State, 13 juni 2024

ECLI:NL:RVS:2024:2512Zaaknummer 202402644/1/R1 en 202402644/2/R1

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13 juni 2024
Publicatiedatum
26 juni 2024
Zaaknummer
202402644/1/R1 en 202402644/2/R1
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak, Voorlopige voorziening+bodemzaak
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen van 16 april 2024, waarbij het college het "spreidingsplan locaties afvalinzamelvoorzieningen Paauwenburg-omgekeerd inzamelen" heeft vastgesteld. Daarbij is onder meer de locatie aan de Chopinlaan nabij het kruispunt aan de Mozartlaan aangewezen voor het plaatsen van 5 afvalcontainers.

Volledige tekst

202402644/1/R1 en 202402644/2/R1.

Datum uitspraak: 13 juni 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) en, met toepassing van artikel 8:86 van de Awb, op het beroep van:

[appellant A] en [appellant B], beiden wonend in Vlissingen,

appellanten,

en

het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen,

verweerder.

Openbare zitting gehouden op 13 juni 2024 om 13:00 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. N. Verheij, voorzieningenrechter

griffier: mr. L.C.M. Wijgerde, bijgestaan door mr. L. Tarifit

Verschenen:

[appellanten], via een videoverbinding;

Het college, vertegenwoordigd door J. Bijl en T.F. Lina.

Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van 16 april 2024, waarbij het college het "spreidingsplan locaties afvalinzamelvoorzieningen Paauwenburg-omgekeerd inzamelen" heeft vastgesteld. Daarbij is onder meer de locatie aan de Chopinlaan nabij het kruispunt aan de Mozartlaan aangewezen voor het plaatsen van 5 afvalcontainers.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

De voorzieningenrechter:

I. verklaart het beroep ongegrond;

II. wijst het verzoek af.

De voorzieningenrechter heeft de volgende redenen voor dit oordeel:

- De voorzieningenrechter begrijpt de bezwaren van [appellanten].

- Niettemin overweegt de voorzieningenrechter dat iedere locatie voor- en nadelen heeft. Een bepaalde mate van overlast moet worden geduld bij het leven in de stad.

- De voorzieningenrechter is er niet van overtuigd dat de overlast in dit geval zodanig is dat het college had moeten afzien van het aanwijzen van deze locatie.

w.g. Verheij

voorzieningenrechter

w.g. Wijgerde

griffier

672-1036

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.