Uitspraak · Bestuursrecht

Raad van State, 10 oktober 2023

ECLI:NL:RVS:2023:3899Zaaknummer 202205959/1/R2

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10 oktober 2023
Publicatiedatum
25 oktober 2023
Zaaknummer
202205959/1/R2
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Maashorst van 14 juli 2022, waarbij het bestemmingsplan "Ontwikkeling Voor-Oventje, ’t Oventje" is vastgesteld.

Volledige tekst

202205959/1/R2.Datum uitspraak: 10 oktober 2023

AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend te Zeeland, gemeente Maashorst,appellanten,

en

de raad van de gemeente Maashorst,verweerder.

Openbare zitting gehouden op 10 oktober 2023 om 11:15 uur.

Tegenwoordig:Staatsraad mr. B.J. van Ettekoven, lid van de enkelvoudige kamer

griffier: mr. A.J. Kuipersjurist: mr. K.M. Arneri

Verschenen:[appellant] en anderen, in de persoon van [appellant] en[gemachtigde A];de raad, vertegenwoordigd door mr. A.P.J. Timmermans;Voorts is op de zitting als partij verschenen:BG Ontwikkeling B.V., vertegenwoordigd door mr. M. Peeters, advocaat te Someren, en [gemachtigde B].

====================================

Het beroep richt zich tegen het besluit van 14 juli 2022, waarbij het bestemmingsplan "Ontwikkeling Voor-Oventje, ’t Oventje" is vastgesteld.

De Afdelingverklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Redenen voor dit oordeel:

De Afdeling oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is vanwege termijnoverschrijding. Het beroep is niet binnen zes weken na de aanvang van de beroepstermijn ingesteld. Daartoe overweegt de Afdeling dat[appellant] heeft toegelicht dat hij het beroepschrift niet aangetekend heeft verstuurd, contact heeft gezocht met de Afdeling toen hij geen ontvangstbevestiging ontving en het beroepschrift na afloop van de termijn digitaal heeft ingediend. [appellant] heeft evenmin op een andere manier dan door middel van een bewijs van aangetekende verzending aannemelijk gemaakt dat het beroepschrift per post binnen de beroepstermijn is verstuurd en ook geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de termijnoverschrijding niet aan hem kan worden toegerekend. Gelet hierop komt de Afdeling tot de conclusie dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Van Ettekovenlid van de enkelvoudige kamer

w.g. Kuipersgriffier

271-1010

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.