Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 9 oktober 2023
ECLI:NL:RVS:2023:3737Zaaknummer 202306091/1/V2 en 202306091/2/V2
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2023
- Publicatiedatum
- 11 oktober 2023
- Zaaknummer
- 202306091/1/V2 en 202306091/2/V2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, griffier.
w.g. Verheij
voorzieningenrechter
w.g. Bossmann
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2023
314-986
Volledige tekst
202306091/1/V2 en 202306091/2/V2.
Datum uitspraak: 9 oktober 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 19 september 2023 in zaak nr. NL23.24764 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 19 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak namelijk terecht overwogen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Frankrijk geen opvang kan krijgen. Anders dan de vreemdeling betoogt, schetst het AIDA Country Report: France (update 2022) geen wezenlijk ander beeld van de opvang van asielzoekers in Frankrijk dan al eerder naar voren is gekomen in het AIDA Country Report: France (update 2021) (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1318, waarin de Afdeling de motivering onder 6 van de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 13 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:1715, heeft overgenomen).
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, griffier.
w.g. Verheij
voorzieningenrechter
w.g. Bossmann
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2023
314-986
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17817 Rechtbank Den Haag, 15 juni 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10601 Rechtbank Den Haag, 16 april 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25995 Rechtbank Den Haag, 15 december 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12886 Rechtbank Den Haag, 4 juli 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9302 Rechtbank Den Haag, 21 mei 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:1642 Raad van State, 11 april 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5186 Rechtbank Den Haag, 27 maart 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1928 Rechtbank Den Haag, 12 februari 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1581 Rechtbank Den Haag, 29 januari 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22064 Rechtbank Den Haag, 27 december 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21018 Rechtbank Den Haag, 2 oktober 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:15547 Rechtbank Den Haag, 18 september 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:15697 Rechtbank Den Haag, 10 september 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16117 Rechtbank Den Haag, 13 augustus 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:13967 Rechtbank Den Haag, 6 augustus 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2373 Raad van State, 10 juni 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8740 Rechtbank Den Haag, 28 mei 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9186 Rechtbank Den Haag, 27 mei 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:1863 Raad van State, 2 mei 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:6798 Rechtbank Den Haag, 23 april 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4820 Rechtbank Den Haag, 5 april 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2901 Rechtbank Den Haag, 21 februari 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2868 Rechtbank Den Haag, 6 februari 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:19404 Rechtbank Den Haag, 8 december 2023 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.