Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 11 augustus 2023
ECLI:NL:RVS:2023:3090Zaaknummer 202302879/1/V2
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 11 augustus 2023
- Publicatiedatum
- 16 augustus 2023
- Zaaknummer
- 202302879/1/V2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Duyster, griffier.
w.g. Verburg
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Duyster
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2023
664
Volledige tekst
202302879/1/V2.
Datum uitspraak: 11 augustus 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 7 april 2023 in zaak nr. 22/6313 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 28 september 2022 heeft de staatssecretaris een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.
Bij uitspraak van 7 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door drs. F.W. King, rechtsbijstandverlener te Leiden, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 4 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Duyster, griffier.
w.g. Verburg
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Duyster
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2023
664
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11898 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12774 Rechtbank Den Haag, 15 juli 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12883 Rechtbank Den Haag, 15 juli 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13047 Rechtbank Den Haag, 15 juli 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12786 Rechtbank Den Haag, 14 juli 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11898 Rechtbank Den Haag, 7 april 2023 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.