Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 19 april 2023
ECLI:NL:RVS:2023:1504Zaaknummer 202202378/1/V3
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 19 april 2023
- Publicatiedatum
- 26 april 2023
- Zaaknummer
- 202202378/1/V3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Nouta, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Nouta
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 april 2023
922
Volledige tekst
202202378/1/V3.
Datum uitspraak: 19 april 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 13 april 2022 in zaak nr. NL22.5618 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 1 april 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 13 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 20 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3820, over het ontbreken van bezwaar bij het Openbaar Ministerie als vereiste voor uitzetting). In aanvulling op de hiervoor genoemde uitspraak overweegt de Afdeling dat de staatssecretaris bij het bekend zijn met een uitzettingsdatum óf een overdrachtsdatum gehouden is om contact met het Openbaar Ministerie te zoeken.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Nouta, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Nouta
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 april 2023
922
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RBDHA:2022:11819 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1538 Rechtbank Den Haag, 29 januari 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4643 Rechtbank Den Haag, 1 maart 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:777 Raad van State, 23 februari 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21113 Rechtbank Den Haag, 18 december 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2023:4219 Raad van State, 15 november 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:19259 Rechtbank Den Haag, 8 november 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:19262 Rechtbank Den Haag, 8 november 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:19261 Rechtbank Den Haag, 7 november 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18126 Rechtbank Den Haag, 30 oktober 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11915 Rechtbank Den Haag, 7 augustus 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2023:3025 Raad van State, 7 augustus 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12988 Rechtbank Den Haag, 20 juli 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:6208 Rechtbank Den Haag, 1 mei 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:11819 Rechtbank Den Haag, 13 april 2022 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.