Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 19 december 2022
ECLI:NL:RVS:2022:3801Zaaknummer 202206801/1/V1
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 19 december 2022
- Publicatiedatum
- 21 december 2022
- Zaaknummer
- 202206801/1/V1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Mercelina, griffier.
w.g. Drop
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Mercelina
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2022
938
Volledige tekst
202206801/1/V1.
Datum uitspraak: 19 december 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 21 november 2022 in zaak nr. NL22.21661 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 24 oktober 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 21 november 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.J.J. Flantua, advocaat te Amersfoort, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 26 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2497, onder 1.1, over de situatie in Italië voor Dublinclaimanten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Mercelina, griffier.
w.g. Drop
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Mercelina
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2022
938
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5971 Rechtbank Den Haag, 25 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5972 Rechtbank Den Haag, 25 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:6175 Rechtbank Den Haag, 25 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5810 Rechtbank Den Haag, 21 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5656 Rechtbank Den Haag, 20 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:7251 Rechtbank Den Haag, 17 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4701 Rechtbank Den Haag, 4 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4703 Rechtbank Den Haag, 4 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3735 Rechtbank Den Haag, 22 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3580 Rechtbank Den Haag, 20 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3408 Rechtbank Den Haag, 14 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3410 Rechtbank Den Haag, 14 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2728 Rechtbank Den Haag, 7 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2731 Rechtbank Den Haag, 7 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2737 Rechtbank Den Haag, 7 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2353 Rechtbank Den Haag, 1 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:19014 Rechtbank Den Haag, 23 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3273 Rechtbank Den Haag, 22 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1955 Rechtbank Den Haag, 15 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1473 Rechtbank Den Haag, 7 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1474 Rechtbank Den Haag, 7 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1476 Rechtbank Den Haag, 7 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2482 Rechtbank Den Haag, 25 januari 2023 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.