Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 12 mei 2022
ECLI:NL:RVS:2022:1394Zaaknummer 202202619/1/V3
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 12 mei 2022
- Publicatiedatum
- 18 mei 2022
- Zaaknummer
- 202202619/1/V3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2022
765
Volledige tekst
202202619/1/V3.
Datum uitspraak: 12 mei 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 26 april 2022 in zaak nr. NL22.5158 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 25 maart 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 26 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Heide, advocaat te Dordrecht, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, over de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2022
765
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8358 Rechtbank Den Haag, 14 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3699 Rechtbank Den Haag, 22 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2721 Rechtbank Den Haag, 7 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1648 Rechtbank Den Haag, 14 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1602 Rechtbank Den Haag, 8 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3458 Rechtbank Den Haag, 3 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1010 Rechtbank Den Haag, 2 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2806 Rechtbank Den Haag, 1 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:903 Rechtbank Den Haag, 1 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2497 Rechtbank Den Haag, 11 januari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:44 Rechtbank Den Haag, 2 januari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15449 Rechtbank Den Haag, 7 december 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13290 Rechtbank Den Haag, 5 december 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13292 Rechtbank Den Haag, 5 december 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15053 Rechtbank Den Haag, 10 november 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14796 Rechtbank Den Haag, 2 september 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12552 Rechtbank Den Haag, 8 juni 2022 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.