Uitspraak · Bestuursrecht

Raad van State, 12 februari 2021

ECLI:NL:RVS:2021:336Zaaknummer 202101011/2/A3

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12 februari 2021
Publicatiedatum
17 februari 2021
Zaaknummer
202101011/2/A3
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

[appellante] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Justitie en Veiligheid van 21 januari 2021. [appellante] komt op tegen de beslissing van de centrale overheid van 21 januari 2021 om een avondklok in te stellen ten behoeve van de bestrijding van covid-19.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Roelfsema, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

58.

Volledige tekst

202101011/2/A3.

Datum uitspraak: 12 februari 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:

[appellante], wonend te Zutphen,

appellante,

en

de minister van Justitie en Veiligheid,

verweerder.

Procesverloop

[appellante] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 21 januari 2021.

Overwegingen

1. In deze zaak is artikel 8:3, eerste lid, onder a, van de Awb van toepassing. Deze bepaling luidt als volgt:

"Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel."

2. [appellante] komt op tegen de beslissing van de centrale overheid van 21 januari 2021 om een avondklok in te stellen ten behoeve van de bestrijding van covid-19. Die avondklok is ingesteld bij de Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 22 januari 2021, nr. 3192465, tot instelling van een landelijke avondklok ter bestrijding van de epidemie van covid-19 (Tijdelijke regeling landelijke avondklok covid-19). De Regeling is een algemeen verbindend voorschrift, waartegen ingevolge artikel 8:3, eerste lid, onder a, van de Awb geen beroep kan worden ingesteld.

3. De Afdeling is kennelijk onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Roelfsema, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

58.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.