Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 15 oktober 2020
ECLI:NL:RVS:2020:2449Zaaknummer 202005105/1/V1
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2020
- Publicatiedatum
- 21 oktober 2020
- Zaaknummer
- 202005105/1/V1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. B.G.M. Laarhoven, griffier.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Laarhoven
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2020
392.
Volledige tekst
202005105/1/V1.
Datum uitspraak: 15 oktober 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 15 september 2020 in zaak nr. NL20.12454 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 12 juni 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 15 september 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. L.J. Blijdorp, advocaat te Arkel, hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1. Het hoger beroep gaat over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:986, over de situatie in Italië voor Dublinclaimanten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen. In beroep en hoger beroep heeft de vreemdeling een beroep gedaan op passages in het AIDA-rapport "Country Report: Italy 2019 Update" van de European Council on Refugees and Exiles van 27 mei 2020. De rechtbank is hierop niet ingegaan. Uit dit rapport komt echter geen wezenlijk ander beeld van de situatie in Italië voor Dublinclaimanten naar voren dan volgt uit de landeninformatie die reeds bij voornoemde uitspraak van 8 april 2020 is betrokken. Enkele door de vreemdeling aangehaalde passages (p.14 en p.15) hebben betrekking op maatregelen van tijdelijke aard die gerelateerd zijn aan de coronacrisis. Daarover heeft de Afdeling eerder overwogen (uitspraak van 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1032) dat de omstandigheid dat de overdracht op dit moment niet kan worden uitgevoerd een tijdelijk, feitelijk overdrachtsbeletsel is, dat de vaststelling van Italië als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig maakt en er niet aan in de weg staat dat, als dat beletsel is opgeheven, de vreemdeling in beginsel alsnog kan worden overgedragen. De aangehaalde passage (p.62) over de uitspraak van de federale administratieve rechtbank van Zwitserland van 17 december 2019 biedt geen reden ten aanzien van Italië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit te gaan. Anders dan uit de uitspraak van de Afdeling van 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:986, blijkt uit de Zwitserse uitspraak niet dat daarbij de antwoorden van de Italiaanse autoriteiten op vragen van het EHRM zijn betrokken. De overige aangehaalde passages (p. 62, 63 en 64) bevatten informatie die ook is vermeld in het rapport van SFH/OSAR van januari 2020, dat al bij de uitspraak van 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:986, is betrokken.
2. Voor het overige leidt het hoger beroep evenmin tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. B.G.M. Laarhoven, griffier.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Laarhoven
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2020
392.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RBLIM:2020:6943 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3580 Rechtbank Den Haag, 20 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2737 Rechtbank Den Haag, 7 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:11139 Rechtbank Den Haag, 6 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:5698 Rechtbank Den Haag, 8 juni 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:1324 Raad van State, 4 mei 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:13684 Rechtbank Den Haag, 7 december 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:12747 Rechtbank Den Haag, 1 november 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:12746 Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16570 Rechtbank Den Haag, 11 oktober 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16937 Rechtbank Den Haag, 21 september 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16520 Rechtbank Den Haag, 11 augustus 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16518 Rechtbank Den Haag, 4 augustus 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16163 Rechtbank Den Haag, 30 juli 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16282 Rechtbank Den Haag, 29 juli 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16284 Rechtbank Den Haag, 29 juli 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16122 Rechtbank Den Haag, 20 juli 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16076 Rechtbank Den Haag, 9 juli 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:7540 Rechtbank Den Haag, 2 juli 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:6815 Rechtbank Den Haag, 22 juni 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:6351 Rechtbank Den Haag, 17 juni 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15858 Rechtbank Den Haag, 16 juni 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15872 Rechtbank Den Haag, 15 juni 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:6116 Rechtbank Den Haag, 15 juni 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15752 Rechtbank Den Haag, 11 mei 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:4805 Rechtbank Den Haag, 7 mei 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15729 Rechtbank Den Haag, 6 mei 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15731 Rechtbank Den Haag, 6 mei 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15733 Rechtbank Den Haag, 6 mei 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15734 Rechtbank Den Haag, 6 mei 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15695 Rechtbank Den Haag, 26 april 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15697 Rechtbank Den Haag, 26 april 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:4096 Rechtbank Den Haag, 20 april 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:3787 Rechtbank Den Haag, 15 april 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15629 Rechtbank Den Haag, 6 april 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:2665 Rechtbank Den Haag, 17 maart 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15562 Rechtbank Den Haag, 11 maart 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15526 Rechtbank Den Haag, 5 maart 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:2089 Rechtbank Den Haag, 5 maart 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:1941 Rechtbank Den Haag, 2 maart 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15358 Rechtbank Den Haag, 25 februari 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:1525 Rechtbank Den Haag, 24 februari 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15151 Rechtbank Den Haag, 22 februari 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15092 Rechtbank Den Haag, 19 februari 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:1094 Rechtbank Den Haag, 12 februari 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:10144 Rechtbank Den Haag, 5 februari 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:9238 Rechtbank Den Haag, 25 januari 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:12479 Rechtbank Den Haag, 22 januari 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:9232 Rechtbank Den Haag, 21 januari 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:12178 Rechtbank Den Haag, 8 januari 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2021:87 Rechtbank Midden-Nederland, 8 januari 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:628 Rechtbank Den Haag, 7 januari 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:13658 Rechtbank Den Haag, 14 december 2020 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:15106 Rechtbank Den Haag, 8 december 2020 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:14185 Rechtbank Den Haag, 27 november 2020 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:15010 Rechtbank Den Haag, 25 november 2020 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:15013 Rechtbank Den Haag, 25 november 2020 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:15015 Rechtbank Den Haag, 25 november 2020 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:14653 Rechtbank Den Haag, 19 november 2020 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:14655 Rechtbank Den Haag, 19 november 2020 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:14657 Rechtbank Den Haag, 19 november 2020 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.