Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Raad van State, 19 november 2019

ECLI:NL:RVS:2019:3891Zaaknummer 201907179/1/V1

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19 november 2019
Publicatiedatum
27 november 2019
Zaaknummer
201907179/1/V1
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.G. Fischer, advocaat te Haarlem, heeft bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit door de staatssecretaris naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 21 februari 2019 in zaak nr. 18/7171. De griffier van de rechtbank heeft het beroep ter behandeling aan de Afdeling doorgezonden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.

w.g. Verheij w.g. Verbeek

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2019

574.

Volledige tekst

201907179/1/V1.

Datum uitspraak: 19 november 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:

[de vreemdeling],

appellante,

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.G. Fischer, advocaat te Haarlem, heeft bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit door de staatssecretaris naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 21 februari 2019 in zaak nr. 18/7171. De griffier van de rechtbank heeft het beroep ter behandeling aan de Afdeling doorgezonden.

De staatssecretaris heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1. De vreemdeling heeft de Afdeling verzocht de staatssecretaris onder last van een dwangsom op te dragen om een nieuw besluit te nemen.

2. Bij uitspraak van 8 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3363, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het hoger beroep van de staatssecretaris tegen de uitspraak van de rechtbank van 21 februari 2019. Daarbij is het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het door de vreemdeling tegen het besluit van 11 september 2018 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

3. Na de uitspraak van 8 oktober 2019 hoeft de staatssecretaris geen nieuw besluit meer te nemen. Desgevraagd heeft de vreemdeling niet aan kunnen geven welk belang zij nog heeft bij de beoordeling van haar beroep. Het beroep moet dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.

w.g. Verheij w.g. Verbeek

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2019

574.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.