Uitspraak · Omgevingsrecht

Raad van State, 5 november 2019

ECLI:NL:RVS:2019:3773Zaaknummer 201901836/1/A1

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
5 november 2019
Publicatiedatum
13 november 2019
Zaaknummer
201901836/1/A1
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Omgevingsrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin is overwogen dat het college het bouwplan heeft getoetst aan de brandveiligheidsvoorschriften in het Bouwbesluit 2012 en dat deze voorschriften zijn opgenomen op de tekeningen die onderdeel uitmaken van de verleende omgevingsvergunning en dat geen reden was voor een nadere beoordeling van de brandveiligheid. Ook heeft de rechtbank overwogen dat bij een gebonden beschikking geen ruimte bestaat om een omgevingsvergunning vanwege privaatrechtelijke belemmeringen te weigeren.

Beslissing

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Ontvankelijkheid

[appellante] heeft nog een belang bij de beoordeling van haar hoger beroep. Ook al is het bestemmingsplan "de Zeven Dorpelingen" vernietigd, dit betekent niet dat de gronden waarvan [appellante] de mede ontwikkelaar en deels eigenaar is, in het geheel niet meer kunnen worden ontwikkeld. Het bouwplan kan een belemmering vormen voor die ontwikkelingsmogelijkheden. Bovendien is ter zitting gebleken van enig zicht vanaf de gronden van [appellante] Het hoger beroep is ontvankelijk.

Gronden

[appellante] heeft ondanks herhaald verzoek niet aangevoerd met welk artikel uit het Bouwbesluit 2012 het bouwplan in strijd zou zijn. Niet is onderbouwd op grond van welk artikel het vereist zou zijn dat de ramen vaststaand moeten zijn.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat privaatrechtelijke belemmeringen bij een gebonden beschikking - in het geval er geen weigeringsgronden zijn in de zin van artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo- geen rol kunnen spelen.

Het hoger beroep is ongegrond.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

w.g. Minderhoud w.g. Soede

lid van de enkelvoudige kamer griffier

270-935.

Volledige tekst

201901836/1/A1.

Datum uitspraak: 5 november 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te Bergen,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 25 januari 2019 in zaak nr. 18/3116 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Bergen, NH.

Openbare zitting gehouden op 5 november 2019 om 11:30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer

griffiers: mr. A.J. Soede en mr. N. Bouayad

Verschenen:

[belanghebbende], bijgestaan door [gemachtigde]

het college, vertegenwoordigd door T. Van Hooff

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin is overwogen dat het college het bouwplan heeft getoetst aan de brandveiligheidsvoorschriften in het Bouwbesluit 2012 en dat deze voorschriften zijn opgenomen op de tekeningen die onderdeel uitmaken van de verleende omgevingsvergunning en dat geen reden was voor een nadere beoordeling van de brandveiligheid. Ook heeft de rechtbank overwogen dat bij een gebonden beschikking geen ruimte bestaat om een omgevingsvergunning vanwege privaatrechtelijke belemmeringen te weigeren.

Beslissing

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Ontvankelijkheid

[appellante] heeft nog een belang bij de beoordeling van haar hoger beroep. Ook al is het bestemmingsplan "de Zeven Dorpelingen" vernietigd, dit betekent niet dat de gronden waarvan [appellante] de mede ontwikkelaar en deels eigenaar is, in het geheel niet meer kunnen worden ontwikkeld. Het bouwplan kan een belemmering vormen voor die ontwikkelingsmogelijkheden. Bovendien is ter zitting gebleken van enig zicht vanaf de gronden van [appellante] Het hoger beroep is ontvankelijk.

Gronden

[appellante] heeft ondanks herhaald verzoek niet aangevoerd met welk artikel uit het Bouwbesluit 2012 het bouwplan in strijd zou zijn. Niet is onderbouwd op grond van welk artikel het vereist zou zijn dat de ramen vaststaand moeten zijn.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat privaatrechtelijke belemmeringen bij een gebonden beschikking - in het geval er geen weigeringsgronden zijn in de zin van artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo- geen rol kunnen spelen.

Het hoger beroep is ongegrond.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

w.g. Minderhoud w.g. Soede

lid van de enkelvoudige kamer griffier

270-935.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.