Uitspraak · Bestuursrecht
Raad van State, 2 oktober 2019
ECLI:NL:RVS:2019:3319Zaaknummer 201809270/1/A2
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 2 oktober 2019
- Publicatiedatum
- 2 oktober 2019
- Zaaknummer
- 201809270/1/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
[appellant] heeft op 16 januari 2017 de rechtbank verzocht het college te veroordelen tot vergoeding van schade die hij stelt te hebben geleden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. B.J. Schueler, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. van Zanten, griffier.
w.g. Schueler w.g. Van Zanten
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2019
97-921.
Volledige tekst
201809270/1/A2.
Datum uitspraak: 2 oktober 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 13 november 2018 in zaak nr. 17/447 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland.
Procesverloop
[appellant] heeft op 16 januari 2017 de rechtbank verzocht het college te veroordelen tot vergoeding van schade die hij stelt te hebben geleden.
Bij uitspraak van 13 november 2018 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van het verzoek van [appellant] om schadevergoeding kennis te nemen. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 augustus 2019, waar [appellant] is verschenen.
Overwegingen
1. Bij zijn verzoek aan de rechtbank om het college te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding, heeft [appellant] geen schadeoorzaak aangewezen die valt binnen het bereik van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De door hem ter zitting gegeven toelichting heeft dit bevestigd. Daarom heeft de rechtbank zich terecht onbevoegd verklaard van het verzoek kennis te nemen. Alleen de burgerlijke rechter kan hierover oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. B.J. Schueler, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. van Zanten, griffier.
w.g. Schueler w.g. Van Zanten
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2019
97-921.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.