Uitspraak · Bestuursrecht

Raad van State, 9 april 2019

ECLI:NL:RVS:2019:1095Zaaknummer 201807547/1/A3

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
9 april 2019
Publicatiedatum
17 april 2019
Zaaknummer
201807547/1/A3
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft haar beslissingen in de aangevallen uitspraak grotendeels gebaseerd op het oordeel dat [appellant] misbruik van recht heeft gemaakt.

Volledige tekst

201807547/1/A3.

Datum uitspraak: 9 april 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Rhoon, gemeente Albrandswaard,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 1 augustus 2018 in zaak nr. 17/6090 in het geding tussen:

[appellant]

en

de commissie voor de bezwaarschriften van de gemeente Albrandswaard.

Openbare zitting gehouden op 9 april 2019 om 10.30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. E. Steendijk voorzitter

griffier: mr. W.J.C. Robben

Verschenen:

De commissie, vertegenwoordigd door mr. A.G.M. Ostojic-Hanssen.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 1 augustus 2018, verzonden op 1 augustus 2018, van de rechtbank.

De Afdeling

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Daartoe overweegt zij het volgende.

1. De rechtbank heeft haar beslissingen in de aangevallen uitspraak grotendeels gebaseerd op het oordeel dat [appellant] misbruik van recht heeft gemaakt. Hetgeen [appellant] in hoger beroep naar voren brengt, biedt geen aanleiding om de aangevallen uitspraak onjuist te achten. Hierbij is van belang dat de Afdeling in de uitspraken van 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2290, ECLI:NL:RVS:2018:2291 en ECLI:NL:RVS:2018:2345, en 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3960 en ECLI:NL:RVS:2018:3961, heeft geoordeeld dat [appellant] in de desbetreffende zaken misbruik van recht heeft gemaakt. De feiten in die zaken zijn vergelijkbaar met de feiten in de thans voorliggende zaak.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

w.g. Steendijk w.g. Robben

lid van de enkelvoudige kamer griffier

610.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.